woensdag 29 juni 2011

Het precieze gebruik (4181 - 4200)



Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4181 – 4200)


4181. een Glimp in Knack: “In elke Calimero schuilt een Nero”. Zie nr. 4185.


4182. een kinderrijm van Adam Mansbach:

The tiger reclines in the simmering jungle.

The sparrow has silenced her cheep.

Fuck your stuffed bear, I'm not getting you shit.

Close your eyes. Cut the crap. Sleep.


4183. de laatste neologismen: een crooïsme (een voorbeeld van kromtaal van De Croo); een roman met al te keurig aangeharkte dialogen; nooit eerder liet eenVlaams weekblad de broek zo laag zakken (toen het schreef over Letermes mogelijke broekzakkerij); de literatuur als een leerschool in verlering (Pessoa bedoelt hier een paradigmashift in het bewustzijn).


4184. Engeland: de Anglicaanse kerk staat bekend als ‘de Conservatieve Partij in gebed’. Toch leveren haar bisschoppen geregeld kritiek op de antisociale politiek van de conservatieve regeringen. De Vlaamse kerk daarentegen presenteert zich graag als progressief, maar zwijgt als een graf over de sociaal-economische roverijen die zich heel zichtbaar onder haar kansels voltrekken.


4185. Mangain en De Wever: precies zoals Wilders in Nederland beschouwt De Wever zich als de enige met een eerstgeboorterecht op beledigingen van tegenstanders en scheldkanonnades op dissidente stemmen. Als hijzelf verbale woordfluimen over zich heen krijgt spreekt hij van een gemene samenzwering, onredelijkheid en valsheid en begint in het publiek om medelij te bedelen. Want in elke Nero schuilt een Calimero. Zie nr. 4181.


4186. een triestig inzicht: mensen willen er niet van weten dat de natuur een amorele seriemoordenaar is en dat de staat, als de nood het hoogst is, zich zo onvoorspelbaar gedraagt als een meermaals bedrogen echtgenoot.


4187. Wilders en de media: Wilders vliegt omhoog op de vleugels van de media, ten eerste omdat zijn boodschap een onmiddellijk, zij het oppervlakkig ja-gevoel opwekt, ten tweede omdat de overvloed aan media vraagt om een publieksvriendelijke, vermakelijke en spannende invulling van steeds maar toenemende journalistieke leegtes en ten derde omdat deze witbepruikte politicus waarlijk een meester is in de pr voor zichzelf en dat in een politiek klimaat waarvoor hijzelf model staat.


4188. het populisme (1): Dick Pels: “Het getuigt net van grote politieke moed om dat ene gaatje te vinden waar het compromis doorheen kan. Het is ook veel moeilijker dan koppig te volharden in je eigen waarheid.”


4189. het populisme (2): Dick Pels: “De populisten scheppen het volk naar hun beeld en gelijkenis, en dan beroepen ze zich op dat volk, alsof dat hetzelfde zegt als De Leider, alsof er geen hiaat is tussen beiden.”


4190. het populisme (3): nogmaals die duivelse Dick: “Het is de rol van de elite om af en toe in te gaan tegen het populisme van het volk. Als ze zichzelf serieus neemt, moet ze dat opnieuw durven.”


4191. een story uit Story (1): Thomas Siffer (creatief directeur van Story): “Onze premier is geen haar beter dan Bill Clinton en Anthony Weiner. Leterme liegt pertinent en hij weet het.”


4192. een story uit Story (2): vrijwel alle bladen maakten zich met groot misbaar zorgen over de verregaande grensoverschrijding waaraan Story zich schuldig zou hebben gemaakt, nu dit blad inging op de bedenkelijke seksuele mores van onze West-Vlaamse geitenliefhebber. Ik beschouw dit als een voorbeeld van vaandelvlucht, van schrik voor de eigen verantwoordelijkheid. Als iemand besluit op het publieke podium te gaan leven, dan moeten ook zijn vunzige verrichtingen openbaar worden gemaakt, wat ook de gevolgen zijn voor de journalist, zijn krant of zijn blad. De elites zijn al straffeloos genoeg. Een flinke afstraffing in de pers is dan ook niets anders dan een broodnodige correctie.


4193. Wimbledon vindt het welletjes: de organisatie van het prestigieuze tennistoernooi heeft genoeg van het keiharde gekreun, gegil en gekerm op het heilige Britse gras. Tegenstanders, toeschouwers en televisiekijkers klagen al jaren over het extreme gekrijs op de tennisbaan .


4193. de Amerikaanse mietjes: twintig miljard dollar. Dat is het fabelachtige bedrag dat de Amerikaanse troepen in Irak en Afghanistan elk jaar besteden aan airco. Dat is meer dan het totale budget van de ruimtevaartorganisatie Nasa en ook meer dan het totale nationaal inkomen van Afghanistan.


4194. het festivalseizoen begint (eind juni): het komt voor dat zelfs bisschoppen iets pregnants te zeggen hebben. Ooit hoorde ik die van Hasselt beweren dat de jeugd van nu een wonderlijke ervaring mag beleven: tot op het moment waarop ze vroeger al dood zouden zijn maakt ze een paradijservaring mee, een onvoorwaardelijk positieve overgave aan het leven en de mensen die in het latere leven zijn hoopgevende sporen nalaat. Ik hoop van harte dat de hoogeerwaarde heer het bij het rechte eind had. Het omgekeerde is alleszins onbetwistbaar: vele negatieve ervaringen in je jeugd werpen hun donkere slagschaduwen tot ver in de gevorderde en zelfs tot op hoge leeftijd.


4195. hoe de literatuur de wereld kan veranderen: de literaire criticus Joris Note (foto) in een toespraak: “In het beroemde gedicht ‘An die Nachgeborenen’ (‘Aan hen die na ons komen’) drukt Brecht de hoop uit dat de machthebbers door zijn toedoen minder zeker zouden zitten, maar is dat niet per definitie een misplaatste hoop? Zijn de machthebbers wel in het geding? Volgens de filosoof Jacques Rancière gaat het in literatuur en kunst niet om de macht, maar om de consensus. Consensus, dat betekent hier niet de overeenstemming van méningen over de werkelijkheid. Het is de zwijgende vastlegging van wat werkelijkheid ís, de evidentie die aan meningen voorafgaat, het geformatteerd-zijn van de werkelijkheid. Literatuur lijkt in staat om die evidentie te doen wankelen, om samenstelling en indeling van de realiteit te doen verschuiven, om dingen en mensen waarneembaar te maken die het niet waren, die zogezegd illegaal waren of minstens oningeburgerd. De realiteit wordt dan opengebroken, of losgesneden uit een bepaalde blik en taal; iets wat weggesloten zat komt aan het licht. En tegelijk verliest ook het ik (het subject, de stem...) van de tekst zijn evidentie en eenheid”.


4196. het verachterlijke als een kiemcel van het nieuwe: dezelfde Joris in dezelfde toespraak: “ Serieuze literatuur vloekt altijd met het voor de hand liggende en het moralistische, en heel vaak zelfs met het redelijke. Een van de krachtigste personages van Brecht is de rechter uit het stuk ‘De Kaukasische krijtkring’, een zuipende lomperd die geld aanneemt van de rijken en alleen vonnissen velt ten gunste van de armen, dus eigenlijk iemand die de rechtsstaat vrolijk aan zijn laars lapt. De Italiaanse denker Giorgio Agamben zegt dan ook ergens dat voor een bepaald messianisme de tekenen van het toekomstige heil zich schuilhouden in schandelijke en belachelijke figuren. We moeten ze weten te vinden”.


4197. de Belgische spoorperikelen: door een reeks technische mankementen zaten maandagavond (27 juni 2011) duizenden reizigers vast in bloedhete treinen. De reacties bij de driedubbele spoortop zijn typisch. Volgens Marc Descheemaecker (NMBS, 451.000 euro) is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Jannie Haek (NMBS Holding, 484.436 euro) wijst naar infrastructuurbeheerder Infrabel. En Luc Lallemand (Infrabel, 485.605 euro) reageert niet.


4198. wie zegt nog de waarheid?: Ramsey Nasr kennen we als ex-stadsdichter van Antwerpen. Dat Ramsey vandaag 'Dichter des Vaderlands' is in Nederland is hier minder goed geweten. Als Dichter des Vaderlands sprak hij zich maandag op het Malieveld in Den Haag uit tegen de besparingsmaatregelen van de Nederlandse regering. Omdat ook in dit geval duidelijk wordt dat vrijwel alleen de kunstenaars de waarheid (kunnen en willen) spreken druk ik een selectie uit zijn toespraak in een volgende bijdrage apart af.


4199. de waardevrije wetenshap: bedrijven betalen voor universitair onderzoek. Met 15,3 procent van het totale budget is Vlaanderen koploper in de wereld. Is deze vermarkting van kennis een logisch gevolg van de noodzaak aan nieuwe, winstgevende technologieën? De aardappeloorlog aan de KU Leuven belooft niet veel goeds. Dat het zogenaamde vrije onderzoek ondertussen door de beschikbare geldstromen en door winstoogmerken wordt belaagd zal wel duidelijk zijn.



4200. die dure sociale zekerheid toch!: de strijd die Amerika sinds 2001 voert in Afghanistan, Pakistan en Irak kost de VS in totaal minimaal 3.700 miljard dollar (bijna 2.600 miljard euro). Dat is de uitkomst van een groot onderzoek van het Watson Instituut voor Internationale Studies van de Amerikaanse Brown Universiteit. Het totaalbedrag kan zelfs oplopen tot meer dan 3.000 miljard euro. De berekening pakt veel hoger uit dan een bedrag van 700 miljard euro dat de Amerikaanse president Barack Obama onlangs noemde.

donderdag 23 juni 2011

De bredere context van Ch.Taylors filosofie




De inbedding van Taylors cultuurfilosofie
Hieronder volgt het volgende deeltje uit de inleiding van mijn studie over het subject in het werk van Charles Taylor. Het gaat over Hoofdstuk I, sectie 1.3. De vorige deeltes heb ik hoger al op het web gezet. Gebruik daarvoor de Weerwerk-zoekmachine onderaan de rechterzijde van mijn blog.


1.3 De bredere context. Van metafysica naar cultuurfilosofie[1]




1.3.1 Hamann tegen Kant

Kants transcendentale filosofie markeert het einde van de klassieke metafysica. De categorieën van het verstand binden allerlei ervaringsgegevens tot een oordeel dat van toepassing is op de werkelijkheid. Kants ‘nieuwe’ metafysica verankert zich aldus in de subjectieve en niet meer in de objectieve orde. Toch hebben de a-prioristructuren een eeuwig, onveranderlijk en universeel karakter dat niet wordt beïnvloed door de traditie, de ervaring en de taal. Op die manier hoopt Kant de geldigheid van de moderne natuurwetenschappen van een onwrikbaar en blijvend fundament te voorzien.


In 1800 publiceerde Johann Georg Hamann zijn Metakritik über den Purismum der Vernunft waarmee hij reageerde tegen de opvattingen van zijn stadsgenoot uit Köningsberg. Daarin beklemtoonde hij de culturele, historische en contextgebonden beperkingen van de rede. Daardoor bracht Hamann een kritische beweging op gang die zou leiden tot de transformatie van de transcendentale filosofie in een cultuurfilosofie, een verandering die op het continent al een aanvang nam op het einde van de achttiende en in het begin van de negentiende eeuw en haar bekroning zou vinden in de Angelsaksische cultuurfilosofie van de twintigste eeuw (R.G. Collingwood, I. Berlin, C. Taylor).


Als Hamann het tijdsgebonden karakter van Kants a-priori’s onderstreept legt hij daarmee de basis van de Sturm- und Drangbeweging, ook bekend als de Tegenverlichting.[2] De organiserende idee van deze beweging is dat het denken een gesitueerde activiteit is. Daarbij verwerpt Hamann Kants dichotomie tussen zintuiglijkheid en verstand en daarmee de noodzaak van een synthese daartussen. Evenzeer verwerpt hij de noodzaak van diens transcendentale schemata waardoor Kants algemene en universele verstandsbegrippen greep kunnen krijgen op het bijzondere en het concrete van de aanschouwing. Al deze functies zijn volgens Hamann overbodig omdat de taal ze automatisch uitoefent. Woorden hebben zowel een esthetisch als een logisch vermogen en zijn zo een bindmiddel tussen het verstandelijke en het zintuiglijke. In de overgang tussen beide fungeert de taal als een soort ladder, als een instrument dat toelaat

een leger van waarnemingen [te laten] opklimmen tegen de vesting van het zuivere verstand en een leger van begrippen [te laten] afdalen in de diepste afgrond van de meest voelbare zintuiglijkheid, op een ladder die geen slaper droomt.[3]

Een dergelijke taal mag niet worden verward met het rationalistische project van een ideale taal zoals Leibniz die op het oog had. Een constructie van een universele filosofische taal in onmogelijk want er zijn slecht natuurlijke talen die voortkomen uit sociale en culturele gemeenschappen en daardoor van in den beginne getekend zijn door allerlei particuliere tradities en gewoontes. Iedere kunstmatige taal, zoals die van de wiskunde, is een verarming, een versimpeling van de veel rijkere, veelvoudige en veelgelaagde ervaring van alledag. Uit dit alles wordt duidelijk dat de Duitse taalfilosofie vanaf Hamann en zijn geestesgenoten zich op een kritische manier inschrijft in de Kantiaanse traditie en op die manier de talige vooronderstellingen van het denken in haar onderzoek betrekt. De Britse taalfilosofie daarentegen neemt een aanvang door zich af te zetten tegen het Duitse idealisme en dus a fortiori tegen de kantiaanse transcendentaalfilosofie.


1.3.2 De verdere ontwikkeling van de cultuurfilosofie


De romantische reactie op Kant van op het einde van de achttiende eeuw culmineert op het einde van de negentiende in Wilhelm Dilthey’s Kritik der Historischen Vernunft, waarin deze denker onze ervaring en de studie daarvan definitief in een historisch kader plaatst. Kants categorieën vat hij daarbij op als veranderlijk. Omdat de mens zich toont in zijn werken is een verantwoord inzicht in onze natuur slechts bereikbaar door een hermeneutisch-historische methode die allerlei tijdsgebonden cultuuruitingen tot haar object neemt. Daarbij maakt Dilthey een onderscheid tussen ‘Verstehen’ en ‘Erklären’. In het geval van het Verstehen gaat het om een poging menselijke aangelegenheden van binnen uit te begrijpen. De mens verschijnt dan niet in de eerste plaats als een in zichzelf besloten object, als een door causale wetmatigheden bewogen ding, maar veeleer als een subject, dat zelfstandig handelt op basis van eigen voorkeuren en overtuigingen die geworteld zijn in een bepaalde culturele en morele horizon. In het geval van het Erklären gaat het om een poging de causale wetmatigheden die de samenhang tussen objecten en hun bewegingen reguleren van buiten uit te benaderen.


De invloed van Hamann en Herder doet zich pas een eeuw later gelden in de Angelsaksische filosofie. Op het einde van de negentiende eeuw kwam het Britse idealisme tot bloei in Cambridge en Oxford (Bradley, Green en McTaggert). De reactie daartegen kwam van figuren zoals Russell en Moore in de vorm van de taalanalytische filosofie die vanaf de aanvang sterk antikantiaans van aard was en vanaf de jaren dertig een logisch-positivistische inslag kreeg. Wat later kwam er een terugkeer naar Kant op gang die de aanleiding was voor het ontstaan van de cultuurfilosofie in de Britse wijsbegeerte.


In vele opzichten is R.G. Collingwoods werk een reactie tegen de neopositivistische tendensen in het ideeëngoed van A.J. Ayer die in de jaren veertig in Oxford een toonaangevende figuur werd. Ayer hanteert daarbij als vanzelfsprekend een realistische epistemologie waarin voor absolute vooronderstellingen of presupposities van de ervaring en het denken geen plaats is. Daarbij geeft hij blijk van de antikantiaanse teneur die voorheen al het werk van Russell en Moore karakteriseerde. Collingwood nu wil ook die presupposities in zijn denken betrekken en ontwikkelt daarom een alternatieve logica-van-vraag-en-antwoord die hij als een keninstrument opvat dat een veel grotere reikwijdte en diepte heeft dan Ayers propositielogica.[4] Die logica is een soort interpretatieve activiteit waarin de betekenis van een uitspraak slechts duidelijk wordt vanuit de vraag waarop die uitspraak als een antwoord was bedoeld. Door een terugkeer naar Kant verlegt Collingwood de aandacht van het niveau van de proposities naar het niveau van de vooronderstellingen van waaruit concrete uitspraken tot stand kunnen komen. Daardoor neemt hij nadrukkelijk afstand van de (antikantiaanse) positie van de analytische filosofie.


In het spoor van Collingwood ontwikkelde I. Berlin zich tot de echte grondlegger van de Britse cultuurfilosofie. Twee begrippen spelen in zijn werk een centrale rol: presuppositie en eindigheid. Het eerste impliceert dat het denken gestuurd wordt door historisch veranderlijke vooronderstellingen en het tweede laat zien dat wij als eindige en onvolmaakte wezens nooit tot een afgerond systeem kunnen komen dat de waarheid definitief in kaart brengt. Volgens hem zijn alle uitspraken bepaald door onderliggende modellen of paradigmata die iemands wereldbeeld bepalen. Die basisconcepten zijn voor Berlin geen universele a priori’s maar historisch veranderlijke uitgangspunten voor onze omgang met de realiteit. Daarom dient de filosofie die modellen eerst te verhelderen en ze daarna ze te evalueren.


De notie van afzonderlijke culturen met een onvervangbaar karakter is nog niet zo oud. Het was de Napolitaanse filosoof Guambasttista Vico (1668 – 1744) die voor het eerst naar de historische opeenvolging van cultuurfasen keek met de ogen van een moderne antropoloog. Collingwood maakte Berlin attent op Vico’s werk. Berlin beschouwt Vico als de grondlegger van wat hij het culturele pluralisme noemt: het feit dat iedere cultuur een reeks particuliere bestaanswijzen ontwerpt en geheel eigen waardestelsels die in de loop van de geschiedenis kunnen veranderen maar nooit volledig onbegrijpelijk worden voor de volgende generaties of voor een of andere vreemde toeschouwer. Als wij onze verbeelding en ons inlevingsvermogen gebruiken kunnen wij verstaan hoe en waarom een participant in een bepaalde cultuur handelt vanuit de specifieke eigenaardigheden van zijn natuurlijke en sociale omgeving. Een bepaalde cultuur is immers altijd door mensen gemaakt. De mensen zitten daarin dan ook niet gevangen als in een vensterloze doos. Zowel de participant als de toeschouwer zijn menselijke wezens. Zolang een bepaalde gedragswijze niet buiten de grens van het humane valt (dan is er sprake van pathologische gedragingen) is een handeling in principe door anderen interpreteerbaar al kost het soms veel moeite. Vico’s methode daarvoor (de inlevende verbeelding of de fantasia) is erg modern en preludeert al op Dilthey’s Verstehen. Het is een hermeneutisch, min of meer gesystematiseerd giswerk waardoor hij uit de analyse van allerlei cultuurpraktijken conclusies trekt over de zinpatronen die in een bepaalde (historisch-culturele) context het gedrag beïnvloeden en het inzichtelijk maken. Vico’s opvattingen zijn volgens Berlin een mijlpaal in de ontwikkeling van het zelfinzicht van de mens.


Door een intense lectuur van hun werk onderging Berlin ook de invloed van Hamann en J. F. Herder (1744 -1803). Herder gaat nog een stap verder dan Vico en Hamann: hij spitst zijn aandacht toe op de vergelijking tussen nationale culturen in verschillende landen tijdens dezelfde periodes. Telkens onderstreept hij de eigenheid en de onvergelijkbaarheid daarvan. Berlins bijzondere interpretatie van deze drie auteurs laat zien hoezeer de historisering van de kantiaanse transcendentaalfilosofie leidt tot een meer cultuurfilosofische benadering van de mens en zijn werken.


Noten:


[1] De meeste inzichten in deze paragraaf ontleen ik aan Guido Vanheeswijck, ‘De tegendraadse erfenis van de magiër uit Köningsberg’, in: Herbert De Vriese e.a., De Koningin onttroond. De Opkomst van de Moderne Cultuur en het Einde van de Metafysica (Uitgeverij Pelckmans, Kapellen, 2005), p. 67 - 124. Verder steun ik op verscheidene essays van Isaiah Berlin in: Het Kromme Hout waaruit de Mens gemaakt is. Episoden uit de Ideeëngeschiedenis (Kok Agora/Pelckmans, Kampen/Kapellen, 1994).
[2] De term komt van I. Berlin, ‘The Counter-Enlightenment’, in: Against the Current (The Hogarth Press, Londen, 1980), p. 1 - 24.
[3] J.G. Hamann, Sämtliche Werke. Historisch-kritische Ausgabe (ed. J. Nadler, Thomas-Morus-Presse, Wenen, 1949-1957), boek III, p. 287. Vertaling van Guido Vanheeswijck, geciteerd in Herbert De Vriese e.a., De Koningin onttroond, p. 94.
[4] Bepaalde vragen zijn in Collingwoods logica werkzaam als relatieve vooronderstellingen. Die zijn op hun beurt weer een antwoord op meer fundamentele vragen die de belichaming zijn van een gering aantal absolute presupposities. Die laatste vooronderstellingen zal een echte filosoof nu precies willen thematiseren.


woensdag 22 juni 2011

Het precieze gebruik (4141 - 4160)














Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4141 – 4160)
4141. de Vlaamse cultuur: we hebben een afkeer van de standaardtaal, we stemmen voor het NV-A, driekwart van het lezerspubliek zit in Nederland en op het platteland (dit wil zeggen overal in deze contreien) is het onmogelijk om een buitenlands boek vier dagen na bestelling in je handen te hebben.
4142. de laatste neologismen: superieure strotten (zangers); soappsychologie; het casinokapitalisme met de belastingbetaler als de gatenstopper; Hans Bleker, de reïncarnatie van de ouderwetse huis-aan-huis stofzuigerverkoper. Per zin drie halve waarheden en twee leugens.
4143. het populisme: het probleem is dat Henk en Ingrid echt bestaan en dat in grote getale. Alles wat moeilijk is blijft immers zeldzaam.
4144. de noodzaak aan besparingen (1): het project voor het gigantisch grote station van Bergen (de stad waar Di Rupo burgemeester is), te bouwen door de Spaanse architect Santiago Calatrava die ook tekende voor het Luikse station Guillemin, werd aanvankelijk begroot op 37 miljoen euro. Intussen is dat bedrag opgelopen tot 155 miljoen euro.
4145. de noodzaak aan besparingen (2): Leterme en Peeters hebben ons voorgehouden dat ze de bankbonussen zouden aanpakken. Ze deden niets. Leterme laat ook de notionele aftrek gewoon verder bestaan.
4146. het irrationele vooruitgangsoptimisme: John Gray in Knack: “Wetenschap maakt de mens tot mens. Als kennis de wereld in komt, passeert ze via de conflicten die eigen zijn aan onze menselijke natuur. Mensen hebben soms destructieve impulsen en soms creatieve. Kennis zal dan ook op die twee manieren worden gebruikt. Het beste waar we op kunnen hopen is dat we de balans een klein beetje kunnen doen overhellen in de richting van ‘het goede’. Het is echter absolute onzin om als rationeel denkend wezen tot de conclusie te komen dat kennis systematisch voor goede doeleinden gebruikt zal worden. Dit zal nooit gebeuren. Mensen zijn nu eenmaal wie ze zijn. En ze zullen altijd zo blijven.”
4147. een inzicht (1): wij moeten dringend op zoek naar een zielenherder die ons kan wapenen tegen het bombardement van ellende dat de media dagelijks op ons afvuren. Zonder een sprankeltje hoop, hoe illusoir ook, wordt iedereen gek.
4148. Hugo Camps (1): volgens Koen Meulenaere in Knack een ‘genetisch voorbeschikte doodbidder, die in zijn studententijd om en bij elf uur, juist op het moment dat het wat gezellig begon te worden, uit de kroeg stapte en aan de deur verklaarde dat hij zelfmoord ging plegen en dan naar buiten strompelde, de koude nacht in’.
4149. Hugo Camps (2): dezelfde Koen in hetzelfde blad: “Camps versleet Michel Wuyts in dat programma voor een Baas Ganzendonk die meer lucht bevatte dan de tubes van de coureurs over wie hij kwekte.”
4150. een inzicht (2): wie met overtuiging zijn geloof afzweert omdat hij het gaandeweg ging zien als een bijgeloof verandert daarom niet persé in een redelijk wezen.
4151. een inzicht (3): als politici niet meer willen of kunnen uitleggen dat al hun initiatieven uiteindelijk de belangen dienen van alle klassen, ook die van de laagste en de meest verguisde, dan ruikt de bewuste burger onraad.
4152. een belangrijk boek: Dick Pels publiceert een interessant werk over het populisme: Het volk bestaat niet. Leiderschap en populisme in de mediademocratie (De Bezige Bij, 2011). Het moderne populisme is geen ongelukkig incident of tijdelijke dwaling, maar is een vast bestanddeel geworden van het Europese politieke landschap. Ook in Nederland is een onomkeerbaar proces van mediatisering en personalisering van de Nederlandse politieke cultuur op gang gekomen. Charisma en uitstraling hebben daardoor een nieuwe politieke relevantie gekregen. De media zijn een spilfunctie gaan vervullen in de politieke communicatie, de democratie is steeds meer een glazen huis geworden. Het huidige populisme kan een belangrijke bijdrage leveren aan de vernieuwing van de democratische politiek. Het maakt duidelijk dat er een veel actievere wisselwerking moet komen tussen politieke voorhoede en volk. Pels pleit voor bestuurlijke vernieuwing: een vorm van directe democratie ingebouwd in het bestaande vertegenwoordigende stelsel. Het boek belicht zowat alle bestaande benaderingen van het populisme, maar de kleinheid van de mens en daarmee de druk van onze natuurlijke aard en die van materiële structuren komen te weinig uit de verf. Daarmee verdwijnt het concrete in een golf van abstracties.
4153. opium voor het volk: in een vorig werk hield Pels zich bezig met de godsdienst. Pels stelt daar dat de religiekritiek `gekaapt is door de rechtse politieke krachten’ (bijvoorbeeld door de PVV van Wilders) en pleit voor een nieuwe vorm van kritiek op godsdienst, een die zich niet alleen keert tegen de orthodoxe islam, maar tegen alle vormen van onderwerping aan hogere machten. De intocht van de islam in het Westen heeft inderdaad spanningen veroorzaakt in de seculiere cultuur. In Nederland zoeken zowel allochtonen als autochtonen naar zingeving en houvast in een wereld die onvoorspelbaarder wordt. In Opium van het volk (2008) onderzoekt Pels de redenen voor een toegenomen verlangen naar godsdienst en verkent hij de relatie met de politiek. Religie is de meest intensieve vorm van gemeenschapsbinding, maar het collectivistische karakter van religies staat haaks op de individualistische waarden die kenmerkend zijn voor de democratie. Een botsing is onvermijdelijk.
4154. geestelijk kannibalisme: omdat overleden auteurs nu eenmaal voor altijd hun mond houden komt het geregeld voor dat de levenden hun woorden ongestraft verdraaien en hun gedachten onterecht voor de eigen kar spannen. Tegenwoordig is de negentiende-eeuwse auteur Alexis de Tocqueville daarvan een goed voorbeeld. De econoom Hayek voerde hem op als een vroege voorloper van het meest onbarmhartige thatcherisme. De Nederlandse premier Rutte claimt hem voor zijn asociale, neoliberale struikroverijen. De Leuvense filosoof Herman De Dijn (foto) presenteert hem als een verdediger van de leefwereld, een criticus van de Verlichting met haar verwaande eigendenkerij en haar perfide individualisme. Maar het zijn allemaal kannibalen.
4155. de anti-islampolitiek: regeringsleiders hebben de anti-islamstemming versterkt door die officieel en respectabel te maken. De discussies over ‘nationale identiteit’ en de boerka in Frankrijk waren schaamteloze avances naar de kiezers van het Front National. Ook in de omringende landen werd de anti-islam een bekende retorische riedel die de rechtse stemmenverzamelaars en hun doelgroepen zeer aangenaam in de oorlog klonk.
4156. Amy Winehouse: ze evolueerde van een wulpse souldiva tot een knokige koningin van onderland. Plato had het over de goddelijke waanzin van de dichters, Goethe over Die Leiden des jungen Werthers: geheel in die lijn organiseert deze zangeres haar eigen fiasco als brandstof voor haar songschrijverschap, met veel gespuit en gezuip, met de rehabkliniek als een tweede huis.
4157. de leugen van de week: voetbal is cultuur, dus heeft het een plek op de openbare omroep. Dit soort verheffing van voetbal lijkt verdacht veel op de frustratie van het betonblok dat om hoogglans verlegen zit. Is ijshockey ballet? Formule 1 beeldende kunst?
4158. Henk Bleker: een uiterst dubbelzinnige CDA-er die eindelijk tot zichzelf komt nu hij ermee bezig is eenduidig Wilderiaans te worden.
4159. democratie: Arthur Seldon: “Government of the busy, by the bossy, for the bully”.
4160. contra Johan Braeckman in de aardappeloorlog: Lieven De Cauter op De Wereldmorgen.be: “Ben ik dan, net als die gasten van de Field Liberation Movement, een fundamentalist, die tegen elk menselijk ingrijpen in de schepping Gods, tegen al het gemorrel aan de natuurlijke orde is (zoals die goede Johan Braeckman suggereert in zijn stuk tegen ecofundamentalisten)? Neen. Ik weet dat de mens ingrijpt op de natuurlijke orde. Voor mij als filosoof is dat een oergegeven: de mens is een cultuurwezen. Het feit dat hij spreekt, is al onnatuurlijk en kunst, kunde, techniek en technologie zijn al helemaal onnatuurlijk. Ik weet dat de mens ingrijpt op de natuurlijke orde. Voor mij als filosoof is dat een oergegeven: de mens is een cultuurwezen. Ik weet het, collega Braeckman: de mens is onnatuurlijk. En het is door de rede en alleen door de rede dat de mensheid zal overleven. Dus laat ons redelijk zijn. Dat betekent: de actie zien in haar context. Een aan de gang zijnde patentering en privatisering van gentechnologie, en allerlei mogelijke effecten op de biosfeer en de volksgezondheid, waar ook onder wetenschappers heel wat discussie over bestaat, is een actie waard. Dus is activisme begrijpelijk en, in deze, zelfs aangewezen. Save our Science? Ja, dat moeten we doen. De universiteit moet dringend bevrijd van haar neoliberale carcan. We moeten de handelaars de tempel uit jagen!Kortom, Barbara Van Dyck (foto) verdient nu al een standbeeld, omdat ze zoveel debatten tegelijk heeft aangezwengeld: het debat over genetisch gemodificeerde organismen en de privatisering van zaaigoed, het debat over de onafhankelijkheid van de wetenschap en de neoliberalisering van de universiteit en natuurlijk ook het debat over het recht op vrije meningsuiting en de criminalisering van activisme. Een standbeeld op het Ladeuzeplein voor Van Dyck, niet de schilder maar de bio-ingenieur. Ik zie het al staan. Met als opschrift: ‘Ik ben niet naar het aardappelveld gegaan om de wet op te heffen, maar om hem te vervolledigen’.

maandag 20 juni 2011

Het precieze gebruik (4121 - 4140)



Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4121 – 4140)
4121. de laatste neologismen: een intellectuele schatkistbewaarder; het struisvogelmodel (het Belgische dat zichzelf veeleer het Europese model noemt maar het geenszins is); Piigs is een letterwoord voor minder kredietwaardige landen van de EU: Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje dat helaas voor velen gelijkstaat met ‘pigs’; Kants stijveboordenstijl, zijn pakpapieren verwoording van heel nieuwe godverterende ideeën.
4122. vertrouwen: het vertrouwen in geestelijken en in politici is nog nooit zo sterk afgenomen als in 2011. Dat blijkt uit de vertrouwensindex van de beroepen van marktonderzoeker GfK.
4123. een teken van intelligentie: het is geen teken van intelligentie als iemand de schijn neemt voor de werkelijkheid. Dat is echter precies wat een werelds (of in jongerentaal: een streetwise) iemand doet.
4124. verbergnieuws: zolang men spreekt over de gevaren, de hoge kostprijs of het ideologische karakter van de biologische landbouw blijft de industriële agricultuur zeer onterecht buiten schot.
4125. meerderheid: de vrijheid van geloof is niet bedacht om te beschermen wat een meerderheid geen probleem vindt, maar juist om te beschermen wat een meerderheid mishaagt en tegen de borst stuit. Het in Nederland in de lucht hangend verbod op ritueel slachten heeft veel weg van symboolwetgeving, waarbij een klein aantal gelovigen op het offerblok van de (populistische) democratie worden gelegd.
4126. de noodzaak van interpretatie: wellicht ligt het aan het grootse prestige van de natuurwetenschappen, overal lopen erg nadenkende mensen rond die een vast geloof hebben in feiten (ook in menselijke aangelegenheden) en die daarom de noodzaak van interpretatie al te makkelijk weglachen. Als je hen wijst op deels constitutieve rol van de interpretatie in de creatie van allerlei fenomenen trekken ze onbegrijpend de wenkbrauwen op. Dat is de prijs die de rede betaalt voor hun verlangen naar objectiviteit en naar een rigoureuze methodiek.
4127. vreemde concurrentie: tweehonderd Vlaamse advocaten staan te springen om drievoudig moordenaar Ronald Janssen gratis te verdedigen. De advocaten schakelen gedetineerden en cipiers in om hun visitekaartjes bij Janssen te krijgen, hoewel dat deontologisch verboden is. Men hoeft geen meester in de hermeneutiek te zijn om in te zien dat het rechtvaardigheidsgevoel hier niet de voornaamste drijvende kracht is. Naast het eigenbelang speelt het hier zeer waarschijnlijk slechts een ondergeschikte rol en toch kan het bij sommigen het hoofdmotief zijn van deze verdachte sollicitaties.
4128. de betekenis van lichaamsschoonheid: de evolutietheorie laat zien hoe vrouwtjes mannetjes met een opvallend aantrekkelijk kenmerk verkiezen boven diegene die dit kenmerk niet of in geringere mate vertonen. Ik heb er altijd aan getwijfeld dat een dergelijk kenmerk op zichzelf garant staat voor een hogere gezondheid of een teken is van een of andere ingeboren behendigheid om te overleven. Daarmee geef ik toe aan mijn intuïtie dat het toeval (en daarmee de onvoorspelbaarheid) een grotere rol speelt in de evolutie van de soorten dan de noodzaak. Een recente waarneming spreekt die intuïtie echter tegen. Het was al bekend dat vrouwelijke sijsjes vooral vallen voor mannetjes met een opvallend lange gele streep in hun vleugels. Wat erop wees dat die streep een signaal zou kunnen zijn voor de kwaliteit van een mannetje, anders zouden vrouwtjes niet de moeite doen er een evaluatiecomponent van te maken. De mogelijkheid werd onderzocht in een experiment waarin mannelijke sijsjes een moeilijke voedingsopdracht moesten vervullen, namelijk het plukken van zaadjes uit dennenappels die afgeschermd werden met tandenstokers. De resultaten van het experiment waren ondubbelzinnig: sijsjes met een langere vleugelstreep leerden sneller hoe ze dat probleem moesten oplossen dan andere. Noch de lengte van de streep, noch het succes in voedingsgedrag had te maken met factoren als leeftijd of ervaring. Sexier mannetjes zijn gewoon beter dan andere. Jammer genoeg is dat in de mensenwereld niet altijd even ondubbelzinnig.
4129. tegen de moderne asceten (1): hoewel de priesters met God zijn gestorven, toch zijn hun volgelingen weer tussen ons opgestaan. De fanatieke adepten van de recente lichaamscultuur kunnen een mens lastig vallen met hun culinaire verwijten, hun onbarmhartig rookverbod en hun pijnlijke, levensonvriendelijke adviezen. Op hun bemoeizuchtige aanmerkingen kan men antwoorden met een zin van Shakespeare: “Je vindt toch niet dat het nu op aarde maar moet zijn afgelopen met lekker gebak en zoete champagne, alleen omdat jij zo deugdzaam bent?”.
4130. tegen de moderne asceten (2): alle oproepen tot lichamelijke tuchtiging, hoe wetenschappelijk verantwoord ook, kan je pareren met een vers uit Molières Tartuffe: “Le ciel défend, de vrai, certains contentements, / mais on trouve avec lui des accomodements-, “.
4131. de grootste misvatting van de week: Francis Fukuyama: “De mensen willen niet als kinderen behandeld worden”.
4132. de Vlaamse weelde (1): meer dan 10 procent van de Vlaamse bevolking heeft een inkomen onder de armoedegrens. Meer dan 8 procent van de kinderen wordt daar geboren in een kansarm gezin. Zes procent van de kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen uit betaalde arbeid. Een of vijf jongens (!) verlaat het middelbaar onderwijs zonder diploma. En we weten dat een hooggeschoolde van 25 nog gemiddeld 46,3 gezonde jaren te leven heeft en een laaggeschoolde maar 36,7 jaar. Dat is een verschil van bijna tien jaar.
4133. de Vlaamse weelde (2): meer dan 3 procent van de werkenden krijgt in Vlaanderen een loon dat onder de armoedegrens ligt Ja, de werkende arme bestaat ook hier.
4134. waarom men nadenkt: men denkt na uit nood, uit zelfverweer, als het kwaad tot het dagelijks leven is gaan behoren.
4135. een inzicht: de Sloveen Boris Pahor in zijn beroemde, zopas vertaalde werk Necropolis: “De behoefte aan uiterlijke tucht en orde, die bij de Duitsers diepgeworteld zit, is terug te voeren op het verlangen de innerlijke verdorvenheid te compenseren”.
4136. tegen de nederigheid: je kan méér voor de anderen betekenen als je ze dwingt met je rekening te houden.
4137. de verslagen socialist: beur hem op met de volgende frase: “Il faut imaginer Sisyphe heureux”.
4138. het kleine ik als het fundament van elk mensbegrip: Bas Heyne verklaart het succes van de populisten uit het feit dat ze erin slagen in te spelen op een gevoel van onbehagen, een gevoel dat te maken heeft met het niet inlossen van een ‘nood aan identiteit, gemeenschap’. Die behoefte is echter onverstaanbaar als men niet kijkt naar wat eronder ligt, zoals een behoefte aan onderwerping, verbondenheid, geborgenheid, een behoefte om anders te zijn, om te domineren, een behoefte aan macht of gewoon aan een gevoel van macht – en naast die diepere motieven zijn er nog de materiële behoeften zoals die aan welvaart. Al die motieven zijn gemengd, gaan in elkaar over, kunnen elkaar compenseren, elkaar verbergen, verzwakken of versterken. Men kan gemiddeld gedrag slechts écht begrijpen als men onze kleinheid in rekening brengt.
4139. verschillen: als de sociaal-economische tegenstellingen in België nog groter zijn dan de communitaire dan komt dat niet omdat de linksen zo fanatiek of zo dom zijn, maar omdat de rechtsen het bezit van hun vele, onverantwoorde prerogatieven als de normaliteit zelve zijn gaan zien.
4140. de theologie van nu: precies zoals de middeleeuwse theologie dat deed verklaart het neoliberaal geloof van het IMF (met het geld als hun god) waarom de reeën, de hazen en de patrijzen dankbaar behoren te zijn als ze terechtkomen op de smaakpupillen van diegenen die hun met hun pijlen en lansen daarop deden belanden.

Heine en het nut van priesters



Het nut van priesters

Als ik de recente godsdienstkritiek à la Dawkins lees voel ik een onvrede. Enkele aspecten daarvan heb ik al in vorige bijdragen behandeld. Onlangs herlas ik met veel plezier 'Religie en filosofie in Duitsland' van Heinrich Heine (1835). Daar trof ik een passage aan die toen al zeer helder één van de componenten van mijn onvrede met het huidige religion bashing in woorden ving. Van dit werkje kan iedereen genieten: Heine weet grappig en beeldend te formuleren en zijn karakterisering van de Duitse filosofische revoluties van Leibniz tot Schelling zijn zowel treffend als hilarisch.

“Want als men de laatste concrete resten van het katholicisme zou uitroeien, zou het wel eens kunnen gebeuren, dat zijn geest in een nieuwe vorm, een nieuw lichaam a.h.w. bescherming zoekt en, zelfs met verloochening van het predikaat christelijk, in deze veranderde gedaante ons nog heel wat meer last zou bezorgen dan in zijn huidige gebroken, vervallen en overal in diskrediet geraakte gestalte. Het heeft heus zijn goede kant, dat het spiritualisme door een religie en een priesterklasse wordt vertegenwoordigd, waarvan de eerstgenoemde haar grootste kracht al heeft ingeboet en laatstgenoemde tegen het hele vrijheidsenthousiasme van onze tijd rechtstreeks oppositie voert”.

maandag 13 juni 2011

Het precieze gebruik (4101 - 4120)




Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4101 – 4120)



4101. het belang van vakbonden: het gebeurt zelden dat kamermeisjes klacht indienen na een (poging tot) aanranding. Dat het vermeende slachtoffer van IMF-baas Dominique Strauss-Kahn dat wel durfde, komt doordat ze lid was van een vakbond, schrijft de Amerikaanse econoom Dean Baker.



4102. de laatste neologismen: ben je zomerklaar? (voldoende gebruind en zonder buikje); de tattookillers; de unie van rancune (België); schaduwkrijgers (wie werkt voor welke belangen in welke instellingen?); waar blijven de badmintonbabes in bikini’s? (Elsevier); de Eerste Kamer zit vol met lobbycraten; Dalrymple (foto) moet eigenlijk Dalsimple heten.



4103. Darwin & Dawkins: wie de evolutieleer en haar specifieke blik op de mens ernstig neemt kan niet anders dan de verregaande irrationaliteit van ons geestelijke leven beklemtonen. Collectief redelijk gedrag is alleen onder zeer strikte voorwaarden en als een kortstondige uitzondering te verwachten (bijvoorbeeld in een stevig beregelde wetenschappelijke gemeenschap). Het is een vergissing van rationalisten de hele maatschappij of de totale mens op te vatten naar het model van een uitzonderlijk deel.



4104. ethiek: ook al fundeert men bijzonder scherpzinnig de nobelste ethische principes in een of ander rationeel principe, aan de waarheid (en ook aan het goede) gaat altijd een strategische wil vooraf.



4105. Dexia’s demonische retoriek: de praatjesmachine van Dexia draait op volle toeren. Ze wil ons doen geloven dat het een goede beslissing is om 3,6 miljard euro ‘versneld af te schrijven’ zoals dat heet. De naakte realiteit is dat ze bij Dexia 3,6 miljard hebben vernietigd, dat zijn 20.000 sociale woningen die we nooit meer kunnen bouwen. Ja, hoeveel geld is dat eigenlijk wel? Hoe kon het zover komen? En wie is verantwoordelijk? Omdat de bestuurslagen van dit land zo intiem zijn verstrengeld met de bank komt op die vragen voorzeker geen betrouwbaar antwoord.



4106. de conservatieve denker Theodore Dalrymple: Frank Vandenbroucke over de inspirator van de Wever in Knack: " Wat zegt die man eigenlijk? Dat een georganiseerde sociale zekerheid een slechtere vorm van solidariteit is dan liefdadigheid. Dat is een opvatting uit de negentiende eeuw. Wat zeg ik? Uit de achttiende eeuw!"


4107. Belgische belastingen: bent u een werknemer? Dan werkt u tot half juni voor de belastingen. Als werkgever bent u er half februari al van af en als rentenier moet u amper tot de eerste week van januari in het zweet staan


4108. onze democratie: Rik Van Cauwelaert in Knack: " De burger kan de Europese kopstukken die zijn verzorgingsstaat aftuigen niet electoraal bestraffen."


4109. de Griekse crisis: maar de Europese aanpak daarvan is zelf failliet.


4110. onze echte nood: we hebben nood aan een nieuwe godsdienst, zonder God en zonder dogma’s, waarin de kunst wordt aangeleerd gelukkig te zijn zonder koopbare objecten.


4111. rechts: dat extreem rechts een groot kwaad is zal wel duidelijk zijn. Veel minder is dat laatste het geval voor de meer geaccepteerde, alledaagse variant.


4112. een opvallende gelijkenis: A. Koestler: “Er is een interessante parallel tussen marxisme en astrologie. Astrologie baseert zich op de overtuiging dat de mens wordt bepaald door de gang van zaken aan het firmament, het marxisme meent dat de mens wordt bepaald door de gang van zaken in het ondermaanse”.


4113. het eigen denken (1): al heeft het vaak amechtige getheoretiseer van de kamerintellectueel geen merkbare maatschappelijke invloed, al blijft het verborgen, onvruchtbaar en al wordt het door geen mens gesmaakt, het blijft een lovenswaardige daad van zelfverheldering, die in vele opzichten model kan staan voor het bredere maatschappelijke bewustzijn.


4114. een held: op mij maakte destijds A. Koestler een verpletterende indruk. De Hongaars-Engelse publicist was als puber gefascineerd door wiskunde en natuurwetenschap, hij sprak talloze talen, hij studeerde psychiatrie en ging zelf ook in psychotherapie, hij was misschien wel de eerste intellectueel die echt in de gaten had (al in de jaren dertig) dat het communisme niet bij de menselijke aard paste en zo kan ik nog wel even doorgaan. Hij kon ook wonderbaarlijk mooi schrijven. Hij is een voorbeeld van een bijzonder brede intellectueel die van alle walletjes had gegeten en daarbij niet onwel werd.


4115. een mooie observatie: hoe hoger soldaten hun benen opgooien bij een parade, hoe slechter het regime.


4116. het eigen denken (2): al blijft het eigen denken zonder veel praktische gevolgen dan volgt daaruit niet dat het intellectuele laissez faire een hoger statuut heeft.


4117. het eigen denken (3): men zou daden kunnen verkiezen boven gedachten, maar welke daden?


4118. het eigen denken (4): zeker als het ongewoon is of ietwat oorspronkelijk is het eigen denken zelden meer dan een dunne laag. Het heeft niet de tijd gehad zich in het bloed, de spieren en de pezen als een hardnekkige bacterie vast te zetten. Geen wonder dat het vaak kapseist als zijn bezitter door het leven daadwerkelijk onder zware druk wordt gezet.


4119. het eigen denken (5): het is zonder twijfel juist dat het denken de vaak verborgen neiging vertoont zelfs zijn meest persoonlijke arabesken te tekenen in overeenstemming met de academische modes, de school waarin het werkzaam is, het voorbeeld van belangrijke meesters en de ideologie die de eigen omgeving aanhangt. Wie iets anders verwacht, bijvoorbeeld een van uiterlijke invloeden volstrekt gezuiverd denken, onderschat de onvermijdelijke materiële context van het geestelijke. Dat is de eer, maar tegelijk en vooral het onrecht dat de spiritualisten - zeer zeker ongewild - de geest aandoen.


4120. het eigen denken (6): dat de mens een klein en beperkt wezen is impliceert in de eerste plaats dat zijn denken zwak is, kwetsbaar, onvolmaakt en dat het aan alle kanten vol gaten zit. We zullen het echter met dit schamele werktuigje moeten doen. Zelfs als de emoties beginnen te branden, als de verbeelding de meest verlokkelijke perspectieven opentrekt, zelfs als de retoriek zijn vlammenwerpers laaiend leegschiet op een juichend publiek is er altijd wel een dozijn individuen dat dekking zoekt onder een paar volzinnen of een aantal ouderwetse gedachten. Als de nood werkelijk groot is zijn alleen ideeën beschikbaar.



zondag 12 juni 2011

Het schijngevecht van de intellectuelen





Mijn vriend Jos stuurt mij het volgende e-mailbericht. Ik acht dit zo belangwekkend en daarenboven zo helder en krachtig geschreven dat ik het hier in zijn geheel overneem.



Beste Jef,


Ik lees trouw je weerwerk en vele thema’s komen aan bod die me boeien. Lezen is leuk maar een reactie schrijven is nog aangenamer. Ik zie dat je nog veel publiceert op het net zodat ik concludeer dat alles goed met je gaat. Doe de groeten aan Lou! Ik stuur mijn reactie maar per mail, ze mag ook als reactie op je blog verschijnen. Ik hoop in de toekomst wat vaker te reageren.


Een kwestie die me boeit is hoe kan je de politiek beïnvloeden en in je overtuigde richting helpen duwen? Kan een intellectueel überhaupt een efficiënte rol spelen ? Of, is de intellectueel wel zoveel beter als een doorsneemens? De werkelijkheid is complex en er bestaan domme kamergeleerden maar ook gewone stervelingen die verdorie een goede kijk op de wereld hebben. Wat is een volk trouwens?


In een interview gaf de bejaarde Hannah Arendt toch wel een opmerkelijke visie over intellectuelen. Het waren niet de gewone mensen die toetraden tot de nazipartij, maar al mijn intellectuele vrienden gingen één voor één over tot het nazisme, getuigde de opgewonden filosofe. Verdorie de bejaarde Arendt, sigarettenrook uitblazend langs haar neus, was ooit de knappe joodse studente waar Heidegger een boontje voor had. Dit argument van Arendt toont aan dat het vaak maar een laagje vernis is dat (zogenaamde) intellectuelen bezitten. Natuurlijk, ze zijn zo ambitieus en willen publiceren, doceren, promoveren, exposeren, optreden en dat kun je vanzelfsprekend alleen maar als je aan de ‘juiste’ kant staat.


’s Avonds met een volle maag lekker knus binnen. We drinken een heerlijk glaasje Franse bourgogne in de fauteuil en voelen ons toch ongelofelijk tolerant, sociaal en wereldverbeteraar. Het is fantastisch lid te zijn van La gauche caviar. In de naakte, kille, harde werkelijkheid is het een pak minder. Het is niet moeilijk een stuk te schrijven of te debatteren over bijvoorbeeld het onrecht van de Roma- zigeuners. Maar willen wij deze mensen in onze eigen tuin laten kamperen? Neen dus. Je huis daalt onmiddellijk 25 0000 euro in waarde en we vinden toch zoveel rationele argumenten om onze persoonlijke vrijheid te vrijwaren. Net zo zijn we tegen de politieke mandaten die in de familie blijven. Een regelrechte schande in de Belgische politiek. Ik ken nog altijd niemand die de eigen bouwgronden (ook als het er tientallen zijn) niet aan de eigen kinderen geven maar aan wildvreemden. Bezit zo veel mogelijk in eigen familie houden. Blijkbaar geldt dit ook voor politieke mandaten.


Het is verder zoals Catherina de Grote tegen de overenthousiaste Diderot (foto) zei: “Jij hebt gemakkelijk praten want papier spreekt niet tegen”. Diderot kwam al snel tot inzicht: het stond haar chic om te kunnen uitpakken met (naar erkenning hunkerende) filosofen zodat ze veel verlichter voorkwam dan ze in werkelijkheid was. Ook zie je bij Obama dat hij nog niet veel of eigenlijk niets van zijn grote principes heeft kunnen doordrukken. Oppositievoeren is altijd veel gemakkelijker dan besturen. Niet voor niets wil de CD&V haar ex-partner NVA mee in bad nemen.


Ik zie eigenlijk maar een hele kleine rol weggelegd voor de intellectueel. Ik stel ook voor minder woorden maar meer daden. Trouwens degene die de teksten zouden moeten lezen, lezen nooit. Toch geeft het veel voldoening voor het “kleine ik” te peinzen over de actualiteit.


Ik kijk naar het immer droeve wereldnieuws en bedenk dat we al meer dan 2500 jaren filosoferen over de ideale staat. Wij hebben geluk! Bart de Wever gaat alles hier fundamenteel oplossen.

Met vriendelijke groeten

Jos Geraerts



dinsdag 7 juni 2011

Brede omhelzingen

De omhelzing van de wijde wereld – Omdat we klein zijn hebben we nood aan steun. Het kind, het jonge dier, alle snuiven ze met plezier het ouderlijke gezag op, een goddelijk, zich onbedwingbaar opdringend aroma, dat tegelijk de verlokking van nog iets belangrijkers bevat: een bedwelmende geurprikkel, een belofte van onvoorwaardelijke bescherming binnen de beperkte kring waarin de heel jeugdigen met hun veel oudere levensgezellen door de wereld dollen. Als die veiligheid, gegarandeerd door het geweld van bovenaf, op den duur voor ons niet meer beschikbaar is, opent zich de wijde, maar dreigende werkelijkheid. Het is geen wonder dat de jonge mens zich onmiddellijk wil identificeren met iets groots en machtigs, met iets dwingends van buiten dat hem opnieuw veiligheid, bescherming en een vaste gedragsregel biedt. De vereenzelviging eerst met de goddelijke almacht, later met de meer beperkte van het vaderland en zelfs de kleinschalige, maar zeer intieme omhelzing van de lokale voetbalploeg is dan ook niets meer dan een noodsprong van diegenen die, wankelend tussen jeugd en volwassenheid, nog niet op eigen kracht kunnen bestaan. Het is misschien een weldaad van de consumentencultuur dat de jongeren van nu, zolang ze zich kunnen vermeien met het bezit van glanzende, dure en van status fonkelende objecten veel minder dan voorheen vatbaar zijn voor het soort weidse omhelzingen waarin de pubers van vroeger niet zelden hun ziel versmachtten.