maandag 22 november 2010

Het precieze gebruik (3581 - 3600)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3581 – 3600)
3581. democratie (1): mensen houden zich vast aan begrippen als aan hun moeders. Een ervan is het begrip democratie, dat sommigen gebruiken als het begin en het einde van al hun (politieke) redeneringen. Tocqueville, die in de nieuwe republiek (na 1848) meehielp aan het opstellen van de grondwet en voor een korte tijd Minister van Buitenlandse Zaken werd, schreef toen dat de democratie meer op een individualistische mentaliteit berustte en niet zozeer een geschikt bestuurssysteem was. Zij leidt immers al vlug tot desinteresse in de publieke zaak en zet daardoor de deur wijd open voor nieuwe vormen van despotie.
3582. democratie (2): omdat democratie, zoals ieder menselijk verschijnsel, een gelaagd fenomeen is, kan zij worden geïnterpreteerd in twee richtingen: een positieve én een negatieve. Het is dus niet altijd de democratie zelf die bepaalt hoe zij wordt beoordeeld, maar vaak het karakter, de persoonlijke context of de belangen van degene die ze onder de loep legt.
3583. onverteerbare waarheden (1): Merkel: “We kunnen niet voortsdurend onze kiezers uitleggen waarom de belastingsbetaler de kosten van bepaalde risico’s moet dragen en niet de mensen die daarmee heel wat geld verdienen.”
3584. onverteerbare waarheden (2): het steile pad van de waarheid leidt niet noodzakelijk naar de bergtop van het goede leven.
3585. onverteerbare waarheden (3): met hier en daar een loffelijke uitzondering heeft het vak economie zich verkocht aan de meest biedende.
3586. onverteerbare waarheden (4): het in Nederland zo typische opgeheven protestantse vingertje zwaait ook driftig heen en weer in Vlaanderen, zij het in een andere gedaante. Hier zijn het vooral de kleuterjuffrouwen (en al hun latere opvolgers), die, vermomd als de goede wil en de werklust zelve, de democratische en sociale verlangens van hun leerlingen doodsmoren onder pastorale praat, een met liefde overdekte, maar niettemin verlammende directiviteit, een met schoolse kennis overdekte onwetendheid, een totaal gebrek aan ervaring met het mysterie van het creatieve kennen, de artistieke wellust en vooral een onvoorstelbaar gebrek aan belangstelling, aan empathie, anders dan die voor de rapportcijfertjes, die voor hen volstrekt eenduidig de menselijkheid representeren.

3587. onverteerbare waarheden (5): de kerk is een verraad aan het christendom. Slechts wie er buiten staat kan zich, als hem dat zo uitkomt, met recht christelijk noemen.
3588. onverteeerbare waarheden (6): in de wereld der waarden gaat de goedheid aan de waarheid vooraf.
3589. onverteerbare waarheden (7): als in de VS vandaag 23,5 procent van het jaarinkomen terecht komt bij 1 procent van de bevolking (terwijl dat in 1976 nog minder dan 9 procent was) dan is dit geen natuurwet, maar het gevolg van politieke beslissingen en dus uiteindelijk van de wil van de kiezer.
3590. onverteerbare waarheden (8): het onderwijs continueert de klasseverschillen.
3591. onverteerbare waarheden (9): in alle instituties is het de gepeste die aanvankelijk en soms de hele tijd door van allerlei gebreken wordt verdacht. Men stuurt hém naar de psychiater.
3592. onverteerbare waarheden (10): het besteedbare inkomen van de particulieren in België vertegenwoordigde in 1981 bijna 81 procent van het bruto binnenlands product. In 2007 ging het nog maar om 60,1 procent. Bij de vennootschappen klom het aandeel in het bbp van 6,5 procent in 1981 naar 15,7 procent in 2007. De rijkdom zit dus in toenemende mate bij de bedrijven en steeds minder bij de werknemers. Een soepel draaiende economie, die niet de inkomsten verdeelt, is niet een goed dat voor de loontrekkenden van belang is. Zo’n soort economie verdient het niet door hun belastingsinspanningen ‘gered’ te worden.
3593. onverteerbare waarheden (11): als de pers meer op de poppetjes dan op de inhoud let dan heeft dat zijn redenen. Een daarvan is dat de journalist die de in het oog springende waarheid schrijft (dat sommige politici dom zijn, laf, te hebzuchtig of volstrekt immoreel) onmiddellijk gestraft wordt. De machtige cenakels sluiten zich en de journalist kan voortaan naar zijn contacten fluiten. Daarom blijft de journalist, naar een woord van Nietzsche, ‘aan de oppervlakte, omdat hij schrik heeft voor wat eronder zit”. Zo staat zijn bestaansangst mede aan het begin van het einde van de publieke moraal.

3594. onverteerbare waarheden (12): Obama is aan het mislukken omdat hij gelooft in de uiteindelijke redelijkheid van de politiek. Hij hoopt erop dat uit de verschillen op den duur een consensus zal groeien. Maar de scherpslijpers van de Tea Party zullen na hun overwinning op 2 november niet kalmeren, zodat het gematigde midden zich niet zal kunnen laten gelden. Het door en door irrationele, het bijna gekke, het gewelddadige, het pathologische Rechts is nog volop in opmars en het ruikt nieuwe successen.
3595. onverteerbare waarheden (13): de ingenieuze manieren, waarop deze onweerlegbare, maar onverteerbare waarheden in het publieke bewustzijn worden weggemoffeld, verdraaid, aangepast, ontkend en tot verteerbare brokken worden omgetoverd, daarop zou alleen een nieuwe Freud de vinger kunnen leggen. In de media kan de moderne participerende observator, als hij ook maar enigszins analytisch is aangelegd, ondertussen een eerste blik werpen op een eindeloze reeks van dergelijke, soms onvoorstelbare schijnbewegingen.
3596. een merkwaardige ongelijktijdigheid (1): als het waar is dat onze geest zeer wordt beïnvloed door de maatschappij dan is het opmerkelijk dat de Europese elites in de negentiende eeuw, precies op het moment van de grote modernisering van het Westen, gefascineerd werden door de Romantiek, die teruggreep op de Griekse klassieken en de Middeleeuwen. Een ideologie dus, die zich fixeerde in het verleden en niks met vooruitgang of progressiviteit te maken had. Men droomde, in een tijd van fabriekswalm en stinkende verstedelijking, van een terugkeer naar de natuur. Misschien is dit wel een voorbeeld van wat Hegel noemde ‘de list of de misleiding van de rede en de geschiedenis’. Op dezelfde wijze kunnen hedendaagse islamieten een modern leven lijden en tegelijk een conservatief-religieuze ideologie aanhangen.
3597. fundamentalisme: ook in de negentiende eeuw waren er fundamentalisten zoals Joseph De Maistre die een bloeddorstig, ongelofelijk pervers, bijna fascistisch katholicisme preekte om de gevolgen van de Franse Revolutie te lijf te gaan. Precies zoals het hedendaagse moslimfundamentalisme ging het ook bij hem om een schepping van iets nieuws, een soort fictie die weliswaar oude elementen bevatte maar geen simpele herhaling van het verleden was. Zo’n fundamentalisme is een gereflecteerde constructie die ineen wordt geknutseld om aan de eisen van de eigen tijd te voldoen.
3598. de wet van Godwin (zie Wikipedia): “Naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler”.
3599. een merkwaardige ongelijktijdigheid (2): Clifford Geertz heeft hier een mooi beeld voor. “Oude vaten kunnen soms nieuwe wijn bevatten en oude wijn wordt soms in nieuwe vaten gegoten’. Daarmee wilde hij zeggen dat een ouderwets aandoend discours een moderne praktijk kan verhullen en andersom. De islam stelt de Europeanen van nu voor dit probleem. Het is niet omdat zij een ouderwetse ideologie aanhangen dat ze niet veranderen, niet in de praktijk moderniseren. Er zijn talloze blanke burgers van het Westen die gewillig op de knieën vallen voor de Paus, die opvattingen van tweeduizend jaar geleden preekt en zich voorbeeldig uitdost in paarse, goed gedrapeerde Romeinse toga’s.
3600. onverteerbare waarheden (15): het is een daad van christelijkheid, humaniteit en beschaving de vreemdeling ter wille te zijn. De multiculturele instelling van de linksen strekte hen zeer tot eer. Dat ze die opgeven niet.

woensdag 3 november 2010

Het precieze gebruik (3561 - 3580)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3561 – 3580)
3561. de boekenbeurs: er zijn mensen die wodka kunnen drinken en er zijn mensen die dat niet kunnen en het toch doen. Hetzelfde geldt voor het lezen van boeken.
3562. lezen: iemand die niet op zoek is naar het recept voor een exquise maaltijd, naar reisinfo, of naar de aard en de prijs van de laatste vestimentaire blits, zo iemand zal zich bij gelegenheid boeken aanschaffen om iets nieuws te vernemen over de mens. Het is makkelijk boeken te kopen en bepaald moeilijk ze op zo’n manier te savoureren dat de subtiele, niet alleen in de inhoud maar bijvoorbeeld ook in de stijl en de opbouw aanwezige boodschappen van de auteur op je tong tot zijn recht komen. Een boek begrijpen vergt dezelfde gerijpte stielvaardigheid als het innerlijk aftasten van een mens. Wie voordurend de anderen verkeerd inschat is heel zeker een schunnig lezer.
3563. Harry Mulisch: van de doden niets dan goeds, maar toch kan ik er mij niet van weerhouden met instemming nog eens Reve te citeren: “Mulisch, dat is vulles, maar Reve, dat is het leven!”.
3564. de laatste neologismen: dit gedrocht, deze constipatiekeutel, deze Chinese dierenencyclopedie, dit drama zonder idee, dit pamflet zonder principes (de Nederlandse regeringsverklaring); de Linksmensch (een geenstijl-term); de Chamberlains en Halifaxen van vandaag (rechts scheldwoord voor diegenen die nog enig geloof hebben in een constructief samenleven met islamgelovigen); terreuropinies; zo rood als een kroot; broodjesaapverhalen (ongeloofwaardige beweringen); hinkend Nederlands; de helpdeskterreur; de moderne cancancultuur.
3565. Augustinus: “Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?”.
3566. het rijke gedachtegoed van Pim Fortuyn: ‘Linkse kerk’ is een term uit het vocabulaire van deze inventieve politicus. De andere uitdrukkingen waarmee hij onze politiek heeft verrijkt zijn: “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’ en ‘De islam is een achterlijke godsdienst’.Tot zijn eigen schrik maakte hij daarmee het volk wakker. Uit een gesprek met twee van zijn beste vrienden vlak voor zijn dood blijkt dat hij niet goed wist hoe hij zou omgaan met de nieuwe macht van de burgers die hij als een leerlingtovenaar had opgeroepen.
3567. de Verlichting: velen, onder meer de flamboyante, onbedwingbare islambashers, verdedigen hun zaak onder de wapperende vlag van de Verlichting. Dat is echter niet zo evident. Radicale versies van de Verlichting hebben geleid tot de rechtvaardiging van de moord op duizenden priesters en ander vormen van revolutionaire terreur. De gematigde Verlichting kwam daarentegen op voor de waarde van het individualisme, de scepsis, de tolerantie en de gematigheid. Het is die traditie die we moeten trouw blijven, maar daarvan schijnt weinig door in de opvattingen en het gedrag van de Nieuwe Rabbiaten.
3568. de radicalen: als een bevlogen iemand met quasi-heroïsche gebaren een of andere Westerse waarde begint te verdedigen, zeg dan: “Wees matig, toujours pas de zèle!”.
3568. intolerantie: er is een weinig begrepen verlangen van de mens om onweerstaanbaar meegevoerd te worden door zijn eigen gedachten, onstelpbaar, weg uit alle aarzelingen; twijfel en hinderlijke nuances, over alle hindernissen heen, tot ze, gestuwd door vulkanische krachten, over zijn lippen in de wereld springen: krachtig, scherpomlijnd, uit één stuk, even vitaal-heroïsch als de ziel waarin ze ontstonden.
3569. Andy Warholl: toen deze kunstenaar in 1962 de Ferus Gallery in Los Angeles vulde met schilderijen over Campbell’s Soup Tins introduceerde hij daarmee - in de hoge kunst - een icoon dat de meeste artiesten vóór hem hadden weggehoond als een bedreiging van de cultuur. Instant food, tinned food … het was bij de artistieke elite het symbool van de lagere smaak, het attribuut bij uitstek van de massa, die de verheven fijnzinnigheid van de geschoolde elite vroeg of laat met haar vulgariteit in het verdomhoekje zou dringen.
3570. de literaire avant-garde (1): hoewel deze artistieke stroming in de eerste helft van de twintigste eeuw nog altijd als progressief wordt bestempeld was ze in feite reactionair. Het was bij een aantal schrijvers de soms expliciete, soms onbewuste bedoeling onbegrijpbaar te zijn voor de opkomende, zopas geletterde massa. Daarom bande ze de logica in de voorstelling uit, het makkelijke realisme, de duidelijke verwijzing naar de innerlijkheid van de kunstenaar en cultiveerde ze het irrationele, het duistere. Om dezelfde reden flirte ze hevig met de erg gestileerde maniertjes van het l’ art pour l’art en met de onvatbare trapezetrucjes van de abstractie.
3571. de literaire avant-garde (2): een andere strategie van deze elitaire kunstenaars, die als de dood waren voor de opkomst van de massa, was de schepping van een positieve mythologie van de massamens, bijvoorbeeld in de vorm van een geïdialiseerde land- of werkman, voorzien van eenvoud, spontaneïteit en verrukkelijke primitiviteit (D.H. Lawrence was heel zijn leven op zoek naar dergelijke onbedorven figuren) of een uit het alledaagse leven, door uiterlijke schoonheid en natuurlijke voornaamheid als het ware door goddelijke krachten opgestuwde onderling (zoals de homoseksuele Forster dat doet in een werk waarin hij een Indiase onaanraakbare ten tonele voert). Het gaat daarbij om een soort mythische fantasie, waarbij de lagere mens op een of andere wijze dienstbaar wordt gemaakt aan het rijke innerlijke (of seksuele) leven van de auteur. Met een reëel respect voor de ‘lagere mens’ heeft dit weinig te maken.
3572. de toenemende secularisering (1): vaak wordt de secularisering gezien als onlosmakelijk onderdeel van de modernisering. De darwiniaanse evolutietheorie en de industrialisering en de democratisering van de westerse samenleving aan het eind van de 19de eeuw worden begrepen als de oorzaken van het verval van de religie. In Nederland zit ongeveer een eeuw (!) tussen modernisering en secularisering, dus dat gaat niet op. Bovendien zijn de Verenigde Staten altijd een goed voorbeeld van een moderne westerse samenleving met weinig secularisering.
3573. de toenemende secularisering (2): als mensen hun geloof verliezen verandert daarmee nog niet onmiddellijk de structuur van hun ziel. Er blijft nog een lange tijd een horizontaal verlangen, een nog niet overwonnen gewoonte zich te onderwerpen aan een hoger principe, een sterke macht in of buiten hen die hen als een handschoen omsluit, warmte geeft en een gevoel van richting en die hen hulp biedt en bescherming. De vraag rijst dan hoe een waarlijk geseculariseerd mens er uitziet.

3574. de toenemende secularisering (3): Fritz Stern[1] citeert Moeller van den Bruck : “God is dood. Maar God gaat er toch mee door te bestaan, zelfs als wij weten dat hij niet bestaat.”
3575. worden en zijn: vele dingen bewegen, worden,veranderen, maar zo langzaam dat die mutaties in onze korte levens onzichtbaar zijn. Daarom krijgen we de indruk dat die dingen steeds gelijk blijven aan zichzelf. Dat geldt ook voor de taal. Daarover zeggen Wilma De Rek en Bert Wagendorp in De Volkskrant: “Taal is vloeiend water waarnaar we kijken alsof het gestold is.” Ik heb me altijd afgevraagd of dit verschijnsel ook niet opgaat voor de exacte natuurwetten, hoewel daar op dit moment geen schijn van bewijs voor is.
3576. bijbelse uitdrukkingen: het Nederlands werd een eenheidstaal door de publicatie van de Statenbijbel in 1637. De vertalers van de Bijbel introduceerden een stel door henzelf bedachte woorden en uitdrukkingen, die sindsdien tot onze taalschat behoren: aanfluiting, muggenzifter, zondebok, in zak en as zitten, te elfder ure, steen des aanstoots, niet van gisteren zijn, de inwendige mens.
3577. makkelijkheid en werkelijkheid: voor Mandelbrot (de uitvinder van de fractals, de zich op elke schaal herhalende patronen zoals in een zeekust of in een bloemkool) beperkten de wiskundigen zich tot klassieke objecten als punten, lijnen, vlakken, bollen, driehoeken en kegels. Die laten zich nauwkeurig uitrekenen. Grillige vormen konden ze niet goed in formules vatten. Daarom bleven niet alleen die formules, maar ook de vormen (en het stuk werkelijkheid daaronder) aan de rand van de wetenschap hangen, uit het oogveld, omdat een wiskundige greep erop niet direct mogelijk was. Zo is het denkbaar, dat wat wetenschappelijk niet kan worden gevat op den duur als onwerkelijk wordt beschouwd en omgekeerd. Ook bij filosofen als Descartes en Locke zie je hoe hun bijzondere kenleer op den duur de contouren bepaalt van hun mensbeeld (slechts wat ze via hun methode konden kennen zagen zij als representatief voor de échte mens).
3578. Harvard: het jaarlijkse collegegeld bedraagt 25.000 euro.
3579. Jef Vermassen: volgens Hugo Camps niet onterecht ‘een glundermachine bij Paul & Witteman’, ‘een gedoemde vetmester van tragiek en verdriet’.
3580. de Vlaming: hij wil dat de Waal zich vrijwillig geld laat afnemen en dan nog de Vlaming dankbaar is voor diens overweldigende inzicht en ongeziene moed.
[1] Fritz Stern, The politics of cultural despair. A study in the rise of the Germanic ideology, zie mijn Literatuurlijst, 198.