donderdag 31 december 2009

Het precieze gebruik (2101 - 2120)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (2101 – 2120)

2101. het kleine ik (1): Amos Oz in De Volkskrant: “Alle mensen hebben iets verloren. Dat is de wijze waarop ik tegenwoordig tegen de menselijke conditie aankijk. Dit gevoel van verlies heeft er mee te maken dat ieder van ons meer mogelijkheden in zich draagt dan hij daadwerkelijk kan vervullen. Er zullen altijd delen van onszelf zijn die we niet zullen ervaren, die we niet kunnen leven”.
2102. het tweede deel van het leven: altijd heb ik mij zeer ingespannen om de achting en de liefde van de anderen te winnen, maar dat kostte enorme hoeveelheden energie. Ik wou altijd de sfeermaker, de leukste aan tafel zijn, maar dat was zoveel moeite. Nu ik wat oud ben geworden ben ik blij dat ik kan zwijgen, wachten en, zoals dat gaat, halvelings helemaal mezelf zijn.
2103. het imaginaire bewustzijn: Jules Hanot: “Beleggers zijn Warren Buffets in het diepst van hun gedachten maar eigenlijk ooit meer dan willoze marionetten dansend aan de koordjes van een grillige beurs”.
2104. Boxing Day: in Engeland de naam voor de tweede kerstdag. De naam verwijst naar een oude traditie van rijke families om hun huispersoneel op die dag een extraatje toe te stoppen. Butler, dienstmeid en kok, die zich het hele jaar hadden ingezet voor hun meester, mochten rekenen op een box: een pakje met wat lekkers, kledij en geld. Een mooi gebaar van upstairs richting downstairs. Nu is Boxing Day in de bank- en bedrijfswereld de bonusdag. Of upstairs richting upstairs.
2105. de nieuwste neologismen en metaforen: een intellectuele drilboor; veertig jaar surplace in de Belgische politiek; het achterwaartse denken van de natiestaten; een bijna prenatale vredigheid; zelf-islamisering; terugvallen op het smoezenboek.
2106. het kleine ik (2): een bekeerde Verhofstadt in De Morgen: “Je kan de maatschappij alleen spatje voor spatje vooruithelpen, in een soort popperiaanse dynamiek. En dan nog: hoed u voor de grote waarheid!”.
2107. identiteit: dezelfde Verhofstadt in dezelfde krant: “We beleven nu de hoogmis van de identiteit. Je hoort niets anders meer. Maar wat zou identiteit anders zijn dan een schaamlap voor nationalisme? Identiteit is niet eendimensionaal, je kunt ze niet catalogeren. Zij is een veelkleurige mozaïek. Vroeger was ze een soort erfgoed: je kreeg ze mee, als een rugzak. Het was een gestempelde identiteit. Daar bedank ik voor”.
2108. Du jamais vu: als een politicus nog tijdens zijn carrière een J’accuse over zichzelf afroept, zij het er een met schoudervullingkjes. In het beste geval moet je daarvoor wachten op zijn mémoires en meestal gaat het daar over de schuld van de tegenstanders.
2109. politiek cynisme: de Amerikanen hebben onder Bush wel de oorlog gevoerd, maar ze vergaten hem te betalen. Bush gaf het golfen op omdat hem dat pr-gewijs geen goede zaak leek, maar hij hief nooit nieuwe belastingen om de exploderende Amerikaanse overheidsschuld te betalen. Integendeel, dat onbedaarlijke graaien in de staatskas ging gepaard met onvoorstelbare belastingsverlagingen voor de rijken. En dezelfde Republikeinen vinden nu dat Obama onverantwoord veel geld uitgeeft aan de gezondheidszorg voor allen.
2110. de politieke waarheid: Marcel Van Dam in De Volkskrant: “De bestuurlijke elite is volkomen blind voor de relatie tussen het gebrek aan vertrouwen in elkaar en in de instituties en de afbouw van de verzorgingsstaat”. En inderdaad, Balkenende, zo blijkt het, wil nu koppig voortgaan met zijn totaal mislukte liberaliserings- en privatiserigsavontuur.
2111. een leugen van de rijken: de gedachte dat de hoge belastingsdruk de welvaart en het welzijn nadelig beïnvloedt moet naar het rijk van de fabelen worden verwezen.
2112. hypothetische werelden in de wetenschap: het is bekend dat wetenschappelijke hypotheses (vooral als ze zeer vele en complex verschijnselen proberen te verklaren en worden samengebald in één treffend woord of een aansprekende metafoor) op den duur worden omgetoverd tot de realiteit zelf. Het model verschijnt dan als de werkelijkheid. Neem de oerknal. Alles wijst erop dat er een moment is geweest, zo’n 13,7 miljard jaar geleden, waarop het heelal een ruimte innam die niet groter was dan een triljardste van een biljoenste van een millimeter, de zogeheten Plancklengte. Maar, waarschuwde onder anderen de Britse fysicus Brian Clegg afgelopen zomer in zijn boek Before the Big Bang, dat is nog altijd ‘een best guess, geen bewezen feit’. Denkbaar is dat het heelal er vóór de oerknal ook al was (maar dat het toen steeds kleiner werd), of dat er misschien een hele reeks heelallen was, krimpend en groeiend.
2112. de aard van onze geest: volgens de in oktober overleden cultureel-antropoloog Claude Lévi-Strauss weven mensen hun culturen uit draden die lopen tussen elementaire tegenstellingen die hij plechtig ‘binaire opposities’ noemde: licht-donker, leven-dood, begin-einde. Een voorbeeld van die denkstructuur: alles heeft een begin, zo is onze diepe ervaring met de natuur, en wat geldt voor zonsopgangen, theatervoorstellingen en jonge katjes, zal ook wel opgaan voor abstractere zaken als het heelal, de mensheid of het oor. Dus horen we overal startschoten en zien we overal het vuurwerk van alweer een mooi openingsfeestje. De idee van een ‘schepping uit het niets’ is daarom misschien een denkfout die voortvloeit uit het onvermijdelijk antithetische werkpatroon van onze geest.
2113. het koninklijk paleis: een soort 'glazen huis' waar geen geld binnenkomt, althans niet voor goede doelen, maar er gaan wel kersttoespraken uit om alle burgers van België tot welbepaalde soorten mildheid te stemmen.
2114. echt gebeurd: op Kerstdag ‘omstreeks de noene’ toerden mijn vrouw en ik door het Brabantse stadje Landen, op zoek naar een herberg (waar je kon roken). Maar ze waren alle gesloten. En zo raakten we waarachtig in een bijbelse kerstsfeer.
2115. esse est percipi: voor celebrities voelt het als de normaalste zaak van de wereld om schaars gekleed over de rode loper te gaan. Maar nu hebben ook de vrouwen in Londen de modetrend opgepikt, zij gaan tegenwoordig in lingerie naar de disco. Ook de extravagante zangeres Lady Gaga gaat geregeld zonder broek de deur uit.
2116. non-fiction boeken op TV: uit de Knack website: “We kennen de klaagzang: er is niet echt een goed boekenprogramma op de televisie. Groot is dan ook onze vreugde bij de ontdekking van Book TV. De Amerikaanse zender C-SPAN (opgericht door de kabelmaatschappijen om programma's van algemeen nut te brengen) zendt elk weekeinde maar liefst 48 uur aan boekenprogramma's uit; allemaal non-fictie, weliswaar. Op het internet kunt u het giga-archief van Book TV terugvinden. Onder meer de 800 uur interview die C-SPAN-baas Brian Lamb gebruikte voor zijn boekenprogramma 'Booknotes' dat van 1989 tot 2004 werd uitgezonden. Als er de afgelopen decennia een belangrijk Amerikaans non-fictieboek verschenen is, dan vindt u er hier iets over terug”.
2117. de horror vacui: als bij overenthousiaste wenkbrauwplukkers.
2118. nieuwjaarsadvies: Rik Van Cauwelaert in Knack: “Men zal zich in 2010 ver moeten houden van bezitsgrage kapitalisten en naïeve progressieven".
2119. in memoriam: Erwin Mortier: “Het werk van Patricia De Martelaere is een van de sierlijksde vraagtekens uit onze letteren”.
2120. reddende beroepen: de auteur-dokter Abraham Verghese in De Morgen: “Door priester te worden genees je jezelf van existentiële angst. Dokter worden heeft een vergelijkbare invloed”.

Conversatietips voor gevorderden


Conversatietips voor gevorderden (19)

Wat je moet zeggen om gehoord te worden ...

Je vriendin draagt een zelfgemaakte jurk en iedereen vindt die bespottelijk: troost haar met de volgende woorden: “ Je modewerk voor vrouwen doet soms denken aan de enorme puinzooi van artistieke tienerkamers of totaal rommelige kliedertekeningen en collages in overvolle schoolagenda's waar na goed zoeken behalve geestdrift ook onverwachte schoonheid in schuilt”.
Je dochter valt op mannen met vreemde lusten: waarschuw haar als volgt: “Je ideaal is waarschijnlijk een jonge stud die copuleert met de uitlaat van een auto of een flink geschapen etalagefiguur in gouden jack die de knalpot van een wrak op onconventionele wijze voorverwarmt. Waarop hij een voorspelbare lust in holle staven krijgt. Slik alvast wat ijzertabletten en staal je spieren”.
Je vrouw wordt vijftig in een waaghalzerig decolleté: feliciteer haar uitvoerig met de volgende woorden: “Expressionisme en ongeremde energie, lef om flink buiten alle lijntjes te kleuren en de goede smaak ter discussie te stellen, hartverwarmende indiscretie, vrij, ongeremd, fantasievol, geestig en sterk ongestructureerd, bewust naïef, uitgesproken brutaal en soms ook behoorlijk onbegrijpelijk, dat straalt af van de werkelijk verrukkelijke expositie van wat heel lang geleden je handelsmerk was”.
Je zoon is smoor op een corpulent meisje: ontneem hem de lust door de volgende woorden: “Schroef er vier poten onder en je hebt een stevige salontafel! Maar behalve fors en zwaar toont ze nog de potentie veel meer te worden dan ze al is!”.
Je vriendinnen vinden je wat mollig: zeg parmantig tegen allen die het horen willen: “ Ik kom op voor de vrouwelijke vormen, dat ik tieten en een kont heb. Vroeg of laat zal ik de modellenwereld inspireren met mijn volumes die niet passen bij de heersende norm. Meiden zoals ik zullen een leeg vak vullen in de mode-industie”.
Je vriendin epileert onmatig haar wenkbrauwen: “Ik weet het, wie mooi wil zijn, moet pijn lijden. Driftig plukken, koppig knippen, harsen, altijd maar epileren met vergrootspiegel en pincet, uitrukken … op den duur moet je een transplantatie, je schaamhaar verhuist naar boven en het jouwe is ontembaar”.
Je vrouw is katholiek en frigide: probeer de volgende frase: “Ik droom ervan: op een dag zou ik zoals paus Benedictus besprongen willen worden door een roodgeklede vrouw”.
Je bent weer laat thuis en je vrouw ruikt onraad: stelt haar gerust als volgt: “De meeste mensen hebben ooit wel een perfecte werkdag meegemaakt. En hopelijk meerdere. Dat zijn de momenten waarop je volledig opgaat in je werk en geen inspanning te veel is. En waarna je heel laat met de glimlach naar huis vertrekt.”
Je vriendin fitnest de hele dag en verliest geen halve kilo: troost haar met de volgende gedachte: “Driekwart van de vrouwen is ervan overtuigd dat hun liefdesleven verbetert wanneer zij afvallen, maar in jouw geval weet ik zeker dat dat niet het geval is. Ik vind een oceaan van vlees heel erg aantrekkelijk. “
Je vrouw ergert zich aan haar eigen ambivalentie: steek haar een hart onder de riem met de volgende woorden: “Maar neem nu mijn broer. Een betrouwbaar voorkomen, goede manieren, welbespraaktheid en een uitstekende talenkennis. Van de andere kant is hij een flierefluiter, een rokkenjager en waarschijnlijk een drugsdealer, want zijn drie laatste vriendinnen, allemaal drolletjes met kapsones, zitten zwaar aan de cocaïne”.
Je collega wil eindelijk duidelijkheid: pareer hem met de volgende boutade: “Je óvervraagt me, want ik ben een mens en voor mensen is de duisternis zo groot dat ze niet eens kunnen zien waar die ophoudt, terwijl hun hele gezichtsveld tegelijk tot aan de randen gevuld is met kleuren”.
Je bekoorlijke vrouw somt al je fouten op: antwoord haar op vleiende toon: “Je verhalen zitten zo huiddicht op de waarheid dat ik er kippenvel van krijg. Zo zit het. Als ik mijn gedrag niet verander kan ik niet meer oeverloos aan je mooie lichaam blijven likken.”
Je vriendin zingt in de kerk enthousiast mee met de massa: waarschuw haar als volgt: “Al die blije, zingende mensen zullen bij de eerste beste gelegenheid onbarmhartig zijn, mocht onbarmhartigheid ineens populair zijn”.
Je collega pruimt je verstrooide stilzwijgendheid niet: zeg hem nadenkend: “Ik ben nu eenmaal iemand die liever luistert naar het geritsel van een snoeppapiertje op het straatbeton dan dat ik aandacht besteedt aan de opmerkingen van vrienden en vriendinnen”.

woensdag 30 december 2009

Een Dawkins mét risico


De Dawkins van de zeventiende eeuw

Het is een wonderbare paradox dat Spinoza, deze Dawkins van de 17de eeuw, in zijn Ethica niet alleen de rede propageert als hét middel voor onze verlossing, maar ook veel aandacht besteedt aan een uitvoerige analyse en daardoor aan het temmen van onze emoties (die hij aandoeningen noemt).
Ik citeer hieronder eerst een tekst om zijn rationele godsdienstkritiek te illustreren. Onder meer daardoor wordt deze denker zowat de eerste en misschien een van de radicaalste Verlichtingsfilosofen:
Het geloof is niets anders meer dan bijgelovigheid en vooroordeel. Wat voor vooroordelen? –die welke de mensen van redelijke tot redeloze wezens maken, daar zij geheel verhinderen dat een ieder zijn vrije oordeelsvermogen uitoefent en het ware van het onware onderscheidt, vooroordelen die met opzet lijken te zijn uitgedacht als om het licht van het verstand volkomen uit te doven. (Theologisch-politiek Traktaat, voorrede)

Uiteraard ging hij al vlug door voor een atheïst. Ik citeer nog een Satire van Voltaire (omstreeks 1772) die (als een overtuigd deïst) wel meende hem echt te begrijpen:

Toen kwam een kleine jood, met lange neus en flets gelaat,
Arm, maar tevreden, diepzinnig en solitair,
Met fijne, lege geest, meer gevierd dan gelezen,
Schuilend achter de mantel van Descartes, zijn meester,
Lopend met afgemeten tred, het Grote Wezen nader.
Het spijt me, zei hij, met uiterst zachte stem,
Maar, onder ons, ik denk toch dat u niet bestaat.

maandag 28 december 2009

Nieuwjaarswensen 2010


Ik wens al mijn trouwe lezers (en ook de accidentele) een voorspoedig 2010!
Ik hoop dat ze, in stille, meditatieve momenten, ver van het gewoel, vaak de vreugde meemaken van een warme, troostgevende reflectie. Mogen ze allen geregeld een gedachte vinden waaraan ze zich voor enkele weken kunnen optrekken, want, naar een woord van Pessoa, 'veel langer werkt de waarheid niet'.

Conversatietips voor gevorderden


Conversatietips voor gevorderden (18)

Wat je moet zeggen om gehoord te worden ...

Je staat met je vrouw voor de apenkooi: spreek haar toe op bedachtzame toon: “Als ik dingen lees als dat ons gevoel voor rechtvaardigheid afkomstig is van de Franse Revolutie, dat we de democratie zelf uitgevonden hebben of dat ethiek iets is wat we zelf bedenken, op zijn kantiaans, dan denk ik altijd: welnee, dat is allemaal ouder! En kijk: dat verleden staat te wippen voor je neus!”.

Niemand reageert op je briljante blogposts: troost jezelf met deze gedachte: “Ach, een muis concurreert nu eenmaal niet met een olifant!’.

Je schold je collega uit in het openbaar: biedt je excuses aan als volgt: “Ik wil niet rancuneus zijn, maar, in de woorden van Jacques Chirac, ik kan het ook niet helpen dat ik af een toe een goed geheugen heb”.

Een klimaatfanaticus laakt je gedrag: antwoord hem als volgt: “Vergeet het niet, ik heb me gestort op de nieuwste vormen van ecotechnologie! Zopas kocht ik een energiezuinig plasmascherm, een gsm die zich oplaadt met zonneënergie, een dozijn batterijen met een langere levenduur, ik schaf me voortaan alleen apparaten aan met een minimum aan elektriciteitsverbruik in de standbymodus en die zijn volledig gemaakt van recycleerbare materialen en vernuftig ineengezet met milieuvriendelijke productietechnieken”.

Een ontslagen burgemeester vindt geen job in het bedrijfsleven: troost hem met de volgende woorden: “Ach, wat wil je? Ze vinden je eigenwijs en misschien een beetje plat. Het Belgische bedrijfsleven kijkt met het grootst mogelijke dédain neer op politici. Het dienen van de publieke zaak wordt hier niet meer als een plus gezien, maar als een dikke min”.

Je vriendin is ervandoor met je buurman: zeg tegen ieder die het wil horen: “En dit is het gekke: ik voel mij breder, relaxter, prettiger. Ik heb het gevoel dat al mijn sensoren openstaan, in plaats van die paar waaraan ik altijd genoeg had. Ik voel mij minder opgejaagd. Ik ben sterker dan ik mij ooit heb gevoeld, toen ik nog onder haar bevel stond”.

Je werkt bijna zeventig uur per week: verklaar tegen je vrouw, je dochters en je kennissen: “Ik ben een soort calvinistische workaholic. In mijn wereld werk je tachtig uur per week. Het is zaak dat je erbij blijft horen, bij het wereldje van Macht & Belangrijk. Het ergste dat je kan overkomen, is dat je eruit valt. Dan is er niets meer”.

Je man-bankier is zopas wegens fraude aan de deur gezet: vertel al je vriendinnen: “Hij had blijkbaar een schok in zijn leven nodig, een necesssity die hem liet inzien waar de waardevolle dingen liggen. Onze cabrio, een rode Alfa Romeo Spider uit 1973, gaat morgen op de slaaptrein naar Bologna. Daar gaan we autorijden, het dakje naar beneden, over de strade azzure et verde. Smalle weggetjes langs de heuvels, door aandoenlijke dorpjes. Ze complimenteren ons daar met onze prachtige auto, ik antwoord ze in het Italiaans (mijn man spreekt alleen Engels), ze zijn verrukt en ze nodigen ons uit!”.

Je bent al je geld kwijt door de crisis, je vrouw zendt je naar een praatkuur: pareer haar als volgt: “Kom, kom, woorden helpen niets tegen stom ongeluk! Bovendien, ik ben in de jaren ’70 opgevoed met een gezond wantrouwen tegen alles wat eindigt op –goog of –loog”.

Je vrouw zeurt voortdurend over haar schrijversblok: geef haar advies met de volgende woorden: ”Jullie kribbelaars zijn geobsedeerd door je concurrenten. Blijf niet bij de pakken zitten! Kies er een uit, meng wat gif door zijn koffie: inkt, arsenicum, paddengal en gepureerde kikkers”.

Iedereen is jaloers op je rijke buurman: verdedig hem als volgt: “Ik ben erg voor miljonairs. Hoe meer miljonairs hoe beter! Op voorwaarde dat er fors inkomstenbelasting wordt geheven: 71 procent vanaf, laten we zeggen, tweehonderdduizend euro. Als ze werken voor de schatkist zijn ze een zegen voor het land”.

Het precieze gebruik (2081 - 2100)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (2081 – 2100)

2081. het kerstmedelijden van de machtigen:
volgens Hugo Camps ‘niets meer dan larmoyante koketterie van het showplebs en de elite die verveeld zijn geraakt door hun bladgoud’.

2082. waarom wij het niet goed kunnen hebben: Walter Pauli in De Morgen: “Drie jaar geleden verkocht de Regie der Gebouwen een Brussels complex aan de achterkant van het parlementsgebouw voor zo'n 32 miljoen euro. Nadat het bureau van de Kamer in maart 2009 zijn fiat had gegeven, ondertekende op vrijdag 18 december het College van Quaestoren de aankoopakte. Het moet gezegd: een deel van de gebouwen is nagelnieuw. De prijs van de aankoop is er dan ook naar: 139,5 miljoen euro. En dat terwijl dezelfde Kamerleden een nacht lang bezig waren om een begroting goed te keuren die alle inwoners van dit land doet bezuinigen en inleveren. Alleen als het voor de eigen Kamer is, mag het wat kosten. Ter vergelijking: de Kamer vindt de extra kantoren evenveel waard als de totale prijs van de jobkorting voor de laagste inkomens (135 miljoen) en zelfs van hetzelfde belang als de aankondiging van premier Leterme dat de federale overheid zich de volgende drie jaar fors wil inspannen voor het klimaat. Te weten: 150 miljoen euro".

2083. het eufemisme van de week: het volk Gods onderweg (voor: een democratische kerk). Maar al stapt dit volk dapper naar grotere gezagsvrijheid, het aantal passen per dag en het doel van de tocht krijgt het onverbiddelijk voorgeschreven.

2084. Pauluspretentie: zoals de apostel Paulus destijds door de omstaanders ‘gedwongen werd’ straffe verhalen te vertellen over zijn zeereizen, zijn vele schipbreuken en zijn heldhaftige avonturen, zo sta ik mezelf toe, bij het begin van het jaar, even op te scheppen over de wonderbaarlijke uitkomsten van mijn voorspellingen. Het mooie aan bijdragen voor een blog is dat ze een publicatiedatum dragen: voorspellingen erin kunnen later worden gecontroleerd. Zo blijkt het dat ik tweemaal gelijk van de feiten heb gekregen: ik voorspelde dat Neelie Croes haar job als Europees Commissaris voor Mededinging zou verliezen (waarbij de macht van de graaihaaien via hun lobbyisten en via hun politieke zetbaasjes kan worden gedemonstreerd) en ik voorzag dat Obama alleen maar zijn gezondheidsplan erdoor zou kunnen halen indien de uitwerking ervan in handen van privé-firma’s werd gegeven (en zo geschiedde het). Wat leren we daaruit? Het is altijd een wonder dat iets, hoe pietluttig, piepklein of onooglijk ook, ontsnapt aan de greep van het grote geld en zijn bokpotige representanten.

2085. gerechtszaken: open je de krant en je leest dat een machtsinstituut een ander voor de rechter sleept. Die evolutie is zorgwekkend, vooral in de politiek. In elke democratie geldt een scheiding der machten, al kunnen de hoogste rechtscolleges overal politieke beslissingen terugfluiten of ordenen. Alleen beginnen in dit land de eerste (wetgevende) en zeker de tweede (uitvoerende) macht bijna achteloos een beroep te doen op de derde macht (het gerecht). Dat groeiende beroep op de rechter geeft aan dat de politici zich machteloos voelen en niet meer zelf voor hun beslissingen durven opkomen. Op dezelfde manier gaan ze bedrijven en financiële groepen te lijf. Het omgekeerde gebeurt ook. Hogere hoven van beroep (ook de Europese) raken overwerkt. Tot wat dit alles leidt kan men afkijken in de USA, waar een zogenaamde procedurale ethiek de alledaagse (die van het overleg en van het hart) verdringt. Als dit ook hier het geval wordt ziet het er slecht uit voor de kleine man. Langdurige rechtstwisten kan hij niet betalen, en de staat, onder wiens machtige bescherming hij leeft, blijkt een reus op lemen benen in zijn poging de maatschappelijke leeuwen en tijgers in het gareel te houden.

2086. Man bijt hond: steeds meer krijg ik een hekel aan uitlachtelevisie. Hoe treffend en grappig ook, altijd zijn het kleine, weerloze lui die de risée van zo’n programma zijn. Beeld je eens in, een presentator van Man Bijt Hond die onuitgenodigd in de Vlaamse villa’s van vanille binnenloopt, indringende vragen stelt over de beleggingen van het gezin, informeert naar het liefdesleven van papa en kritisch tast naar de redenen waarom die lieve man zopas tweehonderd arbeiders heeft ontslagen, terwijl dezelfde TV-man onmiddellijk daarop intense belangstelling toont voor de nieuwe, echtgouden oorbellen van mama. In dit soort programma’s heerst een pensée unique: alleen de onderste lagen van de bevolking zijn belachelijk en alleen over hun ondeugden mag in het openbaar worden gelachen. Daar, zoals in de rest van de media, regeert de grote klassenangst.
2087. het geliefde dialect:
ik ben zelf geboren in De Kempen en toch vind het vies, dat Kempische dialect, met zijn holle L, zijn alles platslaande palatale a’s en zijn te weinig geronde klinkers. En wat lees ik in de krant? “Het Kempens wordt steeds populairder. Dat hebben ook de reclamejongens gemerkt. Steeds meer reclamespotjes zijn in het 'Kempisch'. Dat komt vooral door populaire figuren van daar, zoals Tom Boonen en Natalia”. Het zal wel weer elitair klinken, maar een volk dat zijn standaardtaal niet beheerst moet in het publiek zijn mond houden, ook in de reclame. Het ergste is dat zelfs de VRT zijn kijkers opvrijt door al te gewillig diegenen te plezieren die te lui, te onopgevoed en te weinig verfijnd zijn om de standaardtaal te spreken.
2088. de ontembare leeuwen en de tijgers:
de Britse bank Barclays zou tot 23.000 zakenbankiers de voorbije dagen een loonopslag hebben gegeven. In sommige gevallen zou het gaan om een opslag van 150 procent, meldt The Guardian. Barclays zelf ontkent de forse toename. Het nieuws voedt opnieuw de kritiek in Groot-Brittannië over de verloning van bepaalde bankiers.
2089. de Belgen:
de Belgen denken dat hun politieke vertegenwoordigers corrupt zijn. Meer dan vier of vijf Belgen weet zeker dat die corruptie de instellingen aantast. Vrijwel allen menen dat de rechtbanken niet streng genoeg optreden tegen dit bedrog.

2090. het einde van krantenstukjes: het is merkwaardig, op het einde van hun stukjes schrijven politieke journalisten heel vaak zinnen als: “Dat wordt een gevaar voor de democratie!” of: “Als dit fenomeen zich verder ontwikkelt dreigt de burger definitief af te haken”. Ik ken geen enkele journalist die eerlijk de conclusies uit zijn overigens vaak rake waarnemingen trekt. Altijd zwaait de zeis van de zelfcensuur, zindert de angst lezers te verliezen (want die willen een blije, op zijn minst hoopvolle toekomst) en vooral de nog grotere angst dat we al in de perfide situatie zijn beland waarvoor zij waarschuwen.

2091. waarom wij het niet goed kunnen hebben: de kostprijs voor de notionele interestaftrek, een belastingsvoordeel voor bedrijven dat in 2005 werd aangekondigd als budgettair neutraal, is na twee jaar al opgelopen tot 4 miljard euro (of: 160 miljard franken!). En het einde lijkt nog niet in zicht. We kennen allen de eenvoudige waarheid: als de staat geen inkomsten genereert, degenereert de sociale zekerheid. En besparingen grijpen altijd in het kruis van de kleine man. Zolang Reynders regeert kapseist de redelijkheid.

2092. euthanasie: als een alternatief daarvoor prijzen de godvrezenden de palliatieve zorg aan. Maar het blijkt om de haverklap dat de artsen, zonder een gedegen wettelijke regeling, angst hebben voor pijnbestrijding. Deze situatie komt op rekening van de onbarmhartige, liefdeloze christenen, die ook in dit opzicht verraad plegen aan hun Grote Roerganger.

2093. ongeloof: Rik Torfs in De Standaard: “Nog een reden om het ongeloof aan te hangen: het garandeert u een veilige stek in de maatschappelijke mainstream. U hoeft uw keuze niet te verantwoorden. U bent van ieder verder denken vrijgesteld. U bevindt zich dus in exact dezelfde positie die de katholiek een halve eeuw geleden zoveel comfort verschafte”.

2094. het strategische denken: nu de bazen alom graaien en via hun politieke maatjes op het punt staan alle niet-bazen ongenadig leeg te zuigen, verweer u! Lieg in je cv, verzin functies en vaardigheden, schep op over uw perfecte taalbeheersing en laat een rijkelijk licht schijnen op de complexiteit en het enorme sociale karakter van uw vele hobby’s. Wees niet zo schaapachtig het schrijnende machtsonevenwicht, dat deze heren tot hun eigen voordeel onverbiddelijk inzetten, te pareren met volstrekte eerlijkheid.

2095. Is er echt een crisis? En waarom zag niemand die vooraf? : de zopas overleden Martin Bril in een column (14 april): “Of de accountants stonden op deze schitterende Paasdag tegen de wind in te pissen, of we worden sinds het begin van de crisis belazerd”.

2096. het leven: we weten dat het leven niet meevalt, en meestal tegen.

2097. de noden van 2010: een dieper inzicht verwerven in de principes van de vibratietraining op een trilplaat met medisch certificaat; nooit meer kerstkaarten kopen met verstuivende glitter; de heerlijke ervaring opdoen van een luxe staycation (een vakantie nabij); de esthetische vervoering bereiken in een ‘retrospectief’ designhotel; als meisje het ideaal realiseren dat een boyfriend jeans werkmansachtig rond je heupen slobbert; ervoor zorgen dat je eindelijk de etnische nomadenlook tot de jouwe maakt; in de lente een kamer decoreren met modieus fotobehang (en daarop in de lucht borende Italiaanse of Franse pijnbomen); als vijftigjarige vrouw de droom hooghouden van nu en dan een slutty look in de slaapkamer; als belegen echtgenote je halfjaarlijks uitdossen als een heet paaskonijn; eindelijk doorgronden waarom men voortdurend spreekt van ‘de jaren nul’ en tegen december wat meer begrijpen wat de mens is.

2098. En wat doen de atheïsten?: ook dit jaar stroomde de Brusselse Finistèrekerk vol met daklozen en bejaarden voor het jaarlijkse gratis kerstdiner.

2099. de leugen van de week: in de weekendbijlage van Het Belang van Limburg: “Vandaag voelen de jongeren steeds meer de behoefte om goed te doen”.

2100. een jonge mens zegt het: Tom Lenaers: “Kandidaten in realityshows zijn aangeschoten wild. Dat klinkt als ouwemensenkak, maar het is zo”.

zaterdag 26 december 2009

Wat op '-oof' of '-oog' eindigt liegt


Hoe waar zijn de menswetenschappen?

Nogal wat menswetenschappers zijn behekst door een pijnlijke jalousie de métier ten opzichte van al degenen die met strenge methoden nadenken over de natuur. Ze verdedigen koppig hun territorium, dat in toenemende mate wordt bedreigd door de lange grijparmen van bijvoorbeeld de evolutionaire psychologie. De aanvalslust van deze discipline is deels terecht, deels onterecht, zoals C.D. Dennett (foto) in Darwins gevaarlijke idee uitvoerig uit de doeken doet. Verder wortelt dit ressentiment in het feit dat de natuurwetenschappen de waarheid als min of meer vaste waar kunnen aanbieden terwijl de menswetenschappen om allerlei redenen hooguit een wankele waarschijnlijkheid en vaak wisselende, subjectief ingekleurde deelwaarheidjes in de etalage kunnen zetten. Wetenschappelijke progressie biedt daar geen uitzicht op zekerheid, maar slechts op een toenemende overtuigingskracht van de bereikte inzichten.

Toch aarzel ik niet ook deze inzichten wetenschappelijk te noemen. Binnen een wetenschappelijke traditie (met alle controlemechanis-men die erbij horen), met een zekere systematiek, met de best mogelijke methodes (ze zijn objectiverend zover dat kan) werden zij veroverd op de doordeweekse gemeenpraat en geëxpliciteerd uit de alledaagse praktijken die, anders dan levensloze voorwerpen en op zichzelf betekenisloze standen van zaken, al vooraf van menselijke zin en van een zware culturele vernislaag zijn voorzien. Zo wordt het object van de menswetenschappen, door zijn diversiteit in tijd en ruimte en door zijn historische, geografische en maatschappelijke verwevenheid met zowat alles, overgedetermineerd, complex, samengesteld en meerduidig. Het lijkt alsof een en hetzelfde object tot ons spreekt uit honderd monden. Het is dan ook veel minder penetreerbaar dan de zwijgzame, relatief simpele objecten van de natuurkunde.

Ik belicht nu enkele manieren van denken waardoor het menswetenschappelijke spreken zijn overtuigingskracht vergroot. Ik maak daarbij gebruik van voorbeelden die op mijn blog figureren.

In de eerste plaats kunnen fenomenologisch verworven inzichten over menselijke aangelegenheden gerelateerd worden aan bevindingen uit het hersenonderzoek. Lees daarvoor mijn stukje Waarom wij dogmatisch denken?, waarin ik deze cognitieve versterkingsstrategie illustreer. Vervolgens kan een inzicht geloofwaardiger worden als het overeenkomt met een vergelijkbaar resultaat in een andere discipline. Bestudeer daarvoor mijn stukje De praktische en de theoretische rede en mijn latere bijdrage Rationaliteit alleen helpt niet (Frans B.M. de Waal over Dawkins). Ten derde verkrijgt een inzicht een extra legitimering als het overeenkomt met een bevinding van iemand in dezelfde discipline (waarbij een filosoof ook op een romancier of een kunstenaar een beroep zal doen). Men leze daarvoor mijn stukje over De vulpasta van het ego en bijvoorbeeld nr. 2068 van 'De illuminatie van de burger'. Dat stukjes op een blog een datum krijgen is een gelukkig toeval, want daardoor kunnen voorspellingen worden gecontroleerd. In de natuurwetenschap is een verklaring hetzelfde als een voorspelling, wat niet opgaat voor de menswetenschappen. Daar zijn immers de objecten van die voorspelling zo meergelaagd en zo overgedetermineerd dat ze, zelfs als ze zich na een voorspelling inderdaad voordoen, daardoor niet helemaal kunnen worden verklaard. Vele andere factoren, waarmee de voorspeller geen rekening hield, kunnen tot hetzelfde resultaat hebben geleid. Maar toch zal een geslaagde voorspelling, als de maker ervan door veel ervaring en een langdurige opleiding een sterk hermeneutisch vermogen heeft ontwikkeld, enigszins de geloofwaardigheid onderbouwen van die beweringen waarop de voorspeller steunde. Als iemand interesse toont voor de (zeer geringe) voorspellende potentie van deze auteur, zie zijn volgende reeks van 'De Illuminatie van de burger', nr. 2084 (nog niet gepubliceerd).

Het precieze gebruik (2061 - 2080)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (2061 – 2080)

2061. CD&V: bij deze partij is alles om het even behalve de macht

2062. het kardinaalspensioen: zopas ging de mediagenieke kardinaal voor het laatst in zijn functie voor in een kerstmisviering. De vraag is niet wie hem zal opvolgen (lekker voer voor de pers!), maar of zijn hoge ambt, omhangen met de eretekenen en met de (ondertussen verfijnd vergeestelijkte, maar nog steeds pijndoende) marteltuigen van het Ancien Régime, überhaupt voorgezet moet worden.

2063. de neologismen van de week: een stofman (materialist) of een geestminnaar; Gunter Malloot in Man Bijt Hond; crapuulttheater (dat van Arne Sierens); een fetisjacteur.

2064. links en rechts: men moet wel stekeblind zijn, hardhorig en totaal verstoken van enig hermeneutisch talent als men beweert dat de tegenstelling tussen links en rechts op dit moment van geen betekenis meer is. De teloorgang van de linkse partijen is ook te wijten aan een voor mij raadselachtige onkunde om vakkundig waar te nemen, een gebrek aan beoordelingsvermogen dat steeds grotere groepen aantast. Als een therapie tegen deze kwaal citeer ik maar zuster Jeanne Devos, met haar opvanghuizen in India: “Als je de rechterzijde of de bezittende klassen, noem het maar zoals je wil, haar gang laat gaan, dan eindig je met uitgebuit huispersoneel”. Of een voorbeeld veel dichter bij huis. Unizotopman Karel Van Eetvelt (een man zonder enig schaamtegevoel, die tegen betaling en ten faveure van zijn broodheren op de TV de grootste onrechtvaardig-heden met een kefferig bisschoppenbekje verdedigt): “Ik zal uitzoeken hoe de werkgevers kunnen ontsnappen aan hun aandeel in de forfaitaire vergoeding van 1666 euro voor ontslagen arbeiders”.

2065. Abou Jahjah: de diepste schaamte van Verhofstadt. Ik begrijp niet waarom Leterme moest opstappen omwille van enkele timide, gefluisterde telefoongesprekken met de rechterlijke wereld, terwijl Verhofstadt, die permanent vervellende slang, destijds in zijn stormloop tegen Abou Jahjah, het gerechtsapparaat met zijn verbale bajonetten gewoon tot actie dwong.

2066. merkwaardige verschuivingen: vandaag de dag neemt het linkerfront standpunten in die vroeger alleen maar uit de monden kwamen van reactionairen. Nog opmerkelijker en veel minder vergeeflijk is dat zelfs goedwillende linkse intellectuelen economische en sociale problemen als culturele beginnen voor te stellen: het is de islam van hier en de westerse waarden van daar… Maar rechtvaardigheid, de eerlijke verdeling van de vruchten van onze inspanningen, blijkt voor hen niet meer mee te tellen. Hoe graag schreef ik, als een nieuwe Julien Benda, een bijtend boek tegen hen, een giftige, eigentijdse uithaal naar het verraad der klerken, even vernietigend als een bermbom!

2067. evolutie: velen spreken nog altijd over de evolutietheorie, al is het ondertussen glashelder dat ze geen theorie is, maar een wet, een fundamentele natuurwet.

2068. het kleine ik (1): Arne Sierens in Knack: “Iedere mens raakt op een bepaald moment in zijn leven op drift door zijn eigen driften. We doen allemaal gigantisch ons best om graag gezien te worden, maar net daardoor wekken we haat op. We proberen diplomatisch te zijn, maar we kunnen het toch niet laten om een stamp uit te delen. We proberen principes te hebben, maar twee seconden later liggen die weer aan diggelen. Dit is gewoon hoe ik de mens zie”.

2069. geen bewust artistiek engagement: Arne Sierens in Knack: “Maatschappelijk theater dat klinkt zoals religieuze popmuziek: redelijk bescheten’.

2070. Het kleine ik (2): rijke mensen kunnen het risico nemen om te mislukken. Arme mensen hebben die mogelijkheid niet.

2071. de ernstige media: het weekblad Time heeft twee toponderzoeksjournalisten ontslagen met het argument dat ze te duur waren. Tegelijk kocht het de rechten op voor de babyfoto’s van Brad Pitt en Angelina Jolie voor naar verluidt vier miljoen dollar.

2072. de twitteraars: Henk Hofland in Knack: “Een soort schuimbekkende huismussen, ze zitten zich achter hun toetsenbord op te winden en laten de hele wereld hun halfalfabetische mening horen”.

2073. hoe de islam te bedwingen: dezelfde Hofland: “Er zijn natuurlijk overal fanatici, maar als je de moslims niet in een hoek jaagt, als je ze opneemt in het alles absorberende consumentisme, dan zijn de moskeeën over twintig jaar even leeg als de roomse kerken. De moslims in Nederland zullen natuurlijk seculariseren”.

2074. uitspraken van het jaar (1): Rik Torfs: “Een wetenschappelijk artikel dient meer om geschreven dan om gelezen te worden”.

2075. uitspraken van het jaar (2): Marcel Vanthilt: “Ze zeggen dat de kiezer altijd gelijk heeft. Ik zeg: de kiezer is gewoon een idioot die zijn keuze meestal baseert op niets. Of op de laatste beeldvorming in de media”.

2076. Der Untergang des Abendlandes: Walter Pauli in De Morgen: “Door de harde keuzes te vermijden maakt Europa zijn keuze: voor de zachte, langzame en onsamenhangende neergang. Europa wordt een museum van het goede leven: nog helder en modern vandaag, donkerder en versletener met het verstrijken van de jaren, een soort Groot-Zwitserland.”

2077. kerkelijke marketing op kosten van de Joden: Dirk Verhofstadt in De Morgen: “Ik noem de onderscheiding van Pius XII een kaakslag voor de Holocaustslachtoffers. Paus Benedictus XVI heeft zijn voorganger Pius XII tot "eerbiedwaardige dienaar Gods" verheven, de laatste stap naar een zalig- of heiligverklaring. Ik heb zo zijn vragen bij die benoeming. Pius XII was heel goed op de hoogte van de uitroeiing van de joden, maar heeft het antisemitisme en de gruweldaden van de nazi's op geen enkel moment duidelijk aan de kaak gesteld. Dat de kerk iemand heilig wil verklaren, ongeacht of hij of zij daarvoor in aanmerking komt, is dus een zaak van de kerk zelf, net zoals een vereniging kan beslissen om een van haar leden te onderscheiden. Maar in het licht van de grootste misdaad in de wereldgeschiedenis, namelijk de Holocaust, heeft een dergelijke heiligverklaring natuurlijk een veel grotere betekenis. Het zou de erkenning zijn dat Pius XII gehandeld heeft overeenkomstig Gods wil. Dat zou een zoveelste kaakslag betekenen voor de 6 miljoen joden die afgeslacht werden omdat ze door hun christelijke beulen beschouwd werden als Untermenschen en als moordenaars van God. Het zou het hoogstaande christelijke principe van de naastenliefde verpulveren tot een waardeloos begrip”.
2078. de index van verboden boeken: in 1948 (!) plaatste de kerk nog de Méditations van Descartes, de Lettres persanes van Montesquieu en Le rouge et le noir van Stendhal op haar zwarte lijst, maar niet Hitlers Mein Kampf.

2079. kerststal: Karel De Gucht heeft er een en ik niet.

2080. kerstsfeer: sterk aanwezig in Engeland (het wenskaartenmekka van de wereld), in de boeken van Dickens, in alle hoeken van de commercie, in het nostalgische cultuurbeleven van Etienne Vermeersch, in de pensioengedachten van de kardinaal en merkwaardigerwijze - in de gedaante van een mistletoe - in de onvermoede kuspraktijken van Staf Nimmegeers.

vrijdag 25 december 2009

Het heimwee van de bejaarden


Het paradijs van het onderwijs – Wie wat oud is krijgt geregeld de vraag: wat zou je doen als je je leven kon overdoen? Ik, voor mijn part, zou niet aarzelen opnieuw een carrière in het onderwijs aan te vatten. Ik geef toe dat ik onder zeer gunstige omstandigheden, in een goede school en aan doorgaans welopgevoede en verstandige leerlingen mijn wijsheden heb kunnen spuien, maar toch, het onderwijs is in vele opzichten een uiterst bevredigende bezigheid. Als eenmaal de primaire behoeftes zijn vervuld, zo beweert de Amerikaanse psycholoog Maslov, kan een mens aan de meer verfijnde, de meer vergeestelijkte vormen van zelfrealisering beginnen. Ook de gelukswetenschappers zijn het erover eens dat nóg meer inkomen, als eenmaal een bepaald niveau is bereikt, niet langer bijdraagt tot een verhoogd levensgeluk. Het zijn vooral de sociale relaties die dat doen.

En geen mens kan met enig succes de bijna passionele liefde voor het denken wekken in het hoofd van jonge mensen, afkerig als ze zijn van abstracte werkelijkheden, vér van hun leefwereld en hun natuurlijke interesses, als hij niet met groot plezier en met een wellicht aangeboren en dan door ervaring steeds verder ontwikkelde vakkundigheid met hen weet om te gaan. Vaak denk ik met heimwee aan dat intense dialectische spel: vóór je zitten zielen, gevangen in een lichaam vol hormonen, verstrikt in een voor hen vaak onontwarbaar netwerk van relaties, en dan kan je ze grijpen met een opgefokt woord, een straffe boutade, een bewering die de klokken doet beieren. Je kan een wereld voor hen openen, een houding demonstreren, een inzicht met emotie en verbeelding opkloppen tot een bewegend, uitgroeiend raster dat de leegte of de chaos van hun jonge geest begint te vullen en vorm te geven.

Een leraar met klasse is bij bepaling een eenling. Hij spreekt zelfs de meest belegen waarheden van de wetenschap uit in eigen naam, alsof hij ze zopas op eigen houtje heeft ontdekt. Hij denkt op eigen kracht en durft dat te laten blijken. Een zekere rebellie is hem niet vreemd. Alleen de intensiteit, de echtheid en de koppige consistentie van zijn persoonlijke reflecties doen het zaad ontkiemen in de klaarliggende akkers vóór hem. Hij is een gelukkig man, want tussen zijn kennissen zijn er van die hoogverdienende bedrijfslui die kinderlijk blij zijn als ze een kantoor bezitten dicht bij hun baas, als ze een regenjas dragen van hetzelfde merk als hun oppermanager. En zelfs als ze met pensioen zijn wagen ze het nog altijd niet om in het openbaar kwaad te spreken over hun meesters.

donderdag 24 december 2009

Rationaliteit alleen helpt niet


Frans B.M. de Waal over Dawkins

Alleen maar rationaliteit bekeert de creationisten niet

"Het gevecht tegen de creationisten moet anders worden aangepakt, anders dan Richard Dawkins en dat soort mensen denken. Zij denken dat je de creationisten ervan moet proberen te overtuigen dat het bewijsmateriaal voor de evolutie groot is. Wat ook zo is, dat weet iedereen. Maar volgens mij gaat het hier uiteindelijk niet om rationaliteit of bewijsmateriaal. Mensen in Amerika die echt gelovig zijn denken dat, als we accepteren dat wij niet door God zijn geschapen, dat automatisch betekent dat we álles kunnen doen álle normen en waarden meteen het raam uitvliegen. Ze zijn bang dat het aanvaarden van de evolutietheorie tot moreel verval leidt. Het gaat hier om een heel diep gevoel van ongemak bij de gedachte dat wij het product van toevalsprocessen zijn. Mijn ideeën zijn niet in strijd met Dawkins’ ideeën, daar gaat het niet om. Maar als je het hebt over het zelfzuchtige gen, om Dawkins’ beruchte metafoor aan te halen, dan denken heel veel mensen automatisch dat dat betekent dat wij geprogrammeerd zijn tot zelfzucht. En daar verzet ik mij tegen. Die interpretatie is niet noodzakelijk wat Dawkins zelf bedoelde, maar hij heeft het er wel naar gemaakt dat hij zo algemeen verkeerd begrepen wordt".

Uit een interview met Frans de Waal in Knack, in een artikel waarin de etholoog eveneens afgeeft op al te sterk rationele mensbeelden bij filosofen, op Kant, die in zijn moraal de emoties ten onrechte terzijde schoof, op Sartre, die de menselijke vrijheid als een blanco speelveld opvatte en op alle wijsgeren die zich beroepen op de menselijke natuur zonder rekening te houden met de imperatieven die de biologie daarin heeft gelegd.

TV zoals het hoort


Filosofie op TV!

Hierbij wil ik graag de aandacht vestigen op een vierdelige serie programma's die de IKON vanaf dinsdag 5 januari uitzendt. Op de drempel van een nieuw decennium werpen acht internationaal bekende denkers een blik op de vraag hoe we in een globaliserende samenleving goed met elkaar samen kunnen leven. Hoe gaan we om met diversiteit en hoe kunnen mensen een sense of belonging vinden zonder dat die anderen uitsluit? Voor een antwoord op deze vragen is de IKON te rade gegaan bij de filosofen Charles Taylor en Susan Neiman (foto), dichteres Antjie Krog, rabbijn Jonathan Sacks en verder Nasr Abu Zayd, Dominique Moïsi, Zainab Al-Suwaij en Ian Buruma. Stuk voor stuk zijn het gepassioneerde en geëngageerde denkers met hoopgevende visies. In vier uitzendingen krijgt u een inburgeringscursus tot wereldburger.

Alle informatie over deze serie vindt u op http://www.luxmagazine.nl/luxUitzending.aspx?lIntEntityId=484.

woensdag 23 december 2009

Het precieze gebruik (2041 - 2060)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (2041 – 2060)

2041. de klimaatcrisis:
vaak een zondebok met zeer brede schouders, een reuzengroot scherm waarop het blauw van allerlei angsten en het veelvuldige zwart van allerlei verontwaardiging met grove borsteltrekken kunnen worden uitgesmierd. Dat is ook het geval met de onvermoede woede die het wangedrag van de bankiers, de speknekkige ondernemers en de dikbuikige geldgraaiers heeft veroorzaakt. En dan is een klimaatcrisis meer dan welkom.
2042. de ziel: in Duitsland staat de ziel in de grondwet, althans de verheffing ervan: die seelische Erhebung.
2043. botoxinjecties: al lang niet meer de enige techniek waarmee we ons glad strijken tot de norm. Ook de geest heeft de zijne.
2044. de caritas in bejaardentehuizen: wordt tegenwoordig in zorgminuten uitgedrukt.
2045. telbaar: wat telbaar is is berekenbaar, wat berekenbaar is is manipuleerbaar en wat manipuleerbaar is is voor de manager de werkelijkheid zelf. Daarom gelooft hij niet in de ziel.
2046. Neelie Kroes: “Banken moeten weer overzichtelijk worden, terug naar verantwoorde en duidelijke taken. Ik ben niet tegen groot, maar wel tegen groot zonder toezicht en aansturing”.
2047. de verwende westerling: wil altijd de grote plussen maar piept onmiddellijk bij wat minnetjes.

2048. de neologismen en metaforen van de week: patiëntenbanken (overlevend op staatssteun); literatuur als een tiltlift voor de ziel.
2049. hemelse poëzie over de mooie natuur: even hels als het bezoek aan een parfumerieketen op een zaterdagmiddag in december.
2050. onmisbaar modern: fluorescerende roerstaven; een sexy muismat; prosecco op een begrafenis; flyers in je kamer met bekende dj-namen, aanzienlijke eindejaarskortingen op nieuwe borsten.
2051. medische terreur: Uit De Morgen: “De kerstman is een dikke zuipschuit met een riskante levensstijl en bedenkelijke kapitalistische methodes. De zogezegd goedmoedige geluksbrenger beoefent niet alleen extreme sporten als daksurfen of schoorsteenspringen, hij dreigt de jeugd met zijn geknuffel ook massaal te besmetten met de Mexicaanse griep. Dat schrijft de Australiër Nathan Grills, epidemioloog aan de eminente universiteit van Monash, in het vaktijdschrift British medical journal”. Een kleine suggestie voor Grills: geef eens een briljante beschrijving van een aan zijn gesteven stropdas bungelende bankier, met al de medische, financiële en maatschappelijke gevolgen van zijn maniertjes, zijn gedrag en zijn nefaste attitudes.
2052. kerstmismodernismen: witte pluchen babyloopsokjes met daarop een beer met een kerstmuts (Kruidvat); milieuveilige namaakkerstbomen in kunststof; een echt stukje bos als kertstkado; een verbod op consumentenvuurwerk; het acute gevaar van rondvliegende champagnekurken; een Waalse delegatie bij de inzegening van een in hun ontkerkelijkt binnenland gekapte kerstspar op het Roomse Sint-Pietersplein, zoals altijd zeer gedreven door het verlangen kerk en staat te scheiden; in het kader van het feminisme eindelijk een Kerstvrouw met ellenlange benen, geblondeerd haar én een kerstpakje dat nauwelijks iets verhult.
2053. wonderbaarlijke mutaties: Rik Van Cauwelaert in Knack: "Van Rompuy transfigureerde van Vlaams tjevendom naar staatmansstatus".
2054. Shakespeare en zijn maatjes: Astrid Wittebolle in Knack: “Edward Alleyn (1566-1626) was een echte theaterliefhebber. Toen de man stierf liet hij een archief van duizenden handgeschreven pagina's na aan het Dulwich College in Londen. Daarin zaten ook de geschriften die hij zelf had geërfd van zijn schoonvader Philip Henslowe. Samengevoegd zijn deze documenten de grootste schat aan informatie over het professionele theater in het zestiende- en zeventiende-eeuwse Engeland: de tijd van illustere grootheden als Shakespeare, Middelton of Marlowe. Alleyn en Henslowe bouwden verschillende theaters en baatten ze ook uit. Ze bestelden stukken en acteerden en regisseerden ook zelf. De manuscripten worden niet zomaar op de argeloze lezer losgelaten; de site bevat ook een hele reeks essays en studies die achtergrond en duiding bieden”.
2055. de verstrooide: zelfs toen hij dood was wist hij niet dat hij was overleden.
2056. oorden van decadentie: de FIFA, de Belgische voetbalbond, het rennersmilieu, de vele kruispunten tussen de politiek en de rechtswereld, de van geld druipende bankbestuurders, de managers, de van liquiditeiten en likeuren klaarkomende bedrijfsleiders, de van leugens, overdrijvingen en veralgemeningen vetgeworden populisten, de kerkleiders die zich als Verlicht afficheren, een vakbond voor verhuurders, alle stilisten, van vrouwenvlees overvoede organisatoren van fashion parades, de met juwelen en kunstorganen behangen kijkers ernaar, de hedendaagse musea voor Moderne Kunst, hun wauwelende directeuren en hun van artificiële verwondering uit zichzelf vloeiende schrijvelaars, alle soorten neppubliek (zelfs die van Geert Hoste), de ontelbare schijnintellectuelen, de haters van Nietzsche, de liefhebbers van Nietzsche, alle pausaanbidders, lekenpastoors (zeker als ze het menen!) en alle om aandacht schreeuwende, middelmatig begeerlijke kerkhulpen (de pastoor heeft al een vriendje!), de Vlaamse politiek, de Belgische politiek, de Europese politiek, de internationale politiek, een collectie van jonge cynici en vooral een vergadering van bejaarde beroepsoptimisten.
2057. Edward Schillebeeckx overleden (95): een van mijn kennissen schreef jarenlang aan een promotiescriptie over deze Vlaamse, internationaal vermaarde theoloog, die menig robbertje met Rome vocht. Hij stopte ermee: het voortdurende gedraai en de ingewikkelde verzoenzucht van de theoloog, zijn kronkelende exegese en de tsunami van zijn menswetenschappelijke inzichten en benaderingen werden hem te veel.
2058. nieuw met Kerst!: in Nederland zijn er restaurants die er geen bewaar tegen maken dat je op je eentje komt dineren. Een ouwe, van luizenpis lekkende straatsukkel inviteren op je kerstfeest hoeft niet meer: geef hem gewoon wat geld én het adres van zo’n restaurant.
2059. de Aquirusmaffia en zijn handlangers: Rik Van Cauwelaert in Knack: “Wie de lijst met oprichters en aandeelhouders van Aquiris bekijkt, begrijpt meteen de terughoudendheid van voogdijminister Huytebroeck, de BMWB en de lokale besturen. Want die lijst leest als de Gotha van de Belgisch-Franse betonlobby. Bovendien heeft de BMWB, volgens het Rekenhofrapport van september 2009, gewoon verzuimd een permanente controlestructuur op te zetten om de opdracht van concessiehouder Aquiris te begeleiden.Uit datzelfde verslag van het Rekenhof blijkt ook dat Aquiris bijzonder gesoigneerd werd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Want zonder verpinken betaalde Brussel de meerkosten voor de sanering van de site, die veel meer vervuild bleek dan uit de aanvankelijke studies bleek (21 miljoen euro), én de financiële gevolgen van de opgelopen vertraging (17 miljoen euro). Daarbovenop dwong Aquiris het Brussels Gewest, in volle financiële crisis, tot een nieuwe, voordeliger concessieovereenkomst. Aquiris zette het Gewest toen al onder druk met een mogelijke onderbreking van de watervoorziening. Daarover schreef het Rekenhof in september: 'De analyse van het financiële evenwicht van de overeenkomst van 18 december 2008 leert dat het gewest aanzienlijke financiële toegevingen heeft gedaan die verder gaan dan zijn contractuele verbintenissen om met name de continuïteit van de openbare dienst inzake waterzuivering te vrijwaren, terwijl de strikte toepassing van de overeenkomst voor die continuïteit had moeten zorgen.' Analisten van JP Morgan schatten de omzet van de waterbedrijven en waterzuiveraars tegen 2015 op ruim 1200 miljard dollar. De grootste operators wereldwijd zijn twee Franse nutsbedrijven, Suez en Veolia.
2060. het moderne conservatisme: een warrig staaltje van Benno Barnard op de Knack website: “Ik begrijp niet waarom de aanhangers van het egalitaire staatsmodel ter vervanging van het christendom het darwinisme prediken. Is dat om een schijn van wetenschappelijkheid aan hun politieke idealen te verlenen? Maar het darwinisme is een omschrijving van de natuur als een extreem hiërarchische organisatievorm - de voedselketen is een trap waar nogal wat schepsels vanaf donderen. Als er iets rechts en reactionair is, dan wel de natuur. Tot de verschrikkingen van het darwinisme als ideologie behoort het verbreken van het grootste sociale contract van allemaal: dat tussen de doden, de levenden en de ongeborenen. Het darwinisme betekent het einde van de transcendentie, de betrekkelijkheid van alle levensvormen en bijgevolg het onbelang van de dood - en dus ook van de doden . De dominante westerse cultuur heeft voor het eerst sinds de dageraad van het menselijk bewustzijn de band met de doden verbroken. Alle grote politieke moordsystemen sinds 1917 pretendeerden niet toevallig een wetenschappelijke basis te hebben; en niet per ongeluk waren ze allemaal anti-Joods en anti-christelijk”.

dinsdag 22 december 2009

Mijn scriptie over H.De Dijn (3)


Het aangeklede ik
Hoofdstuk II.
In 2003 beëindigde ik mijn studie Algemene Cultuurwetenschappen (OU, studiecentrum Diepenbeek) met een scriptie over de filosofie en de cultuurkritiek van de Leuvense professor Herman De Dijn. Promotors waren prof. dr. G. Vanheeswijck (OA) en dr. Van Zilfhoudt (OU). Ik probeer daarin De Dijns opvattingen over de Verlichting te nuanceren door een vergelijking met Charles Taylors visie op de moderne tijd en zijn actuele mensbeeld. Een tijdje geleden postte ik mijn Inleiding en Hoofdstuk I. Op aanvraag van een flink aantal lezers publiceer ik hieronder het tweede hoofdstuk.
HOOFSTUK II. HET PRIMAAT VAN DE ZINGEVING
2.1 De mens en zijn drie interesses
In het vorig hoofdstuk heb ik De Dijns opvattingen generaliserend omschreven en ze gesitueerd in de cultuurfilosofische traditie. Volgens deze Vlaamse denker kenmerkt de mens zich door drie interesses, waarvan het verlangen naar zin de voornaamste is. De mens probeert zich in zijn bestaan te handhaven door de hem omringende realiteit tot zijn voordeel aan te wenden. Deze poging noemt De Dijn de manipulatieve interesse. De mens verlangt ook kennis van die werkelijkheid en dan is er spraak van een cognitieve interesse. Daarnaast noemt De Dijn nog de zingevende interesse die weliswaar veel raakvlakken heeft met de andere twee, maar zich daarvan toch onderscheidt door een verschillende structuur. De Dijns filosofie kan alleen worden begrepen vanuit het inzicht in de aard en de functie van deze primaire interesse en vanuit de antropologie die daarbij past. Daarom wijd ik hoofdstuk twee volledig aan zijn analyse van dit fenomeen.1 In 2.2 ga ik in op de redenen waarom de Dijn aan dit verlangen een autonome status verleent. In 2.3 bepreek ik waarom de zingevende interesse het primaat heeft op de cognitieve en de manipulatieve. De kenmerken van de zinbeleving omschrijf ik in 2.4. Bij dit alles komt een antropologische aanname ter sprake waarmee deze auteur het bijzonder karakter van de zinervaring legitimeert. Op die wijze wordt de grondstructuur van de Dijns mensbeeld voor het eerst zichtbaar.
2.2 De autonomie van de zingevende interesse
Het verlangen naar zin laat zien wat de mens ten diepste is: een wezen van eer, dat voor zichzelf van waarde wil zijn en dat als dusdanig de erkenning zoekt van de anderen. Daarbij bedient hij zich van voorgegeven, aan hem uitwendige betekenissen, waarmee hij zich identificeert en zo tot deel maakt van zichzelf. Hij schakelt zich in in een ruimer betekenisgeheel dat de grenzen van zijn beperkt en contingent bestaan overstijgt. Hij wil zich verbonden voelen met iets wat van buiten komt en niet in zijn macht ligt. Dit proces is niet algeheel rationeel te vatten. De motor ervan is immers een bepaald soort sensibiliteit die wordt gevormd, geleid en gericht door daarachter liggende symbolische betekenisprocessen. Die organiseren zichzelf tot een bewegend veld van louter culturele onderscheidingen. Hun distinctieve kracht betovert het subject dat slechts het vermogen bezit daarop passend te reageren.
De zingevende interesse realiseert zich vooral in de moraal, de godsdienst en de kunst. Men kan denken dat al die activiteiten op een wat subtiele manier toch manipulatief van aard zijn: religieuze, morele en esthetische betekenissen zouden ons dan aangename ervaringen bezorgen en zo ons psychologisch comfort vergroten. De Dijn wijst deze utilistische interpretatie van ons verlangen naar zin radicaal van de hand. Hij gebruikt daarvoor het bekende ge-dachtenexperiment van R. Nozick.2 Veronderstel dat een ervaringsmachine kan worden geconstrueerd die ons alle gewenste aangename ervaringen kan bezorgen, gewoon door een druk op de knop. Als ons verlangen zich alleen maar richt op aangename ervaringen, dan zullen de mensen zich zonder aarzelen op deze machine willen aansluiten. Toch blijkt dit voor velen een beangstigend perspectief. Daaruit besluit De Dijn dat wij dingen van waarde niet nastreven om hun aangename effecten. Ons verlangen richt zich daarentegen in de eerste plaats naar het uitwendige, naar zeer concrete personen, dingen en situaties, die door de cultuur van appellerende betekenissen zijn voorzien. Het verlangen wil realiteit, een uitwendig, hard gegeven, dat het zwakke individu overstijgt en het daarom steun kan bieden en in de ogen van zichzelf en die van de anderen een zekere validiteit.3
Zo’n uitwendig gegeven, dat wij misschien het meest verlangen, is de erkenning door anderen. Herhaaldelijk noemt De Dijn het verlangen naar erkenning paradigmatisch voor de zinervaring. De structuur van beide is erg parallel. Erkenning is waardeloos indien ze wordt afgedwongen of alleen maar gegeven om de betrokkene een plezier te doen. De beoordelaar moet van ons onafhankelijk zijn, wil zijn positief oordeel echt iets betekenen. Het moet mogelijk zijn dat hij ons niet erkent. Het positieve dat we nastreven boeit ons slechts als het onlosmakelijk verbonden is met het negatieve, het risico van afwijzing of verlies. In de erkenning gaat het veeleer om een triadische verhouding tussen een beoordelaar, een beoordeelde én de objectieve prestatie of waarde die de beoordelaar in de beoordeelde prijst of laakt.4 Uiteraard begrijpt De Dijn dat ook erkenning niet zonder enige manipulatie kan worden bereikt: schrijvers zullen behendig contacten moeten leggen met uitgevers, sporters zullen systematisch moeten trainen. Toch houdt hij staande dat het verlangen naar erkenning, en door uitbreiding de gehele sfeer van de zingeving, geen onderdeel is van de manipulatieve interesse.
In de filosofische traditie bestaat ook de neiging de zingevende interesse ondergeschikt te maken aan de cognitieve. Wat toegankelijk is voor het intellect geeft dan ook onmiddellijk een bevredigend antwoord op ons verlangen naar zin. Elke vorm van absurditeit verschijnt in dat perspectief als een gevolg van onwetendheid. De Dijn voert twee argumenten aan om het radicale onderscheid tussen de zingevende en de cognitieve interesse overeind te houden.5 In de eerste plaats wijst hij op het verschil tussen feiten en waarden. Voor waarden zijn we gevoelig door een bijzonder soort (op zichzelf onbestemde) sensibiliteit, waarbij ook de verbeelding zijn rol speelt. Feiten daarentegen stellen we vast vanuit een rationeel en dus veeleer neutraal standpunt. Zodra de mens het standpunt van emotionele of imaginaire betrokkenheid verlaat, verlaat hij het domein van de zingeving. Vanuit een rationeel en neutraal standpunt kan men niet echt gewaarworden wat aan ons appelleert. Vervolgens beweert De Dijn dat we de vraag naar zin zelfs niet als cognitief probleem kunnen formuleren. Daarbij maakt hij een onderscheid tussen een cognitieve verwondering, die zich voordoet als een gebeurtenis strijdig is met ons gewone weten, en een niet-cognitieve perplexheid. Als een dierbare overlijdt, staan we soms ver-baasd over het feit dat alles zomaar zijn gewone gang gaat ondanks onze persoonlijke zorgen en onze persoonlijke tragedie. Wij vragen ons af hoe dat mogelijk is. Zo’n verbazing uit zich niet als een zuiver cognitieve vraag, waarop een theoretisch antwoord mogelijk is. Het gaat hier veeleer om een onrechtstreekse of metaforische weergave van een gecompliceerde ervaring. Het zou dus fout zijn aan de zingevende interesse slechts een decoratieve of symbo-lische functie toe te kennen, terwijl de echte problemen ter sprake komen op het terrein van de cognitie en van de manipulatie.
2.3 Het primaat van de zingevende interesse
De zingevende activiteit is niet ondergeschikt aan de cognitieve en de manipulerende, ze heeft veeleer een determinerende invloed op het geheel van het menselijk leven. Economische inspanningen bijvoorbeeld zijn niet volledig autonoom, ze zijn altijd ingeschakeld in een geheel van betekenissen dat vanuit de zingevende interesse tot stand komt. De waarde van een beroep of van bepaalde bezittingen zijn sterk afhankelijk van culturele betekenissen die aan het economisch streven voorafgaan. De Dijn vat zelfs de wetenschap op als een afsplitsing en een verzelfstandiging van een bepaald aspect van de zingeving. In verband met onze waardebeleving brengt hij een eigenaardig fenomeen ter sprake: een soort afstandelijk, objectiverend spel met het chaotische dat elke betekenisconstructie bedreigt. “Zelfs kinderen beseffen al dat elke constructie zijdelings verwijst naar destructie: enthousiast bouwen ze hun zandkastelen op, maar ze kijken ook verrukt toe wanneer de vloedgolf van de avond hun bouwsels weer uitwist.”6 Het zinvolle houdt immers altijd een risico in van zinverlies: daarom zullen mensen soms proberen de schok van die ontluistering te ontlopen door er op een afstandelijk objectiverende manier mee om te gaan. Ook in het geval van de wetenschap is er iets dergelijks aan de hand. Wetenschap vindt zijn voedingsbodem in een sterk affectief geladen nieuwsgierigheid. Bij de overgang van een traditioneel naar een wetenschappelijk wereldbeeld werd die ervaren als een verontrustend, ontluisterend en tegelijkertijd een zeer fascinerend fenomeen. Wetenschap is dan de poging om die verontrustende nieuwsgierigheid te sublimeren tot de koele passie van het objectieve kennen.7
2.4 De kenmerken van de zinervaring
2.4.1 Het transcendente karakter van de zinbeleving
Zeer concrete, aan ons uitwendige personen, dingen en situaties brengen ons verlangen naar zin op gang. Wat ons aanspreekt zien we niet alleen als een middel om aangename effecten in ons teweeg te brengen. Enerzijds willen we verinnerlijken wat ons treft of bekoort. We willen het bewaren als een blijvende aanwezigheid. Anderzijds is er in elke beleving van zin ook een aandacht voor datgene wat aan deze verinnerlijking weerstand biedt. Zinbeleving (en vooral de intensiteit ervan) bestaat juist bij de gratie van die tegenbeweging. Dit uitwendig, weerbarstig element in datgene wat ons bekoort laat zien dat waarden transcendent zijn, dit wil zeggen gedeeltelijk onafhankelijk van de effecten die ze op ons hebben. Terwijl we zin beleven, ervaren we een verwijzing naar iets dat niet in die ervaring is opgenomen. Toch kan het vreemde in wat ons bekoort onszelf op een ander moment als onbeduidend voorkomen. Soms wordt het onherkenbaar en soms voelen wij het aan als bedreigend. Het zelf heeft immers op ieder ogenblik een eigen betekenisstructuur, waarbinnen het vreemde als verlokkelijk, neutraal of als gevaarlijk kan verschijnen. In die zin impliceert ervaring van zin altijd een mogelijk risico van zinverlies.
De Dijn wil - heel anders dan in de filosofische traditie - het transcendente om-schrijven in negatieve termen, als datgene wat aan elke ervaring van zin een einde kan stellen en elke betovering kan doen omslaan in ontluistering.8 Als er geen zin is zonder mogelijkheid van zinverlies, dan is de idee van een alomvattende zinvolheid illusoir. Onze omgang met waarden heeft altijd de rijkdom van het onvoltooide. De Dijns opvatting van het transcendente is zeer radicaal. Heel anders dan bijvoorbeeld bij Hegel is het vreemde bij hem in die mate onafhankelijk en ongedefinieerd dat een verzoening tussen wereld en mens niet zonder meer vanzelfsprekend is.9 Het is precies dit besef van een zich van buiten af opdringende alteriteit, van ongrijpbare uitwendigheid en van onvermijdelijke contingentie die De Dijn in verband brengt met de ervaring van zin. Zij zijn er de mogelijkheidsvoorwaarden van. Een geslaagde beleving van zin vergt dan ook een paradoxale houding van inzet en overgave. Het gaat dan om een inzet die het succes niet wil beheersen of afdwingen en dus gepaard gaat met een fundamentele passiviteit en ontvankelijkheid.
2.4.2 Zinbeleving en incarnatie
Waarden spreken ons aan van buiten af. Door hun transcendent karakter zijn ze kwetsbaar. Deze intrinsieke kwetsbaarheid van waarden heeft te maken met de incarnatie van zin in concrete, particuliere objecten, personen, omstandigheden, gebonden aan tijd en plaats, aan een of andere vorm van materialiteit. Algemene waarden zoals het goede, het schone zijn slechts abstracties. Indien we die in een concrete context willen beleven, kan dat alleen maar gebeuren via lijfelijke representaties daarvan, die slechts verwijzen naar het transcendente, waarvan ze alleen maar een materieel symbool, een vleselijk teken zijn. Waarden verschijnen aan ons als symbolische goederen. Deze incarnatie geeft de waarden het karakter van een zekere toevalligheid en contingentie. Door diezelfde incarnatie zijn waarden ook vervormbaar.10 Omdat waarden aan ons verschijnen in een sterfelijke, materiële gedaante kunnen ze zich van ons verwijderen en hun betekenis verliezen. Het risico van zinverlies is onvermijdelijk. Vandaar dat elke traditie strategieën heeft ontwikkeld om met opduikend ongeluk of zinverlies om te gaan. Een belangrijke functie van de religie en van de kunst is precies de mens daarbij te helpen.
2.4.3 Het symbolisch karakter van de zingeving
De beleving van zin is in het werk van De Dijn op velerlei wijze aangeraakt door contingentie, duisterheid en onvastheid. Het menselijk verlangen lijkt onbepaald. Toch gaat De Dijn uit van een antropologische vooronderstelling die enigszins een vaste bodem legt onder al die onbestemdheid. De Dijn ziet de mens als een wezen van eer dat in de zijn ogen en die van de anderen waardevol probeert te zijn. Dit doet denken aan Paul Ricoeur, die, in het spoor van Fichte, de mens opvat als een wezen dat het verlangen heeft en de wil om te zijn.11 Dit verlangen en deze wil om te zijn impliceren een verlangen naar realiteit, waarachtigheid en intensiteit. De Dijn vertaalt die als een verlangen naar integratie in een groter geheel, als een sensibiliteit voor het uitwendige en het andere, dat juist door zijn vreemdheid aan ons appelleert, als een teken van het reële. Dit grondverlangen kleurt en modificeert de waarden die De Dijn met naam noemt zoals eer, rijkdom, een nageslacht, de waarheid.12 Elders spreekt hij van het ware, het goede en het schone.13 In de ervaring van zin geeft De Dijn aan het subject niets mee dan dit existentieel, met zijn natuur gegeven verlangen naar zijnsintensiteit. Dit verlangen is op zichzelf zeer algemeen en ongedifferentieerd. Het vertakt zich slechts in de beleving van concrete waarden als het is opgenomen in een culturele context, in een levende traditie, dit wil zeggen in een netwerk van praktijken, houdingen en opvattingen waarin individuen gericht zijn op symbolische goederen. Die gerichtheid heeft een eigen logica. Zinvol handelen kan niet begrepen worden in termen van een objectief (biologisch) nut, noch in termen van ervaring (aanwezigheid van plezier, afwezigheid van pijn).14 De omgang met zin is voor De Dijn duidelijk iets anders dan nutsmaximalisering of bevrediging van behoeften.
We komen slechts tot handelen wanneer we het gevoel hebben dat hetgeen we ondernemen waardevol is. Wat mensen willen bereiken spreekt zeer tot hun verbeelding en juist wat het meest tot de verbeelding spreekt wekt het meest hun begeerte. Of iets nu waardevol zal zijn hangt af van de betekenis die we eraan kunnen geven, een betekenis binnen een particuliere culturele ruimte, in een specifieke traditie, waarin anderen oordelen over onze handelingen en zo meebeslissen over hun waardevolheid. Het is de traditie die biologische gegevens (zoals familiebanden of de sexualiteit) van culturele zin voorziet.15
Het is juist de moderne wil tot beheersing die het misverstand in het leven roept dat ons verlangen een bereikbaar doel heeft, zodat het in principe kan worden bevredigd. De concrete objecten die wij verlangen worden volgens De Dijn veeleer beleefd als symbolen van het onbereikbare: zij stijgen als het ware boven zich zelf uit, zij zijn meer dan zichzelf. Hoe heviger wij een object verlangen, des te meer lijkt het te verwijzen naar iets waardoor het in zijn beperkte concreetheid wordt overstegen.
2.4.4 Schijn en zijn in de zinbeleving
Op die wijze laat De Dijn zien dat het menselijk verlangen geen welomschreven object heeft. Het is onderhevig aan allerlei wisselingen die zich niet laten controleren vanuit een of ander definitief, objectief gezichtspunt. Zorg wisselt af met zorgeloosheid. Wat we ervaren in ambitie lijkt vreemd op momenten van smart en pijn. Daarom is elke vastberaden concentratie op één doel, één plan, hoe waardevol ook, altijd een verraad tegenover wat vroeger belangrijk leek of later nog belangrijker zal blijken te zijn. In die zin is elke betekenisconstructie uiteindelijk illusoir, niets meer dan ‘schone schijn’. Ons verlangen is doortrokken van contingentie en wisselvalligheid. We kunnen ervaren dat daarvoor geen afdoend houvast bestaat. Daarom hebben we in wat we denken, zeggen en nastreven een indirecte verhouding met het ongedachte, het vergetene, het verzwegene.
De cultuur mag niet opgevat worden als een middel voor het overleven of voor het bereiken van objectief bepaalbare toestand van geluk voor zoveel mogelijk mensen. Cultuur heeft geen doel, maar ligt aan de oorsprong van doeleinden.16 Zo is ons verlangen aan alle kanten omringd door de sfeer van het ongrijpbare. Ons enig houvast zijn de traditionele zinpatronen rondom ons, waarmee wij door onze opvoeding en in onze levensgeschiedenis vertrouwd zijn geraakt. Die zijn van binnen echter weerbarstig: wij kunnen ze niet geheel verinnerlijken via ons kennen. Hoe vertrouwd ze ook zijn, in het eigene blijft altijd het vreemde. “Vandaar dat waardenbesef en waardenbeleving gekenmerkt zijn door een schroomvolle oppervlakkigheid: door de onwil de essentie te zoeken achter de schijn, zowel als door de onwil de essentie te laten samenvallen met de schijn.”17
2.5 Samenvatting
In De Dijns bijzondere antropologie verschijnt de mens als een wezen van eer dat bij uitstek zijn waardigheid vindt op het domein van de zingeving. Daarbij bedient hij zich van voorgegeven culturele betekenissen, gekenmerkt door een van de natuur onafhankelijke status en een geheel eigen logica. Die betekenissen ontsnappen aan onze beheersingswil en zijn rationeel niet volkomen expliciteerbaar. De leden van een particuliere gemeenschap delen die zinfiguraties en kunnen op die wijze - door bemiddeling van een derde term - de anderen erkennen of afwijzen. Die betekenissen zijn niets meer dan ‘schone schijn’. Ondanks hun betovering hebben ze geen fundament in re: het zijn slechts toevallige onderscheidingen die ons verlangen op gang brengen door hun distinctieve kracht. Omdat ze geïncarneerd zijn in een lijfelijke drager zijn ze vervormbaar en kunnen ze appelleren aan onze sensibiliteit.
Noten:

1 Over de aard en de kenmerken van de zingevende interesse en haar relatie tot de cognitieve en de manipulatieve is het meest te lezen in Burms en De Dijn, De rationaliteit, 1-37.
2 R. Nozick, Anarchy, state and utopia (New York 1974) 42-43.
3 De Dijns primaat van de zingeving toont verwantschap met de opvattingen van Emile Durkheim. Deze denker wees er al op hoe de dwangmatigheid van onze begrippen en morele oordelen in alle culturen te verklaren zijn vanuit collectief beleefde rituelen. Rituelen verschillen van samenleving tot samenleving, maar hun verborgen rol blijft dezelfde. Zij drukken de vereiste gemeenschappelijke ideeën en allerlei collectieve voortstellingen in de menselijke ziel. Daardoor perken zij de plasticiteit van de menselijke natuur in. Het individu deelt daardoor een wereld van gelijke betekenissen met anderen. Voor deze interpretatie van Durkheims rituelen zie Gellner, Rede en cultuur, 50-52.
4 De Dijn, Hoe overleven we de vrijheid?, 94.
5 Burms en Dedijn, De rationaliteit, 5-11.
6 Burms en De Dijn, De rationaliteit, 43. Het voorbeeld is van Henri de Montherlant, Va jouer avec cette poussière (Parijs 1966) 31.
7 Ibidem, 76-77.
8 Ibidem, 29.
9 Hegel laat het transcendente aansluiten bij iets wat essentieel is voor de mens, met name de rede. De mens realiseert zichzelf in een historische, objectieve orde die niets anders is dan de totaal tot zichzelf gekomen subjectiviteit. Het vreemde, het contingente, dat zich aan de mens van buiten af opdringt, transformeert zichzelf bij deze filosoof voortdurend in de dialectische categorieën van een zich met noodzaak ontwikkelende, universele Geest. Op die manier do-mesticeert Hegel de vreemdheid van het uitwendige en het toevallige. Zie daarvoor Ankersmit, ‘Het verhaal in de filosofie’ 130-155, aldaar 140-143. Veel radicaler dan Hegel zien denkers als Heidegger en Levinas het transcendente als iets dat onreduceerbaar is tot ons kennen of tot om het even welk menselijk project. Zie over de laatstgenoemde denker Burms en De Dijn, De rationaliteit, 71.
10 Zie hiervoor Burms en De Dijn, De rationaliteit, 33-36. Zij verwijzen naar J. Derrida, ‘Sig-nature événement contexte’ in: Idem, Marges (Parijs 1972) 365-393. Om iets mee te delen hebben we tekens nodig die herhaalbaar zijn. Omdat tekens herhaalbaar zijn, gaan ze een eigen leven leiden. Zij geraken met elkaar in onvoorziene verbindingen en creëren daardoor een nieuw betekenisgeheel dat vreemd of zelfs tegengesteld kan zijn aan wat de oorspronkelijke taalgebruiker had bedoeld. Derrida spreekt van de ‘iterabiliteit’ van woorden om te verwijzen naar dit fenomeen van vervormende herhaalbaarheid. Het risico van zinverlies is het geringst in de wetenschappelijke taal, omdat er daar staat wat er staat. De taal van het poëtische, het sacrale en het ceremoniële daarentegen heeft een sterk geïncarneerde betekenis. Er is een nauwe band tussen de materialiteit van het teken en de betekenis die het evoceert. Zulke tekens zijn erg vatbaar voor een fundamentele vervreemding, juist omdat ze zo suggestief zijn. Burms en De Dijn trekken hieruit de conclusie dat het hele domein van de zingeving onderworpen is aan de wet van de iterabiliteit. Waarden appelleren immers aan onze sensibiliteit. Daarom moet de materiële drager daarvan suggestief en evocatief zijn.
11 Voor Ricoeur en Fichte zie Van Heijst, Het verlangen naar de val, 170.
12 De Dijn, Hoe overleven we de vrijheid?, 93.
13 Ibidem, 61.
14 Ibidem, 93.
15 De Dijn wijst met kracht evolutionaire, bijvoorbeeld sociobiologische verklaringen van menselijk gedrag van de hand. De medemens wil dat we zijn verlangens au sérieux nemen. Hij voelt zich gekrenkt als we ze opvatten als isoleerbare grootheden, als lichamelijke gegeven-heden, die men vanuit een rationeel standpunt kan manipuleren. Zie daarvoor Burms en De Dijn, De rationaliteit, 24.
16 De Dijn, Kan kennis troosten?, 93.
17 De Dijn, Hoe overleven we de vrijheid?, 95.

maandag 21 december 2009

Eindelijk zichzelf


Sinksenfoor

Het was een voorval dat met de pracht van het spontane gespreid
ging liggen glinsteren, in zijn herinnering
dobberde tot een dag en langer leek naarmate hij van betekenis leerde.
De kermis kwam, claimde waarop ze aanspraak maakt
en stelde haar duizeltuigen op
gewonden rond wrok, tollend tot enclave van
in de man, het vroegrotte kind
capituleerde en nog steeds veracht hij
de hand die zalvend bij gerust zijn slaat. In zijn kinderkamer
met nepleer overtrokken en wonderjaren brak
onder neerslag van antipsychotica druppels Dipiperon
in klontjes, smolt het kind door tot een negatie verkrampte nacht
rust razen uit de legoloze doos van
het vroegrotte kind, vult zich met suikerstenen en vergeet.
Vergeet dat het geen verwondering is maar verontwaardigd.
Dat het verhongeren wil
met de kracht van kwadratering tot de eigen macht verheven
kapot wil gaan aan vol van wat het niet vat
om voller nog te overlopen naar, het panische, ontglipt hem.
Gedempt tot dokken, rijpt het vroegrotte kind en leert vergeten
dat al wat zich spiegelt bang is.
Maar de kermis kwam en claimde waar ze aanspraak op maakt
stelde haar duizeltuigen op
gerakeld uit zijn lethargie herkent het kind zich tot kermis king
in de Sirocco over 8-banen razend, krijst het zijn blijde boodschap
in tongen en met wondertekenen wreekt het zich in deze meta foor.


Dit keiharde gedicht komt uit de debuutbundel Waanwezig van NoN, een jong (?) Antwerpse verzenmaker, van wie niets bekend is. Ik vind het gewoon schitterend (als is dat wellicht niet het juiste woord).

Waanwezig - NoN
Uitgevrij Querido, Amsterdam/Antwerpen, 2009
ISBN 978 90 214 3730 9 - € 16,95

zondag 20 december 2009

Conversatietips voor gevorderden


Conversatietips voor gevorderden (17)

Wat je moet zeggen om gehoord te worden ...

Je kent niet eens het jaar van De Slag der Gulden Sporen: verdedig je als volgt: “De liefde voor het verleden is grotendeels schijn. Geschiedenis trekt alleen publiek in de vorm van kitsch. Ik heb een hekel op dat geilen op roddelverhalen uit het verleden, een soort ramptoerisme.”.

Het is crisis en wonderlijk genoeg lijdt je broer geen cent verlies op zijn aandelen: feliciteer hem met de volgende woorden: “Jij hebt veel engeltjes op je schouders gehad in je leven, en dit was er één van”.

Je buurvrouw valt je weer lastig met haar problemen: zeg haar zeer beslist: “Laten we over de lentemode praten. Die problemen van jou kunnen voorlopig best voor zichzelf zorgen!”.

Je schoonmama komt plotseling op bezoek en je vrouw panikeert: geef haar de volgende raad: “Jij bent niet de enige die niet de hele familiekring in lijstjes op het toilet hebt hangen. Kijk, we hebben nog twee dagen. Genoeg om de toiletdeuren te behangen met dierbaren. Op de slaapkamers, de trapopgangen en op het keukenprikbord kunnen we de kinderen, de kleinkinderen en onze vakantiekiekjes exposeren. Aan de slag maar!”.

Een vriendin is getrouwd met een kunsthistoricus en een andere niet: spreek de tweede relativerend toe: “ In de jaren tachtig woonde ik samen met een aardige, beschaafde en zeer intellectuele vrouw aan wie ik me voortdurend dood ergerde, want ik bezat geen enkele van deze deugdzame eigenschappen. Toen werd ik verliefd op een meisje dat later mijn huisgenote werd. Zo zie je maar!”.

Je ex nodigt je niet uit op het kerstdiner: schrijf haar een brief vol herinneringen: “Weet je nog, hoe wij vroeger, toen we op kamers waren, de brave burgers bespotten, slaven van het grootkapitaal, die in onze ogen volstrekt gefingeerde gezelligheid creëerden met behulp van hulsttakken, zalmsnippers en andere truttige kerstattributen?”.

Je zwager zegt geen woord tijdens het diner: vraag hem zonder schroom: “Is het waar dat je vader een beroepszonderling was, die de hele dag eendjes tekende in de marges van oude kranten en zijn sigarettenpeuken in kunstige formaties rechtopstaand op de keukentafel liet uitbranden, tot het geheel de merkwaardigste landschapjes vormde? En waarom is je broer niet zo? “.

Je vriendin beweert dat ze zich niet lang kan hechten: troost haar met de volgende woorden: ‘Mijn moeder was een vrouw die zo waanzinnig naar liefde hunkerde dat ze haar talent pas kon ontplooien vanaf het moment dat ze mijn vader ontmoette. Toen begon ze driftig te schilderen. En nadat hij was gestorven heeft ze eigenlijk nooit meer een penseel kunnen vasthouden. Ze was totaal afhankelijk van hem. Maar niet erg gelukkig.”

Je collega lijdt aan contactarmoede: troost hem met de volgende bekentenis: “Ik ben er niet beter aan toe. Best begrijpelijk dat mijn familie, vrienden, kennissen, medeforumleden, oud-klasgenoten en andere medemensen me in 2010 eigenlijk niet meer willen zien omdat ik, halverwege december, nog keihard 464 onbeantwoorde berichten van ze in mijn mailbox heb zitten. Op sociaal gebied ben ik een onrendabele!”

Het precieze gebruik (2021 - 2040)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (2021 – 2040)

2021. ontnuchtering: De Pools-britse denker Leszek Kolakowski: “Wie als hedendaagse filosoof nog nooit het gevoel heeft gehad dat hij een charlatan is, moet wel een oppervlakkige geest zijn, wiens werk vermoedelijk niet de moeite van het lezen waard is”.
2022. het filosofisch delirium: uit NRC Boeken (Vrijdag 7 november 1997, auteur zonder naam): “Filosofie doet op een wat ruimere schaal niet zoveel anders dan wat 'generalisten' op een vakgebied doen. Ook wetenschappers overzien hun eigen discipline allang niet meer en daarom is het in ieders belang dat er af en toe een samenbindende visie wordt opgeworpen die alle deelkennis zijn plaats en daarmee zijn betekenis geeft. Wanneer er zoiets gebeurt, is er altijd lof voor degene die zo'n meestergreep heeft durven wagen, maar ook onvermijdelijk kritiek vanuit de specialismen op de talloze details die in zo'n overzicht niet deugen. Werk in teamverband helpt wel een beetje, maar in laatste instantie is zo'n visie toch van één persoon afhankelijk en zal de details onvermijdelijk enig geweld worden aangedaan. Ook filosofen zijn, wanneer ze een wereldvisie ontvouwen, verplicht zich zo goed mogelijk te informeren - ook over de wetenschappen - maar daar is een grens aan. Op dezelfde manier hebben zij de plicht zo helder mogelijk te schrijven, maar ook daar is een grens aan. Het enige dat hen uiteindelijk onderscheidt van de charlatan is hun intellectuele strengheid, waardoor hun woorden vatbaar blijven voor kritiek en zij bereid zijn tot een redelijke discussie daarover. Dat behoedt hen niet voor misslagen, maar wel voor het afglijden in een wereldbeschouwelijk delirium”.
2023. wensen: een zalig Kerstmis en een draagbaar Nieuwjaar!
2024. de ideale lyfestile: als er niets is dan de vorm en uit de vorm alle inhoud met argwaan en wellust is verbannen.
2025. om ter meest crimineel: een vroegere Minister van Buitenlandse Zaken noemde de hulp aan asielzoekers misdadig. Nu laat men ze doodvriezen aan het ijs van de Zenne. Als het om een gekleurde buitenlander gaat vinden vele Belgen dat niet erg: weer eentje minder! Het is wel duidelijk: wij zijn allen slechts lichtjes door de Verlichting aangeraakt en alleen tot aan onze opperhuid van het Christendom doordrongen.
2026. de literatuur in de menswetenschappen: het getuigt van een éénzijdige kijk op wetenschap om het gebruik van literaire bronnen per definitie te hekelen als onwetenschappelijk. Als een roman er perfect in slaagt om zekere kenmerken van het leven te verduidelijken is het volgens mij een legitieme wetenschappelijke methode om ervan gebruik te maken als hulpmiddel. Ik denk hier aan de bekende stelling van de Franse romanschrijver Marcel Proust die verklaarde dat de kerntaak van intellectuelen bestaat uit het aanzetten van het kijken naar de bestaande realiteit met andere ogen. De fundamentele opdracht van de intellectueel is binnen dit opzicht niet het opstapelen van nieuwe kennis of het verzamelen van empirische en meetbare data maar het bestijden van dogma’s en orthodoxe ideeën aanwezig binnen gangbare manieren van denken en redeneren. Het is een variant op de stelling van de Duitse filosoof Hans Georg Gadamer, één van de grondleggers van de hermeneutiek, dat het ultieme doel van kennisvermeerdering bestaat uit het voortdurende bedenken van nieuwe horizonten en gezichtspunten en niet uit het accumuleren van steeds nieuwe gegevens.
2027. rationaliteit: er bestaan een geïdealiseerde vorm ervan en een reële. De eerste is nuttig als een regulatieve idee, maar zij is niet aan te treffen in de praktijk van het denken. Omdat we eindige wezens zijn is ook onze rede beperkt. We zullen het dan ook met die verzwakte vorm van redeneren moeten doen. Gelukkig is die beperktheid niet hetzelfde als totale onmacht.
2028. persoonlijk schuldgevoel: men moet opletten voor politici, bankiers, bedrijfsleiders en allerlei soorten machthebbers, want zij proberen met succes hun eigen falen om te zetten in een schuldgevoel van de individuen. Het is ook een ethische daad om onterecht aan jezelf toegeschreven schuld niet op je te nemen, en zeker niet voor honderd procent of als enige tussen de velen die een lelijke bochel op de rug hebben.
2029. waarom wij het niet goed kunnen hebben: op één en dezelfde pagina van De Morgen: a) Peeters trekt 70 miljoen uit voor Vlaamse economie b) De BAM heeft 41,7 miljoen euro verlies geleden door het laattijdig afwikkelen van renteswaps. Europa is van oordeel dat de BAM opgenomen moet worden in de Vlaamse rekeningen.
2030. gedachtenexperiment (1): stel dat we een chip konden inplanten die onze hersenen van alle kennis voorziet. Zou zo’n soort weten ons bevrijden en gelukkig maken, zoals de verlichtingsoptimisten ons beloven (‘Das Denken macht frei!’)? Waarschijnlijk niet, want het beslissende in alle kennis is dat we die zelf op onze geestelijke traagheid, op de complexiteit van de wereld en op de taaie weerstand van de anderen hebben veroverd. Op zo’n kennis ben je trots, wat voor een ondernemend mens min of meer hetzelfde is als gelukkig.
2031. gedachtenexperiment (2 - de geluksmachine van de filosoof R. Nozick): veronderstel dat een ervaringsmachine kan worden geconstrueerd die ons alle gewenste aangename ervaringen kan bezorgen, gewoon door een druk op de knop. Als ons verlangen zich alleen maar richt op aangename ervaringen, dan zullen de mensen zich zonder aarzelen op deze machine willen aansluiten. Toch blijkt dit voor velen een beangstigend perspectief. Daaruit besluit ik dat wij dingen van waarde niet nastreven om hun aangename effecten. Wat waardevol is willen we niet zomaar ontvangen, maar op eigen kracht veroveren. De mens, zegt Nietzsche terecht, is een blozend dier: hij wil iets betekenen, hij vraagt respect voor een puike prestatie.
2032. het verlichte Westen: Path Phong is een vuile, vieze hoofdsraat van Bangkok, een straat waar dikke, vunzige westerse mannen op goedkope Thaise hoeren kruipen, soms nauwelijks veertien jaar oud.
2033. de filosofie: een soort decompressiekamer tussen het verlangen en de waarheid.
2034. vreemde reiservaringen: in Tibet een ontmoeting met de dalai lama ervaren als een ‘unieke gebeurtenis’; naar China vliegen met een reisbutler; authentiek overnachten in een kartonnen pop-uphotel; kou lijden op de subtropische Engelse stranden; oudejaar vieren in Athene en al lallend heimwee hebben naar de Platoonse hemel; München bezoeken zonder een bierhal van binnen te zien en zonder te denken aan het Bruine, Besnorde Monster.
2035. Groen!: deze partij wou, tot ons aller schade, in geen geval samen met links. Nu trouwt ze met de SLP, de links-liberalen, een meelijwekkend, links en rechts kwekkend zootje, zogenaamd kritisch, maar in feite zeer gedomesticeerd, lieden die de belangrijke zaak van de sociale rechtvaardigheid alleen willen verdedigen als ze tegelijk goede maatjes kunnen blijven met de bazen. Ach, Groen! is zo burgerlijk. Geen wonder dat de partij niet kan groeien.
2035. dakloos in de kou in Brussel: uit een lezersbrief van Staf De Wilde in De Morgen: “Maar allerlei particuliere initiatieven mogen ons niet doen vergeten dat de dakloosheid van honderden asielzoekers te wijten is aan jaren van non-beleid. Vooral de koppigheid van minister Turtelboom heeft ervoor gezorgd dat de regularisatie voortdurend werd uitgesteld, waardoor de opvang vertraging opliep, wat geleidt heeft tot de huidige toestand”.
2036. de idiotie van de week: Bert Claerhout: “De kerk is er niet om macht te verwerven, maar om te dienen en een stem te geven aan de zwakken en noodlijdenden”.
2037.de economie: voorspellen is moeilijk, zeker als het om de toekomst gaat.
2038. bejaarden: iedereen heeft volgens de filosoof Fichte een wil om te zijn, en, als alles goed gaat, liefst zo intens mogelijk. Omdat bejaarden voelen hoe die wil van alle kanten wordt belaagd beginnen ze onvermijdelijk te fantaseren over hun eigen begrafenis. Want je eigen begrafenis waar geen mens aanwezig is, is de laatste, onherroepelijke overwinning van het niet-zijn op het zijn, even erg, zoniet erger dan een mislukt huwelijk of een mislukt leven.
2039. prettig gestoord: tegenwoordig is ‘prettig gestoord’ niets om je voor te schamen, maar een kwaliteit die voor bepaalde beroepen zelfs mooi op je cv staat. Een voorbeeld daarvan zijn kidults: volwassenen die zich graag wentelen in kinderplezier. Zij beginnen verrukt te spinnen tijdens een spelletjesavond, als ze een snoezig eendje aantreffen in een lichtroze badkamer of als de lichtjes van de kerstboom vredig pinkelen. Een minder onschuldige uitwaseming van het kidultschap voor vrouwen is de lolitamentaliteit (bijvoorbeeld lichtblauwe, meisjesachtige jurken met een strikje en met konijnenoren als accessoire).
2040. wantrouwen: wantrouw vooral die mensen die zichzelf niet wantrouwen.