woensdag 22 september 2010

Het precieze gebruik (3421 - 3440)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3421 – 3440)
3421. het kleine ik: in zijn Humanisme et Terreur (1947) hekelt de Franse filosoof (van marxistische huize) Maurice Merleau-Ponty het simplistische denken over goed en kwaad, het geweld, de maakbaarheid van de vrijheid en de zin van de geschiedenis. In een pleidooi voor erkenning van ambiguïteit en een realistische analyse van het kwaad in de politiek spreekt hij van een regressie in het politieke denken. Er wordt, stelt hij, een probleem over het hoofd gezien: dat de menselijke natuur geen gelukkige oplossingen genereert.
3422. consumeren voor de vrede: beroemd in dit opzicht is de ‘Golden Arches’-theorie voor conflictpreventie, die de New York Times-columnist Thomas Friedmann ontvouwde in zijn boek The Lexus and the Olive Tree (1999). ‘Er zijn niet twee landen met elk een McDonald’s –vestiging met elkaar in oorlog geraakt, sinds elk van hen een McDonald’s-vestiging heeft.’ Dit moge Amerikaanse grootspraak zijn, toch hou ik staande dat langdurig consumeren een pacificerende uitwerking heeft. Op den duur is genot een stevige rem op het geweld.
3423. kerkelijke narcisten: ze weten met zekerheid hoe een mens zich moet gedragen door hun persoonlijk contact met jawel, het centrum van de kosmos. Ondertussen blijven de rotzooi en de horror uit de kerkriolen tevoorschijn gulpen.
3424. goede gelovigen: die uit protest tien zondagen niet meer naar de kerk gaan en in de meimaand één keer de Internationale zingen.
3425. goede beleggers: soliditeit én solidariteit.
3426. de laatste neologismen: kliktips (voor interessante websites); de ex-Westvleut (Van Gheluwe); hij geeft koeken op de muil van zijn vijand zodat de haargel met industriële hoeveelheden tegen de muren spat; de strakke jaren van een babe zijn snel geteld; Wilders testosteroncultuur.
3427. deus Leterme: de voormalige ambassadeur van God in West-Vlaanderen is stiekem op weg om de langstzittende premier van de laatste vijf jaar te worden. Als de furieuze Di Rupo De Wever eindelijk heeft opgevreten (een hele onderneming!) of omgekeerd (een veel geringere culinaire prestatie!) wordt de voortdurend zichzelf krabbende, naar God riekende West-Vlaming weer spoedig zichtbaar op het politieke toneel in de gedaante van de Heilige Drievuldigheid (Leterme III).
3428. het rijkste land van de wereld: de armoedegraad in de USA steeg in 2009 tot 14,3 procent. Dat is de hoogste toename sinds 1994. Bijna 44 miljoen Amerikanen zijn arm, vier miljoen meer dan in 2008 en het grootste aantal in 51 jaar. Een op de zeven Amerikanen leeft onder de armoedegrens. En omdat grote groepen niet kunnen consumeren is er zowel religieuze als politieke radicalisering.
3429. de moderne techniek: de GPS is niet zoals Bart De Wever, want de eerste kan zich vergissen. Dagelijks komen er verscheidene autobestuurders aan in het Kempische dorpje Lille die voorheen op hun GPS de Franse stad Lillle (Rijsel) als hun bestemming hebben ingetikt.
3430. het gebrek aan succes van de menswetenschappen: soms denk ik dat het een gelukkige omstandigheid is dat de studie van menselijke aangelegenheden niet even succesvol is als die van de natuur. De laatste is bij de massa’s niet populair voor zijn waarheidsvinding, maar voor zijn technische toepassingen. Al in de 19de eeuw verschoof het zwaartepunt van de (in techniek omgezette) natuurwetenschap van de universiteit naar de fabrieken. Sindsdien zijn de industriële laboratoria geduchte concurrenten van de universitaire. In dit proces heeft de commercie de wetenschap voor een flink stuk gekaapt. Er wordt vooral nagedacht over wat verkoopbaar is. Ik mag er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren als ook de menswetenschap alom toepasbare resultaten opleverde.
3431. poëzie: Y.M. Dangre (debuutdichter): “Poëzie is het koninginnenstuk van de literatuur, de pure, gebalde genialiteit.”
3432. bazen (1): neem om het even welke eigenschap en zijn bezitter. Van het moment dat de laatste baas van een organisatie wordt zal men de eerste verheerlijken. Want macht seksualiseert niet alleen zichzelf maar werpt ook een erotische glans over de dingen, personen en toestanden die ze meesleept in haar spoor.
3433. bazen (2): hoe machtiger iemand is, hoe meer zijn magische krachten lijken toe te nemen in de ogen van de onderdaan.
3434. bazen (3): wie er niet in slaagt stevig op eigen benen te staan (hoe moeilijk dat ook is voor de kleine, van alle kanten in zijn mogelijkheden beperkte mens) rest er niets anders dan zich te vereenzelvigen met hogere doelstellingen en met de machten daarachter. Daarom gaf de negentiende-eeuwse kleinburger en die uit de Weimarrepubliek zo hoog op van het nationalisme: het verenigde hem symbolisch met de adel, de hogere burgerij, de militairen en het onderscheidde hem gunstig van diegenen die alleen maar bekommerd waren om het dagelijkse brood en het recht op een stuk zeep. Daarom blijven vele Vlamingen, hoewel ze overal geuten onwelriekend priestersperma in hun neus gewaarworden, merkwaardig trouw aan de kerkelijke waarden: daar vinden ze een bovenpersoonlijke voornaamheid, een samenspel van verheven machten, dat hen optrekt uit hun persoonlijke onmacht.
3435. bazen (4): hoe harder ze meppen naar het volk, hoe daadkrachtiger en heroïsch ze lijken, hoe eenvoudiger de wereld wordt voor hun dienaren, hoe intenser het algemeen verspreide verlangen naar onderwerping zijn genoegdoening krijgt. Want voor de mens is niet de gehoorzaamheid een probleem, wel het eigen denken en de vrijheid.
3436: de Verlichting: zij verplicht ons tot denken, vervolgens tot de verwoording van de resultaten en uiteindelijk tot daarbij passende handelingen. Geen wonder dat de meeste mensen het Licht uitdoen.
3437. Mark Rutten (voorzitter VLD, Ned.): maakt op dit moment het meest rechtse kabinet ooit, een kabinet waarvan naar zijn zeggen ‘alle rechtse krachten in het land de vingers zullen aflikken’, zeg maar de grootste door de politiek georganiseerde rooftocht naar beneden, die de laatste twee eeuwen in de Nederlandse geschiedenis heeft plaatsgevonden.

3438. bêtises: de Franse filosoof Deleuze onderscheidt heel terecht gewone domheid (die op vergissingen of op onwetendheid berust) en bêtises (een soort koppige oerdomheid die zelfs in het licht van in het oog springende feiten zich niet laat corrigeren). Een zeer ergerlijke recente bêtise, die al is opgenomen in het gemiddelde taalgebruik en dus de collectieve geest verziekt, is de volgende: de termen links en rechts hebben in de huidige politiek geen zin meer.
3439. kerkelijke casuïstiek: de kerk verbergt en verschuift het probleem van de eigen verantwoordelijkheid over de pedofiele perikelen van haar eerwaarde snuffeldieren door alle aandacht toe te spitsen op een ander probleem: het celibaat, dat daarmee wel samenhangt, maar toch een andere focus heeft. In een lezersbrief op de website van De Morgen: “In februari van dit jaar zagen we hetzelfde gebeuren bij een ander zich ontastbaar wanend instituut. Het debat over de verantwoordelijkheid voor de dood van 18 reizigers en het trauma van honderden anderen verschoof in geen tijd naar een technische discussie over veiligheidssystemen. Persoonlijke verantwoordelijkheid (van diegene die het sein had genegeerd) en bestuurlijke verantwoordelijkheid (van spoorbazen, staatssecretarissen en ministers) werd zo van tafel geveegd”. Inderdaad, wie de macht wil begrijpen moet doorhebben hoe fijnzinnig ze liegt en hoe gewiekst-jezuïtisch ze zich uit situaties redt.
3440. kerkelijke bedektaal, ditmaal van kerkgangers zelf: ‘We willen de bisschoppen ook bemoedigen, we nemen een loyaal-kritische houding aan’.

dinsdag 21 september 2010

Het precieze gebruik (3401 - 3420)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3401 – 3420)
3401. meezingen, meeklappen: pas speelt de muziek in de zaal, of de mensen beginnen mee te klappen, mee te deinen en ritmisch armen en voeten te bewegen, daarbij gehoord gevend aan een oeroud appèl, een magie van de regelmaat, waarmee ze, plotseling met blije gezichten, zowel de eentonigheid als de dreiging van het alledaagse even te lijf gaan. Klopt de tamtam, dreunen de bassen: óp gaan ze in een uitwendig aangestuurd automatisme, bijna paradijselijk meegevoerd door een onverwachte, verlossende engel.
3402. gesprekken: in gesprekken neemt één deelnemer het woord en praat een tijdje over wat hem bezighoudt. De anderen, hun besognes associërend met die van de eerste spreker, nemen hem het woord af tot de laatste, profiterend van een stilte in de conversatie, ongestoord meedrijvend op de onderhuidse rivier van zijn eigenheid, zijn eerste thema opnieuw op tafel legt.
3403. het bonusplezier: de Duitse staatsbank Hypo Real Estate (HRE) heeft het jaar 2009 meteen verlies van 2,2 miljard euro afgesloten, maar wist de top toch 25 miljoen euro aan bonussen te geven. Dat meldt het Duitse weekblad Der Spiegel. De bank in München kwam vorig jaar na een steunoperatie in handen van de overheid en de bonussen zouden in de toekomst beperkt blijven. Volgens de Duitse krant heeft de bedrijfsleiding zich beroepen op oude toezeggingen en gedreigd met aanklachten. Deze week werd bekend dat de bank nog eens 40 miljard nodig heeft van de overheid. Vorig jaar werd al een staatsgarantie van 100 miljard euro afgegeven.
3404. vragen over het consumentisme (1): het maakt van ons allen, of we nu willen of niet (want deze ongehoord aanlokkelijke kracht van buiten neemt ongevraagd bezit van vrijwel alle uithoeken van onze ziel) gemakkelijke, zeg maar kleinburgerlijke genieters. Omdat we dat soort genot niet willen opgeven (en waarom zouden we?) plooien we ons dankbaar naar de harde structuren en de veel meer zoetgevooisde legitimeringen die het mogelijk maken. Zopas las ik een boek over Ernst Jünger waarin de eigenaardigheden van de Duitse ziel van vlak na de Eerste Wereldoorlog goed uit de verf komen (bijvoorbeeld een geëxalteerd loflied op de allesverwoestende oorlog, een verlangen naar een staalharde, heldere, mannelijke identiteit, een wil tot een extreem opgeklopte zelfervaring, een afkeer van vrouwelijke gevoelens zoals lichamelijk plezier, liefde en medelijden, een bereidheid om jezelf heroïsch op te offeren voor een grotere zaak)[1]. Anderzijds, wat zijn de positieve en de negatieve eigenschappen van een ziel waarvan de bezitter al decennia lang het consumentisme als zijn natuurlijke gedragsvorm en de eromheen dansende opvattingen als vanzelfsprekend ervaart? En nog interessanter: wat is de norm om de positieve van de negatieve te onderscheiden?
3405. het nut (en de prijs) van het consumentisme (2): ik denk dat het consumentisme over het algemeen, als je spreekt over grote groepen (want er zijn vele uitzonderingen) en over lange jaren de zeden verzacht en de individuen beschermt tegen millenarisme, fundamentalisme, utopisme, kortom tegen een te grote aanhankelijkheid aan abstracte, maar zeer verleidelijke quasirealiteiten (God, het Vaderland, de Partij, het komende Geluk van de Mensheid enz.). Op een of andere wijze slaat het genieten (waarschijnlijk door zijn concreetheid en zijn directheid) de bodem uit het verlangen om door abstracte (her)interpretaties van de wereld ons heil naderbij te brengen. De prijs daarvoor is een zekere decentrering van het ego, het verlies van de wil om zichzelf tot een heroïsche, gewapende eenheid samen te ballen.
3405. de verrechtsing van Nederland: op één en dezelfde dag lees ik in onze overbuurse kranten: CDA-Kamerlid Mirjam Sterk vindt uitzetting een reële optie voor Roma die geen werk hebben; ondanks eerdere positieve verwachtingen is er volgend jaar toch sprake van koopkrachtverlies, aldus het Centraal Planbureau; het kabinet in wording van VVD, PVV en CDA wil minimumstraffen invoeren om te voorkomen dat rechters te lage straffen toekennen.
3406. de listen van ons verlangen: ik verwacht vol ongeduld al maanden een voor mij uiterst belangrijke brief. Al drie weken wacht ik evenzeer op de levering van een door mij in Amerika besteld boek. Op een morgen betrap ik de postode bij mijn brievenbus: hij heeft het bedoelde boek in zijn handen. Onmiddellijk overvalt mij een golf van op het eerste gezicht overdreven vreugde: de inlossing van deze kleine verwachting suggereert echter op een magische wijze de vervulling van mijn nog grotere verwachting.
3407. Goedele Liekens: Rudy Vandendaele over deze TV-figuur in Humo (in een lezersbrief): 'Ik heb het over de kleffe familiariteit die ze in haar televisieprogramma's tentoonspreidde, of over haar met een diploma in de psychologie gemaskeerde sensatiezucht. Ik heb het nooit over haar versprekingen gehad, zelfs niet over haar taalgebruik in het algemeen: een klankenspel waarmee je in bepaalde dorpen perfect kunt meedelen dat er een Brabants trekpaard op hol is geslagen bij deze of gene landbouwer.'
3408. de laatste neologismen: zich een rolberoerte lachen; het loodgietersfederalisme (met telkens kleine toevoegingen); een idiote haatiman; de kardinaal deed een quasiklagerige uitspraak; rechtse rancuneretoriek; het mumbojumbo van politieke carrièreristen die bang zijn voor een eigen mening; krijg nou tieten, zeg! (scheldwoord); actieve pluriformiteit (Cohens nieuwe term voor multiculturalisme); dat sujet is het burgemeesterschap ingerommeld ten koste van een ander.
3409. film en werkelijkheid: op de culturele pagina van een krant: (citaat uit de nieuwe geldwolvenfilm van Oliver Stone): - a customer: “ How much do you ask?” – a bank manager: “More!”. Op de financiële pagina van dezelfde krant: “ BNPP Fortis verlaagt rentevoeten op onlinespaarrekening.”
3410. rechtlijnigheid: het is een triestige erfenis van de kerkelijke moraal (en aanverwante culturele systemen) dat het goede in verband wordt gebracht met rechtlijnigheid en onmiddellijke transparantie. Ook in het rechts-populistische én in het links-correcte taalgebruik moeten politici en partijen vooral zuiver en eerbaar blijven. Toch werd de laatste honderd dagen duidelijk dat het achterkamertje (en daarmee zowat het tegengestelde van rechtlijnigheid en volstrekte openheid) een betere plaats is voor de goede politiek dan de vitrine.
3411. de gemijterden: maar zij verschrompelen helaas niet als een penis na de ejaculatie in de hand van een kind.
3412. witteboordcriminaliteit (1): ze ziet er niet crimineel uit, maar ze is het. En ze is het des te meer omdat ze de schijn van sjieke respectabiliteit weet op te houden. Wie zich daardoor in de maling laat nemen is deel van het probleem.
3413. witteboordcriminaliteit (2): Hugo Camps in De Morgen: “In de rechtszaal zie je alleen mannen van sublieme snit. Veel krijtstreep. Wereldkampioen vouw in de broek. In hun vestimentaire pimp ligt de ontkenning van alle schuld”.

3414. witteboordcriminaliteit (3): zo weinig zijn de mensen gestaald in het wantrouwen tegen gezagsdragers dat het voldoende is dat de laatsten in uniform op een podium staan, in een in Parijs gesneden pak of in een purperen ambtsgewaad of ze verliezen het geloof in zelfs maar de mogelijkheid dat die hoogwaardigen met opzet hun vertrouwen kunnen schenden. Alle liefde is een verovering op het wantrouwen. De meeste vormen van achterdocht zijn een nuttig en noodzakelijk element in de coctail van de menselijke verhoudingen. Wie dat ontkent heeft een te hoge dunk van zichzelf of van zijn klasse en verdedigt een individueel of collectief belang.
3415. de kleine mens: Arnon Grunberg in De Volkskrant: “Wij zijn een onbevredigbaar verlangen. In de menswetenschappen worden de strategieën bestudeerd om wat onbevredigbaar is toch te bevredigen.”

3416. de jaren ’60: de zogenaamde revolutie van zestig heeft bij velen de angst voor autoriteiten voor een flink stuk weggenomen. We zwijgen niet meer omdat we weten dat onze woorden ongewelvallig zijn voor priesters, politici of andere bazen. Dit brengt nu een soort verruwing van de zeden mee. Nederlandse meisje van twaalf spuwen om de haverklap het woord ‘fuck’ uit hun mond. Ze dwingen hun eigenheid af met behulp van dit verbale schroot in ieders billen. En misschien leidt die verruwing op den duur tot een verharding van de ziel, waardoor empathie en het vermogen tot identificatie met de anderen gewoon meelijwekkend worden. En zowel de media als de politiek aarzelen niet dit jammerlijke verschijnsel ten eigen bate uit te vergroten, waardoor het in sterkte toeneemt.
3417. Wilders driftig geblaat: het is duidelijk dat deze blondgepruikte bewoner van Venlo voortdurend scheldt, tiert, bedreigt, overdrijft en zich aan geen enkele redelijkheid iets gelegen laat liggen. Als je je zo opstelt dan moeten de conflicten wel escaleren. Andere ongerichte projectielen in Nederland, die zelf hebben leren schelden (maar niet denken) bewonderen zijn luid geblaat en mekkeren als boze schaapjes voorbeeldig mee.
3418. de rechtse partijen: of de besparingen nu nodig zijn of niet, deze partijen krijgen voorspelbaar een aanval van kwispelende blijheid als ze alleen maar het woord in de oren hebben. Bovendien zijn het geen echte besparingen, maar collecties bij het volkje onderaan om de luitjes bovenaan in alle gulheid te subsidiëren.
3419. een jonge cultauteur: óf hij durft in zijn blote kont op een preekstoel te gaan staan óf hij poseert als een arrogante klootzaak, bij wie de coke uit zijn neus loopt en die de avond tevoren nog twee 14-jarigen heeft geneukt. Kortom, als een bisschop.
3420. de paus bezoekt Engeland: de uitgesproken atheïst Richard Dawkins adviseerde de paus (‘het hoofd van de op één na kwaadaardigste religie in de wereld’) terug te keren naar zijn ‘armzalige, door Mussolini bedachte vorstendom’. De filosoof A.C. Grayling vergelijkt hem met een drugsbaron: ‘Als het hoofd van een drugskartel betrokken was bij een samenzwering, zouden we serieuze bedenkingen hebben als hij naar ons land kwam. Waarom zouden we de paus anders behandelen? Ratzinger zou op zijn minst persona non grata moeten zijn!’

1] Zie mijn literatuurlijst: Jeffrey Herf.

maandag 20 september 2010

Boosheid over meningen


Boosheid over meningen: wie veel en over heel wat onderwerpen heeft nagedacht maakt zich bij gelegenheid boos over de meningen van anderen, niet in de eerste plaats om hun inhoud (die hij altijd met kennis van zaken kan afzwakken, tegenspreken of negeren), maar veeleer omdat die in zijn gezicht exploderende opvattingen een gat boren in zijn narcisme, zijn stiekeme, smeulende almachtsdromen, zijn volledig door zichzelf gedirigeerde blik op de wereld, die de werkelijkheid niet registreert, maar omtovert tot een naar zijn plannen gebouwd huis, een afgepaald bestaansterrein, waarover hij al jaren heer en meester is.

Fundamentalisme


De oorzaken van het fundamentalisme - De laatste tijd doe ik voor de studie van menselijke aangelegenheden graag een beroep op het volgende heuristisch principe: hoe probeert de van nature zwakke mens zichzelf (en de anderen) te versterken? Welke (openlijke of verborgen, feitelijke of ideologische) operaties voert hij uit om een of andere soort van levensvervulling op eigen kracht mogelijk te maken (hoewel dit soort eigenmacht niet voor de volle honderd procent kan opereren, want ieder ik is in de eerste plaats een buiten)? Omdat de weg naar het geluk (hoe men dat ook definieert) meestal moeizaam is, een collectieve onderneming en een lange tijd vergt (soms over generaties heen) bestaat er een verlangen om individueel, direct, intens, bijna op een magische manier greep te krijgen op de werkelijkheid.
Eén manier is de wereld te vervangen door een serie nieuwe of halfnieuwe abstracties (of een combinatie of bewerking van oudere symboolsystemen), een vooral talige wereld, een in gedachten omgezette werkelijkheid die voor de mens heel wat elastischer en aantrekkelijker is dan de uiterst weerbarstige, met wantoestanden vervulde wereld van alledag.
Als zo’n heilsvolle interpretatie er eenmaal is volgen daaruit met logische noodzaak een reeks van handelingen die moeten worden verricht of absoluut vermeden. De fundamentalist geeft een heldere, daarom een bijna esthetische vorm aan de wereld, een orde die ook zijn ego in al zijn geledingen doordringt. Zijn gevoelens en zijn verbeelding organiseren zich naar zijn dwingende inzichten: blind blijft hij trouw aan zijn principes, hij ontwikkelt een stoïsche, heroïsche daadkracht, hij wordt ongevoelig voor pijn én wars van oppervlakkige genietingen, in zijn verbeelding houdt hij het oog gericht op het grote doel en op de eigen heldenrol. Opeens is hij een opmerkelijke kracht tussen de krachten, een flitsende zweep over het bestaan. En vooral: hoe meer hij de dienaar wordt van zijn abstracties, hoe meer hij krachtig, militair saluerend aanwezig is bij zichzelf. Zijn leven lijkt intens, terwijl hij verstijft in zijn innerlijke eenheid.

zaterdag 18 september 2010

Het precieze gebruik (3381 - 3400)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3381 – 3400)
3381. twee waarheden (1): het pure lichaam is helemaal natuur. Het bewustzijn is tot de rand gevuld met interpretaties daarvan.
3382. twee waarheden (2): er is de volstrekt objectieve waarheid en er is de waarheid voor ons heil. De wetenschap staat voor de moeilijke, maar niet onmogelijke taak de eerste te denken terwijl ze, zowel vooraf als nadien, door de tweede is ingesloten.
3383. twee waarheden (3): we leven vanuit de waarheden van de leefwereld. Nu en dan, als we ons voor een tijdje op het eilandje van de strikt wetenschappelijke reflectie bevinden, tasten we even aan de hoeken van de natuurlijke wereld. En dan vallen we weer in de ronde werkelijkheid van alle dag, in de valpoel van vooroordelen, in het ongezifte geruis van het gewone gebabbel, dat alsmaar doorgaat en ons tot in de vingertoppen in bezit neemt.
3384. de gewone praat: de gewone praat is het ijzeren referentiepunt voor onze werkelijkheidservaring. Waarover door velen in vele koffiehuizen in alle toonaarden wordt gesproken verschijnt ons op den duur als even reëel als een rotspartij, al is het niet tastbaar, al is het geen door de natuur onmiddellijk gegeven object. Zo kan God worden geboren en het Vaderland of het idee van Het Zuivere Ras.
3385. het sciëntisme: zeer ten onrechte laden theologen van alle slag de term sciëntisme als buskruit in hun geweren. Ze hopen daarmee een moordend schot te lossen op het wetenschappelijke denken. Toch bestaat er wel degelijk een onwelriekend sciëntisme: als er wordt beweerd dat de studie van menselijke aangelegenheden zich uitsluitend van de harde natuurwetenschappelijke methodes moet bedienen. De complexe, procesmatige, historische en dus uiterst veranderlijke en zeer door de tijdsomstandigheden aangeraakte fenomenen in de menselijke wereld worden dan doorgaans gereïficeerd (als dingen voorgesteld, onaangeraakt door de menselijke relaties) en van een bijna onveranderlijke essentie voorzien (een essentie blijft – als een steen - aan zichzelf gelijk en wordt niet bepaald door een wisselende omgeving). Het tijdsgebonden, samengesteld en overgedetermineerd karakter, de veelsoortige gelaagdheid en de emergente eigenschappen (die eigenschappen die optreden op een hoger niveau van organisatie en die niet kunnen worden verklaard uit die van de samenstellende delen) van deze fenomenen worden dan al gauw versimpeld en teruggevoerd op een paar of soms zelfs op één heldere (natuur)oorzaak. Zo zijn er nog altijd overtuigden die zonder schroom beweren dat de mens, als eenmaal de geheimen van zijn brein of de evolutionaire coctail van zijn driften zijn blootgelegd, in al zijn dimensies van daaruit verklaard kan worden.
3386. het geweten van de auteur: iedere auteur, zij het van simpele tweets, hijgende liefdesromans of van filosofische werken waaraan Hegel een puntje kan zuigen, richt zich in zijn verbeelding tot een ideale lezer, aan wie hij zich spiegelt, aan wiens imperatieven hij gewillig gehoorzaamt. Als de eerste de contouren van de laatste kan omschrijven kent hij zichzelf, dringt hij door tot zijn diepste motiveringen.
3387. macht: Vaclav Havel: “Hoe komt het dat, als iemand de macht verliest, hij ook de zin van zijn leven verliest?”.
3388. De Belgische en de Nederlandse politiek: ze beginnen steeds meer te lijken op een dierentuin waarin de oppassers zijn verdwenen.
3389. het vliedende ik: Frank Albers in Knack: “De boeken die je hebt gelezen en de boeken die je nog wil lezen, de boeken die je maar half hebt gelezen en de boeken die je koestert. Allemaal vormen ze het groepsportret van een voortdurend verschilferend, vervliedend ik. Elke bibliotheek is de biografie van een lezer. Ze vertelt het verhaal van een ik dat nooit heeft bestaan”.
3390. het populistische begeren: steeds meer ontwikkelen de mensen een computerverlangen, een wens om een bijna geautomatiseerd bestaan te leiden: druk op enter en de wereld is opeens in orde.
3391. de populistische rancune: op dit moment is de Verlichting ook bij de onderste klassen aangekomen (verlicht zijn is op z’n minst mondig zijn). De mensen durven het aan hun wensen en verlangens (ook de onredelijke) ongeremd te uiten. Maar tegen de machtige instituties en de belangrijke instellingen kunnen en mogen ze niet terugpraten.
3392. boosheid: boos zijn is niet sjiek. Laat je woede exploderen in een rustige opeenvolging van zachte, maar besliste woorden.
3393. meningen (1): of je écht eigen meningen hebt meet je af je aan de hoeveelheid en de sterkte van je tegenstanders.
3394. meningen (2): doorgaans vinden we die mensen aangenaam die geen mening hebben of slechts opinies die passen in het subgroepje waarvan we deel uitmaken. Zelfs als we pertinent wéten dat ze diep in zichzelf totaal met ons van mening verschillen vinden we hen toch makkelijker in de omgang dan diegenen die in het openbaar (slechts) voor negentig procent met ons akkoord gaan.
3395. de laatste neologismen: voyante lulklets (zever); de filosoof denkt verder dan wat de oermallen van zijn brein hem dicteren; een electorale martelaarsbonus (de winst van de LPF na de moord op Fortuyn); het narcisme van het kleine verschil (over de onmogelijkheid van de linkse partijen in Nederland om samen te werken); de spurtbom (Mark Cavendish); het moderne articulatievehikel (twitter).
3396. het verlokkelijke denken: niets is zo licht en inténs als het denken. Met slechts enkele begrippen trek je de verste plaatsen, tijdspannen van eeuwen en een reidans van belangrijke personen samen in één pietluttig, ronddraaiend puntje van je ziel.
3397. de markt: Pierre Rosanvallon: “Zij is zowel een instrument tot emancipatie en autonomie als een middel tot overheersing. Haar negatieve zijde moet door de staat worden ingeperkt, zonder de positieve al te zeer af te slijpen”.
3398. de nieuwe gelijkheid: als die er niet kan komen via de rede, zegt Tony Judt, dan moet die maar worden gerealiseerd door de angst. Inderdaad, veel van de grote sociale hervormingen uit het verleden kwamen tot stand met de hulp van rechts omdat daar angst heerste voor revoluties. Maar wie slaagt erin de huidige onaanraakbare, in gordels van geld, mediatieke macht en machinegeweren ingesloten streepjespakkendragers nog met enige effectiviteit te doen rillen van angst?
3399. waarom de economen het voortdurend mis hebben: er werd en er wordt opnieuw goed verdiend. Wie waarschuwt dat er een crash aankomt, is een pretbederver. Aan universiteiten hebben de economen het overgenomen van de sociologen. Door de aard van hun denkraam (en de vooronderstellingen daarin) zijn de eersten vrijwel allemaal medeplichtig, misschien tegen hun diepste intuïties in, aan de meest geslaagde hold up van de eeuw: de recente financieel-economische crisis.
3400. een ouderwetse ziel: het is goed dat een mens op een bepaalde leeftijd doodgaat, want zijn ziel moet een beetje passen bij de tijd. En ik heb zo’n vreselijk ouderwetse ziel! Ik lees nog voortdurend boeken, ik wantrouw de onderbuik, aan alleen maar ‘genieten’ heb ik een broertje dood en – horresco referens – in een tijd van tweedehandsmeningen en van intellectuele gehoorzaamheid praktiseer ik het ondertussen wormstekig geworden ideaal van de persoonlijke Bildung. Ik vind het ergerlijk Plato te lezen in een dure, modieuze mercedes, omdat het eerste géén en het tweede véél bewondering opwekt.

woensdag 15 september 2010

Het precieze gebruik (3361 - 3380)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3361 – 3380)
3361. Monseigneur Danneels: staar naar hem met de ogen van Marat, laat je stem trillen als die van Robespierre, noem hem “Citoyen Danneels!”.
3362. de kerkschaamte (1): voortaan klinkt het dagelijks confiteor voor eeuwig hypocriet.
3363. de kerkschaamte (2): het volk haat niet zozeer de boeven, maar veeleer degenen die (zoals de kerk en de linkse partijen) in het openbaar met nobele principes staan te zwaaien en die vervolgens uit eigenbelang op de mestvaalt gooien.
3364. de kerkschaamte (3): wie lid blijft van dit op zijn minst in vijf opzichten onmenselijke instituut is immoreel.
3365. het verderfelijke denken: telkens ik de Haspengouwse koeien in hun weide zie liggen, ingeplooid in hun langzame vlees, de dag door zichzelf herkauwend, herinner ik me een uitspraak van Rousseau: “De mens die nadenkt is een ontaard dier.”
3366. het geweten: de gegeneraliseerde blik van de anderen, uiteindelijk de blik van het universum.
3367. de laatste neologismen: de stijlkeizer; de verjerryspringerisering van praatprogramma’s op TV; een riseekabinet; de Nederislamisering; moslimfrankensteins; een beroepsbrusselaar; huilliteratuur; een TV-presentator die niet van ijdelheid uit elkaar spat als de camera’s op hem zijn gericht; quangocraten; de industrie en allerlei wetenschappelijke instituties willen met blijdschap de ontvankelijke schoot zijn voor statelijk groeizaad (subsidies).
3368. ongewoon eerlijk: de Nederlandse TV-figuur Bart Chabot kondigde in P & W aan dat hij een stevige tumor in het hoofd had op een moeilijk operabele plek. Toen men hem vroeg hoe het hem verging antwoordde hij naar waarheid: “Slecht!”. Zonder larmoyant te worden vertelde hij over zijn medische waterstanden en vooruitzichten. Het is ongewoon, vreemd en tegelijk prachtig als iemand eens besluit niet de schijn op te houden en onverbloemd zijn penibele toestand uit de doeken doet.
3369. zalm met mousselinesaus: toen de Nederlandse ex-minister Zalm als hoofdeconoom in dienst ging bij de ondertussen failliete DSD-bank (voor twee dagen in de week) zou hij honderdduizend euro verdienen (!). Een dag nadien belde Zalm Scheringa (de corrupte stichter van de ondertussen failliet verklaarde bank) met de mededeling dat hij zich te goedkoop had verkocht. Scheringa verdubbelde Zalms salaris onmiddellijk tot tweehonderdduizend euro. Waarlijk, er staat geen maat op de zwelgzucht van de elite.
3370. de blondbepruikte: om een uitspraak van een Duits staatshoofd te parafraseren: “Zij die eens om Wilders hebben gelachen, lachen straks niet meer!”.
3371. Gerard Reve: volgens W.F. Hermans ‘de Don Juan van de veestapel’.
3372. kerkschaamte (4): als ik op TV die witgeboorde huurlingen van Rome zie, hun tranerig zelfbeklag beluister, dan begint alles naar kazuifels te rieken, naar wijwater en naar de jongenspensionaten waar je tegenwoordig geen hond meer zou laten binnengaan. De hooggemijterden tussen hen verspreiden nog steeds de geur van autoritaire leiders die de gewoonte niet hebben afgeleerd met hun zegelring tegen een inktpotje aan te tikken, wanneer een medemens even afwijkt van het officiële standpunt.
3373. de islam: deze godsdienst moge dan inderdaad hier en daar iets hebben van een politieke ideologie (zoals de populisten met luide stem roepen) hij wordt in ieder geval door alle rechtse partijen zonder enige schroom en volstrekt ten eigen bate als een ideologisch instrument ingezet.
3374. vreemde tegenstellingen (1): De Duitse filmmaker Werner Herzog houdt ervan bij een heftig beeld door de muziekkeuze een heel andere sfeer te scheppen. Hij doorbreekt daarbij de ongeschreven regels van de commerciële film, waarin beeld en geluid een harmonieus geheel vormen. Als beeld en geluid in contrapunt staan kan dat de beleving juist versterken.
3375. vreemde tegenstellingen (2): de jaarlijkse tentoonstelling van moderne kunst in het paleis van Versailles.
3376. hogere Nederlandse dialectiek: Verhagen zei zopas aversie te hebben tegen de benaming 'rechts kabinet'. 'Het CDA is een middenpartij en daar ben ik ook trots op. Een kabinet waarin het CDA zit, kan dus geen rechts kabinet heten,' aldus de fractievoorzitter.
3377. wetenschap (1): de beroemde fysicus Feeman Dyson in De Groene Amsterdammer: “Als wetenschap ophoudt een opstand tegen het gezag te zijn, verdient zij niet de talenten van onze briljanste kinderen. We moeten proberen onze kinderen kennis te laten maken met wetenschap als rebellie tegen armoede en lelijkheid en militarisme en economisch onrecht.“
3378. wetenschap (2): dezelfde Freeman Dyson over de bekoring van wetenschapslui bij atoomproeven: “Wonderen te verrichten, één miljoen ton steen de lucht in te stuwen: het is iets dat mensen de illusie geeft van ongelimiteerde macht - en het is in zekere zin verantwoordelijk voor onze problemen, deze technische arrogantie, die bezit neemt van mensen wanner ze zien wat ze kunnen doen met hun geest. Faust. De almacht en de glorie.”
3379. belangrijke figuren: Jacob Burckhardt (1818 – 1897) zal voor altijd bekend blijven door zijn Die Kultur der Renaissance in Italien. Met de Renaissance begint de moderne wereld. Wat vele van zijn bewonderaars niet zagen was dat deze auteur een hoogst ambivalente houding aannam ten opzichte van de moderne wereld waarvan hij het ontstaan zo indringend had beschreven. Zo zag hij de opkomst van het individualisme niet zozeer als een positieve ontwikkeling, maar veeleer als een noodlot dat de mensen had getroffen. In de Renaissance werden immers niet alleen allerlei getalenteerde en beduidende figuren zelfbewust, maar ook ontelbare talentloze en onbeduidende types – een verschijnsel dat wat hem betreft in zijn eigen tijd was uitgegroeid tot een plaag. Typerend is zijn verhouding met Nietzsche, voor wie hij een soort voorbeeld was. Hoewel beiden een aristocratische levenshouding propageerden, leidde dit bij Nietzsche tot een revolutionair ethos waar Burckhardt niets van wilde weten. Volgens de laatste werd de kracht van iemands intellect en karakter niet bepaald door zijn vermogen zijn wil door te drijven, maar door de mate waarin hij in staat was te lijden zonder te bezwijken voor de al te menselijke verleiding om zelf een tiran te worden. Nietzsches filosofie was volgens Burckhardt deel van het probleem, niet de oplossing. Hoe groot zijn afkeer van zelfgenoegzame, middelmatige en materialistische kleinburgers ook was, voor hem vormden zij een minder groot gevaar dan ‘misplaatste genialiteit’.
3380. Nietzsche: onweerstaanbaar, maar met zijn zwarte romantiek, zijn meeslepende retoriek en zijn moreel appel aan de ‘hogere’mens ook gevaarlijk voor pas ontketende breinen.

zondag 12 september 2010

Het precieze gebruik (3341 - 3360)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3341 – 3360)
3341. de laatste neologismen: de man en zijn zaaigoed; de man en zijn monopolie op de lokale zaadmarkt; een hekelstrategie (van de oppositie); huurbazen van de natuur (rentmeesters); een universitaire studie in een flutvak (bijvoorbeeld de filosofie, de economie of politieke studies); een cromwelliaanse moslim (leidende terrorist); de keffertjes van de samenleving (populisten).
3342. authenticiteit: ik wantrouw het moderne verlangen naar authenticiteit, alsof er een waarachtig zelf zou bestaan, los van de feitelijke en noodzakelijke vervreemding waarin wij ons allen voortdurend bevinden. Vervreemding is afhankelijkheid van krachten buiten ons en die zijn onvermijdelijk. Het verlangen naar authenticiteit is vooral een imaginaire reactie op onze onmacht die krachten te baas te worden.
3343. immense tijdsruimtes en de evolutieleer: een eeuw vóór Darwin wees de filosoof Rousseau er al op dat wij, willen we de gewordenheid van de menselijke geest met al zijn verlangens en de historisch bepaalde verschijningsvormen van zijn ratio begrijpen, immense tijdsruimtes moeten vooronderstellen die in het toenmalige bijbelse tijdsopvatting helemaal niet aanwezig waren. Dat ook de ratio aan wording onderhevig is, en dus zowel door natuurlijke als culturele omstandigheden beïnvloed wordt, is een idee die zelfs vandaag de dag niet zomaar wordt aanvaard, zelfs niet binnen sommige ‘evolutionair verlichte’ kringen.
3344. ongelijkheid in gezag: personen die op een of andere wijze gezag uitoefenen kunnen zich op den duur niet meer voorstellen hoe het aanvoelt nooit enige authoriteit te hebben, wat het betekent steeds van boven uit gedirigeerd te worden, hoe de hele organisatie van de eigen ziel een andere geur krijgt als het welriekende aroma van de gezagsuitoefening definitief vervluchtigt.
3345. de staat: volgens Rousseau (en later volgens Marx) is de staat er gekomen op initiatief van de rijken die via wetten en afspraken hun bezit voor de toekomst wilden veilig stellen. Ieder bezit kan immers door anderen worden geroofd als die sterker zijn dan de bezitter. Voor de rijken was het dus zaak via ideologische middelen de armen te doen geloven dat hun plicht was de rijkdom van anderen te respecteren. Vandaag de dag moeten de armeren zelfs blij en dankbaar zijn als de rijkeren hun geld afnemen, want dat is goed voor de gemeenschap, het collectieve heil en voor de staat, die grotendeels door dezelfde rijkeren wordt bezet en daarna leeggeroofd. Dat de rijkeren daarin slagen bewijst de kracht van de ideologie en daarmee de zwakheid van de gemiddelde kleine mens die slechts in die ijle, leugenachtige woordenkramerij steun vindt, troost en een zekere hoop op de toekomst.
3346. de rijken roven de staat leeg: niet alleen aanvaarden we kritiekloos dat de staat de opleidingen betaalt van degenen die in een bedrijf werken, dat hij de industrieterreinen, de straten, de riolering, de verlichting en de hele infrastructuur daarvan financiert, onvoorstelbare subsidies, belastingsvermindering en voordelen allerhande aan de bedrijven verleent, maar bovendien begint de overheid nu de lonen van de werknemers te betalen, terwijl de werkgevers ongehinderd de winst blijven opstrijken. Ik citeer uit Knack: “Zowel voor de PS als voor het VBO – een toch wel opmerkelijke alliantie - is België een grote uier die naar believen kan worden gemolken. Niet zo lang geleden prees VBO-voorzitter Thomas Leysen in een brochure van de Belgisch-Japanse Kamer van Koophandel België als het land met de laagste reële vennootschapsbelasting – daarom is het VBO als de dood dat die vennootschapsbelasting zou worden gesplitst. Verder werd België in de brochure geprezen als een vriendelijk land voor werkgevers wat betreft aanwerving en ontslag van personeel. Een ander, sprekender voorbeeld van het belang van België. Midden augustus werd bekend dat Caterpillar in Gosselies opnieuw mensen in dienst had genomen (300 werknemers in totaal). Dat gebeurde in het kader van het zogenaamde Win-Win Activaplan, uitgewerkt door minister van Werk en CDH-voorzitter Joëlle Milquet. Dat plan, bedoeld om werkloze laaggeschoolde jongeren, 50-plussers en langdurig werklozen aan een baan te helpen, is voor de werkgevers bijzonder aantrekkelijk. Want die werknemers worden grotendeels betaald door de RVA. Dankzij het plan van mevrouw Milquet kan de loonkostenvermindering oplopen tot 1100 euro per maand – nagenoeg 90 procent van het loon van de arbeiders”.
3347. struikrovers: alle groepen die de staat aan hun kant proberen te krijgen lijken op de struikrovers bij Heinrich Heine, die op weg naar de galg elkaars beurzen trachten open te snijden.
3348. protest tegen de kerk: omdat geld macht is moet de kerk gevoelig in haar beurs worden getast. We betalen met ons allen jaarlijks een miljard euro aan dit instituut. Waar blijft de Belgische variant van de Kirchensteuer? Niet alleen het gerecht blijft in haar actie tegen de kerk in gebreke, ook de politiek. In plaats van hypocriete steunbetogingen in Scherpenheuvel te organiseren of een oproep te doen voor een verscherpte alertheid tegen kindermisbruik op alle niveaus van de samenleving dient ze ongenadig te snijden in de kerkelijke rijksdotaties. Wie een of ander bijgeloof wil aanhangen dient daar zelf voor te betalen.
3349. politiek inzicht: volgens Femke Halsema (voorzitster van de Ned. partij Groenlinks) is ‘de links-rechts-tegenstelling vrij heilloos en doet ze geen recht aan de ingewikkelde omstandigheden waarin het land nu verkeert’. Hoewel ik de grootste bewondering heb voor het beheerste en beschaafde métier van deze politica weet ik zeker dat deze opmerking foutief is. De rechtse partijen in Nederland zijn zo begerig naar regeringsmacht omdat ze ongehoord graag bezuinigen, snijden en afpakken: zo pacificeren ze hun gevaarlijke broodheren en op die manier geven ze de voorrang aan voor hen makkelijke, directe, maar voor de maatschappij destructieve strategieën boven maatregelen die veel moeizamer, evenwichtiger en voor de gemeenschap veel constructiever zijn (eerlijke verdeling, spreiding van de lasten in de tijd, de sterkste schouders het meest laten dragen).
3350. natuurliefhebbers: door de bevolkingsexplosie verwoest de mens de natuur. Schrijver Jan Wolkers stelt voor dat natuurliefhebbers een teelbal inleveren nadat ze zich twee keer hebben voortgeplant.
3351. logische rekenkunde: omdat we naar aanleiding van één probleem soms drie benaderingwijzen tegelijk aanhangen, of achtereenvolgens een van de drie, kan het voorkomen dat we op een geven moment mening één voor twintig procent, mening twee voor dertig procent en mening drie voor vijftig procent onderschrijven (of in andere rekenkundige verhoudingen). Het is altijd mooi om te zien met welke leugenachtige machinerieën de mensen zich uit die cognitieve verwarring proberen te bevrijden. Ik voor mijn part houd al deze posities achter de hand en wacht tot een of ander feit of een nieuw inzicht mij toestaat een van hen het aureool van de meeste waarschijnlijkheid te geven. Het begrip ‘waarheid’ reserveer ik voor de logica of voor de onmiddellijk controleerbare beweringen van de fysica. Daarbuiten is het hooguit een regulatieve idee.
3352.het veranderde Nederland: Nederland is niet langer een veelstromenland, maar een tweestromenland. In plaats van partijen die zich altijd een beetje inhouden, omdat ze in principe met iedereen moeten kunnen samenwerken, zijn er nu twee kampen die elkaar fel bestrijden. Links tegen rechts.
3353. de harde aanpak (in de politiek): het is (populistische) symboolpolitiek (want weinig effectief) op het randje van de rechtsstaat (de grondwet is maar een kopvodje), aangezwengeld door een politieapparaat dat op zoek is naar nieuwe criminaliteitsmarkten.
3354. het ego (1): het is niet zeker dat het bestaat, maar we beminnen het met een onwaarschijnlijke intensiteit, met een erotische furor alsof het gaat om een alleraantrekkelijkst en daarom onweerstaanbaar object.
3355. het ego (2): het zal wel aan mij liggen, maar soms begrijp ik bepaalde filosofische inzichten, die ik talloze malen heb gehoord, onderwezen en geciteerd, pas veel later écht, in hun volle draagwijdte, alsof ik ze pas dán volledig heb doorzien. Een van die uitspraken is Hume’s beroemde opmerking: “Waar ik ook in mezelf kijk, nergens tref ik daar iets aan dat op een ik lijkt.”
3356. het ego (3): het ego, traditioneel opgevat, is een reïficatie. Misschien is het ego veeleer een gebeuren, een activiteit, een gestructureerd proces van opeenvolgende toestanden en reacties (of preciezer: van vele reacties die op elkaar inwerken), waarbij men in een later stadium zich de vorige fasen herinnert.
3357. iemand overtuigen: de mensen in mijn omgeving hoor ik er voortdurend over klagen dat ze er zelden in slagen iemand van hun mening te overtuigen. Toch is dit verschijnsel enigszins begrijpelijk: een vreemde mening dringt binnen in een zwaarbewaakt, van allerlei steungebinten, dragende delen en van betonnen versterkingen voorziene gebouw. Een heel nieuwe opvatting noopt de bezitter ervan tot een innerlijke reorganisatie en dat kost veel moeite. Het gebouw van de ziel mag niet invallen en moet toch ruimte bieden aan een nieuw element. Een 'vreemde' mening moet een deel worden van een veel breder geheel: ze botst onverhoeds aan tegen een impliciete metafysica (wat bestaat echt?), een impliciete epistemologie (wat is echt waar?), tegen een halfbewuste achtergrond van praktijken, gevestigde opvattingen, emotionele tendensen en imaginaire flarden die samen de veelgelaagde, samengestelde identiteit van de betrokken persoon construeren. Het is veeleer een wonder dat mensen een nieuwe gedachte toelaten. Op de een of andere manier maakt die hen dan steviger, voller, veiliger. De echt sterken daarentegen zoeken precies die meningen op die hen bedreigen.
3358. denken: in onze geest is veel meer diepe sluimer dan activiteit. Vele delen van de dag bestaan we innerlijk niet: alles is daar rust, vergetelheid, onbewustzijn, geruisloos automisme. Slechts als we een interne of externe prikkel gewaarworden wordt de geest plotseling alert en - als ons onmiddellijk of ververwijderd heil op het spel staat - het denken.
3359. de filosofie: een langgerekte, dus moeizame, op het eeuwige dommelen van de ziel veroverde waakzaamheid om het leven al denkend het hoofd te bieden.
3360. schijn en wezen: het aloude sociale (en zelfs filosofische) probleem van schijn en wezen komt neer op de listen van ons zwakke ik dat op allerlei manieren probeert sterk te zijn of te lijken.

zondag 5 september 2010

Het precieze gebruik (3321 - 3340)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3321 – 3340)
3321. de Vlaamse zaak: het politieke gevecht tussen Vlaanderen, het Walenland en Brussel gaat over de vraag wie mag beslissen welk van die gebieden en vooral wie in de eigen regio rijk mag zijn en arm moet blijven. Men is stekeblind als men niet opmerkt dat het opgeklopte nationalisme de bliksemafleider is voor de tegenstelling tussen links en rechts.
3322. Paul Ricoeur spreekt over boeken (1):

open lig je voor mij –
soms laaiend als een vrouw soms
ongewoon vredelievend en dan weer
met getrokken zwaard -

bemin mij, vecht met mij,
maak mij tot man
3323. boeken (2): het verschil tussen een mens en boek ligt daarin dat boeken nooit blijven tegenspreken.
3324. boeken (3): in boeken kan je terugbladeren, je kan ze herlezen en dat in een tempo dat je zelf bepaalt. Ontmoetingen met een medemens zijn momentaan, moeilijk over te doen en veel te kortstondig om al hun aspecten in één blik te vatten.
3325. Wilders: Wilders eist het recht op alles te mogen zeggen, maar o wee als een van zijn tegenstanders in het publiek iets tegen hem affirmeert. Dan mokt, klaagt en protesteert hij als een verwend kind, als een aangeschoten kardinaal.
3326. identificatie met de agressor?: ernstig toegeven op het terrein van de regionale responsabilisering kan volgens de Walen en de Brusselaars niet (“Het maakt ons armer!”). Anderzijds maken ze zich klaar om de Belgische boedel te scheiden. Enkele Franstalige Belgische politieke kopstukken hebben ervoor gewaarschuwd dat het einde van België in zicht is. Demissionair vicepremier Laurette Onkelinx, lid van de socialistische PS, zei zondag in de krant La Dernière Heure dat een splitsing overwogen moet worden.
3327. grafschrift: ‘Treur niet. Hier ligt begraven een man die intens heeft geleefd want hij probeerde vele dingen te begrijpen’.
3328. een nest van misverstanden: soms voel je in één opmerking een krioelend slangennest van misverstanden. “Waarom al die filosofen lezen? Waarom die stortvloed van namen en meningen over mij heen laten gaan? Wat heb ik daaraan?". Welke vooronderstellingen word je hier gewaar? Bijvoorbeeld dat de humane wetenschappen fungeren als een religie, dat ze niet gericht zijn op objectieve, onpersoonlijke samenhangen, maar veeleer een rol moeten spelen in de eigen gelukseconomie, dat het citeren van auteurs niets meer is dan een loos imponeren van de lezer, een volkomen onnodige en verwarde vorm van name dropping, dat het eigen ik (een vooral het emotionele departement daarvan) de eigenlijke toetssteen is van de waarheid, dat al dat gegoochel met meningen en namen een leeg, pretentieus en louter academisch tijdverdrijf is, dat het eigen ego zo machtig is dat het geheel op eigen kracht beslissende stappen kan zetten in de richting van de waarheid, dat datzelfde ego een verzameling is van diepe, zinvolle en heldere ervaringen en dat die niet door krachten van buiten worden gedirigeerd, dat het onwaarschijnlijk is dat één mens meer gevorderd is in het begrip van menselijke aangelegenheden omdat we nu eenmaal allen van dezelfde soort zijn, leven in dezelfde tijd, in vergelijkbare omstandigheden en in een identieke wereld.
3329. draaiers, listigen en schipperaars: als we accepteren dat het menselijke ego gelaagd is, samengesteld, meervoudig en dat die lagen of delen vaak tegengestelde bewegingen uitvoeren, dan hoeft het geen verwondering te wekken dat mensen niet als wezens uit één stuk kunnen handelen. Rechtlijnigheid, eenduidigheid zijn dan versimpelingen van complexe handelswijzen. Als het daarenboven waar is wat de filosoof Isaiah Berlin beweert (dat de menselijke waarden niet op één noemer te brengen zijn: goedheid, waarheid en schoonheid spreken elkaar vaak tegen en komen niet noodzakelijk samen voor, culmineren niet in één punt), dan is het evenmin verbazingwekkend dat alleen een bijzonder soort listigheid, een noodzakelijke geslepenheid, een draaierige, steeds maar compromissen smedende, een uiterst soepele, bijna Belgisch-politieke loodgieterij de innerlijke en de maatschappelijke chaos kan bezweren. De Engelse filosoof John Gray spreekt hier over het zoeken naar een modus vivendi, niet naar een oplossing die in alle opzichten voldoet, maar naar een pragmatisch vergelijk dat in een gegeven context als het best mogelijke, het enig haalbare verschijnt. Daarom zoek ik naar een woord dat dit soort ‘draaierigheid’ tot een deugd verheft en tegelijk naar begrippen die allerlei vormen van eenduidigheid en rechtlijnigheid van een negatieve connotatie voorzien.
3330. het heimwee naar vaste feiten: soms worden mensen het eindeloze gebazel beu, de woordenbrij, het botsen van al die verschillende meningen en vragen ze naar de feiten, die daaraan ten grondslag liggen. Als het echter gaat om menselijke aangelegenheden moet ik hen teleurstellen: een feit is daar al voorgeïnterpreteerd, vooraf door meningen ingekleurd, het komt ten dele daardoor tot stand. In de cultuur is veel van taal, hoewel niet altijd van taal alleen.
3331. grotere zelfdwang bij intellectuelen: kenmerkend voor de moderne mens is dat hij in zijn handelen blijk geeft van een grotere zelfdwang dan voorheen. Hij houdt zich in, hij beperkt zichzelf, hij gedraagt zich steeds meer als een getemd dier. Omdat hij meer dan vroeger van anderen afhankelijk is (de staat verbiedt hem geweld, the division of labour maakt het hem onmogelijk zijn naasten om de haverklap zonder eigen schade te beledigen) is hij waarschijnlijk de meest gedomesticeerde diersoort die er ook geweest is. Die dwang nestelt zich zelfs in de gesprekken die intellectuelen onderling voeren. Wie meer gevorderd is in een zeker onderwerp houdt zich in tot de anderen meekunnen. Meningen die kwetsend zijn voor de anderen verzacht hij of laat hij terzijde. Omdat er altijd wel een of andere ongelijkheid is tussen de gesprekspartners (hoe welwillend, gevormd en goedmenend die ook zijn) is dit soort zelfdwang onvermijdelijk. Zelfs in de zogenaamde vrije kunsten of in de freischwebende intellectuele discussie binden we onszelf aan onze eigen touwen vast. Geen wonder dat er een verlangen bestaat naar onvoorwaardelijke vrijheid en een ressentiment tegen al die beperkingen.
3332. de laatste neologismen: dat slachtofferistische subsidieparasitisme van het huidige Wallonië; ploeteren in de sportschool; seksuele vrijheid (uit VN): als je je ieder weekend door tien vrienden in een kelderbox laat ballen voor een breezer, als je eigenlijk niet meetelt als je nog nooit een rijksmonument of een pot augurken hebt geswaffeld en van dat bevrijdende moment een filmpje hebt gemaakt dat je subiet op YouTube plaatst; Berlusconië; scheldwoorden voor de door velen gewraakte professor dr. Wouter Buikhuisen (die menselijk gedrag biologisch probeerde te verklaren): aartsopportunist, gooier van napalmbommen in de hersenen, kritiekloos citeerder van nazicriminologen, schrikbeeld à la Orwell, slangenbezweerder, statief waarvan al de drie poten gebroken zijn, windvaan die met welgemikte tomaten dolgedraaid moet worden (zie Vrij Nederland, 4 september, pag. 85); bellen naar een simpele callcentermuts; opgeslokt worden door een redeloze rompslomp.
3333. Nederlands geld: volgens Wilders kosten immigranten geld en volgens Klink kost roken geld. Geen wonder dat de roker van buitenlandse origine om steun vraagt.
3334. het kleine ik: dat ons ego zwak is toont zich in talloze afhankelijkheden, waarbij de afhankelijkheid van anderen nog groter is dan die van de natuur.
3335. een vreemd fenomeen (Ned.): het afblokken van een rechts kabinet door Geert Wilders van de PVV levert de partij in de peiling van Maurice de Hond drie zetels winst op. De partij staat direct na het mislukken van de informatiepoging op 34 virtuele zetels. De VVD verliest die drie zetels ten opzichte van vorige week en staat op 25 zetels. De partij heeft 31 zetels in de Kamer.
3336. het koppige populisme: wat mij dwarszit is de lichtzinnigheid waarop zeer vele (overigens goedmenende en weldenkende) intellectuelen het recente populisme (vooral in Nederland) verklaren. Op de vraag naar zijn oorzaken heeft zowat iedereen een standaardantwoord paraat, een nogal simpel verklaringsmodel waarin de vooronderstellingen van het hedendaagse discours zich kristalliseren. Hoewel men zegt dat Nederland hét land van de sociologen is, toch denken weinigen in die zin (het ik wordt bijvoorbeeld niet opgevat als een knooppunt van met de tijd, de eigen context en de maatschappelijke organisatie veranderlijke menselijke relaties, maar veeleer –nog zeer ouderwets zoals bij Descartes – als een afgescheiden, relatief autonome machine die oordelen produceert , of – in de stijl van het oude empirisme – als een leeg scherm waarop de maatschappij indrukken werpt en die de geest dan eigenmachtig verwerkt). Wil men enigszins het populisme begrijpen, zoals trouwens alle andere menselijke aangelegenheden, zal het zaak zijn de veelvoudige gelaagdheid van ons ego en vooral zijn onvoorstelbare afhankelijkheid van krachten van buiten in rekening te brengen. Men dient te beseffen dat het ego zwak is, klein en van alle kanten gedetermineerd (bijvoorbeeld door machtige anderen), waardoor er vanzelf een soort basisrancune ontstaat: omdat iedereen sterk wil zijn of lijken, zoekt men – op een bijna magische wijze – naar schuldigen voor deze onvermijdelijk existentiële situatie. Als in een bepaalde tijd – zoals de huidige - het ego zeer fel is gedomesticeerd (door de toenemende staatsinvloed, door allerlei maatschappelijke regulators met hun duizenden voorschriften) neemt die rancune steeds grotere vormen aan. Als de normale uitlaapkleppen voor dat ressentiment (bijvoorbeeld het spreken, de discussie, de partijpolitiek, het praktische handelen, de inspraak, het publieke recht op antwoord, het eigengericht) voor bepaalde groepen versperd zijn, stijgt die rancune ten top en hollen de leden daarvan achter de eerste de beste rattenvanger aan.
3337. boeken (4): de mensen zijn voor zichzelf en de anderen een onontwarbaar raadsel, een verzameling vraagtekens. Boeken daarentegen zijn door de auteur vooraf georganiseerd (ze hebben een plot, een zinvolle structuur, een overdachte opbouw, een interne logica). Waarom kunnen mensen niet zo helder als boeken zijn?
3338. binnen en buiten: een menselijke ziel is geen apart binnenkamertje, zij is bijna helemaal van buiten. Omdat we voor onze identiteit van dit buiten afhankelijk zijn bestaat de droom van totale onafhankelijkheid, wat hetzelfde is als de wens geheel samen te vallen met zijn eigenmachtige innerlijkheid.
3339. echt kritisch zijn: het mag leiden tot waarheid, maar het maakt alles tot een ding. Je geliefde verandert voor je ogen in een zak met organen die wordt aangestuurd door haperend genetisch materiaal. Een van de moeilijkheden voor gevormde mensen in deze tijd is dat ze om de haverklap hun objectiverende bril moeten afzetten en ‘gewoon’ moeten kunnen doen. Ook hier zoek ik naar een woord dat dit soort flexibiliteit een voornaam en deugdzaam aroma geeft. Misschien ‘nieuwe naïviteit’?
3340. Rainer Maria Rilke: in Het dagboek van Malte Laurids Brigge beweert deze auteur dat wij reageren op de zinloze chaos binnen en buiten onszelf door altijd maar mechanisch dezelfde rol te spelen. Dit lijkt een vorm van magie: door ons onbewogen te houden, door onszelf te herhalen toveren we de voortdurend wisselende omgeving om tot een duurzaam gegeven.

Mijn scriptie over Herman De Dijn


In 2003 beëindigde ik mijn studie Algemene Cultuurwetenschappen (OU, studiecentrum Diepenbeek) met een scriptie over de filosofie en de cultuurkritiek van de Leuvense professor Herman De Dijn. Promotors waren prof. dr. G. Vanheeswijck (OA) en dr. P. Van Zilfhoudt (OU). Ik probeer daarin De Dijns opvattingen over de Verlichting te nuanceren door een vergelijking met Charles Taylors visie op de moderne tijd en zijn actuele mensbeeld. Een tijdje geleden postte ik mijn Inleiding, Hoofdstuk I, Hoofdstuk II, Hoofdstuk III, Hoofdstuk IV, Hoofdstuk V en Hoofdstuk VI. Een flink aantal lezers vragen mij naar de andere delen en daarom publiceer ik hieronder mijn conclusie.
CONCLUSIE

In dit onderzoek vraag ik mij af in hoeverre Charles Taylors opvattingen een kritische aanvulling kunnen zijn bij De Dijns mensbeeld en de cultuurkritiek die daarin wortelt.
In het werk van deze Vlaamse filosoof verschijnt de mens als een eindig, zwak en heteronoom wezen, gekenmerkt door een verlangen naar zijnsvolheid. Hij vindt vervulling door vol overgave om te gaan met de uitsluitend culturele betekenissen in de leefwereld, waarin hij sinds zijn geboorte is gesitueerd. Die betekenissen hebben geen natuurlijke grond en blijven ongrijpbaar voor ons verstand. Slechts op het domein van dit bijzonder soort zingeving komt de mens echt tot zichzelf. De leefwereld is een autonoom, bovenpersoonlijk en anoniem gebeuren, waarin die betekenissen zich eigenmachtig structureren. In al zijn zinprojecten is de mens daarvan afhankelijk, wat hem tegelijk bevrijdt van de lasten van een geïndividualiseerde levensstijl die binnen de leefwereld overbodig lijkt.

Met het oog op dit alles ontwikkelt De Dijn een strakke dichotomie tussen de sfeer van de zingeving en die van het rationeel-technische denken, tussen het domein van het natuurlijke en dat van het culturele en ten slotte tussen zijn overwaardering van onze heteronomie en zijn principiële afwijzing van persoonlijke eigenmacht. Daardoor wordt duidelijk hoe De Dijns mensbeeld de dragende grond is van zijn cultuurkritiek. De leefwereld en het mensbeeld, dat daarbij past, zijn een stategische constructie: zij domesticeren het Verlichtingsideaal met zijn nadruk op beheersing en autonomie. In De Dijns schematische, bipolaire denkstijl verschijnt zijn mensopvatting daarbij als het omgekeerde spiegelbeeld van die van de Verlichting. Houdingen, gedragingen en denkwijzen, die de Verlichting typeren, duiken in De Dijns werk als cultuur-aberraties, waarvan een veralgemeend narcisme en activisme de voornaamste zijn.

Zowel De Dijn als Taylor beklemtonen onze afhankelijkheid van externe betekenissen en van het dialogisch karakter van ons bestaan. Beiden laten de mens tot zichzelf komen in een existentieel veld, waarop de rede zijn almacht heeft verloren. Taylors veld is echter ruimer dat van De Dijn. Taylor integreert een aantal levensterreinen (en de daarbij horende houdingen en denkwijzen) die bij De Dijn tegenover elkaar staan. Daardoor overstijgt hij de dichotomieën die De Dijns werk karakteriseren.

Door een studie van zijn historische genese laat Taylor zien hoe het moderne individualisme onontkoombaar is en bijzonder attractief voor grote groepen mensen. Dit ideaal ontleent daaraan zijn geldigheid. Taylor maakt een nauwkeurig onderscheid tussen het verlangen naar volstrekte zelfbepaling (waartegen hij zich afzet) en onze wens een authentiek bestaan te leiden (die bij definitie een heteronome bepaaldheid vooronderstelt). Deze filosoof gebruikt het begrip individualisme dan ook niet eenduidig of essentialistisch. Anders dan De Dijn vat hij dit begrip op als een moeilijk, maar haalbaar moreel ideaal, waarbij het persoonlijke levensplan van het individu inherent verbonden blijft met de anderen en met een reeks in de cultuur aanwezige waarden.

Op die wijze overstijgt Taylor de sterke tegenstelling tussen de begrippen heteronomie en autonomie die De Dijns werk onderhuids structureert. Parallel daarmee bouwt hij ook De Dijns tegenstelling af tussen de sfeer van het rationeel-instrumentele denken en die van de zingeving. Ook het onthechte, cultuuronafhankelijke denken van Descartes en zijn opvolgers beschouwt hij als een ideaal van vrijheid dat op vele terreinen nuttig en noodzakelijk is. Toch wil hij wetenschappelijke en technische prestaties inkaderen in een netwerk van voorgegeven, collectieve zinpatronen die in de hiërarchie der waarden hoger staan. Tenslotte deconstrueert Taylor De Dijns extreme tegenstelling tussen het natuurlijke en het culturele. Nutsmaximalisering en behoeftenbe-vrediging staat niet in principe tegenover de zingeving, maar kunnen er deel van uitmaken, indien ze de belangrijke doelen, waarmee we ons identificeren, niet in de weg staan.

Anders dan De Dijn neemt Taylor ten opzichte van de moderniteit een houding aan van geduld, barmhartigheid en verzoening. Zijn cultuurkritiek is positief: zij bestaat in herstelwerkzaamheden. Op die wijze is Taylors werk, juist door zijn vermogen om te verzoenen, te integreren en tegenstellingen te overstijgen, een belangrijk correctief op dat van De Dijn.

donderdag 2 september 2010

De onderbuik van het populisme


The couch potato
ministers, bureaukraten en bazen
- en al diegenen die prevelen als priesters en
zegenen en vervloeken – liggen
als lood op zijn maag
nu belijdt hij, lijdt hij
aan de zwaartekracht, gevangen in
lagen aanzwellend vet, ontembare
vrouwenborsten en het centrifugale
van uitstulpend vlees
zit hij, valt hij
in zijn dalvormige sofa waarin de gletscher snijdt
languit, langzaam en op het eerste gezicht
zeer onbeweeglijk
hij mag niet, wil niet en kan niet meer
actie na actie
zelfs zijn gulp rits hij niet dicht
nu hij ongeschoren, onverschillig
als een noodlot het televisienieuws
voor lief neemt
en wacht op wie weet welk
lichtmakend bevel