donderdag 31 maart 2011

Voor friet, voor vrijheid en voor recht

Het gedicht dat Joke van Leeuwen voordroeg tijdens de frietrevolutie op 29 maart op de Groenplaats.
Bloei o land, in eendracht niet te breken, bloei o land, een flinke voorschoot groot, waar we meer dan één taal horen spreken, bloei o land, als vredige chaoot.
Bloei o land, hoe werelds is uw hoofdstad, bloei o land, van angstaanjagers vrij. U te splitsen, wat voor goeds belooft dat? Bloei o land van nous en wir en wij.
Bloei o land, uw kust en uw Ardennen, bloei o land van frieten en van bier, leer ons weer elkaars gezicht te kennen. Bloei o land, wij allen zijn van hier.
Bloei o land, van Clijsters en van Ensor, Maeterlinck, Conscience, Boon en Brel. Daar een kloof doorheen? Daar weer een grens voor? Bloei o land, als Europees model.
Bloei o land, uw kans is niet verkeken, geen geknoei, geen eindeloos gevecht. Bloei o land, in eenheid niet te breken, voor friet, voor vrijheid en voor recht.


donderdag 24 maart 2011

Het precieze gebruik (3861 - 3880)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3861 – 3880)
3861. onze politici (1): een intellectuele surplace in een tijd die om sprinters met dikke kuiten vraagt.
3862. schijnactiviteiten: omdat onze politici als de dood zijn voor een eigen besluit, een eigen daad (waarop ze door het wispelturige kiesvee afgerekend kunnen worden) zijn ze meesters geworden in het verplaatsen van de beslissing: naar de rechtbank, naar allerlei comités en vooral naar de individuele verantwoordelijkheid van de burgers zelf (slikken jullie later maar jodiumtabletten, dan hoeven wij nu de kernenergiemaffia niet aan te pakken).
3863. immoreel: het is immoreel je de schuld van anderen te laten aanpraten. Het neoliberalisme bijvoorbeeld is de luidspreker waardoor de machtigen met een stentorstem roepen dat ieder politiek, sociaal of psychologisch onheil de schuld is van buitenlanders of van jezelf.
3864. Lybië: wat opvalt is het ontstellende gebrek aan medelijden met Kadhafi’s slachtoffers. De rechtsen (daarbij inbegrepen de linksen) zwijgen daarover als de dood.
3865. een plotseling ongepaste metafoor: het communautaire geneuzel als maatschappelijke splijtstof.
3866. onze politici (2): het zijn dezelfde politici en intellectuelen die de islam verwijten de mensenrechten te verkrachten (onder meer door het propageren van de hoofddoek) die weken bleven zwijgen over een noodzakelijke interventie tegen Kadhafi.
3867. de laatste neologismen: een klasbak van een radiomaker; het piepkleine Bahrein, het Luxemburg van de Golf; Leterme, de marathonman van lopende zaken; de dalai lama, een superieure marketeer van het slachtofferisme; lekjournalistiek; de eurofiele bonusplukkers.
3868. het algemene rookverbod: als dit kan, kan alles. En vergis je niet: alles kan.
3869. clichés: ze zijn de brandstof van ieder soort denken. Zonder clichés is de geest leeg. Een zelfstandige gedachte moet erop worden veroverd.
3870. waarom wij het niet goed kunnen hebben: volgens het gerechtelijk onderzoek naar de fraude in de Antwerpse diamantsector zou er voor 1,094 miljard dollar of bijna 800 miljoen euro gefraudeerd zijn door 355 bedrijven. Daarvan konden er intussen 220 geïdentificeerd worden. Dat meldt het parket van Antwerpen. De fraudepraktijken dateren mogelijk al van begin jaren 90. Het huidige onderzoek spitst zich echter toe op de periode 2000-2005.
3871. plezierreisjes: kolonel op rust Luc Marchal heeft in een open brief forse kritiek geuit op het bezoek van Kamervoorzitter André Flahaut en ondervoorzitter van de Senaat Willy Demeyer vorige week aan Kigali. Marchal was de nummer twee van de VN-blauwhelmen in Rwanda bij aanvang van de genocide in 1994. Hij snapt niet wat beide vertegenwoordigers van de Belgische democratie te zoeken hebben in de regelrechte dictatuur Rwanda.
3872. Saskia De Coster in De Morgen: “Abnormaal: ik vraag me af wat dat is. Iedereen probeert voortdurend te doen alsof hij alles onder controle heeft, maar daar sluimert zoveel onder. Er is ook zoveel wat niet meer mag Neem godsdienst bijvoorbeeld, het domein bij uitstek waar de grens tussen waanzin en geloof niet duidelijk is. Maar daar mag je precies niet meer aan mee doen. Terwijl ik die dunne grens net zo fascinerend vind. Die mystica’s van vroeger, hysterische wijven eigenlijk, die zich de bruid van God voelden en hun leven aan hem gaven, dat is toch geweldig mooi? Nu zou men hen gewoon voor gek verslijten.”
3873. Leterme: hoewel deze politicus zonder twijfel de broedhen is van het frietkuiken De Wever verklaart hij toch: “Bart De Wever is mislukt. Hij heeft helemaal niets gedaan met zijn verkiezingsoverwinning.”
3874. doping en ontdoping: het bisdom Antwerpen wil met de campagne “Laat je onderdompelen” het doopsel promoten. Het opmerkelijke initiatief komt er als reactie op het hoge aantal ontdopingen in het bisdom Antwerpen. Dit jaar kwamen er al 150 aanvragen voor ontdoping binnen. Het Antwerpse bisdom is daarmee het bisdom met het grootste aantal kerkuittredingen. Alweer neemt de reclame de plaats in van het product of de vercommercialisering van het geloof.
3875. seksfantasieën: zij zegt: "Ik droom van een ordinaire volksjongen". Daarop antwoordt Grunberg in VN: "Wat stelt u zich voor bij een ordinaire volksjongen? Het klinkt reviaans. Als ik me verkleed, zou ik dan voor een ordinaire volksjongen kunnen doorgaan? Of bedoelt u met 'volksjongen' een lustobject waarmee je heerlijke seks kunt hebben zonder ooit op het object verliefd te hoeven worden?"
3876. gevaarlijke literatuur (Ned.): dat soort romans waarin de held niet alleen Wilderiaanse standpunten aanhangt maar ze ook uitvoert.
3877. ontwikkelingshulp: al jaren schenken de Europese landen miljarden aan Haïti en we zijn niet verder gekomen dan enkele waterputjes waarrond wat kleurlingen bewonderend staan te gapen.
3878. tegen het cultuurelativisme: grachten- of bijbelgordel, alle mensen dienen daar de mammon.
3879. gevaarlijke literatuur (Vlaanderen): dat soort romans waarin de auteur die stinkende potjes opent die zelfs Claus gesloten hield.
3880. banken: wat is diefstal in vergelijking met de opening van een bank?

woensdag 23 maart 2011

O die wetenschap!


De innige reactor

In memoriam de slachtoffers in Japan.
Een gedicht van Jan Lauwereyns. In Knack nr. 12, 2011.
De aarde beefde
Oproepen kwamen
De dode moeder leefde
Heelhuids met vader samen
Tegen de hoop
Met bloed en ziel
Uit de knoop
Onder de kiel
Van het schip
Der wetenschap
Dat in een vingerknip
Voor de grap
Zonk in de zee
De waanzinnige zee

Bonussen


Bonussen in Nederland en België

Het Financieel Dagblad schrijft dat de Nederlandse regering de bonussen die sinds 2008 werden uitgekeerd in banken, die dankzij overheidssteun werden rechtgehouden, voor de volle 100% gaat belasten. In de Tweede Kamer stemde een alternatieve meerderheid in met de motie van Kamerlid van Vliet. De regering is verplicht de motie uit te voeren. Het betreft alle bonussen die sinds 2008 aan werknemers van ABN Amro, ASR, ING, Aegon en SNS Reaal werden betaald.Een miljardenstroom vloeit zo naar de schatkist. ING heeft sinds 2008 voor € 1,3 miljard aan bonussen uitgekeerd.
De Tweede Kamer stemde echter in met een uitweg. Voortaan zullen bonussen niet meer van de vennootschapsbelasting mogen worden afgetrokken en dan is het ook goed. In dat geval zou de meeropbrengst voor de schatkist 25% van het totale bonusbedrag zijn.
Vanmorgen liet ING-topman Jan Hommen weten af te zien van zijn bonus. Een paar jaar geleden moest ook ING gered worden met overheidsgeld, maar toch werd nu voor Hommen een bonus van meer dan 1 miljoen euro gereserveerd. De vakbonden zijn er niet over te spreken: ze noemen het ’schokkend’ en ’schaamteloos’ en De Telegraaf heeft gezien dat ook bij minister de Jager de wenkbrauwen hierdoor aan het fronsen gingen. „Het klopt niet”, stelde hoogleraar financiële ethiek Boudewijn de Bruin van de Rijksuniversiteit van Groningen: „Er is geen noodzaak hem zoveel te betalen.”De SP wil weten hoe de regering de motie denkt te gaan uitvoeren. Minister van financiën de Jager neemt het toch op voor de bankiers. Hij vindt de motie ‘in strijd met de grondwet’. De Jager zei vorige week dat hij een langdurige juridische strijd verwacht.
Hommen ziet nu af van de bonus van € 1,25 miljoen die hij bovenop zijn vaste salaris van € 1,35 miljoen meende te kunnen gaan vangen. ING staat voor 5 miljard in het rood bij de Nederlandse overheid. Op het internet lieten veel mensen weten dat ze hun rekening bij de ING zouden opzeggen.
De Belgische regering van lopende zaken kan meteen ook aan de slag, want ook bij ons gaat het goed fout. De leden van de raad van bestuur van het beursgenoteerde Ageas (ex-Fortis) hebben in 2010 hun verloning weten te verdubbelen. Dat blijkt uit het vorige week gepubliceerde jaarverslag van de verzekeringsgroep. Volgens Ageas komt dat door ‘de invoering van een nieuw remuneratiebeleid met een marktconforme bezoldiging'. De raad werd met twee bijkomende leden ‘versterkt’ en er werd een stuk meer vergaderd: vandaar de kortetermijnbonussen, de aandelen, pensioenregelingen en andere vergoedingen zoals ziektekostenverzekeringen en overlijdensrisicoverzekeringen, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en auto’s van de zaak …
Bij de publicatie van de kwartaalcijfers (04/2010) van BNP Paribas werd bekendgemaakt dat er alvast € 500 miljoen werd opzij gezet voor bonussen. Ook KBC, Dexia en Ethias werden rechtgehouden met overheidsgeld. Begin april maken KBC en Dexia de bonussen voor hun 'topbankiers' bekend.
Uit de blog van Danny Carleer.

donderdag 17 maart 2011

De Linkse Kerk


Het échte taboe in het migrantendebat
Knack donderdag 17 maart 2011
In zijn nieuwe boek Links van de kerk stelt antropoloog Jan Blommaert dat links geen rol speelt in het debat over de multiculturele samenleving. Het boek verschijnt op 21 maart op kifkif.be. Hier alvast een fragmentje.
‘Ik heb het migrantenprobleem altijd gezien als een problematiek van ongelijkheid, en daardoor een democratisch probleem. Het antwoord erop moet een verdere, verbeterde en verdiepte democratie zijn – een democratie waarin elke burger in dit land, autochtoon of allochtoon, jong of oud, man of vrouw volle rechten moet genieten en volle verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van die democratie. Het antwoord op het migrantenprobleem is bijgevolg een aanpassing van ons eigen systeem, dat we opener en sterker moeten maken. Als onze democratie bang is van zijn eigen onderdanen en daardoor allerhande vrijheden en rechten ter discussie begint te stellen, is ze ziek en dan hebben we onszelf daarmee geen dienst bewezen.
Het blijft me na twintig jaar verbazen hoe een groot deel van links zo’n moeite kon hebben met een standpunt dat ten gronde zeer orthodox links is en aansluit bij de hele logica van links als een democratische politieke actor. Ik heb ook nooit begrepen waarom links zichzelf in een uiterst pragmatische rol liet duwen en daardoor allerhande standpunten steunde die volstrekt in tegenstrijd zijn met waar links voor staat.
Toen het Vlaams Blok, alweer na veel controverse, uiteindelijk veroordeeld werd voor racisme (iets wat de partij zeer hard heeft getroffen) kwamen er alweer stemmen van links die dit vonnis betreurden en opwierpen dat men ‘het Blok met argumenten moet bevechten’. Een wetsovertreding werd zo goedgepraat, en terwijl men een nul-tolerantie tegenover ‘kutmarokkaantjes’ toejuicht vindt men een vervolging wegens racisme een brug te ver. Eén maat en één gewicht? Gelijkheid? De rechtsorde en de daaraan gekoppelde democratische verplichtingen? Allemaal pragmatisch opzij geschoven.
Dit standpunt was het échte taboe in het migrantendebat. Van zodra men de autochtone verantwoordelijkheden aangaf, de plicht tot democratie en het verbod op discriminatie en racisme onderstreepte, sloten de rangen, de oren en de monden zich. Het echt onbespreekbare punt in het migrantendebat was, en is, de rol van de autochtone meerderheid in dit alles. Al de rest, geloof me, was en is volkomen bespreekbaar, werd en wordt uitbundig en tot in den treure besproken in toonaarden die varieerden van eufemistisch tot bot, beledigend en brutaal. Het gevolg is aantoonbaar: we hebben nu een politieke elite die virtuoos gebruik maakt van rechtse standpunten – Wilders en Dewinter zijn marktleiders – maar we hebben geen politieke elite die virtuoos gebruik maakt van linkse standpunten. Die laatste zijn afgeleerd want ze spelen al twintig jaar simpelweg geen rol in het centrale debat.’

Charles Taylor over het subject (4)


Het volgende essay is het vierde deeltje van het eerste hoofdstuk van mijn scriptie over de aard van het subject in het werk van de filosoof Charles Taylor. Voorheen publiceerde ik al het eerste deeltje: het project van Charles Taylor en ook het derde. Het tweede deeltje is een situering van Taylors werk in de wijgerige geschiedenis. Ik laat het hier weg. In volgende afleveringen zal ik deze scriptie stukje per stukje op het web zetten. Wie interesse vertoont voor het geheel kan mij altijd mailen.
1.4 De engere context: positieve en negatieve voordenkers
1.4.1 De filosofie van de alledaagse taal
Toen Taylor in 1953 in Oxford aankwam bevond hij zich plotseling in het centrum van een linguïstische revolutie in de Engelse filosofie. Deze innoverende beweging kreeg de naam van ordinary language philosophy. De methode ervan werd linguistic analysis genoemd. Door een nauwkeurig onderzoek naar de wijze waarop woorden in het alledaagse taalgebruik worden aangewend wilden deze filosofen een aantal belangrijke betekenissen en concepten precies omschrijven. De vraag rijst dan hoe en in welke mate Taylors eigen wijsgerig project werd beïnvloed door de nieuwe benadering van de taal die de filosofische bedrijvigheid in het Oxford van de jaren vijftig karakteriseerde.[1]
De ordinary language philosophers legden daarbij de nadruk op de vele manieren waarop alledaagse taalgebruikers zin en betekenis tot stand kunnen brengen. Zij namen afstand van de logische, monolithische modellen voor zinvolle taalproductie die bijvoorbeeld Russell, de eerste Wittgenstein en de logisch positivisten hanteerden. Iedere verwijzing naar een onderliggende, definitief definieerbare essentie van een betekenis werd daardoor onmogelijk en onnodig.
Zoals later zal blijken probeert Taylor de intieme samenhang tussen het subject en de wereld te onderbouwen. Van belang daarvoor is Gilbert Ryle’s poging om in zijn The Concept of Mind (1949) het cartesiaanse dualisme tussen lichaam en geest uit de wereld te helpen. Volgens Descartes is de geest een aparte entiteit die los van het lichaam kan opereren. Toch woont hij ergens in het lichaam zoals een geest in een machine. Het lichaam behoort tot de fysische wereld en is onderworpen aan de causale wetmatigheden waaraan alle ruimtelijke objecten onderhevig zijn. Vanuit dat lichaam is het leven van de geest ongrijpbaar: het bestaat in een reeks van innerlijke ervaringen die volkomen privé zijn en slechts van binnen uit kunnen worden beleefd. Dit soort leven is niet mechanistisch bepaald. Toch kunnen lichaam en geest elkaar op een mysterieuze wijze beïnvloeden. Beide hebben een eigen bestaanswijze en vormen samen een amalgaam dat de eenheid van de individuele mens uitmaakt. Volgens Ryle is dit soort denken een paradigmatisch voorbeeld van een metafysische illusie. Aan de menselijke persoon schrijven we vaak gedachten, gevoelens, intenties en motieven toe. Die mogen echter niet worden opgevat als eigenschappen van een onzichtbaar mentale entiteit. Als we dat wel doen geven we ons over aan een duister metafysisch spel, construeren we een onwerkelijke wereld waarbij we proberen te antwoorden op vragen als : “Uit welke stof is de geest gemaakt?”, “Welke zijn zijn hoofdeigenschappen?” of “Hoe verhoudt de geest zich causaal met het lichaam?”. Als we zulke vragen stellen doen we alsof het toeschrijven van mentale concepten lijkt op het gewone beschrijven van voorwerpen, het toekennen van eigenschappen aan objecten of het benoemen van zichtbare realiteiten. Dan bezondigen we ons aan een logische categoriefout waarbij we een mentaal concept in verband brengen met een daarbij niet passend type van ding. Wanneer we via een propositie een uitwendige, zichtbare handeling beschrijven en vervolgens daaraan via een andere propositie een motief toekennen begaan we een logische fout als we daarbij veronderstellen dat naast die waarneembare, publieke handeling nog een andere, onzichtbare gebeurtenis plaatsvindt. Het lijkt dan alleen maar natuurlijk het bestaan van een onzichtbare geest te bevestigen als de locus van die mentale gebeurtenis. Op die manier ontstaat de mythe van de geest in de machine die uiteindelijk leidt tot de affirmatie van het cartesiaans dualisme.
Ten opzichte van de ordinary language philosophy neemt Taylor een ambivalente houding aan. Van de ene kant leert hij van hen dat reductionistische analysemethodes ongepast zijn. Dit soort analyse probeert een item in een welbepaalde taal te vertalen in een andere zodat de essentiële betekenis van het bedoelde concept helder wordt. De feitelijke termen in de betrokken talen blijven daarbij verder buiten beschouwing. Hoe genuanceerder, fijnzinniger en diverser dergelijke termen in de alledaagse taal worden gebruikt hoe minder de reductionistische opzet zal lukken. Anders dan de logische positivisten onderstreept Taylor de complexiteit, de veelvoudige gelaagdheid, de functionele diversiteit en de fundamentele contingentie van de alledaagse taal zodat het reductionistisch model onmogelijk wordt. Dit inzicht zal een belangrijke rol spelen in zijn eigen taalfilosofie die mede zijn bijzondere opvatting over het subject bepaalt. Later zal hij ook elke reductionistische verklaring van het menselijke gedrag afwijzen.
Taylor kant zich tegen ieder a priori model voor de taalanalyse. De afwijzing van een dergelijk model heeft een therapeutisch effect: zij laat zien hoe iedere filosofische theorie (bijvoorbeeld een opvatting over de aard van het subject) wordt verengd door een methodische eenkennigheid of door een aantal metafysische vooronderstellingen die vaak in de methode zijn ingebakken. Taylor is het ook grondig eens met Ryle. De mythe van de geest in de machine is nog steeds wijdverspreid. Het is dan zaak door een therapeutische reflectie de bron van een dergelijke denkfout bloot te leggen. Ryles positie preludeert al op het publieke en lichamelijke karakter van Taylors subjectopvatting en op diens fervente kritiek op het cartesiaanse cogito.
Aan de andere kant is Taylor het oneens met de methode van de linguïstische analyse omdat ze berust op een onuitgesproken metafysisch fundament. Dit soort analyse bevestigt de alledaagse taal als een consistent en betrouwbaar raamwerk voor een algemene taaltheorie en voor een neutrale, common sense opvatting over de constitutie van de menselijke wereld. Door een doorgedreven linguïstische analyse hoopt men daarom een criterium te kunnen vinden dat kan scheidsrechteren tussen rivaliserende theorieën op beide domeinen. Het is waar dat de leefwereld (de common sense realiteit van alledag) zich voortdurend moet bewijzen in ontelbare akten van communicatie en dat daarin een zeker zelfkritisch potentieel aanwezig is. Het is evenzeer waar dat in de gewone, alledaagse praktijken een ervaring van eeuwen is gekristalliseerd. Toch moeten we ons ervoor hoeden, aldus Taylor, de leefwereld al te zeer te naturaliseren zodat hij niet langer verschijnt als een contingent, historisch gebeuren, waarin de wereld slechts op een bepaalde wijze wordt geïnterpreteerd en geconstitueerd. Het gaat niet op de alledaagse taalpraktijken (en daarmee de visie op die wereld en de mens die daarin ligt ingebed) zomaar als cognitief betrouwbaar (of als een ethisch onfeilbaar richtsnoer) voor te stellen. Dan komt men in een soort dogmatisch denken terecht waarvoor Taylor waarschuwt.[2] De verheldering van belangrijke concepten binnen de filosofie van de alledaagse taal is niet voldoende kritisch omdat het uiteindelijk niet alleen om de precieze betekenis maar vooral om de validiteit van die concepten gaat. Het is immers evident dat vele begrippen en begripssamenhangen in de leefwereld met elkaar in tegenspraak zijn of met elkaar concurreren. Als bijvoorbeeld een nadere omschrijving van de menselijke subjectiviteit (of de fundering van een antropologie) op het spel staat dan beschikken de filosofen van de alledaagse taal niet over een criterium om uit te maken welke van de vele taalspelen die zij in de leefwereld onderscheiden daarvoor belangrijker zijn dan andere. Bovendien rivaliseren allerlei zinfiguraties daar met andere vormen van kennis die, zoals de wetenschap, op een afstand van de leefwereld tot stand komen en daarin deelswijze doorsijpelen. De door linguïstische analyse verhelderde concepten in de alledaagse taal zijn daarbij niet langer een maatstaf omdat ze zelf betrokken partij zijn.
Cognitieve paradoxen en conceptuele duisterheden zijn dus niet alleen het gevolg van misverstanden over de logica van de taal. De methode van de linguïstische analyse maakt allerlei kwesties van de menselijke subjectiviteit slechts indirect bespreekbaar door wat we er kunnen over zeggen in de alledaagse taal. Die methode is daarenboven te weinig historisch want ze naturaliseert de leefwereld tot een uniform, samenhangend en schijnbaar statisch geheel. Dit interpretatiemodel is ook te weinig precies omdat het uitgaat van een ontologisch en metafysisch fundament dat het niet echt ter sprake brengt en op geen enkele manier kan rechtvaardigen. Als ook Taylor de filosofie een therapeutische functie geeft dan acht hij daarvoor een complexere methodologische reflectie noodzakelijk die zich niet allen op de alledaagse taal maar ook op allerlei andere kennisdomeinen betrekt. Door haar veel rijkere achtergrond zal die aanpak de euvels overwinnen die Taylor in de taalanalytische procedures heeft vastgesteld.
[1] Voor de beantwoording van deze vraag steun ik op Smith, Charles Taylor, p. 18-25 en op een vroeg essay van Charles Taylor, ‘Phenomenology and Linguistic Analysis’, Proceedings of the Aristotelian Society, 33 (supplementary volume, 1959).
[2] Zie hiervoor Taylor, ‘Phenomenology and Linguistic Analysis’, p. 109 – 110.

dinsdag 15 maart 2011

Het rechtse Amerika


Hoop en vooruitzicht
Op zijn 82ste had linguïst Noam Chomsky eigenlijk al lang met pensioen kunnen zijn, z'n dagen doorbrengend voor de buis en zich af en toe rechtzettend om een tas English Breakfast Tea te zetten. Mooi niet dus.
In zijn nieuwste boek haalt Chomsky nog eens zijn scalpel tevoorschijn en ontleedt hij met het enthousiasme van een student de politieke ontwikkelingen in de beide Amerika's. Met het enthousiasme van een student, yes indeed. Want 'het afgelopen decennium is Latijns-Amerika de meest spannende regio ter wereld geworden', schrijft Chomsky. 'Voor het eerst begint het continent zijn eigen lot in handen te nemen.'
Een reeks tot de verbeelding sprekende voorbeelden uit Bolivia, Venezuela en Haïti moet dat illustreren.
En de change in de VS? Die lijkt nog niet voor morgen. Obama's verkiezing tot eerste zwarte president is memorabel maar voorlopig kiest hij hetzelfde pad als zijn voorgangers. Stijgende defensiebudgetten, onvoorwaardelijke steun aan Israël, ... Ook Obama opereert binnen een verdorven democratie waar de kleine elite nog nadrukkelijker dan voorheen de plak zwaait. De weg is nog lang.
oorspr.titel: Hopes and Prospects, uit het Engels vertaald door Dries Rombouts
paperback (15 x 22,5 cm) - 344 p.

donderdag 10 maart 2011

Het precieze gebruik (3841 - 3860)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (3841 – 3860)
3841. cynisch: een nadenkend mens op leeftijd is bij bepaling cynisch. Zijn moed bestaat erin het zonder troostvolle illusies te ondergaan.
3842. Europa en de Arabische volkeren: Europa zwijgt om zijn belangen. Als zijn roemruchte intellectuelen binnenkort weer beginnen te roepen over de voortreffelijkheid van de Westerse Cultuur en het zaligmakende karakter van de Verlichtingswaarden, denk er dan aan dat aanvankelijk alleen Zwitserland bereid was de daar gedeponeerde deviezen van de dictator Khaddafi te bevriezen. Ondertussen, nu de dictator weer aan de winnende hand is, beginnen onze regeringen hun zaakjes weer handenwrijvend met hem te regelen.
3842. fietsen: de eerste warme dagen zijn er. Weer kan ik fietsen met ongecompliceerde zielen voor wie de dingen duidelijk zijn. Wie het hardst op de pedalen trapt of het langst is de beste. Voor een nadenkend mens is dat een verademing. Die moet nu en dan van zichzelf bekomen, uitblazen en een bad nemen in de onproblematische zekerheden van de leefwereld.
3843. geen nieuws: waar blijven de veroordelingen van de kerkelijke pedofielen? De straf voor de medeplichtige mijterdragers? Wat doet het gerecht? Het Parlement? De waarheid is de volgende: ze dekken elkaar zoals de artistocratieën in de moderne staten dat altijd hebben gedaan.
3844. het socialisme: ‘Wat is dat rode schijnsel, vader?’ – ‘Dat is de zonsondergang van het socialisme, mijn kind.’
3845. de laatste neologismen: de oppergrasroker (Simon Vinkenoog ); de Europese brekebeentjes dingen naar de gunst van China; de euro redden is nog altijd een eufemisme voor het redden van wankele banken; het hoofdpijndossier BHV; opmerkingen bij de chaos (je ochtendlijke portie krantenartikelen); het dagelijkse trommelvuur van de rancune (bijv. nujij.nl); in het golfslagbad der geschiedenis is Hofland eerder badmeester dan drijfhout; ik herinner mij, dus ik verzin.
3846. onze trots: de taal is gans het volk. Daarover Benno Barnard op zijn Knack blog: : “Anders dan Van Istendael heb ik een diepe afkeer van dialecten. O fatale Vlaamse liefde voor het patois! Voor de recentste, overvloedig geprezen Vlaamse film heeft een Antwerpse acteur het dialect van Sint-Truiden moeten aanleren. Bijgevolg diende de integrale rolprent ondertiteld te worden, wat enigszins afbreuk doet aan het beoogde realiteitsgehalte. Honderd jaar van emancipatie sterft rochelend voor onze ogen”.
3847. de columnist: een schrijvend legertje van één persoon.
3848. ontzettend: ik zag in de krant een foto van drie neoliberale, rondbuikige Europese parlementsleden genietend van de zon op het revolutieplein in Caïro. Hiér leven ze op onze kosten en organiseren ze gewetenloos de contrarevolutie, naar gínder vliegen ze op kap van de Europese loontrekkenden en dáár staan ze te gloriëren in het bloed van de anderen.
3849. de democratie: zonder een verregaande gelijkheid in inkomen en mogelijkheden is ze alleen maar schmink op een open wonde.
3850. het CDA: ze bedriegt haar kiezers (alle partijen doen dat) maar in zo ongelooflijk grote mate dat zelfs enkele procenten van het dociele christelijke kiesvee in het openbaar begint te blaten.
3851. hoe er zoal gelogen wordt: we zijn ons brein en niets anders; bedrijven moeten nu eenmaal altijd meer winst maken; voetballers moeten in hun productieve tijd het geld oprapen waar het te rapen is; pijn is goed voor ons (vooral in de economie); helemaal samenvallen met je eigen nimmer vast omlijnde zelf; het tot op het bot beledigen van mensen is een onvervreemdbaar grondrecht; het atheïsme is geen ideologie; verschillen in inkomens zijn het gevolg van het meritocratisch principe, van talent en inzet; smaak is aangeboren, een natuurlijke zaak en dus niet aangeleerd.
3852. populisten en economen: Paul Tang in DGA: “Onderbuikgevoelens vanuit een simpel wereldbeeld: dat hebben populisten en economen gemeen. Maar er is een cruciaal verschil. Terwijl de populisten zich afzetten tegen de arrogante elite en kiezen voor het volk keren de de economen zich juist tegen naar het volk neigende politici. Men zou kunnen zeggen dat economen nog een tikkeltje arroganter zijn dan de politieke elite’.
3853. een inzicht: als van een mens tot een onkreukbare held wordt gemaakt dan is zijn leven bijgeschminkt, opgekalefaterd, van lelijke onderdelen ontdaan, kortom bijeengelogen. Het echte heroïsme leeft van de twijfel, de aarzeling, een mengelmoes van sterke en zwakke kanten, de pull en de push van toevallige omstandigheden. Het is het onzichtbare heldendom van tienduizenden kleine lieden.
3854. Alain de Botton (zie foto): een columnist van The Guardian: “Hij is een pijnlijke ballenachtige man, een glazend kale, zachtlippige popfilosoof die een lucratieve carrière heeft opgebouwd rond het intrappen van open deuren in pretentieuze, vederlichte boeken.”
3855. modern design (1): Walter Benjamin; “In deze interieurs leven betekende dicht ingeweven, ingesponnen zijn in een spinnenweb waarin de wereldgebeurtenissen verstrooid, als uitgedroogde insectenlichamen, opgehangen waren”.
3856. het nieuwe kapitalisme: daarbinnen verschijnen producten zelf als diensten: men koopt niet langer een product, men koopt een identiteit.
3857. onze problematische identiteit (1): het verlangen ernaar is al een teken dat je ze niet bezit.
3858. onze problematische identiteit (2): een groot, nieuw geestelijk avontuur zou kunnen bestaan in de poging er geen te hebben, te leven zonder houvast, overtuigd van en verheugd over je oningevulde eigenheid, je blijvende ongedefinieerdheid. Hoe zou zo’n leven er uit kunnen zien?
3859. modern design (2): als de maatschappij niet langer maakbaar is, dan is de huiskamer dat nog wel.
3860. de essentie van het toneel: het tonen van de afgepelde mens van wie alle overlevingstrucs zijn afgepakt, oog in oog met zijn onbeschaamd lelijke zelf.