dinsdag 29 november 2011

Het precieze gebruik (4601 - 4620)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4601 – 4620)

4601. de dood (1): vandaag de dag wordt het steeds meer een schande dat je moet sterven.

4602. een maatschappelijke diagnose: we zien de fundamenten van onze welvaartstaat rondom ons afbrokkelen. We zien een nieuwe adel van bedrijfsleiders en superrijken alle touwtjes in handen nemen, met als ultieme doel het overgrote deel van de taart voor zichzelf te houden. En wij zullen in de kou blijven staan, wij, de overgrote meerderheid, gevangen in structurele verarming. Arbeiders, bedienden, jongeren, zelfstandigen, werkzoekenden, hulpbehoevenden, Vlaams, Waals, Brussels, Belgisch. Iedereen gelijk uitgebuit in de grote onderneming genaamd Europa, met Duitsland als CEO.

4603. De Wever: dat deze negentiende-eeuwse (want nog nationalistische), zeer rancuneuze politicus de ogen sluit voor deze realiteit (zie nr. 4602) en duidelijk partij kiest voor de economische bovenmeesters is zowel voor hemzelf als voor zijn kiezers een teken van intellectueel onvermogen en vooral van morele lichtzinnigheid. Luidmekkerend geklaag over tegenstanders of even fel getoeter over Vlaanderen, de ondergang van de Westerse Cultuur of allerlei geleerde verwijzingen naar personen en toestanden in het Romeinse Rijk kunnen die dubbele werkelijkheid niet verbloemen.

4604. cijfers: ideologie en cijfers verhouden zich slecht met elkaar. Het is daarom fijn de beweringen uit nr. 4602 te kunnen staven met in getallen uitgedrukte en dus min of meer objectiveerbare feiten. Op een jaar tijd (!) heeft een gemiddeld Belgisch gezin zijn gas- en elektriciteitsfactuur zien stijgen met 400 euro. De energietarieven wegen ook zwaar door in de consumptieprijzenindex. Sinds de verkiezingen steeg de inflatie met 4,15 procent. De laatste twaalf maanden steeg de prijs van stookolie met 21 procent, gas met 18 procent en elektriciteit met 14 procent.

4605. de laatste neologismen: Alexander De Croo en zijn stekkerspyromanisme; een bejaarde kunstenares als een kind op grotemensenvoeten.

4606. de dood (2): soms bewijs je jezelf en de anderen een dienst door op het juiste moment dood te gaan.

4607. pausen (1): de Nederlandse paus Adrianus VI (1522 – 1523, zie foto), de vroegere leermeester van Keizer Karel en bijgenaamd ‘de barbaar uit het Noorden’, joeg iedereen in het Vaticaan tegen zich in het harnas vanwege zijn al te sobere levenswijze. “Zijn hele huishoudelijk staf bestond uit zijn oude Vlaamse huishoudster, die voor hem kookte, zijn was deed en schoonmaakte.” Hij dreigde er zelfs mee de Sixtijnse kapel te laten witten.

4608. pausen (2): Bonifatius VIII (1294 – 1303), volgens John Julius Norwich ‘de meest verachte paus aller tijden’, werd legendarisch wegens zijn (apocriefe?) uitspraak dat seks met jongetjes niet erger was dan met je ene hand tegen de andere wrijven.

4609. Mark Cavendish: het eiland Man en de provincie Oost-Vlaanderen hebben met elkaar gemeen dat uit geen van beide ooit iets goeds is voortgekomen tenzij wielrenners.

4610. verachterlijk: ach, al dat onverteerbaar gewauwel van politici voor en na de regeringsvorming! Hoezeer ben ik het eens met François Lyotard (1924 – 1998) in Le postmoderne expliqué aus enfants als hij beweert dat de namaakintellectueel zich kenmerkt door een beperkte geest, wat onmiddellijk duidelijk wordt in zijn hâte à conclure, son désir de penser court.

4611. een primeur: de filosoof-veganist Tobias Leenaert: “De mens is de eerste diersoort in de geschiedenis die ervoor kan kiezen iets niet te eten”.

4612. enige ergernissen: Luc Van den Bossche, sociale woningen voor rijken, Brussel als Vlaamse hoofdstad, het fiscale paradijs België (men raadplege een of andere belastingsinspecteur), de roomse rots, de haat voor Di Rupo (die anders dan bijvoorbeeld het vluchtkonijn De Wever in uiterst moeilijke omstandigheden onze sociale zekerheid redt), het ongelofelijke prestige van de 4x4’s, de eenmansvennootschappen, de propaganda van de Voka, het Limburgse wij-gevoel, het op ongevaarlijke onderwerpen gefocuste rationalisme van Skepp (de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale), het huwelijk van politiek en kapitaal, de serviele dienstbaarheid van de wetenschap aan allerlei machten buiten haar terrein.

4613. heerlijk amateurisme: ik doe aan filosofie zoals zovele mensen piano spelen, op een heel bescheiden niveau, maar met veel plezier en helemaal op mijn eentje.

4614. de verloederende wetenschap: precies zoals de politiek wordt ze gaandeweg opgeslokt door de python van de industrie. Een aantal waarden die men traditioneel verbindt met de wetenschapsbeoefening raakt daarbij op de achtergrond: de academische vrijheid (van onderzoek, van het publieke uiten van je mening) en de toegankelijkheid van de onderzoeksresultaten. Die industriële concerns zijn gericht op iets anders dan de waarheid. Uiteraard willen ze winst maken en daarvoor is allen maar onderzoek nodig naar producten die in de markt passen. De collusie van politiek, industrie en wetenschap is dé kwaal van onze tijd.

4615. de wetenschap: sommige nieuwe waarheden worden in de wetenschap pas echt aanvaard als de mensen die de oude waarheden belichaamden een flink tijdje dood zijn.

4616. twee problemen van de filosofie van de wiskunde: wat betekent het dat wiskundige entiteiten bestaan? Waar en hoe bestaan ze? Er zijn verschillende soorten oneindigheid. De ene oneindige verzameling telt meer elementen dan de andere. Wat betekent deze bewering?

4617. wetenschappelijke theorieën: ze moeten er niet persé uitzien zoals ze er uitzien. Ze komen niet rechtstreeks uit de feiten tevoorschijn. Er is altijd ook een zekere mate van vrije schepping aanwezig.

4618. groot onheil in de lucht: de liberale vicepremier Reynders op de RTBF: “Ik ben nog steeds beschikbaar is voor een nieuwe termijn als Minister van Financiën. Ik heb steeds gezegd dat ik beschikbaar ben voor dat soort van functies".

4619. gerateerde ratingsbureaus: banken die virtueel failliet waren kregen in het verleden de beste rating. Wat is dus hun waarde ? Waarom hebben die bureaus de laatste jaren opeens zo’n belang? Vroeger ademden we rustig zonder hen en dat kan opnieuw zo worden.

4620. ernst: ik ken maar twee manieren om uit te vissen om iemand zijn eigen beweringen ernstig neemt. De eerste is de vraag of die ook gelden voor zijn kinderen en de tweede of hij bereid is die als zijn finale boodschap voor het nageslacht in zijn testament te zetten.

zondag 27 november 2011

Het precieze gebruik (4581 - 4600)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4581 – 4600)

4581. altijd maar weer van hetzelfde: in De Morgen schrijven vier bekende Vlamingen een (nogal boze) brief aan de (toen nog) falende Di Rupo. Het is typerend dat die vier uit de ondernemerswereld komen. We weten dan ook niet wat toonaangevende Vlamingen uit andere sectoren over dit thema denken. Het is een crisis van het neoliberalisme (lees: kort geldgewin voor enkelen ten koste van de gemeenschap). En de enige remedie die deze economische tenoren kunnen bedenken is nog meer van dat.

4582. Quickies onverdraaglijke onzin: “Verlaging van de werkeloosheidsuitkeringen is juist sociaal’.

4583. Reynders: in de laatste jaren is er geen artikel over het financiële failliet van België te vinden of de naam van onze gewiekste vicepremier en onvermoeibaar neoliberaal lullende Minister van Financiën staat erin. Of die van zijn kabinetschef of van zijn vele protégés. Dat een dergelijk type een rol van betekenis kan spelen in de regering is al jarenlang een teken van het gebrek aan kwaliteit en van het onvoorstelbaar lage morele gehalte van de politieke klasse.

4584. de laatste neologismen: dichters zitten in deze maatschappij als in een veredeld bezemhok; Daniëlle Mitterand, immer Feuer und Flamme, furieuze combattante, al zag je het niet aan haar af (Hugo Camps); alleen dichters ontbladeren mysteries (die Daniëlle); koning Albert als de meelijwekkendste Belgische brandblusser zonder neus; de joodse geslachtsdeelcorrectie.

4585. het laaggevallen socialisme: Koen Meulenaere: “Het is makkelijker een hond rond een hotdogkraam te leiden dan een socialist rond een hoopje geld “.

4586. normaal zijn: Arnon Grunberg in De Groene Amsterdammer: “Normaliteit, het produceren van normaal gedrag – en dat is ons doel, want als we dat produceren zijn we normaal – is de bereidheid om je ten minste gedeeltelijk te laten manipuleren. (…) Het produceren van sociaal wenselijk gedrag, en uiteindelijk is het dat waarover we het hebben als we iemand normaal of juist niet normaal noemen, is vooral een kwestie van imitatie. Hoezeer wij ook hechten aan de illusie van uniciteit, als wij een origineel gedragsfabriekje zouden zijn zouden we niet normaal zijn.”

4587. religie: ongetwijfeld is de godsdienst een product van de Evolutie. Daarom begrijp ik niet waarom Haar kind Richard Dawkins zo moppert op de religie, die immers door Haar is geschapen.

4588. Dawkins als modern protestant: Benno Barnard (zie foto) op zijn blog in Knack: “De calvinisten (die vroeger de predestinatie bevestigden en daarmee de vrije wil ontkenden) zijn nu vervangen door de DNA- fundamentalisten, die uit onze moleculaire structuur afleiden dat mensen niet veel te willen hebben. Net als Calvijn brengen zij de vrije wil dus om zeep. De actuele Calvijn heet Richard Dawkins. Hij is de verkondiger van de wetenschappelijke dood van God. In zijn bestseller The God Delusion legt hij uit hoe ons brein ons bedriegt. Neem bijvoorbeeld een gelovige die het gelaat van de Heilige Maagd in een gesmolten kaars of een vochtplek op de muur herkent. Het brein reageert automatisch – dus buiten de wil om – op de toevallige gelijkenis met een paar ogen en een mond. ‘De software van de gezichtssimulatie schiet in actie en construeert een volledig ingevuld model van een gezicht … Het bedrog schuilt geheel in de hersens van de waarnemer,’ schrijft Dawkins.”

4589. infantiele geleerden: nogmaals die duivelse Benno: “Lewis Wolpert, emeritus hoogleraar medische biologie en de grootste levende specialist celbiologie, zegt in een interview: ‘Als kind was ik licht religieus en bad vaak tot God om mijn tennisrackets terug te vinden en dergelijke. Maar dat gebeurde nooit en ik gaf het op. Ik zag er de zin niet meer van in.’ Hoe ontluisterend dat een genie als deze Wolpert – en het is een genie, de engelen fluisteren dagelijks geheimpjes in zijn oor – het fenomeen van de religie afdoet met de theologie van een achtjarige! ‘Als kind was ik licht artistiek en deed vaak mijn best om gedichten te schrijven. Maar ze rijmden nooit en ik gaf het op. Ik zag er de zin niet meer van in.’

4590. speelse speculatie: hoewel de natuurwetenschap bijzonder succesvol (maar niet zonder welbepaalde begrenzingen van haar kennisdomein) natuurlijke fenomenen beschrijft en verklaart, toch is het een simplificatie te menen dat alleen de biologie, of nog erger alleen de natuurwetenschap de wereld van het menselijke uitputtend onder de loep kan nemen. Daarvoor is een minder zekere, een veel meer ongewisse vorm van (speelse, maar daarom niet minder strenge) speculatie nodig waarin biologisch-evolutionaire ‘feiten’ voortdurend pingpong spelen met historisch-culturele.

4591. voorlopig rapport over de mens: bij nader inzien verschijnt de mens als klein, beperkt wezen, dat weliswaar door moeite en inzet tot allerlei vormen van grootheid in staat is, maar dat geregeld aan zijn existentiële kleinheid probeert te ontsnappen door leugenachtige redeneringen, door een libidineuze bijkleuring van zijn vermogens , een overschatting van zijn verstand, een irreële vertekening van zijn wil, een uitvergroot geloof in de efficiëntie van zijn verbeelding en in de almacht van zijn gevoelens. Als een gevolg daarvan maakt die mens handig gebruik van hele reeks interpersoonlijke en maatschappelijke schijnbewegingen, die alle moeten worden begrepen, blootgelegd en, al naar het geval, ongenadig of met mildheid gecorrigeerd.

4592. gidsland Duitsland: het land waar één op zes werknemers slechts 4 tot 6 euro per uur verdient, waar 35% van de aangeboden jobs op de arbeidsmarkt interimjobs zijn en waar slechts de helft van de werknemers werken onder een CAO (Collectieve Arbeidsovereenkomst)? Dat uitgerekend dit land de wet wil opleggen aan de rest van Europa! Het is ee misvatting van de elites te menen dat een land er goed aan toe is alleen maar als het de economie voor de wind gaat. Van evenveel belang is de rechtvaardige verdeling van de baten van die economische voorspoed.

4593. de Belgen worden arm: steeds meer Belgen maken schulden omdat ze hun basisbehoeften, zoals hun energiefactuur of huishuur, niet meer kunnen betalen. De Nationale Bank telde eind oktober 93.884 dossiers in collectieve schuldbemiddeling. Dat is 9,4 procent meer dan in oktober vorig jaar, meldt De Morgen. Collectieve schuldregeling is de meest drastische stap, waarbij de rechtbank het beheer over de inkomsten van de schuldenaar doorgeeft aan een advocaat, notaris of OCMW, die dan het budget beheert. Volgens het Vlaamse Centrum voor Schuldbemiddeling is de toename een teken dat er "iets fundamenteel scheef zit". Want het gaat al lang niet meer om dure consumptiegoederen of hypotheken, maar om mensen die zich in schulden werken omdat ze hun basisbehoeften niet kunnen betalen.

4594. het vertrouwen: zowel in het individuele als in het publieke leven geldt dat het vertrouwen te paard wegvlucht, maar slechts te voet terugkeert.

4595. steuntrekkers zijn profiteurs: dit is in Vlaanderen geenszins het geval. De profiteurs zijn er namelijk al uit gehaald. Door die leugenachtige bewering wil de rechterzijde de sociale zekerheid afbouwen.

4596. liberale rechtvaardigheid: het is niet rechtvaardig als de armen vijftig procent van het staatsdeficit moeten dekken en de rijken de andere helft. Het klinkt wel logisch, maar logica is vaak de schmink over iets heel lelijks daaronder.

4597. Dalrymple: dat deze malafide kromschrijver een column in De Standaard kreeg zegt alles over de strekking van die krant. Vroeg of laat, als het maar opbrengt, mag ook de paus daar zijn woordje doen.

4598. nog altijd geen waarheid als een koe: de rijken profiteren veel meer van de staat dan diegenen die het minder goed hebben. In dit opzicht is de door de Nederlandse regering met veel bombarie opgelegde inkrimping van de cultuursubsidies misschien niet onterecht.

4599. de ondergang van een instituut: door de ontkerkelijking worden heel wat van de naar schatting 1.800 parochiekerken in Vlaanderen onvoldoende gebruikt. Vaak geraken de kerkgebouwen in verval, met voor de overheid oplopende kosten voor onderhoud en restauratie. Minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois (N-VA) wil kerken en gemeenten aanzetten om na te denken over het gebruik van de kerkgebouwen.

4600. de dichter van nu: hoe ouder ik word hoe minder vanzelfsprekend en hoe treuriger ik het vind dat het voormoderne mens- en wereldbeeld onhoudbaar en definitief wordt weggekapt door de hedendaagse zakelijkheid. Saul Bellow: “Orpheus bracht nog stenen en bomen in beweging. Maar een dichter kan geen baarmoeder verwijderen of een raket het zonnestelsel uitschieten. Het wonder en de macht zijn niet meer zijn deel.” Toch blijven wij allen het verlangen koesteren tot in het diepste van ons zelf te leven in een warm en moederlijk wonder.

zaterdag 26 november 2011

Tegen de economisering van het onderwijs


Niet voor de winst

In het onderwijs heeft zich in de laatste decennia een stille crisis voorgedaan. Lang werd onderwijs gezien als de plek waar leerlingen kritisch leren denken en gevormd worden tot ontwikkelde en begripvolle burgers. Maar sinds we economische groei boven alles plaatsen, is ook het onderwijs erop gericht economisch nuttige en productieve leerlingen af te leveren.

Deze kortzichtige focus op nuttige vaardigheden heeft ons vermogen om ons kritisch te verhouden tot autoriteit aangetast, heeft onze sympathie voor mensen die anders zijn gereduceerd en heeft ons vermogen om complexe mondiale vraagstukken te beoordelen beschadigd. Het verlies van deze basale vaardigheden vormt een ernstige bedreiging voor de democratie.

Met Niet voor de winst schreef Martha Nussbaum een overtuigend manifest tegen het streven om onderwijs te zien als gereedschap van het bruto nationaal product. Aan de hand van voorbeelden van onderwijsontwikkelingen in verschillende landen laat zij zien hoe een herwaardering van de alfa-vakken ertoe kan bijdragen dat leerlingen weer worden opgevoed tot mondige, democratische burgers.

Martha Nussbaum is hoogleraar recht en ethiek aan de universiteit van Chicago. In Nederland kreeg zij grote bekendheid door haar optreden in de documentaire Van de schoonheid en de troost. Van haar verschenen in vertaling Wat liefde weet, Oplevingen van het denken, Grensgebieden van het recht en recent Een waardig bestaan, een pleidooi voor een rechtvaardige behandeling van dieren.

Martha Nussbaum is eredoctor aan de Universiteit voor Humanistiek Utrecht en aan de Universiteit Leuven.

Oorspr. titel: Not for Profit

Vertaling: Rogier van Kappel

192 p.

vrijdag 25 november 2011

Nieuwjaarswensen 2012


Nieuwjaarswensen 2012

Ik wens al mijn lezers en ook alle occasionele bezoekers van deze blog een gelukkig nieuwjaar! Ik hoop dat zij allen ten volle de vreugde mogen ervaren die samengaat met een volgehouden reflectie over de mens en het menselijke. En mogen vooral diegenen die technisch opgeleid zijn en al te veel met getalletjes, grafieken en meetbare grootheden naar bed gaan een onvermoede vertrouwdheid winnen met het wazige, het onpeilbare en het ongedefinieerde dat het denken over menselijke zaken doordringt. Mogen zij groeien in het vaardige gissen en raden naar de verborgen motieven, de onuitgesproken doelstellingen die de motor vormen van onze handelingen. Mogen zij begrip opbrengen voor de vele kronkelwegen, de ondoelmatige, maar aantrekkelijke zijpaadjes en de vaak tot niets leidende omwegen van onze pogingen om de mens in zijn meest karakteristieke ondernemingen te vatten. Misschien dringt dan het noodzakelijke inzicht door dat die mens niet volledig in rationele begrippen, strikt wetenschappelijke schema’s of in welgeordende, volstrekt logische gedachtereeksen kan worden verklaard, maar veeleer vanuit het historische samenspel van zijn biologische structuur en een duizendvoud van deels onveranderlijke en deels erg variabele culturele inhouden.

Ik hoop van harte dat mijn lezers het volgende jaar mogen groeien en bloeien in dit uiterst belangrijke hermeneutische spel. Mogen zij dé mens ontmoeten en zijn contouren preciezer dan voorheen in het vizier krijgen. En mogen zij inzien dat het succes van onze individuele en collectieve activiteiten uiteindelijk berust op de precieze constructie van een realistisch, op geen enkele manier bijgeschminkt mensbeeld.

A happy new year to you all!

donderdag 24 november 2011

Democratie alleen voor de krijtpakken


Democratie voor de elite

Politiek in de Verenigde Staten: pluralistische democratie op zijn best, waarbij de beleidsmakers het belang van iedere Amerikaan voor ogen hebben. Althans, zo klinkt het uit de mond van zij die het in Washington voor het zeggen hebben. Maar wie heeft het daar voor het zeggen? En welke belangen behartigen zij? De elite wordt steeds rijker terwijl het aantal Amerikanen onder de armoedegrens blijft toenemen. Het militair-industrieel complex profiteert van een op ‘nationale veiligheid’ gerichte politiek, terwijl de gezondheidszorg onbetaalbaar wordt voor de gewone man. In de rechtspraak, bij de massamedia, en in de organisatie van het politieke systeem zelf, blijkt de lat ook lang niet voor iedereen gelijk te liggen. Zijn de VS wel een democratie voor iedereen, of zijn ze slechts een democratie voor de rich and happy few?

In Democratie voor de elite laat Michael Parenti zien dat democratie onverenigbaar is met het moderne kapitalisme. Hij toont aan hoe de democratie verkracht wordt door een feitelijke oligarchie van Corporate America, waarbij rijkdom de cruciale powerbroker is. Maar desondanks weigert de democratie te sterven. Ze vecht terug, en zet zelfs een occasionele stap vooruit.

In de VS is dit boek al aan zijn achtste druk toe. Het is Parenti’s populairste boek. Zijn helderheid en zijn – in de VS ondertussen legendarische – opwindende formuleringen maken dat zijn boeken gelezen worden door zowel leken in de politieke wetenschappen als door academici en studenten.

oorspr. titel: Democracy for the few, 2007 - uit het Engels vertaald door Tineke Jager

paperback (15 x 22,5 cm) - 432p.

dinsdag 22 november 2011

Het precieze gebruik (4561 - 4580)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4541 – 4560)

4561. het nieuwe Weimar: het is een triest feit dat na de kerk nu ook de politiek, de economie en zelfs de wetenschap het vertrouwen en daarmee hun stabiliserende werking verliezen. We lijken steeds meer op het Duitsland van vlak voor de machtsovername van Adolf Hitler. Manifeste dictaturen komen vaak na latente en zonder uitzondering zijn ze een antwoord op de talloze mislukkingen en de corruptie van precies de burgerlijke partijen. Hun zwakte zorgt ervoor dat zij hun politieke primaat afstaan aan een machtige speler of een ontembare kracht van buiten af. Op dit moment is dat de financiële wereld.

4562. de laatste neologismen: de (r)overheid (een waarlijk zowel Wilderiaanse als - en dat is geen toeval - een universeel rechtse trouvaille); de boekenbeurs als de jaarlijkse papierhoogmis; Ramsey Nasr, onze troeteldichter.

4563. tegen de fanatieke positivo’s: dat mensen verontwaardigd raken hoeft niet te verbazen. Heel recent is daar opnieuw de Dexia bank die onderuit gaat door wanbeleid en op onze kosten moet worden gered ... en de bestuurders - waaronder politici die verkozen zijn om het algemene belang te dienen - gebaren van krommenaas.

4564. een liberale vertaaloefening: de sociale zekerheid is een groot goed, zo zeggen de liberalen ‘zolang men ze kan betalen’. Wat ze bedoelen is “zolang wij maar niet hoeven te betalen’.

4565. liefde voor de mensheid: wie van de mensheid wil blijven houden mag zeker niet lang de van agressieve vooroordelen stijfstaande lezersrubriek van Elsevier lezen. C’est pour guérir de l’amour of I’m Dutch so I can be blunt.

4566. liefde voor Nederland: voor een ontwikkelde Belg is die erg bekoeld sinds die fijnbesnaarde luitjes van Powernet ons aldaar voordoen hoe de ideale beschaving in zijn werk gaat. Alsof die laatste door programmatische domheid, scherpgebekte grofheid en gemene scheldpartijen helemaal tot zichzelf komt.

4567. uw toekomst en die van uw geld: op 3 jaar tijd is er al meer dan 25 miljard euro naar een paar banken gevloeid. Een enorm stuk staatsschuld is op die wijze ontstaan. En daarbij komt nog een berg aan bankgaranties die gegarandeerd voor extra kosten zullen zorgen. De komende jaren dient een groot deel van uw belastingen niet voor een goed onderwijs, openbaar vervoer of gezondheidszorg, maar wel om de schuld van de banken af te betalen.

4568. identiteit: altijd een soort camouflage van diversiteit.

4569. de liberalen: hun afwijzing van de linkse Di Rupo is even fervent neoliberaal als De Wevers nationalisme dat was. Alleen is de laatste politicus bovendien een weliswaar in bonhommie en middle class evidenties ingepakt, maar juist daardoor een bijzonder krachtig vuurwapen voor iedereen die geld heeft.

4570. democratie: zouden de Spanjaarden nu zo dom zijn te denken dat met name een uiterst rechtse regering de financiële en economische problemen van hun land kan en vooral wil oplossen? De zaak is de volgende: nu de linksen het blijkbaar verknald hebben (wat ik niet voor de volle honderd procent onderschrijf), hebben de Spaanse burgers geen andere keus. Het behoort immers tot de tactiek van de ultrarijken de democratie in rustige tijden zo in te perken dat er voor hen in tijden van hoogspanning geen gevaar is. Ze wrijven zich nu over heel Europa tevreden over de buik. En ze glimlachen democratisch. En de door hen betaalde en geëerde economen houden er nog altijd niet mee op de abjecte zelfverrijking en de fervente zelfverdediging van deze heren met zogenaamd rationele argumenten te wettigen.

4571. de pukkelpopmessias: wie deze zopas uit het proletariaat omhooggevallen handelaar in jeugdamusement na de ramp op TV zijn zaakjes hoorde verdedigen zou hem de communie geven zonder biecht (als iemand die uitdrukking nog verstaat). Het leek of hij zich bijna zonder eigenbaat voor de goede zaak had ingezet. En wat blijkt? Hijzelf en zijn echtgenote keerden zich via hun bedrijf Qué Pasa? in 2010 een eenmalig dividend uit van 882.353 euro (!). De festivalgangers krijgen ondertussen hun ticket niet terugbetaald omdat er geen geld zou zijn. Popfestivalmensen, (helaas linkse) politici, politie en pers vormen in Hasselt een uiterst vreemd zootje, dat tezamen blijkbaar flink zijn best doet ons trots te doen zijn op ‘onze’ provincie.

4572. overlevingsmechanismen: sommigen, zoals de jonge De Croo, schreeuwen zich de lucht uit de longen; anderen, zoals de hoogste kringen, hebben geleerd een bepaalde ruimte in de maatschappij in te nemen zonder die in beroering te brengen. Nooit geven ze prijs wie ze zijn, wat ze in feite doen en evenmin welke middelen zij daarvoor inzetten. Nietzsche spreekt over het berekende opvoeren van talloze voorgrondspersoonlijkheden om de omstaanders in verwarring te brengen omtrent de identiteit van zichzelf. De elites gebruiken daarvoor het nationalisme, Europa, het neoliberalisme en de zogenaamde maatschappelijke ontaarding die door linksen zou zijn veroorzaakt. In het ergste geval veroorzaken ze een oorlog.

4573. oorlog: zolang de mensen voldoende welvaart hebben voor de bevrediging van hun ’kleine en vulgaire pleziertjes’ (een term van de filosoof Alex de Tocqueville) hebben ze geen lust in oorlog. Wie de welvaart van grote delen van de bevolking afbouwt strooit het zaad van de gewapende agressie. Binnen enkele decennia zal men heel waarschijnlijk precies dit euvel aan de burgerij van nu verwijten.

4574. bijna heiligschennis: de schreewlelijk Wilders en zijn Nieuwe Tolerantie zomaar in het rijtje plaatsen van die van Voltaire of die van Spinoza.

4575. verbazingwekkend: het meest verwonderlijke aan al dat meervoudig crisisgedoe is hoe ook en misschien zelfs in het bijzonder gestudeerde mensen allerlei voorgekauwde overtuigingen daarover onnadenkend tot de hunne maken. Vrijwel iedere algemene bewering in dat verband is weerlegbaar. Dat we in dit opzicht zwak zijn, ook al zijn van alle kanten toegedekt door universitaire diploma’s, blijkt wel uit Goebbels’ bekende woorden: “Als je een leugen maar lang genoeg herhaalt, wordt zij op den duur vanzelf de waarheid”.

4576. een scène uit Nederland: als protest tegen de onredelijke besparingen op de kunsten (een Wilderiaanse wraakoefening op de gehate, linksmensige intellectuelen met hun perverse hobbies) gingen de leden van de Bachvereniging op een plein in Den haag zitten. Ze neurieden het andantethema uit de Eerste Symfonie van Mahler. Toen sloeg de oproerpolitie ze genadeloos uit elkaar.

4577. het kapitalisme: Jean Ziegler tijdens zijn (gecensureerde!) openingstoespraak voor de Salzburger Festspiele: “Tegen de ijzeren wet van de kapitaalaccumulatie zijn zelfs Beethoven en Von Hofmannsthal machteloos”.

4578. emotionele transcendentie: Ulrich Libbrecht (zie foto) in Knack: “Religie is zo universeel dat je je hoe dan ook moet afvragen hoe dat komt. Het heeft zeker te maken met onze behoefte aan zingeving, maar het is meer dan dat. Het is een behoefte aan transcendente emotionaliteit. Bij ons wordt emotionaliteit altijd geïnterpreteerd als egogericht: ik zoek mijn eigen vreugde, mijn eigen plezier, mijn eigen geluk. In het boeddhisme heb ik geleerd dat er ook een soort emotionaliteit bestaat die betrokken is op waarden die niet met mijn ego te maken hebben”.

4579. twee remmende vooroordelen van het Westerse denken: dezelfde Ulrich: “De kosmos is god. Of is de kosmos nu zo minderwaardig dat hij geen god mag zijn? Zo een enorm mysterie. Nu, de reden waarom wij het zo moeilijk hebben om de kosmos en God aan elkaar gelijk te stellen, ligt in dat Griekse denken. Wij zijn door de Grieken als het ware opgevoed om te denken in termen van materie en geest. De kosmos is materie en God moet dan de geest zijn. Nog iets wat wij van de Grieken geleerd hebben, is het zijnsdenken: denken in functie van datgene wat blijft, wat permanent is onder de verandering. Maar niets blijft, niets is permanent. Alles verandert onophoudelijk. Dat kunnen de meeste westerse filosofen ook maar moeilijk slikken”.

4580. essentialisme: ons verlangen naar eeuwigheid spoort ons aan achter dingen, toestanden en menselijke fenomenen vaste patronen te zoeken, essentiële wezenheden waarop de tijd geen vat heeft. Het brengt er ons toe in politieke onderhandelingen te zoeken naar een voor alle partijen in alle opzichten bevredigend compromis wat uiteraard onmogelijk is. Helaas is hier de zijnsmythe werkzaam waarover Libbrecht in nr. 4579 spreekt. We geven niet toe dat we klein en beperkt zijn, dit wil zeggen veranderlijk, onvast, aan de tijd gebonden en door die gebondenheid slechts tot gedeeltelijke oplossingen in staat.

vrijdag 18 november 2011

Het precieze gebruik (4521 - 4540)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4521 – 4540)

4521. een vergeten Amsterdamse held: tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde de Amsterdamse politieman Jan van den Oever Joden op te halen voor transport naar de kampen. Hij werd daarom ontslagen. De Amsterdamse politie heeft in de oorlog een buitengewoon kwalijke rol gespeeld door verregaand te collaboreren met de Duitsers.

4522. een ruziënd koppel: zeg tegen derden dat de ene niet gemakkelijk is en de andere moeilijk.

4523. de remedie erger dan de kwaal: de financiële markten zetten niet alleen landen en regeringen onder druk. Ze vervangen nu ook zittende premiers door niet verkozen bankiers, die dan ook nog eens liefst op de loonlijst hebben gestaan van Goldman Sachs. Nu de neoliberale recepten bij herhaling absoluut desastreus zijn gebleken verschijnen ze opnieuw in de Europese keuken. Het prestige van de koks maakt die echter geenszins geloofwaardig.

4524. de laatste neologismen: een onkoersvaste roman; een mulischeske novelle; leven op edelkrachtstroom (intens en in de hoogste versnelling); ach die politici, als ze al geen boter op hun hoofd hebben, dan hebben ze op zijn minst vet in hun haar; linksom of rechtsom, poepen of piesen, die maatregelen moeten er komen; een tekst met keurig aangeharkte dialogen; op zondag met tien mensen in de kerk zitten, het is ploegen tegen de rotsen; de natuur als een amorele seriemoordenaar (er zijn heel wat microben die ons rauw lusten); de morgenstond heeft geen begroting in de mond (na een lange nacht onderhandelen met Di Rupo, zie foto); er is al kerststress midden november; een mens moet soms gelucht worden (boekentitel); onze tijd is er een van geharnaste meningen, iedereen zit tot aan de tanden gewapend in zijn schietputje en richt gulzig van woede zijn vizier op de anderen.

4525. fascistisch: het is overduidelijk een vergissing een politieke partij alleen dan fascistisch te noemen als ze concentratiekampen opent voor tegenstanders (en vooral voor Joden) en die dan genadeloos uitmoordt. De geschiedenis herhaalt zich inderdaad, maar nooit op dezelfde manier. En iedere manier heeft zijn uiterst bijzonder voorspel.

4526. het inzicht in de mens: slechts dan breekt het door als men begrijpt dat alles komt door de jaloezie.

4527. oud worden: als iemand opmerkt dat je zichtbaar oud wordt, zeg hem dan (met een woord van H. Mulisch): “Maar dat ik sterfelijk ben moet eerst nog maar eens bewezen worden.”

4528. de commercie: zopas kreeg ik een gezondheidskookboek in handen, met recepten die allerlei ziektes zouden helpen te voorkomen. Wat opvalt is dat de Amerikaanse (vrouwelijke) auteur, met het oog op de verkoopcijfers, in haar maaltijden toch veelvuldig gebruik maakt van witte bloem, suiker en een aanzienlijke hoeveelheid gevaarlijke vetten. Zelfs zoiets belangrijks als ons lichamelijke welzijn wordt blijkbaar onvermijdelijk ingeperkt door de wetten van de commercie.

4529. het vermoeden van Collatz: neem een willekeurig positief geheel getal. Is het even? Deel het door 2. Is het oneven? Vermenigvuldig met 3 en tel er 1 bij op. Blijf deze stappen voor even en oneven getallen herhalen. Op den duur zal er altijd 1 uitkomen. Wie dit kan bewijzen zal hoog scoren in de wereld van de wiskunde.

4530. ideale verhoudingen: die tussen moeder en kind is er een en ook die tussen leerling en leraar. In de laatste is de vadermoord de onafwendbare uitkomst.

4531. een noodzakelijk einde: je hebt je geliefde lang en innig gekust. Omdat alles op een of andere manier een einde moet hebben, fluister in haar oor:“Let op. Je mag je tram niet missen.”

4532. zingende kerstkinderen (1): niet alleen in de commerciële ruimtes, maar ook in de kerk (tegenwoordig evenzeer een ruimte van die soort) verschijnt het kerstgebeuren als een sentimentele ervaring, geschikt voor kinderen van twaalf jaar en helemaal niet aangepast aan de leefwereld van volwassenen. Op zichzelf is dit fenomeen al een teken van zwakte en van de pedagogisch-commerciële afgang die de inheemse religie in het westen en vele andere instituties aldaar (zoals de democratie of de scholen) typeert. Een ontwikkeld mens in zijn gewone doen, dat wil zeggen een actief, ondernemend type (en daardoor uitgerust met een voorkeur voor een veeleisende moraal) kiest voor inspanning, complexiteit, een hoge moeilijkheidsgraad en verheugt zich over de noodzaak van voortdurende zelfoverwinning, alleen al omdat daarmee zijn mogelijkheden intens en op een spannende wijze worden getest. Omdat de geest een functie is van het lichaam wekt het geen verwondering dat ook geestelijke activiteiten kenmerken vertonen die verwant zijn met die van de sport. Met dit sportieve karaker van geestelijke activiteiten komt de liefde voor het zweten mee, de onvermijdelijke wedijver en vooral een vaste, onbetwistbare definitie van de te leveren prestaties. Als die kenmerken beginnen te verdwijnen verliest het begrip ‘geestelijke prestaties’ zijn voorheen precieze contouren en dan is het tijd voor een waarlijk nietzscheaans wantrouwen in allereerst het bestaan en verder in de functionaliteit of de zinvolheid ervan.

4533. zingende kerstkinderen (2): de zogenaamde ‘vermenselijkte’ gelovigen menen dat het een hele vooruitgang is dat de kerk het bewustzijnsniveau en de taal van twaalfjarigen hanteert en hun uiteraard beperkte gevoelsleven voorstelt als de maat voor dat van alle religieus geïnteresseerden. Dit alles wordt openlijk en op vele manieren zichtbaar in de kersttijd. Dit geloof berust op een verkeerde inschatting van datgene wat destijds het succes van de kerk uitmaakte en wat nu in een eigentijds kokon van kinderlijke zachtheid en pueriele gevoeligheid voor altijd verloren dreigt te gaan. Toen de kerk zich nog richtte naar de meerderheid, dit wil zeggen naar de volwassenen (en dan nog vooral naar de mannen), stond het ongebluste lijden centraal, de pijn, het bloed, de arbeid, de dood, de zonde, de schuld en de harde voorwaarden van de vergeving, allemaal nogal akelige thema’s die, als ze onder druk van de moderne zeden worden verzacht tot liefelijkheden, ermee ophouden het niet al te rooskleurige leven van de meeste volwassenen te duiden en daarmee enigszins te vertroosten. Met het element geluk (tenzij het eeuwige, dat wil zeggen het op dit moment volstrekt afwezige) kan de kerk niet veel aanvangen. Haar succes heeft altijd bestaan in de analyse van en de formulering van remedies tegen de onvermijdelijke ellende van het mensenlot.

4534. de Verlichting: pas wie verlicht is beseft terdege hoezeer het licht niets meer is dan de met moeite veroverde, slechts tijdelijke afwezigheid van een allesomvattend duister.

4535. de politiek: een gaandeweg meer en meer onverkoopbaar gerecht, een onwelriekende hutsepot van verkooppraatjes, public relations strategieën, al naar het geval aangelengd met scheutjes of vloten godsdienstwaan, entertainment, hoger leugenwerk en de platste acteerprestaties.

4536. een merkwaardige gelijktijdigheid: Carl Peeters in Vrij Nederland: “Onafhankelijk van elkaar bestudeerden begin jaren tachtig twee filosofen – de Duitse Peter Sloterdijk en de Franse Michel Foucault – het gedachtegoed van de klassieke cynische filosofen. Deze ‘hondse’ geesten trokken zich niets aan van de officiële filosofie, stelden brutale vragen en lapten de moraal aan hun laars. Het resultaat van Sloterdijks onderzoek was zijn meesterwerk Kritiek van de cynische rede (1983), het resultaat van Foucaults studie is pas nu (2011)in het Nederlands gepubliceerd: De moed tot waarheid, zijn laatste colleges aan het Collège de France in het voorjaar van 1984 (hij zou op 25 juni overlijden, 58jaar oud). Sloterdijk en Foucault waren allebei gestuit op het stevig genestelde cynisme in het bedrijfsleven, de politiek, godsdienst, de kunst en de moraal. Er was een vastgeroeste erosie van manipulatie, corruptie en public relations-tactieken ontstaan die elke simpele authenticiteit en vrijmoedigheid aan het oog onttrok. Beiden waren gestuit op het boek Der Kynismus des Diogenes und der Begriff des Zynismus van Heinrich Niehuis-Pröbsting uit 1979, waarbij ze werden getroffen door het verschil in schrijfwijze van wat kennelijk twee stromingen waren: kynisme en cynisme. Het klassieke kynisme stond voor de absolute, ‘hondse’ vrijmoedigheid, het hedendaagse cynisme voor de koude berekening. Sloterdijk bouwde hierop het boek waarin hij de ‘kynische impuls’ in ere herstelde: de spontane, maar door kennis en rede gestuurde vrolijke filosofie die zich tegen logge vertogen keert”.

4557. een Poolse wijsheid: de Poolse filosoof Leszek Kolakovski vond het geen goed teken wanneer een filosoof zichzelf niet van tijd tot tijd als een charlatan kon zien. Doet hij dat niet, dan heeft hij te veel vertrouwen in zichzelf en ontgaat het hem dat een groot deel van wat hij denkt misschien wel plausibele constructies zijn, maar niettemin constructies.

4558. feiten zijn feiten: politicologen kunnen eindeloos hun (ondanks de schijn van het tegendeel toch in wezen erg idealiserende) studies voortzetten, het volgende is een hard, zeer onaangenaam en tegelijk zeer verhelderend feit: op 3 jaar tijd is er in België al meer dan 25 miljard euro (!) naar een paar banken gevloeid en een enorm stuk staatsschuld bijgecreëerd. De grootste hold-up op de belastingbetaler uit de nationale geschiedenis. De komende jaren dient ons belastinggeld om de schulden van de banken af te betalen. Van democratie, Westerse waarden, religieuze verdieping of van enig Verlichtingsdenken zie je hier geen spoor. De naakte feiten verdienen wel degelijk de naam van een grootschalige roverij. Alle toeschouwers (en slachtoffers ) kunnen niet anders dan cynisch toekijken. Wie in dit opzicht nog in mooie woordjes blijft geloven is waarschijnlijk een sciëntistische natuurwetenschapper of een dogmatische econoom (die beiden niet los kunnen komen van het hen ingebakken vooruitgangsoptimisme), of een pastoor (die helemaal opleeft als hij kan bevallen van een altijd positieve hemeltaal). Opgevoede Vlamingen zijn doorgaans een soort kruising van deze drie.

4559. nadenkende mensen: ze verschillen niet zo heel veel, hooguit in graad van de vaak door hen zo neerbuigend behandelde onnadenkenden. Gestudeerde personen zijn in staat hun eigen ervaringen en die van anderen te duiden met de categorieën die daarvoor in de cultuur beschikbaar zijn. Als er onverenigbaarheden of tegenstellingen tussen die categorieën optreden kunnen zij die denken in zoverre die in de cultuur openlijk worden gethematiseerd. Dit is niet veel meer dan wat ongeschoolden doen, als is het zo dat perceptie van de beschikbare categorieën en van de verhouding daartussen in de laatste groep heel wat smaller is en daar veel nadrukkelijker weegt op het bewustzijn. Wat dieper nadenkende mensen kunnen op de een of andere manier die categorieën en de conflicten daartussen overstijgen, hoewel ook zij, zelfs in hun creatiefste prestaties, met de hen omringende, voorgegeven leefwereld verbonden blijven (bijvoorbeeld door tegenstelling metaforisering, overstijging, verdraaiing, aanvulling, correctie en door combinaties of hercombinaties van gegeven elementen). Want ook erg scheppende en zeer onafhankelijke mensen staan veel minder op eigen benen dan we doorgaans menen.

4560. de Vlaamse uitvaartsector: omdat er veel minder wordt gestorven gaat het niet zo goed met deze bedrijfstak. Nu zelfs de dood de aanleiding is voor een serie erg winstgevende diensten kan je op de radio een aantal verfijnde staaltjes van economische kromspraak horen, zoals: “Ik voorzie voor de volgende jaren toch een marktpotentieel. De babybomers zullen dan noodzakelijk een beroep op onze services doen”.

dinsdag 15 november 2011

Kurt Tucholsky



L'histoire se repète

Agnes Cuyvers, mijn vroegere studiegenote aan de OU, stuurt mij het volgende gedicht van Kurt Tucholsky (1930). De geschiedenis herhaalt zich inderdaad, zij het niet altijd op dezelfde manier.

Wenn die Börsenkurse fallen,
regt sich Kummer fast bei allen,
aber manche blühen auf:
Ihr Rezept heißt Leerverkauf.

Keck verhökern diese Knaben
Dinge, die sie gar nicht haben,
treten selbst den Absturz los,
den sie brauchen - echt famos!

Leichter noch bei solchen Taten
tun sie sich mit Derivaten:
Wenn Papier den Wert frisiert,
wird die Wirkung potenziert.

Wenn in Folge Banken krachen,
haben Sparer nichts zu lachen,
und die Hypothek aufs Haus
heißt, Bewohner müssen raus.

Trifft's hingegen große Banken,
kommt die ganze Welt ins Wanken -
auch die Spekulantenbrut
zittert jetzt um Hab und Gut!

Soll man das System gefährden?
Da muss eingeschritten werden:
Der Gewinn, der bleibt privat,
die Verluste kauft der Staat.

Dazu braucht der Staat Kredite,
und das bringt erneut Profite,
hat man doch in jenem Land
die Regierung in der Hand.

Für die Zechen dieser Frechen
hat der Kleine Mann zu blechen
und - das ist das Feine ja -
nicht nur in Amerika!

Und wenn Kurse wieder steigen,
fängt von vorne an der Reigen -
ist halt Umverteilung pur,
stets in eine Richtung nur.

Aber sollten sich die Massen
das mal nimmer bieten lassen,
ist der Ausweg längst bedacht:
Dann wird bisschen Krieg gemacht.

woensdag 9 november 2011

Poëtische filosofie van de poen


Onze crisis in verzen

Geert Van Istendael schreef een gedicht over de huidige Europese crisis waarin het begrip 'hybris' een centrale rol speelt. Hybris bestaat erin dat je ongehoorde dingen doet, dat je jezelf dingen aanmatigt ten koste van derden. Als een nadenkend mens weet de dichter die personen en toestanden aan te wijzen die aan de crisis schuld hebben. Uit dit lange gedicht citeer ik een tweetal bijzonder relevante passages. De cognitieve, juridische en sociale hogebortzetterij van allerlei vetbetaalde 'heren' komt daarbij goed uit de verf.
(...)

Hun beurzen waren scheurensvol als steeds
zij stonden met de voeten op de grond
zij lachten elkaar toe zij wisten alles
de tweede wet van het geheime boek
met dubbelkrijt geschreven luidt
er kan ons niets gebeuren

(...)

Zij die zichzelf tot god hadden verheven
De Tovenaars blaatten schor
een oorverdovend bokkenlied
geen mens geen god die luisterde
het baatte niet

Wij zitten tussen brokken
de dagen van vet geld waren obsceen
de bergen van de welvaart smelten om ons heen
ons dulden en betalen is voorbij
bekijk de averij
en keer het tij

(...)

dinsdag 8 november 2011

Het precieze gebruik (4501 - 4520)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4501 – 4520)

4501. decadente leeftijden (1): alle kinderen zijn wreed en zelfs op hoge leeftijd zit het kind nog steeds in ons.

4502. de laatste neologismen: een gipsvlucht naar huis (na het skiën); een Hollywood-huwelijk, net zo plastic als de bruid; het einde(lijk) van Berlusconi; Anna Bijns, kettervreetster, viswijf, pain in the ass (Herman Pleij); Paul Claes als de behoeder van het literaire ecosysteem, als de kenner van de wereldbibliotheek en als onze belangrijkste letterfetisjist; je hoopt dat de Europese leiders, nu de economische apocalyps dreigt, het niveau van kinnesinne weten te ontstijgen; ze hebben allemaal een pleurishekel aan alle harmonieuze gezamenlijkheid; de Haagspeak is volkomen onbehapbaar voor oningewijden; Merkozy, een naam waarvan de twee helften helemaal niet bij elkaar passen; men moet Rutte voortdurend inwrijven dat hij slechts een minderheidspremier is.

4503. decadent modern (1): als zelfs je vogelvoederhuisjes hip dienen te zijn.

4504. decadent modern (2): als je persé wil ruiken zoals je idool. Paris Hilton, Kim Kardashian en Mariah Carey hebben allen hun eigen, mierzoete parfum. Popster Britney Spears heeft er zelfs tien. Ook Lady Gaga brengt binnenkort haar eigen reukwater uit, genaamd 'Monster'. Dit parfum krijgt de geur van bloed en sperma. De hardrockband Kiss teert al jaren op een imposante collectie merchandise. Naast posters en t-shirts zijn er onder meer broodtrommels, condooms, doodskisten en babykleren te koop met het bandlogo. Een parfumlijn mocht dus niet ontbreken. Zowel de dames- als de herengeur ruikt 'sappig, wild en pittig'.

4505. wetenschappelijk decadent: de harde wetenschapper en sciëntist Lewis Wolpert in Knack: “Ik denk dat filosofen verschrikkelijk slim zijn en niets maar dan ook niets bruikbaars te zeggen hebben”.

4506. politiek decadent: de dichter des Vaderlands Ramsey Nasr over Wilders in De Morgen: “Ik noem Wilders en zijn gedachtegoed fascistisch, zij het niet onmiddellijk zoals het fascisme van de Nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. De partij van Wilders is autoritair, antidemocratisch, antiliberaal, ultranationalistisch, wil artikel I van de Grondwet schrappen, discrediteert de Nederlandse en de internationale rechtspraak en schept een beeld van een zuiver, mythisch Nederlands volk, waarbij een andere groep systematisch tot zondebok wordt verklaard. Volgens het woordenboek kom je dan als snel uit bij de kwalificatie ‘fascistisch’. Punt. Dat is geen demonisering, maar een definitie!”.

4507. decadent modern (3): als ons water breekt en we bevallen van ons eigen verval.

4508. geluk: het wordt altijd overschat. Het is van geen belang dat Van Gogh gelukkig was. Laten we gewoon blij zijn dat zijn schilderijen er zijn.

4509. Dehaene: niets helpt tegen deze overal aanwezige, waggelende en onverantwoorde veelverdiener (die daarenboven ook zijn vrouw en al zijn kinderen aan een vetbetaalde baan heeft geholpen). Misschien kan het volk hem voor altijd verbieden het stadion van Club Brugge te betreden.

4510. ideologisch decadent: de voortdurende wisselende en zich steeds meer verwijdende spagaat van het Nederlandse CDA, christelijk in naam, opportunistisch en machtsgeil in de feiten. In het bijzonder Minister Leers en staatssecretaris Bleker verdienen een oscar voor hun wilde acrobatiek als ze zich gewiekst bewegen tussen hun verheven idealen en de platte eisen van het Monster, van wie ze afhankelijk zijn.

4511. de democratische decadentie: in Frankrijk (en zeker niet alleen in dat Westers land!) wordt alles onder beleidsmensen bedisseld zonder enige voorafgaande raadpleging van het volk. De democratische regels, die de basis zouden moeten vormen van ons democratisch bestel, zijn allang gemakshalve onder het tapijt geveegd. Geen wondeer dat Sarkozy ontsteld was door de aankondiging van het Griekse referendum. Toch maar goed dat bankiers en de van hen afhankelijke politici (en dat zijn ze allemaal) even door elkaar worden geschud en zich zorgen maken als de stem van het volk dreigt van zich te laten horen.

4512. decadente liefde: echte liefde neigt ernaar onvoorwaardelijk te zijn of dat te worden. Een blijk van ‘neoliberale liefde’ is dan ook een contradictie en de verleidingskunstjes van bijvoorbeeld Merkel of Sarkozy zijn even betrouwbaar als een koor van mooisissende slangentongen.

4513. het meest decadente eufemisme van de laatste maanden: ‘hervorming’ voor regelrechte geldberoving.

4514. onze decadente vrijheid: pas is ons het roken verboden en daar zijn alweer die paternalistische bovenmeesters die onze vetzucht en onze suikerpassie met politieke maatregelen te lijf willen gaan. Nu nog de godsdienst per decreet verbieden (Dawkins is immers zo heerlijk rationeel) en het Paradijs zal eindelijk uit de hemel vallen.

4515. decadente eigentijdsheid: al die wederdopers, ze zochten blijmoedig de dood op. Ze bestegen zingend de brandstapel in het vooruitzicht van het godsrijk. Gelukkig (of beter: wijs) is de mens die door na te denken de vooroordelen van zijn tijd van zich af weet te houden. In zeldzame gevallen redt hij daardoor zijn hachje en heel vaak zijn innerlijke rust.

4516. decadente luiheid: Ann De Craemer over poëzie in De Morgen: “Poëzie lezen vereist geduld en concentratie – twee bedreigde eigenschappen in onze 3.0-tijden. Volgens Philip Roth zal romans lezen over vijfentwintig jaar ‘cultisch’ zijn: alleen kleine groepen mensen zullen de nodige toewijding kunnen opbrengen. Vandaag is poëzie al cultisch. De roman zal volgen. De roman is een 19de-eeuwse uitvinding voor verveelde dames in salons die geen andere bezigheid hadden dan boeken lezen. Sindsdien is het levensritme ingrijpend veranderd, en de letteren – ook gewoon producten onderhevig aan tijdsgeest en conjunctuur – dragen daarvan de gevolgen”.

4517. een decadent verlangen (1): als men u vraagt of u eigenlijk wel gelukkig bent, antwoord dan (met een woord van Reve): “Niet meer dan nodig is”.

4518. een decadent verlangen (2): men gaat zelden bloeien van geluk, want de allereerste voorwaarde voor psychische gezondheid is kunnen omgaan met mislukking en falen, met tekort. Het verlangen naar voordurend en bovenmatig geluk is de ontkenning van onze kleinheid. Het inzicht in en de aanvaarding van onze hulpeloosheid is een voorwaarde voor de mogelijkheid van een bescheiden geluk en bovendien de bron van de moraal (ook de anderen zijn hulpeloos, zoals ik).

4519. decadente leeftijden (2): de psychoanalyticus Adam Philips: “Onze hulpeloosheid neemt niet af met het ouder worden, integendeel, ze verschuift van een hulpeloosheid die voortkomt uit een gebrek aan ervaring naar een die voortvloeit uit een teveel aan ervaring”.

4520. een modern filosoof: de communist Slavoj Zizek (zie foto), de messias van de Occupy-beweging, veel gelezen, weinig begrepen, zijn haar hangt in zweterige slierten terwijl hij dendert van Hegel naar Hitchcock. Ik vestig de aandacht op zijn twee belangrijkste gedachten: 1. De politiek duikt al te graag weg achter de economie en moet dringend opnieuw het primaat verwerven 2. De (sociale) werkelijkheid is een illusie, een constructie, iets fictiefs. Een cultuur stoelt niet op zijn, maar op schijn. Omdat dit het geval is het makkelijk voor machthebbers om voor hen interessante culturele tendensen (bijvoorbeeld het neoliberalisme) als een onveranderlijke natuurwet voor te stellen.

maandag 7 november 2011

Positief populisme


Pleidooi voor populisme

In Vlaanderen en Nederland, maar eigenlijk in heel Europa, groeit de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Aan de ene kant zijn er de kosmopolieten die nippen aan hun glas chardonnay, terwijl ze de lof van de globalisering zingen, aan de andere kant is er de ‘getatoeëerde klasse’, die naar Nederlandstalige liedjes luistert en zich schaart achter nieuwe vormen van nationalisme. Laaggeschoolden dringen nauwelijks nog door tot het parlement. Hun demografische meerderheid is teruggebracht tot een democratische minderheid. Meer dan wie ook vertolken populistische partijen vandaag de stem van de laaggeschoolden in de samenleving.

Populisme is volgens David Van Reybrouck niet noodzakelijk een gevaar voor de democratie. Het verwoordt op onhandige wijze soms een blijvend verlangen naar politieke betrokkenheid van het laagopgeleide volk. We doen er goed aan dat ernstig te nemen. Er is niet minder, maar beter populisme nodig.

David Van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Hij studeerde in Leuven en Cambridge en promoveerde in Leiden. In 2001 debuteerde hij met De plaag, waarvoor hij de Debuutprijs 2002 ontving. In 2004 schreef hij het toneelstuk die Siel van die Mier, bekroond met de Taalunie Toneelschrijfprijs 2004 en de Vijfjaarlijkse Prijs voor Podiumteksten 2007 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. In 2007 publiceerde hij de roman Slagschaduw en het toneelstuk Missie; de eerste titel stond zowel op de longlist van de Ako als op die van de Gouden Uil, de laatste won de Arkprijs van het Vrije Woord 2008. In 2008 verscheen zijn Pleidooi voor populisme, waarvoor hij de Jan Hanlo Essayprijs en de Vlaamse Cultuurprijs Kritiek en Essay 2009 ontving.
Congo. Een geschiedenis verscheen in mei 2010, even voor de vijftigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid.

128 p.

donderdag 3 november 2011

Het precieze gebruik (4481 - 4500)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4481 - 4500)

4481. de democratie: in het Westen draagt het politieke systeem die naam, maar iets meer dan dat is er niet aan de hand.

4482. de indignados: al hebben ze gelijk, ze zullen helaas hun gelijk niet halen. Dit laatste element doet in geen geval afbreuk aan de eer en aan de menselijkheid waarvoor het eerste garant staat.

4483. het Griekse referendum: Yves Desmet in De Morgen: “Maar is het daarom een doodzonde om de bevolking van een land democratisch te laten uitspreken over of men al dan niet failliet wil gaan? Het kan zijn dat een Grieks referendum niet het beste idee ooit is. Maar democratie verengen tot de keuze van de politieke mannen en vrouwen die vervolgens niets anders mogen en kunnen doen dan de dictaten van De Zenuwachtige Markten uitvoeren, is hoe dan ook een nog slechter systeem”.

4484. de laatste neologismen: the London School of Economics als de academische melkweg voor Nobelprijzen; Merkel en Sarkozy als de kwispelstaartende hondjes van de Zenuwachtige Markten; de recente kookpornografie en haar perverse effecten; cijfers hebben hun goddelijk aura verloren, het absolute is weg, hun waarheid is verdampt, facts and figures zijn uit de echt gescheiden (Gilles De Coster).

4485. Paul De Grauwe: Hugo Camps over deze waarlijk kritische econoom: “De Grauwe is de vleesgeworden academische bekering. Tijdens zijn politieke intermezzo was hij nog net niet de slippendrager van het Thatcherisme. Wel even hardvochtig als Verhofstadt in zijn jonge jaren. Allengs werd hij brozer, milder, sociaal genuanceerder. Vandaag zou Paul De Grauwe de lichtjes gesteven porte-parole van de indignados kunnen zijn. Monetaire orthodoxie met een menselijk gelaat. In het oerwoud van economie en financiën loop ik hopeloos verloren. Maar met hem zou ik er toch een tentje willen opslaan”.

4486. Dexia: de kleine geschiedenis van het grote (en zonder twijfel volstrekt onbestrafte) wanbeleid. Daarover Eric Bomans in De Morgen: “De teloorgang van Dexia was geen onvoorzienbare gebeurtenis. Het is een verhaal van zuiver financieel wanbeleid. Enkel een mix van hoogmoed, incompetentie en zelfgenoegzaamheid heeft tot dit droeve resultaat kunnen leiden”.

4487. een blinde vlek in de wetenschappen: vrijwel iedereen is het erover eens dat een excessieve behoefte aan macht, bezit of seks ethisch verwerpelijk en maatschappelijk nefast is. Slechts weinigen zijn van mening dat hetzelfde geldt voor een bovenmatig verlangen naar waarheid, dat in wetenschappelijke kringen uit de sfeer van de behoeften wordt gelicht, omgetoverd en herdoopt tot iets louter bewonderenswaardigs, een voor honderd procent positief fenomeen, een verlossende eigenschap waarvan in geen geval ook maar één negatief gevolg te vrezen is.

4488. wantrouwen: een geheel nieuwe vorm van wantrouwen bestaat erin iedere belangrijke uiting van het moderne individualisme als een symptoom te zien: hoe de mens trots rebelleert tegen zijn banden met de gemeenschap en er tegelijk afhankelijk van blijft.

4489. God (1): in een bekend interview met Der Spiegel verklaarde Heidegger ooit: ‘Alleen nog een God kan ons redden’. Hoewel ik in de zestiger jaren van vorige eeuw als student de volwassenheid binnenstapte (en daarom van nature het geloof deelde in het reddende vermogen van de rationaliteit en het daarmee samenhangende vooruitgangsoptimisme) raak ik nu, op rijpere leeftijd, er stilaan van overtuigd dat de Duitse filosoof de plank niet helemaal missloeg. Sinds eeuwen drukt God zijn sporen in ons en al vele decennia lezen we die tevergeefs, zoeken vruchteloos naar een aanvaardbaar alternatief (het vaderland? het volk?), een acceptabele vervanger (de wetenschap?, de rede? de markt?). Maar wij vinden niet veel dat ons hart doet rusten.

4490. God (2): als God alziend, alwetend, alomtegenwoordig én almachtig is, dan is de vraag onontkoombaar waarom Hij niet ingrijpt en Richard Dawkins het zwijgen oplegt.

4491. God (3): Michaël Zeeman: “Dawkins kreeg daardoor iets van een verlosser, een trooster. Als je de devote bijval las die zijn boek oogstte op legio websites en in een falanx van artikelen in de conventionele media, was het eerder alsof God er een concurrent bij gekregen had dan dat Hij ten slotte een fatale tegenstander had getroffen”.

4492. God (4): het atheïsme en de wetenschap gaan hand in hand. Dat lijkt op dit moment vanzelfsprekend. Nog niet zo lang geleden zei men hetzelfde over het socialisme.

4493. God (5): het atheïsme en de wetenschap (die samenvloeien in een geïdealiseerde rationaliteit) gaan de wereld redden. Als God definitief dood is komt eindelijk de wereldvrede in het zicht. Daaruit blijkt dat beide niet alleen een kritiek zijn en een levensovertuiging, maar ook een politieke ideologie. Een wereld en een samenleving zonder godsdienst staat er beter voor dan eentje mét. Daarover Michaël Zeeman: “Het is echter de vraag of dat waar is en of die opvatting niet de diepere drijfveren miskent van ieder godsgeloof, van zingeving en identiteitsverstrekking, van troost en vooral van morele pluriformiteit en ambiguïteit ten overstaan van de schamele waarheden van politiek en wetenschap”.

4494. wetenschap: een vorm van hogere twijfel. Haar gevolgen in de techniek hebben een faustiaanse dreiging gekregen. Alleen het gebrek aan macht en middelen (en niet een gebrek aan onvermengd rationele of instrumentele redelijkheid, waarvan zij veeleer een eenzijdig teveel heeft) weerhoudt haar van die desastreuze ondernemingen die hun voorloper kennen in wat de banken in de wereld aan het aanrichten zijn.

4495. Allerheiligen: Rilke: “Jij bent dood, maar altijd zal mijn lichaam van jou gonzen”. Daarbij voeg ik toe: “En nu en dan zal mijn ziel heel zachtjes zoemen als ik aan je denk”.

4496. God (6): lijfelijkheid is eindigheid. En beperktheid. De beperking bijvoorbeeld tot een aards en lichamelijk verankerd zijn. We kunnen niet naar believen naar een of andere hogere verdieping springen. De oude werkelijkheid van God kunnen we vertalen naar een horizontaal en volstrekt tastbaar verschijnsel, dat weliswaar door sterfelijkheid, voortdurende verandering en allerlei onvolmaaktheden wordt gekenmerkt, maar dat op een wat geringere manier dan ons eigen lot. Zo’n God zou kunnen zijn: het collectieve, historische voelen, het altijd van kleur verschietende gemeenschappelijke denken, of in filosofische taal: een soort verruimd, naar de emoties, de verbeelding en de behoeften geopend transcendentaal subject.

4497. God (7): de filosoof Hubert Dethier: ‘God bestaat waarschijnlijk niet, maar ik zou soms weel graag willen dat hij bestond. Op de ene of de andere manier weet je dat de wereld een hoopje vuil is, totaal onverschillig voor ons lot. Tegelijk moet je dat soms ontkennen om te kunnen leven”.

4498. de politiek: een van de redenen om minder waardering voor de politiek op te brengen is het feit dat zij het overwicht van de economie nooit in vraag stelt.

4499. het denken: het is ambigu of het is er niet.

4500. de economie: een bloeiende economie die via belastingen weinig voor de staat opbrengt is geen nastrevenswaardig doel. Door de beruchte notionele interestaftrek, door een combinatie daarvan met andere aftrekposten, zoals de vrijstelling van verkregen dividenden en van meerwaarden, is de effectieve vennootschapsbelasting gedaald tot minder dan 12 procent, tegenover een nominaal tarief van 33, 99 procent. Internationale bedrijven kunnen daar gemakkelijk een nultarief van maken.

Edmund Husserl, de man die niet ver genoeg ging




Tegen het onterechte spiritualisme van Husserl

Wat hieronder volgt is het tweede deeltje van mijn essay over de nefaste gevolgen van de idealistische verleiding voor een geloofwaardige wijsgerige antropologie.
Ik gebruik de term ‘idealistische verleiding’ in een zeer ruime zin. Hij heeft niet uitsluitend betrekking op de idealistische filosofie. Hij staat voor ieder mensbeeld waarin de limiterende impact van het lichaam en de wereld op de innerlijke of uiterlijke activiteiten van de mens wordt ontkend, geminimaliseerd, verplaatst, omgebogen of op een andere wijze van haar conflictueuze scherpte wordt ontdaan. Het eerste deeltje vind je wat hoger op de blog onder de titel Tegen het idealisme (1).



Het ego van Descartes, het puntvormige ik van Locke, Husserls transcendentale bewustzijn: het gaat telkens om een typisch moderne verenging van een veel ruimer gebeuren dat plaatsvindt in een dialoog met de wereld, waarvan het een deel is. Aan de voortzetting van die verenging heeft Husserls transcendentale fenomenologie (wellicht ongewild) bijgedragen, vooral door een ambigue omgang met het begrip ‘constitutie’. Vele sociale wetenschappers en hermeneutici uit de vorige eeuw waren ingewerkt in die filosofische denkstroming en stonden in wisselende mate onder haar invloed. Eén van hen is Paul Ricoeur wiens antropologische inzichten voor deze studie uiterst belangrijk zijn. Omwille van het contrast is het zinvol hier wat nader in te gaan op Husserls bewustzijnsopvatting en later op die van Ricoeur.

De meest belangrijke categorie van de fenomenologie is zonder twijfel de intentionaliteit. Ons bewustzijn is altijd, aldus Husserl, een bewustzijn van iets. Vandaar dat iedere bewuste act twee polen heeft, vaak aangeduid als ‘noësis’ (de subjectieve, maar altijd bewuste pool) en ‘noëma’ (de objectieve pool). Daaruit blijkt dat het bewustzijn niet een primair, onafhankelijk, volstrekt afgescheiden gegeven is dat zich slechts secundair op een object betrekt. Iedere act ervan wordt integendeel bepaald door de andere term van de verhouding. We kunnen de ‘noësis’ begrijpen door de analyse van het ‘noëma’. Vandaar onderscheidt Husserl verschillende gebieden in de intentionele correlaten van ons leven en aan de hand daarvan onderscheidt hij onze bewuste acten. Hij zoekt naar iets absoluuts, het wezenlijke in die correlaten van ons bewustzijn en hoopt zo te ontsnappen aan het dubbele spook van het subjectivisme en het relativisme. Het oorspronkelijke enthousiasme voor de fenomenologie vindt niet zonder reden zijn verklaring in Husserls terugkeer tot het object.

In zijn eerste periode ontdoet hij via de eidetische reductie het object van zijn bijkomstigheden en allerlei culturele aanslibsels. In het verschijnende is er een vaste kern, een element van noodzaak aanwezig, waartoe hij wil doordringen. Die wezenskern kan niet anders zijn dan hij is, hij is voor alle mensen dezelfde en vormt zo de bron voor de noodzakelijke, intersubjectieve waarheid. Die wezenskern is een absoluut punt, dat hij volgens Merleau-Ponty onterecht losmaakt uit de vloeiende stroom. De nadruk op die van de gewone ervaring afgescheiden wezenskern is een eerste stap in de richting van een idealistische wending die in het latere werk van Husserl duidelijk zichtbaar zal zijn.

In zijn latere periode maakt Husserl daarenboven gebruik van de transcendentale reductie die verschilt van de eidetische. In zijn Méditations Cartésiennes plaatst deze filosoof zich op het vertrekpunt van Descartes’ filosofische overwegingen: als het gevolg van zijn methodische twijfel houdt de Fransman slechts de zekerheid over dat hij denkt, terwijl hij niet weet of aan zijn denkbeelden echte werkelijkheid beantwoordt. Later zal Descartes een weg vinden om die werkelijkheid te bevestigen. Husserl twijfelt zelf niet aan het bestaan van de realiteit, maar hij zet die via zijn tweede reductie methodisch tussen haakjes en beperkt zich tot het verschijnende, juist als verschijnend. Voor hem is het bijkomstig of het verschijnende ook reëel is. Hij reageert daarmee tegen empiristische en positivistische stromingen die van het werkelijkheidsgehalte van onze denkbeelden het criterium voor hun waarde maken en het belang van het verschijnende veronachtzamen. Het primaire voorwerp van Husserls fenomenologie wordt dan wat ons voor de geest staat, ongeacht zijn realiteitsgehalte. De bewustzijnsacten betrekken zich voortaan alleen op de verschijnende noëmata.

Uitgaande van dit soort verschraalde objecten wil Husserl, getrouw aan zijn programma, de aard van onze verschillende intentionele gerichtheden doorlichten en er een ordening in aanbrengen. Husserl noemt het subject daarbij een ‘transcendentaal’ subject, een cogito dat niet samenvalt met het concrete, empirische subject dat slaapt en ontwaakt in de alledaagse wereld. Het concrete subject is immers ook een verschijnend fenomeen voor het transcendentale. Het tweede neemt het eerste op in zijn onderzoek. Het is een bekend feit dat vele van Husserls leerlingen, die zijn denkwijze oorspronkelijk enthousiast hadden begroet, hem op deze weg niet meer hebben willen volgen. Zijn waren bevreesd voor een afglijden in het idealisme. Husserl sprak zelf al van een ‘transcendentaal idealisme’. Hij bedoelde dit weliswaar als slechts een methodisch idealisme, maar van een echte belangstelling voor het werkelijke is bij hem niet of nauwelijks sprake.

Voor Husserl zijn niet alle fenomenen even belangrijk. Er zijn immers geconstitueerde en constituerende fenomenen. De eerste zijn niet oorspronkelijk, want zij ontstaan uit andere. Zij hebben een geschiedenis: ze zijn door het intentionele bewustzijn opgebouwd (bijvoorbeeld de ruimte-tijd van Einstein die geen oorspronkelijk bewustzijnscorrelaat is maar een constructie van het wetenschappelijke denken). Ook dit wetenschappelijke denken berust op een diepere laag en moet worden begrepen vanuit de ‘natuurlijke instelling’ in de leefwereld. Husserl wil de geconstitueerde fenomenen terugvoeren op de oorspronkelijke tot hij op de laatste grondfenomenen stoot waaruit alles inzichtelijk wordt. Die situeert hij in een ‘ideëel veld’ waarin zich het ‘transcendentale ego’ plaatst. Daar beweegt Husserl zich in bewonderenswaardige, lange en moeizame analyses naar die ‘absolute evidenties’, die het eigenlijke licht zijn van de geest en het fundament vormen van de ene en ware wijsbegeerte, de wetenschap en zelfs van de Europese cultuur.
Maar hoezeer Husserl zich ook naar die diepte doorstoot, hij schijnt nergens vaste grond te raken. Paul Ricoeur, die probeert het cartesiaanse ego te verruimen tot een geïncarneerde existentie, neemt dan ook afstand van Husserls transcendentale, al te spiritualistische subject:


Même si la pensée par notion n’est pas nécessairement une réduction naturaliste, elle procède toujours d’une certaine déperdition d‘être. Je m’annexe ce que je comprends, j’ai prise sur lui, je l’englobe à un certain pouvour de penser qui tôt ou tard se traitera comme positionnel, formateur, constituant à l’égard de l’objectivité. Cette déperdition d’être qui du côté de l’objet est une perte de présence, est du côté du sujet qui articule la connaissance une désincarnation idéale: je m’exile à l’infini comme sujet ponctuel. Ainsi d’un côté je m’annexe la réalité et de l’autre je me délie de la présence. A ce péril sournois la phénoménologie husserlienne n’échappe point. C’est pourquoi elle n’a jamais pris vraiment au sérieux mon existence comme corps, même dans la cinquième Méditation cartésienne. Mon corps n’est ni constitué au sens de l’objectivité, ni constituant au sens du sujet transcendantal; il échappe à ce couple de contraires. Il est moi existant. (…) Cette intuition ne pouvait être atteinte dans aucune des ‘attitudes’ proposées par Husserl. ‘L’attitude’ transcendantale instituée par la réduction transcendantale et l’attitude naturelle ont en commun la même évacuation de la présence en quelque sorte auto-affirmante de mon existence corporelle.


In het bijzonder de sociale wetenschappers zijn vatbaar voor de idealistische verleiding. De sociale realiteit is immers deels geconstrueerd door symbolische zingevingsprocessen die door het (individuele of collectieve) subject in gang worden gezet. Ik citeerde al een tekst van Voegelin waarin hij reageerde tegen Husserls bewustzijnsopvatting. Zijn spitsbroeder Schutz waarschuwt voor Husserls begrip van ‘constitutie’ dat binnen de sociale wetenschap tot een idealistische vertekening kan leiden. Hij spreekt van

the transformation of sense which the concept of constitution has undergone in he course of development of phenomenology. At he beginning of phenomenology constitution meant that clarification of the sense-structure of conscious life, inquiry into sediments in respect of their history, tracing back all cogitata to intentional operations of the on-going conscious life … But unobtrusively and almost unaware, it seems to me, the idea of constitution has changed from a clarification of sense-structure, from an explication of the sense of being, into the foundation of the structure of being; is has changed from explication into creation. The disclosure of conscious life becomes a substitute for something of which phenomenology in principle is incapable, viz. for establishing an ontology on the basis of the processes of subjective life.