zaterdag 24 december 2011

Het precieze gebruik (4701 - 4720)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4701 – 4720)

4701. Dalrymple gestrikt: Frank Vandenbroucke (nu professor aan de KUL) in de Campuskrant Leuven): “Ik probeer me te beperken tot die dingen waarvan ik hoop dat ik er wat van ken. Ik stoor me aan gratuite beweringen. Als ik die kan counteren met cijfers en een onderbouwde redenering, zal ik het niet nalaten. Onlangs heb ik dat bijvoorbeeld gedaan met Theodore Dalrymple, die door sommige van mijn vroegere collega’s wel eens opgevoerd wordt als de grote goeroe met geweldige inzichten in de moderne samenleving. Wel, ik vind dat hij onzin uitkraamt, en daar ga ik dan graag wel eens flink tegenaan met het historische inzicht dat bij hem volledig afwezig is, en met cijfermateriaal. (Het debat tussen beiden is te bekijken op YouTube – JB) Wat provoceren mag natuurlijk altijd, maar een beetje empirische ernst kan nooit kwaad.”

4702. de laatste neologismen: de leden van de recente zeurkousenkerk; de profeten van het verleden (een term van minister Steven Vanackere); de vrouw, de gloeiende ijzernikkelkern van ons tollende hart; Havel als een onsystematische katholiek.

4703. markante quotes uit het voorbije jaar (1): Louis Tobback: “Ik hoor dat de Wever nu Toquevolle citeert. Hij begint dichter bij de moderne tijd te komen.”

4704. markante quotes uit het voorbije jaar (2): Herwig Van Hove: “Ik heb een discussie gehad met Regi van Milk Inc. Ik had zijn muziek infantiel genoemd. Waarop hij riposteerde: ‘En hoeveel keer hebt gij het Sportpaleis al uitverkocht?’ “.

4705. het refrein van alle hopelozen: ‘Er is geen alternatief’.

4706. de realiteit: wat zou er gebeuren als iemand plotseling de maatschappelijke realiteit voor de volle honderd procent doorzag? Hij zou even verbaasd staan als de zopas van zijn geloof gevallen katholiek die zich afvraagt hoe al die miljoenen mensen in de voorbije eeuwen dat eindeloze theologisch gespin, gedraai en gekonkel ook maar voor één ogenblik voor de waarheid hebben gehouden?

4707. taboes: het aantal taboes vermindert niet. Met de ontwikkeling van de ‘beschaving’ zullen er enkele wegvallen, maar de nadruk op nieuwe waarden roept automatisch andere in het leven. Want niets kan worden geaffirmeerd zonder zeeën van stilte waarin het tegendeel van het bevestigde in zwijgzame ontkenning wordt doodgesmoord.

4708. Quickie als surrealist: tijdens de regeringsonderhandelingen (met als specifieke item het deeltijdse werken) zei Onkelinx: “Hoe kun je nu leven – laat staan kinderen opvoeden – met zo’n statuut?”. Waarop Quickie doodleuk antwoordde: “O, maar mijn caissiére werkt 1/5. Ze glimlacht altijd. Die is gelukkig, hoor.”

4709. gerenommeerde denktanks en hun even bekende experten: ook zij hebben belangen te verdedigen en het zijn niet de onze.

4710. imitatiedrang: zeg me wie iemands voorbeelden zijn en ik zal zeggen wat voor een kerel voor je staat. Luc Cortebeeck gaat met pensioen en verklaart in De Standaard ‘dat hij toch nog een aantal internationale topmandaten zal behouden’. Geen wonder dat de top van de vakbonden slechts voor de tribune begrip opbrengt voor het gemeende protest van hun leden als die zich vol woede en en masse keren tegen de verplichting langer door te werken.

4712. verzwegen regeringsmededeling: het gedrag van de banken is geenszins beteugeld, de vermogensbelasting blijft een succesvol liberaal taboe, de reductie van de pensioensrechten van de leden van de wetgevende en de uitvoerende macht is beloofd, maar zal uiteindelijk slechts in een miniatuurversie worden gestemd en heel stilletjes en nog veel minimaler worden uitgevoerd.

4713. voorspelling: de hogere klasse wil niets liever dan langer door te werken en ze heeft er de mogelijkheid voor. De lagere wil dat helemaal niet en ze zal op hogere leeftijd geen werk meer hebben of vinden. Maar omdat de hogere veel later met pensioen zou kunnen gaan (en omdat geen regeringslid het aandurft de werkgevers te verplichten oudere werknemers in dienst te houden) zal de lagere op dat moment op de dop moeten (en vlug op de uitkering worden beknot).

4714. de neoliberalen: niet alleen in de rechtse partijen huist dit tuig, ook in alle andere.

4715. handen af van onze pensioenen!: er zijn zes redenen waarom de reductie van de pensioenrechten van de ministers, senatoren en parlementsleden gering zal zijn (zie nr. 4712). Een politiek mandaat, zo zullen ze zeggen, moet voldoende aantrekkelijk blijven. Het parlementaire pensioen komt uit en pensioenskas die door de parlementsleden zelf wordt gespijsd. Parlementsleden hebben geen groepsverzekering. Een politiek mandaat is onzeker en het is in feite geen job. Parlementsleden bouwen geen anciënniteit op, hebben geen sociaal statuut en zijn na hun mandaat 'verbrand' omdat ze kleur hebben bekend. Hoort u de schaapjes al mekkeren?

4717. wensen voor Groen (en ze gelden ook voor Links): Mieke Vogels in Knack: “Alleen heb je altijd een stuk gevoel nodig om mensen te kunnen overtuigen. We moeten ons ervoor hoeden dat de emotie alleen van rechts komt, want dat is de emotie van de portemonnee. Dus mogen we niet bang zijn om nog gevoel in onze boodschappen te leggen en moeten we ook gedurfdere ideeën naar voren schuiven. Ook al roept de buitenwereld in eerste instantie dat die niet haalbaar zijn”.

4718. tegen de zekeren van iedere soort: een (deel van een) gedicht van Wiel Kusters:

Ik weet bij god niet hoe ik mij verhoud,
laat staan tot mij. Ik wil hopen dat ik hoop
en richt mij op de verst nabije kim.
Sta vast. Ik sta alvast vast. Beweeg en vries niet dicht.
Kom, kompas, compassie. Land, leven in zicht.

uit de Bewaarmachinist (‘Huis Clos’, 2011)

4719. tegen de nog veel meer zekere evolutietheoretici: Benno Barnard op zijn blog in Knack: “ Al die keurige atheïsten begrijpen zelden dat de christelijke religie geen stelsel van cognitieve waarheden is, maar om te beginnen een liturgische praxis, die dient om niet gek te worden in dit heelal. Ik geloof helemaal niet in het viriele geroep dat we blij moeten zijn met de zinloosheid van alles. Ik vind de dood een schandaal. Of anders uitgedrukt: niet de evolutieleer is ons probleem, de evolutiepraktijk is ons probleem. En ik vind dat er in de grote Joodse sekte die christendom heet op zijn minst een respectabele poging wordt gedaan om op die praktijk te reageren”.

4720. de P.C. Hooftprijs voor poëzie: daarover dezelfde Benno Barnard: “De P.C. Hooftprijs is toegekend aan Tonnus Oosterhoff (zie foto). Deze lieve jongen schrijft postmoderne ‘ontregelpoëzie’. Het genre is heel geschikt voor eunuchen, fijnproevers en ontmande geleerden die de potentaat Vernieuwing vleien, uit vrees anders opgesloten te worden in de burgerlijke gevangenis van hun ware smaak. Oosterhoff is allereerst het product van de critici die vrezen Zijne Vernieuwing te zullen mishagen. Jurylid Erik Menkveld schrijft in De Volkskrant: ‘Een wartaal die van alles loswrikt en oproept (betekenis “lekt” noemt Oosterhoff dat). Wat normaliter door ons keurig in denk- en waarnemingsconventies opgevoede brein uit de werkelijkheid wordt gefilterd, komt in die wartaal juist tevoorschijn. Bij deze manier van schrijven, waarmee Oosterhoff zich ontwikkelde tot een van de belangrijkste vernieuwers van onze poëzie na Lucebert, ontstaan er geen naadloos sluitende taalconstructies. De dichter wil en kan niet meer door de trompet van de traditionele poëzie blazen; dat trompetje ligt als een glazen kerstversiering “in naaldscherpe scherven” onder de boom.’ – Alsof er tegenover Oosterhoffs scherven niets anders zou staan dan ‘de traditionele poëzie’! Alsof je als dichter (in voortdurende dialoog met de traditie) niet antitraditioneel zou kunnen zijn zonder in wartaal te vervallen! De drie Nederlandse collega’s die ik over Oosterhoff sprak, haalden alle drie hun schouders op; twee gebruikten het woord flauwiteiten en gaven hetzelfde voorbeeld: de bundeltitel 'Hersenmutor'.”

maandag 19 december 2011

Het precieze gebruik (4681 - 4700)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4681 – 4700)

4681. gemengde gevoelens: Béatrice Delvaux (werkzaam bij Le Soir): “Zelf zijn we niet zo trots op onze nieuwe regering. We zijn blij dat de crisis eindelijk voorbij is, maar dat is meer het gevolg van fysieke en mentale vermoeidheid en niet zozeer van uitgelatenheid over het resultaat. We zijn opgelucht dat we terugkeren naar de normaliteit, maar tegelijk verrast dat het zover is. Een bizar moment, want we weten allemaal heel goed hoe precair het is, het mirakel dat zo los aan elkaar hangt en het elk moment kan begeven. We hebben de meubelen gered, maar alles moet nog gebeuren.”

4682. de media: we moeten voortdurend op onze hoede zijn, zoniet raakt ons gezonde verstand diepgaand en blijvend behekst door de begrippen en de ideeën waarmee de media de wereld, de maatschappij en onze medemensen omtoveren tot volstrekt doorzichtige en daardoor door en door betrouwbare realia uit een overigens in haar geheel goedwillende werkelijkheid.

4683. arrogante wetenschappers: Robert Winston (wereldberoemd fertiliteitsexpert en het bekende gezicht van talloze wetenschapsreeksen op de BBC, zie foto): “De wetenschap doet veel goeds. Maar er is ook een keerzijde. Met een mes kan je fantastische dingen doen, maar je kunt er ook iemand mee vermoorden. Het probleem is dat wetenschappers veel te arrogant zijn om dat te bekennen, of om toe te geven dat ze niet de absolute waarheid in pacht hebben (of ooit zullen hebben), dat ze niet altijd zo objectief werken als ze beweren en zich door hun emoties laten leiden bij wat ze waarnemen onder de microscoop. Het belang van een ontdekking wordt ook altijd overdreven en dat is gevaarlijk”.

4684. het Higgs-boson deeltje: misschien wordt het ooit gevonden , maar al bestaat het voorlopig alleen hypothetisch het is al goddelijk verklaard en dat door precies die luitjes die geregeld afgeven op de religie als een hinderpaal voor de ontwikkeling van de wetenschap.

4685. religie versus wetenschap: nog eens Robert Winston: “Het is niet goed te praten dat velen in de VS de evolutietheorie uit de lessen biologie willen bannen. Maar ik denk niet dat je daar iets kan aan doen door een arrogant boek te schrijven waarin je de gelovigen uitscheldt voor debielen, zoals Dawkins gedaan heeft. Zo polariseer je de discussie alleen maar. Dawkins heeft het over de wetenschap alsof zij de waarheid zou zijn, maar dat is niet het geval. De wetenschap is niet de waarheid, omdat die niet bestaat. Het is een versie van de waarheid, een heel belangrijke, een die ik door dik en dun zal steunen en uitdragen, maar het is ook belangrijk te beseffen dat er in een mensenleven meer is dan dat”.

4686. Dawkins: nog een laatste keer Robert Winston: “Het probleem is dat de mensen niet houden van onzekerheid. Vandaar Dawkins’ arrogantie – tegelijk ook de reden voor zijn succes. Hij wil zekerheid leveren in een onzekere wereld, want religie en wetenschap zijn manieren om met onzekerheid om te springen? Maar één ding is zeker: onzekerheid is beter dan zekerheid, want wie zeker is over de waarheid te beschikken is een gevaar voor de medemens.”

4687. de waarheid: elke claim op de bredere waarheid is een claim op onweerlegbaarheid en daarom uiteindelijk op een persoonlijke of collectieve voorkeurspositie.

4688. het geloof: wie het geloof verliest hoeft niet dringend op zoek naar een ander (de wetenschap, het vaderland, de consumptie, de roem, de vrouwen, de glorieuze toekomst), maar behoort na te denken over de vraag hoe hij zonder zekerheid over de bredere contexten van zijn bestaan voor een tijdje daarin een huis kan bouwen.

4689. metafysische onzekerheid: is alleen een drama voor degene die tot zopas aan haar tegendeel verslaafd was en nu moet afkicken.

4690. eigenaardig rechts: Youp van ’t Hek: “Ik vind niet dat ik mijn mond moet houden omdat ik rijk ben, wat rechts vaak roept.” Alleen de arme rechtsen kregen blijkbaar door een of andere beschikking van het lot het recht op het woord. Maar als je arm bent mag je zoal niks zeggen, want je weet niets en je bent compleet irrelevant.

4691. de laatste neologismen: onze hedendaagse kakeldemocratie; Youpmoe worden; onze arcadische paranoia (een term van Stefan Hertmans: de voortdurende vrees dat we niet in een onaantastbaar paradijs leven).

4692. Weveriana: de filosofe Alicja Gescinska (Pools, Gents en scherp) in DS Weekblad: “Ik heb er eerlijk gezegd een probleem mee dat Bart De Wever een vaste column heeft in De Standaard. Hij is een politieke leider en je kunt je afvragen of die wel zo’n forum moet krijgen in een kwaliteitsmedium. Kan het wel dat politici hun mening zonder tegengas kunnen ventileren in de krant? Ik vind dat de media zich juist moeten kunnen afzetten tégen politieke leiders. Als politici deel uitmaken van de pers, kan dat tot ongezonde toestanden leiden”.

4693. paranoia: als zelfs het woordje ‘als’ van de voorwaardelijke wijs al angst aanjaagt. Het heeft iets bedreigends.

4694. als het kleine ik van het toneel is verdwenen: Stefan Hertmans in De Morgen: “Met de spectaculaire toename van onze rationaliteit, onze emancipatie en onze drang naar totale zelfbeschikking is die paradijsneurose allesbehalve genuanceerd geraakt. Integendeel, we zijn er sinds de hoge vlucht van techniek en wetenschap heilig van overtuigd dat we alles kunnen controleren en dat Arcadia dichterbij is dan ooit. Hoe meer we dit Arcadia binnen handbereik wanen, hoe angstiger we worden (…). Agressie uitbannen kan men politiek wel willen sturen, maar dat betekent alleen maar wat de profeten van de vrije wereld nu net niet willen horen: dat we nog meer socialisatie nodig hebben, nog meer structuur, nog meer voorzieningen, nog meer solidariteit, nog meer sociale controle, nog meer geduld en nog meer geloof in de heelbaarheid van de mens. En dat is niet alleen onbetaalbaar en onhaalbaar, het staat bovendien haaks op onze westerse drang naar vrijheid en zelfbeschikking. Kortom: een geval als Amrani (de massamoordenaar van Luik) laat ons vooral weer eens duidelijk voelen hoezeer we in de knoop liggen met onze basisverwachtingen ten opzichte van de samenleving: laat ons allen uiterst vrij, maar bescherm ons allen tegen elk gevaar. Het rouwen over deze beschavingsparadox is het enige wat ons daarbij nog enig gevoel van morele integriteit kan verschaffen. Het is niet veel meer dan een troostprijs, maar een die we zorgvuldig moeten blijven bekloppen en betasten op zijn werkzaamheid, zijn onmogelijkheid, zijn onvermijdelijke ontoereikendheid”.

4695. proportionaliteit : wie Hertmans’ opmerkingen leest beseft hoezeer de Engelse filosoof Isaiah Berlin het bij het rechte eind had. Zelfs de basiswaarden van onze cultuur (zoals veiligheid en vrijheid, maatschappelijke sturing en persoonlijke creativiteit) kunnen in absolute zin onmogelijk op één noemer worden gebracht. En als we dan toch proberen ze enigszins bij elkaar te doen passen hangt veel af van de proportionaliteit van onze pogingen, zodat we, als we moeilijk verzoenbare waarden willen bereiken, niet allemaal als neuroten moeten gaan leven.

4696. de kerk kan opnieuw beginnen: nu de Vlaamse kerk (zoals voorheen de Nederlandse) de pedoslachtoffers gaat uitbetalen meent ze daarmee bij de publieke opinie een wit voetje te halen. Dit is onterecht. Eerst moeten de bisschoppen nog voor de rechter en voor hun misdadig stilzwijgen tot een flinke straf worden veroordeeld. Vervolgens moet een kerkbelasting naar Duits model worden ingevoerd en de bestaande staatstoelagen aan de religies afgeschaft.

4697. participatie: meestal is er slechts sprake van pseudoparticipatie. U kent het wel, u hebt recht van inspraak in uw school, bedrijf of stad tot op het moment dat u de structuren of de expertise zelf bevraagt. Dan wordt u irrationaliteit of extremisme verweten.

4698.de markt en haar technocratische duiders: Thomas Decreus (filosoof aan de KU Leuven) in een schitterend essay op de site dewereldmorgen.be: “De markten kennen geen representanten maar enkel duiders: zelfverklaarde of door de media opgevoerde experts die het irrationele rationeel trachten te maken, die uitleg geven, maar zelden tot nooit positie innemen; die bij hoog en bij laag beweren politiek neutraal te zijn, maar nooit schijnen te beseffen dat neutraliteit altijd een bepaald belang dient – meestal het heersende. Die duiders en experts – de Ivan Van De Clooten van deze wereld - vormen de schakel tussen markt en politiek. De politiek baseert zich op de analyses van de duiders en zo bepalen die duiders rechtstreeks of onrechtstreeks het beleid én de teneur van de publieke opinie. Meer nog, in landen als Italië en Griekenland hebben die experts uiteindelijk ook politieke functies opgenomen. Zij pretenderen slechts uit te voeren wat de markten van hen verwachten en worden op die manier politici die zichzelf niet meer als politici beschouwen. Het is de dood van de (democratische) politiek. Want net door het feit dat de markt geen representanten kent maar enkel duiders, is er ook moeilijk contestatie mogelijk tegenover de markt. De macht is immers niet langer zichtbaar, niet langer te lokaliseren en daardoor des te moeilijker te contesteren (…). In plaats van het democratisch regime dat gekenmerkt wordt door het principe van volkssoevereiniteit, zien we in het kielzog van de opkomst van het principe van marktsoevereiniteit de contouren van een nieuw soort politiek regime opdoemen: het techno-totalitarisme. In het techno-totalitarisme is de expert de centrale figuur. Hij staat boven het volk, boven de politiek en boven iedere vorm van kritiek. Zijn visie is immers gebaseerd op harde, positiefwetenschappelijke beginselen die niet voor kritiek vatbaar zijn omdat iedere kritiek beschouwd wordt als een aanval op de wetenschap zelf (zei iemand patattenveld?).

4699. de perfide rol van het positivistische wetenschapsideaal in het nieuwe techno-totalitarisme: nog eens Thomas Decreus in hetzelfde essay: “De hegemonie van het positiefwetenschappelijke leidt ertoe dat expertise de nieuwe basis voor legitimiteit vormt. Participatieve structuren of democratische organisatievormen worden ondergeschikt aan een management- en expertiselogica. Kwantiteit wordt een synoniem voor kwaliteit. Inspraak wordt een veredelde vorm van enquêtering, vervolgens worden enquêtes verwerkt tot statistieken die zogenaamde objectieve spiegels zijn van de samenleving of bepaalde regionen ervan. Op basis van dergelijke ‘objectieve’ spiegels wordt het beleid bepaald. Wat daarbij vergeten wordt, is natuurlijk dat expertise geen synoniem is van ‘goed bestuur’ en dat ‘goed bestuur’ op zijn beurt geen synoniem is van participatie”.

4700. een markante tegenstelling: op zondagavond 17 december zag ik op de kijkbuis achtereenvolgens een heruitgezonden interview van Jeremy Paxman met de op het moment van opname al doodzieke Cristopher Hitchens (ik noem hem altijd Dawkins’ executioner) en een even interessant dieptegesprek met de Duitse theoloog en psychoanalyticus Drewermann. Beiden zijn op hun eigen manier vurig antikerkelijk, de ene in een streng ideële, de tweede in een veel ruimere, veel menselijkere modus. De eerste heeft gelijk, de tweede zal het ook krijgen.

Mooischrijverij over niets



Over Karel van het Reve

Hieronder volgt een lange (en zeer interessante) reactie op een van mijn stukjes van de hand van mijn vriend Raf Ceustermans. Omdat de normale reactieruimte slechts 4000 tekens kan bevatten publiceer ik Rafs opvattingen hier in extenso.

Dag Jef

Ik heb nog eens geprobeerd te reageren op een van je ideeën maar blijkbaar heb ik ergens iets verkeerd gedaan, of misschien heb je me willen beschermen tegen mezelf, want die tekst is niet als commentaar in je Weerwerk verschenen.
Maar omdat ik die tekst nu eenmaal heb geschreven, stuur ik hem toch nog eens als e-mail. Dan ben ik er tenminste zeker van dat je hem ontvangen hebt.

In idee 4641 schrijf je dat Karel van het Reve o.m. Darwin in zijn hemd zette. Als je met deze bewering verwijst naar "Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes", dan moeten daar toch enkele kanttekeningen bij geplaatst worden.

Dat essay begint met de toegeving dat Reve van Darwin NIETS heeft gelezen. Dat belooft al niet veel goeds, dunkt me. In het essay wordt maar één bioloog met name genoemd en dat is Maarten 't Hart. Zijn naam komt een tiental keer voor maar naar welk werk precies Reve verwijst is mij niet duidelijk.

De kritiek van Reve gaat in deze trant: giraffen en zebra's leven in hetzelfde ecosysteem, dus waarom hebben zebra's dan ook geen lange hals? Met dit soort vragen maakt naar mijn bescheiden mening Reve eerder zichzelf belachelijk, maar goed. Het lijkt erop dat hij een voorloper is van de creationisten of ID-gelovers. Die komen ook altijd met dat soort vragen voor de dag, zoals: als wij van apen afstammen (!), hoe komt het dan dat er nog apen zijn? Hoe komt het dan dat er op dit moment geen mensenkinderen meer geboren worden uit apen? En dat soort onzin meer.

Het toeval wil dat ik op dit ogenlik een kortverhaal van Tschechov aan het lezen ben. Daarin schrijft iemand een brief aan zijn buurman die hij verder niet kent, maar hij heeft van de pope gehoord dat die geleerde boeken schrijft en die pope heeft hem het een en ander verteld over inhoud van die geleerde boeken. Onze "intellectualistische" briefschrijver (zo noemt hij zichzelf) wil nu zijn buurman-professor op een paar essentiële fouten wijzen die in diens werk voorkomen, en baseert zich daarbij op zijn eigen intellectualistisch gezond verstand. (Die Prof = Darwin, die brievenschrijver = Reve, en de pope = 't Hart , die twee laatsten zeer verbaasd over elkaars gezelschap waarschijnlijk)

Een paar voorbeelden.
Die geleerde heer heeft ergens geschreven dat het goed mogelijk is dat er ook buiten de aarde menselijk leven voorkomt, bijvoorbeeld op de maan.
Onze Russische Reve snoert hem met de volgende onweerlegbare redenering de mond:

Mensen kunnen niet leven zonder water. Welnu, de regen valt altijd naar beneden OP aarde en nooit naar boven, naar de maan. Er is dus op de maan geen water en leven is er niet mogelijk.

Leve het gezond verstand!

Die prof geeft in een ander boek een moeilijk uitleg over hoe het komt dat in de winter de dagen korter zijn dan in de zomer.

Allemaal onzin natuurlijk. De dagen zijn in de winter gewoonweg korter omdat ze krimpen van de kou.

Maar het spreekt vanzelf dat in dit verhaal uit 1880 de evolutieleer niet kan ontbreken. De pope heeft onze briefschrijver vertelt dat volgens onze geleerde heer de mens van de aap of aapachtigen zou afstammen.
Daarbij valt het verstand van onze briefschrijver stil: hoe kan een prof zo stom zijn?

Immers: als wij van de apen zouden afstammen, dan zouden we een staart hebben (als giraffen een lange hals hebben, dan moeten zebra's die ook hebben). Welnu: als wij een staart zouden hebben, dan zouden de zigeuners ons in kooien opsluiten en ons op kermissen en jaarmarkten ten toon stellen en dan zouden we moeten betalen om naar onszelf te mogen kijken. Dat kan dus niet.

Nog sterker: als wij van apen zouden afstammen, welke man zou er dan nog verliefd kunnen worden op of zich zelfs maar aangetrokken kunnen voelen tot een vrouw, aangezien die naar aap zou stinken?

Daar is toch alweer geen speld tussen te krijgen. En hoewel dat er niets mee te maken heeft: plotseling schiet mij te binnen dat de bijbel ook al met zo'n onwaarschijnlijk dwaas verhaal begint, waardoor een 'intellectualistische lezer' meteen begrijpt dat dit boek niet deugt. Ik denk hierbij natuurlijk aan het verhaaltje over Adam en zijn rib.
Want zeg nu zelf, Jef: heb jij al ooit in je leven een vrouw gezien die zelfs uit de verste verte bekeken ook maar de geringste gelijkenis vertoont met een kotelet?

Met vriendelijke groet en duizend luizenverwijderende apenlikjes

Raf

(Als toemaatje: in "Het raadsel van de onleesbaarheid" bekent Reve ergens in het midden van die tekst dat hij ZELDEN OF NOOIT een werk over literatuurwetenschap heeft gelezen. Je vraagt je toch een beetje vertwijfeld af hoe hij dan over literatuurwetenschappelijke werken kan schrijven. Nu ja, Reve is uiteindelijk maar een entertainer natuurlijk, die in heerlijk Nederlands, in een prachtige stijl en met groot gevoel voor humor schrijft over niets.)

zondag 18 december 2011

Het precieze gebruik (4661 - 4680)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4661 – 4680)

4661. stiekem (goed) nieuws: men zegge het niet luidop voort, men fluistere het hooguit: onder het neoliberale bewind bloeien er nog heel wat bloemen in de zielen van de mensen: respect voor de doden, trouw aan beminden, allerlei idealen, een verlangen naar waardigheid en bovendien – en dat is gevaarlijk! - een onhandige, maar verregaande wil tot waarheid.

4662. geliefde woorden van vroeger: we verdragen het niet dat onze naasten publiek worden beledigd. Van onze geliefde ideeën mag er geen openlijk in twijfel worden getrokken, of we worden boos. Zo is het ook gesteld met oude, op dit moment versleten woorden die ons na aan het hart lagen en die voor ons nog een zekere betovering hebben behouden. Als die kostbare woorden (ze geven richting aan ons begrip en aan ons handelen) in een nieuwe, triviale context opduiken gebeurt er – zo lijkt het – iets ongepasts, een kleinschalige heiligschennis op een voorlopig onbelangrijk, want slechts verbaal niveau. Een mooi voorbeeld las ik in een Waals café: ‘Une bierre brassée avec savoir se déguste avec sagesse’. Zulke zinnen zijn de eerste tekenen van niet al te aangename dingen die gaan gebeuren.

4663. puike partijen (1): de Vlaamse partijen mogen dan lijden aan alle denkbare euvels, één prestatie mogen ze zonder twijfel op hun blazoen schrijven: heel anders dan in Nederland, waar de klassieke partijen slechts moeizaam overleven met de gedoogsteun van de rechts-radicale PVV, hebben de Vlaamse achtereenvolgens het Blok (definitief), de Lijst De Decker (definitief) en het N-VA (voorlopig) buiten spel gezet. Daarover kunnen ze zeer terecht een hoge borst opzetten.

4664. puike partijen (2): zowel het democratisch als het sociaal karakter van de klassieke Vlaamse partijen is er omdat de Waalse socialistische partij hun vaderlijk-streng bij de hand neemt. Daarzonder keften zij amechtig als de hondsgehoorzame verlengstukjes van de lokale superconservatieve partij, die achter dat aanvaardbare bijvoeglijk naamwoord er heel wat meer onaanvaardbare verbergt.

4665. een weetje: als iemand weer eens begint af te geven op al die spilzieke, al te zeer op makkelijke consumptie afgestelde burgers in Europa wijs hem er dan op dat het totaal van de waarborgen die alleen maar de Belgische belastingsbetaler aan de banken heeft gegeven 186 miljard is. In Nederland onderzoekt de commissie-De Wit op dit moment de besteding van pakweg 150 miljard euro aan staatssteun aan het Nederlandse bankwezen. En dan te bedenken dat daar de afgelopen twintig jaar een schamele 36 miljard euro aan bancaire belastingsoverdrachten tegenover heeft gestaan. Daarmee vergeleken zijn de steunpakketten aan Griekenland klein bier. Wij te spilziek? Het zijn de banken, sufferds!

4666. kleurpolitiek: als het rood is kan het altijd blauwer. Als het blauw is het waarschijnlijk ook purper. Als het purper is is het zonder twijfel spermawit.

4667. de laatste neologismen: Anna Bijns als de eerste volbloed pasionara in de Vlaamse literatuur; een digitaal hiernamaals (een online gedenkplek); Jean-CLaude Trichet als een typische inflatiehavik.

4668. het discours en zijn tegendeel: het tegendeel van ieder gevestigd discours zijn de vele oorverdovende stiltes over die onderwerpen die er niet in passen. In elk discours is een reeks omerta’s ingebakken: wie die een naam kan geven begrijpt de mensen die daarin spreken en zwijgen beter dan zijzelf het doen.

4669. bankiers: volgens Joris Luyendijk zijn bankiers net mensen. Alleen vallen hun broekzakken niet zonder reden helemaal tot op hun schoenen.

4670. wij zijn ons brein (1): er is iets te leren uit de opvattingen van de Franse filosofe Catherine Malabou. Deze dame verbindt het inzicht dat de hersenen plastisch zijn - een dynamische ‘zak’ vol synapsen – ferm aan nieuwe maakbaarheidsidealen. De Française pleit voor ‘neurologisch bewustzijn’, dat ze vergelijkt met het marxistische klassenbewustzijn.”Tot ongeveer de jaren tachtig van de vorige eeuw was de algehele overtuiging dat het brein een rigide, onbeweeglijk orgaan is. Maar al sinds het einde van de negentiende eeuw wordt er onderzoek gedaan waaruit blijkt dat de hersenen meer zijn dan een weefsel waar energie door circuleert. Er worden voortdurend nieuwe cellen aangemaakt en nieuwe synaptische verbindingen geconstrueerd. De hersenen veranderen niet alleen onder invloed van interne chemische factoren, maar ook door de invloed van buitenaf, zoals ervaring, educatie, training, en door alcohol, drugs, roken, stress en nachtrust. Daarom mogen hersenen ook niet worden beschouwd als een netwerk van definitief gelegde kabels”.

4671. wij zijn ons brein (2): er is niks verkeerds aan deze bewering als men zich realiseert dat het veranderlijke brein voortdurend in wisselwerking staat met de buitenwereld en dat al vanaf zijn constructie in de moederschoot. Dit alles onderstreept enerzijds de materialiteit van ons brein en zijn product (het bewustzijn), maar anderzijds is met dat soort materialiteit het laatste woord niet gezegd. Omdat het stoffelijke brein in een dialectische wisselwerking staat met zijn omgeving (en dus ook met de betekenissen in een bepaalde cultuur) krijgt het voor een deel een spirituele kleur. Die betekenissen krijgen op hun beurt vorm in en door middel van stoffelijke dragers en in zeer lijfelijke contexten. Ik heb er dan ook niets tegen ook hen materieel van aard te noemen, als men maar inziet dat het hier gaat om een eigenaardige, bijzondere stoffelijkheid, veel verfijnder, complexer, beweeglijker en minder (of beter: anders) door de natuurwetten ingeperkt dan de lijfelijkheid van stenen, chemische substanties of biologische lichamen.

4672. vreemd gedrag (1): onder vreemd gedrag reken ik het verschijnsel dat men met zijn verstand wegloopt van geliefde auteurs en er tegelijk niet in slaagt er emotioneel los van te komen. Ik weet dat Nietzsche in zijn radicale eenkennigheid om de haverklap de bal misslaat, maar hoe vaak sla ik Menselijk, al te menselijk niet open? Puur om te genieten. Ik hou van zijn durvend intellectualisme, zijn meeslepende retoriek en zijn vlammend taalvermogen. Ook Marx vind ik een prachtig, inspirerend schrijver. Toch kan je niet volhouden dat zijn ideeën nog veel levensvatbaarheid bezitten. Voor ons is hij, net als Freud, een goed essayist of een filosoof, wat ongeveer hetzelfde is.

4673. vreemd gedrag (2): blijkbaar kan iets een (intense, aanvaardbare en zelfs een prijzenswaardige) genieting veroorzaken en tegelijk niet bijdragen tot de waarheidsvinding of tot een verbetering van de maatschappelijke situatie. Zoiets is alleen een raadsel voor dat soort onlichamelijken dat geluk, voorspoed en maatschappelijk welzijn gelijkstelt met (wetenschappelijke) waarheid en van de strenge, ascetische methode voor het laatste de voorwaarde maken voor het eerste.

4674. the Old Guy: Paul Claes over Guy Mortier.


Old Guy

Hij was een rocker van het eerste uur,
Een fan van Elvis en Fats Domino.
Hij rockte voor de Vlaamse radio
En rolde in de rock-‘n-rollcultuur.

Lolbroekerij werd zijn tweede natuur,
Zijn basstem een bassso continuo.
Al stal zijn Grouchosnor de Poppollshow,
De olijkerd verveelde op de duur.

De linkse rakker werd reactionair,
De oude rocker zit ijl in de bol
Met een rollator in zijn rocking chair.

Hij trapt nu enkel nog Woestijnvislol
En hij verwart de Humo met de Flair.
Zijn lijfblad mist gewoonweg rock-‘n-roll

4675. een vermoeden bevestigd: nieuwe tijden brengen ondeugden met zich mee. In een periode van grote sociale welvaart (als de staat sloten geld besteedt aan zijn burgers, ook aan de machtelozen) schiet onvermijdelijk een distelige ondeugd omhoog: iedereen wil van dat staatsgeld zoveel mogelijk naar zich toetrekken. Omdat ik drie decennia leraar in een bisschoppelijk college ben geweest heb ik mij vaak afgevraagd waarom het bisdom van de scholen een huursom voor de gebouwen vraagt (waarvan ze voor een flink stuk de eigenaar is). Die huur wordt betaald met werkingstoelagen (geld van de staat voor het onderwijsproces en dus voor de leerlingen). Een deel ervan keert na een lange (verdachte) omweg terug naar de scholen, een (al te groot deel) blijft in het bisdom plakken en het is onduidelijk in hoeverre de sommen voor andere dan pedagogische doeleinden worden gebruikt. Het mistigst van alle bisdommen is dat van Hasselt, een stad waar de hooggemijterden nu blijkbaar meedansen in de daar in alle bestuurslagen zeer populaire tango van de goedverborgen financiële malversaties.

4676. overtroeven: als je buurman voor de tiende maal komt opsnijden over de steile carrière van zijn zoon overtroef hem dan met de volgende woorden: ‘Ik weet niet zeker of onze Karel zopas een extra bonus heeft gekregen maar hij rijdt plotseling rond met het laatste model Mercedes”.

4677. we zijn ons brein (3): de meest gangbare vorm van fysicalisme is het zogenaamde ‘non-reductionistische fysicalisme’. Hoewel men hierbij stelt dat materie echt het enige is wat er is beweert men desondanks dat het geestelijke aspect niet tot het materiële gereduceerd kan worden. Vergelijk het met een standbeeld: hoewel het volledig uit materie, bijvoorbeeld uit marmer, bestaat kun je de esthetische waarde toch niet reduceren tot marmer. Zo is volgens de non-reductionistische fysicalist ook het geestelijke non-reduceerbaar, al is het materie.

4678. ook het kapitalisme is divers: zoals alle menselijke fenomenen is ook het kapitalisme divers, gelaagd en samengesteld. Dit verklaart zijn onvoorstelbare plooibaarheid (een eigenschap die de eenheidsdenker Marx destijds zeer heeft onderschat). Daarover Ha-Joon Chang (professor economie in Cambridge, zie mijn literatuurlijst): “Kapitalisme komt voor in veel soorten en maten, wat impliceert dat het sterk kan worden aangepast. Vaak kan je experimenten met alternatieven in het kapitalisme incorporeren – coöperatieven en shareware op het internet zijn daar twee opvallende voorbeelden van. Het is niet omdat het huidige vrijemarktkapitalisme zeer grote fouten vertoont dat iedere vorm van kapitalisme moet worden afgewezen.”

4679. lepe praat: wie het huidige kapitalisme aanvalt moet leep te werk gaan. Hij moet zijn opponenten voor een flink stuk over de arm strijken, zoniet zullen die de criticus afschilderen als iemand die terugwil naar het gefaalde experiment van het communisme of als een hopeloze romanticus die denkt dat de wereld alleen maar kan draaien als iedereen weer in kleine gemeenschappen gaat leven. Voor een dergelijke, met een wil tot leepheid gezegende criticus is het boek van Ha-Joon Chang (zie nr. 4678 en zie foto) een onuitputtelijke bron van onweerlegbare (en vaak vermakelijke) argumenten.

4680. overtuigingskracht: een redenering ontleent een flink van haar overtuigingskracht aan haar vermakelijkheid, dit wil zeggen aan de lichtheid, aan de deugddoende afwezigheid van die dierlijke ernst die het denkvermogen van de gemiddelde wereldverbeteraar zo’n kwalijke geur geeft.

dinsdag 13 december 2011

Foucault en het neoliberalisme


Het neoliberalisme bedreigt zelfs het kapitalisme

Het neoliberalisme is de dominante ideologie van deze tijd, maar ook de kern van de organisatielogica van onze wereldorde op alle niveaus; kortom het neoliberalisme is ‘hegemonisch’. Hegemonie is, met dank aan Gramsci, niet overheersing door geweld, maar governance via een ideologie die alomtegenwoordig is; die door iedereen verinnerlijkt wordt, ook door haar slachtoffers, en zelfs door haar tegenstanders.

Het nieuwe kapitalisme is complex, maar zijn ideologie is kinderlijk simpel. Het basistheorema vatte Foucault die al in 1979 een cursus wijdde aan het neoliberalisme - gepubliceerd als Naissance de la biopolitique - als volgt samen: de hele wereld, van ecomomische activiteiten tot culturele activiteiten, van het internationale niveau tot het buurtniveau, van staten tot gezinnen – de hele wereld wordt opgevat als een verzameling bedrijven.

Alles is economisch, dus alles is een bedrijf. Of in de woorden van Foucault: ‘Het is deze vermenigvuldiging van de vorm “bedrijf” binnen het sociale weefsel, die, denk ik, de inzet vormt van het neoliberalisme. Het komt er op aan om van de markt, de concurrentie en dus van het bedrijf, wat men zou kunnen noemen de vormgevende kracht van de maatschappij te maken’

Deze opvatting is via de economie, als zogenaamd objectieve, neutrale wetenschap, maar in werkelijkheid een door en door ideologische discipline, doorgedrongen in zowat alle vormen van politiek, iedereen heeft dat axioma aanvaard. Daarom is de politiek de slaaf geworden van de economie.

Op het basistheorema dat alles een bedrijf is, entte zich, dixit Ricardo Petrella, een ware theologie met een heilige drievuldigheid: privatisering, deregulering, flexibilisering. Het neoliberalisme is bestand tegen de feiten en totaal ongevoelig is voor empirisch argumenten.

Indien privatisering niet werkt... privatiseer meer. Indien deregulering niet werkt: dereguleer meer. Indien flexibilisering niet werkt, flexibiliseer meer. Of iets moeilijker, maar nog juister: socialisering van de kosten, privatisering van de winsten.

(...)

Het hele artikel van Lieven De Cauter 'Tegen de hegemonie van het neoliberalisme' is te lezen op het volgende webadres:
http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/12/11/tegen-de-hegemonie-van-het-neoliberalisme

zaterdag 10 december 2011

Het precieze gebruik (4641 - 4660)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4641 – 4660)


4641. een dode dwarsligger met blijvend applaus: het zevende en laatste deel van het verzameld werk van Karel van het Reve werd op zes december 2011 feestelijk gepresenteerd in Amsterdam. De opzettelijk argeloze en naïeve houding waarmee hij communisten, psychoanalisten (waaronder Freud) en biologen (bijvoorbeeld Darwin) in hun hemd zette, zijn heldere logica en natuurlijk zijn humor en elegante stijl maken van Van het Reve nog steeds een van de meest gelezen essayisten. De wijze waarop hij de literatuurwetenschappers belachelijk maakte blijft gewoon goddelijk.

4642. schijn en zijn: Benno Barnard: “Wat de anderen nooit snappen is dat ik in werkelijkheid nogal verlegen en nerveus ben, maar die remmende eigenschappen compenseer met vertoon, slagroom, verguldsel, aanstellerij”.

4643. een jonge messias: met het zwaard van het positivisme in haar vuist zwaait de wetenschap naar de onwetenden. Maarten Boudry, ‘doctoral researcher’ aan ‘Ghent University’, begint nu ook in het publiek en bijzonder vinnig zijn (geleende) gifpijlen af te schieten naar alle lieden die iets negatiefs over Darwin, diens leer of zijn volgelingen durven te fluisteren. Weer een volstrekt ongenietbare gelovige, die niet in staat is met een zekere (zij het geringe) instemming en met een beetje warmte het tegendeel van zijn eigen, geliefde opvattingen te denken.

4644. onze nood aan warmte: buiten het menselijke (en zoogdieren-) universum is het heelal inderdaad heel kil. Het menselijke wezen is een warm wezen van nature. Zoogdieren zijn wij: gedragen in een warme matrix, gevoed met warme melk. Geen wonder dat de pijnlijke, maar onomstotelijke waarheid over het levensloze heelal ons tegen de borst stuit. Het is een valse hoop (en een verkeerde antropologie) van de darwinistische wetenschap te menen dat de waarheid hieromtrent het laatste woord zal hebben. En dat is hún bijgeloof.

4645. de laatste neologismen: de Boudry’s en de Braeckmannen van deze wereld; boomvrij WC-papier; de ergerlijke mode van het Latijngooien.

4646. de klassenstrijd (1): donderdag begon een warenhuis in Wilrijk vers brood te bakken, maar de verkoop ervan was blijkbaar geen succes. Tegen sluitingsuur zat het met een massa overschot. Iemand zei aan de kassière: "Ik ken een voedselbank die misschien gebruik kan maken van het overschot". Haar antwoord: "Sorry meneer, dat mogen we niet doen, de directie vraagt om alles in de afvalcontainer te gooien".

4647. Weveriana (1): volgens De Wever is de nieuwe regering een obesitas-regering, met te veel postjes voor ministers en staatssecretarissen. Volgens dezelfde politicus is de overheid “te vet” zodat die dringend een liposuctie van het ambtenarenapparaat moet ondergaan. In werkelijkheid is het probleem niet zozeer dat de regering “te dik” is, maar dat ze een beleid gaan voeren in het belang van de “dikke portemonnees”. De Wever zal trouwens toegeven dat zijn idee van een liposuctie noodzakelijk oprijst telkens hij in de spiegel kijkt en iedere keer als hij overweegt welke vetbetaalde postjes (buiten hun politieke mandaat) zijn eigen verkozenen hebben geaccepteerd, omdat naar zijn eigen woorden “de anderen dat nu eenmaal ook hebben gedaan”.

4648. Weveriana (2): de in de opiniepeilingen hoogvliegende De Wever (een onmogelijke metafoor!) wekt de indruk dat de Vlaamse regeringspartijen verheven Vlaamse principes op het altaar van de macht hebben geofferd. De argumentatie van de N-VA schijnt even verleidelijk als simplistisch: hier is een nauwelijks Nederlandskundige premier aan het werk aan het hoofd van een belastingregering die in Vlaanderen niet over een meerderheid beschikt, Vlaanderen uitzuigt en miljarden naar Wallonië overhevelt. Dit is overduidelijk een karikatuur. Bovendien is de argumentatie van De Wever schijnheilig: heeft hij niet onlangs nog voorgesteld een sociaaleconomische noodregering te vormen met liberalen en christendemocraten, een formule die in het Franstalige landsgedeelte evenmin een meerderheid van de bevolking achter zich had weten te scharen als de huidige regering Di Rupo in Vlaanderen?

4647. de klassenstrijd (2): diegenen die ontkennen dat de klassenstrijd bestaat en beweren dat die in de praktijk van geen belang meer is nemen precies daardoor deel aan dat verwoede gevecht en wel aan de rechterzijde.

4647. de klassenstrijd (3): de klassenstrijd woedt ook op de culturele flank. Een aspect daarvan is de gewoonte om de waarde en de wetenschappelijkheid van de Freudiaanse leer in twijfel te trekken. Hoewel veel kritiek daarop terecht is, blijkt weer een ander deel daarvan maatschappelijk verdacht: van op afstand legitimeert zij een rechts denkkader waarin alle heil in de rede resideert en waarin een realistisch, in een universele antropologie gefundeerd pessimisme over de mens onmiddellijk wordt gelijkgesteld met een onverantwoorde kritiek op de (sciëntistische) wetenschap, haar maatschappelijk belang en vooral dat van haar zeer eerbiedwaardige, uiterst vooruitgangsgelovige aanhangers. Geen wonder dat de bezittende klassen deze defensieve reflex onmiddellijk tot de hunne maken. In de rug gedekt door het prestige van de wetenschap wekken ze dan publiekelijk argwaan tegen iedere theoreticus die de waarheidsrevelerende macht van de ratio ook maar enigszins minimaliseert en het eigenbelang als de eigenlijke motor van ons handelen blootlegt.

4648. klassenstrijd (4): iedereen kent de misschien beroemdste Vlaamse songregel: ‘De middenstand regeert het land”. Dit is zeker niet het geval. De hoogste bezittende klassen (bijvoorbeeld de financiële machten) komt dit bijgeloof goed uit, want zo lijkt het dat de verdediging van haar specifieke belangen dezelfde is als de verdediging van de interesses van een heel wat bredere groep, aan wiens inzet, volharding, stielkennis en sociale vaardigheden – heel anders dan bij de werklozen - niet kan worden getwijfeld.

4449. onverwachts gelijk: soms, maar heel zelden en heel zeker daartoe geïnspireerd door een of ander eigenbelang, heeft zelfs een liberaal gelijk. Onlangs in het parlement beviel Patrick Dewael in volle woede van de volgende frase die de weldenkende Vlaamse pers niet over de lippen krijgt: “De N–VA begint steeds meer op het Blok te lijken!”.

4450. de klassenstrijd (5): omdat Vlaanderen nu eenmaal rijker is dan de rest van het land is het niet moeilijk om ingrepen die vooral rijkeren treffen als anti-Vlaams te verketteren.

4451. het Mechelse kippetje: Caroline Gennez (zie foto) heeft verklaard dat ze een ‘ferme toek’ heeft opgelopen toen het bleek dat voor haar geen ‘tof ministerschap’ was weggelegd. Van hetzelfde laken een pak: voorheen gaf ze haar collega Frank Vandenbroucke een dito slag in het gezicht en dat met voorbedachten rade. Voortaan kan deze socialiste nog meer aandacht besteden aan haar modieuze toiletjes, haar bijna naakte armen, benen en borsten en aan alle genietingen van al te zeer naar buiten geplooide burgertrutjes. Dit soort steedse, hippe toffigheid (wellicht weggerationaliseerd als een teken van moderniteit en progressiviteit) droeg zeer bij aan de ondergang van de linkse partij.

4452. de klassenstrijd (6): het is waar dat we in België (een vooral in Vlaanderen) in grote welvaart leven. Toch geeft het te denken dat het rilatinegebruik bij kinderen in de laatste vijf jaar met de helft (!) gestegen is, dat het verbruik van antidepressiva en slaappillen hier een recordhoogte bereikt en dat het aantal zelfdodingen in dit rijke landje tachtig procent (!) hoger ligt dan in Nederland. Ik voor mij part ben er vrijwel zeker van dat een van de oorzaken daarvan bestaat in ons louter op dwangmatige, beregelde prestaties en uiterlijke beloningen gerichte arbeidsethos en op de conservatieve, volkse, al te monomane en dus autoritaire cultuursfeer die zelfs de beheersing van de standaardtaal veroordeelt als een uiting van sociaal verfoeilijk elitarisme. Wie niet gehoorzaamt vindt dan ook geen uitweg want daar verhinderen de vele, onzichtbare en met elkaar samenwerkende wachters van de gemeenzame simpelheid iedere uitbraakpoging. Een gemiddelde Vlaming kan dan ook, als zijn sociaal-financiële opgang is geblokkeerd, alleen cultureel naar beneden stijgen. Voor een prestatie van enig kaliber vindt hij geen publiek.

4453. triestig Latijn voor de socialisten: de namaaksocialisten (er zijn er echte, maar we horen ze niet) zijn op dit moment zowat de enigen die op de publieke rostra geen Latijn spreken. Dit is een goede zaak, want de enige spreuk die hen past is: ‘Ita, missa est!’.

4454. wauwelende medicijnmannen: in De Morgen van 10 december twisten drie bekende Vlaamse economen met elkaar over de aard van de crisis en de remedies ertegen. Soms zijn ze het niet met elkaar eens, soms halvelings of op één punt en nooit helemaal. Praat van opiumschuivende medicijnmannen? Van in ideologieën grossierende profeten, even ongeloofwaardig als het Griekse orakel? Alleen voor Paul De Grauwe behou ik mijn respect: ik bewonder zijn analytisch realisme en zijn moed om met zijn oplossingen weliswaar iets te riskeren zonder daarbij bij voorbaat de sociaal-financiële ondergang van grote bevolkingsgroepen in te calculeren.

4455. échte mensen: als de politici je tot wanhoop drijven zijn er nog altijd de kunstenaars, het enige groepje intellectuelen in wie ik nog een ongewapend vertrouwen heb. Ze spreken de waarheid over dingen die er toe doen, ze cultiveren het noodzakelijke vermogen van een veralgemeende argwaan, ze hebben meer dan een broertje dood aan de gemeenplaatsen van alle slag. En tegelijk, op de een of andere intense wijze, zijn ze in staat mijn enthousiasme voor het leven te wekken, mijn wil tot bestaan en mijn liefde voor welbepaalde personen en toestanden te doen opvlammen. Volgens Greet Op de Beeck in De Morgen is Luk Perceval zo’n levenswekkende lavastroom. “Al zijn producties bewijzen dat hij een echte is. Een ziener. Een regisseur die uit acteurs haalt wat niemand anders eruit kreeg. Een man met een visie die stukken zorgvuldig kiest en ze samen met zijn ploeg kneedt tot de tekst larger than life wordt, waardoor het de mens en het leven in al zijn miezerige lelijkheid toont, en in zijn momenten van aandoenlijke schoonheid. Een gevoeligaard die met veel directheid en gedurfde keuzes ontroering teweeg kan brengen. Een mens met een groot bakkes en een nog grotere persoonlijkheid die in alles wat hij maakt de toeschouwer dwingt om stelling in te nemen, om minstens iets te vinden. Ik heb dat graag, ik vind dat schoon, zelfs als het een keertje niet lukt. In zijn voorstellingen maak je altijd iets mee, wat je er ook van moge vinden, en dat is en blijft bijzonder”.

4456. domme populisten: Arnon Grunberg in De Volkskrant: “Dat de eugenetica het Nederlandse integratiedebat bespaard is gebleven, komt doordat de voormannen van dat debat hier te lande de taal van de agressieve voetbalsupporter hanteren: moeilijke woorden zijn verboden”.

4457. de truc van de existentiële vaagheden: we moeten het inderdaad doen met wat we krijgen in het leven, maar dit is geen vrijbrief voor allerhande overheidsbesparingen.

4458. goed toneel: geen mooie, weldoordachte plaatjes om van op afstand voorzichtig bij weg te dromen, maar stompen in de maag. Confronterende portretten van het leven op zijn lastigst en de mens op zijn sukkelachtigst. Het gemiddelde Davidsfondspubliek wil helaas het omgekeerde.

4459. de klassenstrijd (7): heel anders dan men meent geldt het volgende : hoe hoger de klasse, hoe meer zij profiteert van de staat. Dat komt door het al lang bekende, maar blijkbaar nog zelden vermelde Mattheüseffect. Het Vlaamse onderwijs is daarvan een (school)voorbeeld. Het levert uitstekende kwaliteit voor kinderen uit de modale burgerlijke gezinnen, maar presteert beroerd als het gaat om kinderen uit minder geïntegreerde families.

4460. de truc van het usurperende begrip: de grote groep van de loontrekkenden en de steeds maar uitdeinende middenstand zijn zeer diverse begrippen. Hun inhoud telkens voorstellen als een uniforme, eenduidige massa is een retorisch middel van diegenen die een andere klasse usurperen tot het voordeel van de hunne. Van de arbeidersklasse spreekt niemand meer behalve de socialistische partij en de laatste bestaat niet langer evenmin als de eerste.

Alfabetische besparingen


Rechtse taalpolitiek: wat overbodig is moet weg.

Een uiterst rechtse politicus zoals De Wever, die voortdurend roept om een ontvette staat en een radikaal uitgezuiverde sociale zekerheid, kan een politiek gevecht aangaan voor de absoluut noodzakelijke uitzuivering van het alfabet. Nog erger dan dat het geval is op allerlei terreinen in het Walenland wordt daar uit luiheid, laksheid, overbodigheid, domheid en onkunde met geld gegooid.


Sommige letters zijn duidelijk compleet overbodig. neem bijvoorbeeld de “x”: eigenlijk is dat hetzelfde als “ks”, dus waarom daar speciaal een letter voor maken? een andere duidelijke kandidaat “eks-letter” is de “q”. de “q” wordt altijd gevolgd door een “u”, en samen is dat eigenlijk hetzelfde als “kw”. we kunnen dus gerust consekwent dergelijke infrekwente letters likwideren.

de “c” komt wat vaker voor, maar is eigenlijk altijd ofwel een “k”, ofwel een “s” (het spesiaal geval “ch” zullen we voorlopig nog toelaten, dat schaffen we straks wel af). hetzelfde voor de “y”: dat is eigenlijk altijd ofwel een “i”, ofwel een “j”. die twee letters kunnen we dus sistematisch en konsekwent eksekuteren.

sommige letters zijn in feite varianten van elkaar: een stemhebbende en een stemloze. we sommen ze even op: “b” en “p” (de bilabiale plosieven), “d” en “t” (de alveolaire plosieven), “v” en “f” (de labiodentale frikatieven), “z” en “s” (de alveolaire frikatieven), “g” (zoals in “gaan”) en “ch” (de velaire frikatieven), “g” (zoals in “guerrilla”) en “k” (de velaire plosieven). hier is duidelijk ruimte voor rationalisatie. laat ons enkel de stemhebbende versie houden, en de stemloze versie afschaffen en vervangen door de stemhebbende gevolgd door een “h”. aangezien de “g” obh dhwee verzhghillende manieren kan gebruikdh worden, moedhen we de “k” nog wel behouden omdadh er anderzh geen verzhghil meer zou zijn dhuzhzhen bijvoorbeeld “lughdh” (“de lughdh izh blauw”) en “lukdh” (“hedh lukdh niedh”) — en omdadh we “k” nodig hebben voor de ekzh-ledhdherzh “kzh” en “kw”. de “ch” kan eghdher ook een zhdhemloze bhozhdhalveolaire vhrikadhievh zijn (zoalzh in “chokolade”); dan zhghrijven we hedh alzh “sj”, ovh bedher gezegd, “zhj”. obh die manier kunnen we de “c” helemaal avhzhghavhvhen: vanavh nu zhghrijven we “zhidhroen”, “zhirkuzh”, “zhjokoladedhaardh”, enzovoordh.

Het bovenstaande nam ik over (op de inleidende commentaar na) van de blog van Jon. Sneyers: http://www.dewereldmorgen.be/blogs/jonsneyers/2011/12/09/obesitas-alfabet

dinsdag 6 december 2011

Het precieze gebruik (4621 - 4640)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4621 – 4640)

4621. de zelfdestructie van de rijken: in het district Yamaguchi, Japan, zijn acht Ferrari's, drie Mercedessen en een Lamborghini op elkaar gebotst. De schade wordt geschat op 2,5 miljoen euro.

4622. Leterme’s afscheid: deze stiekeme, iedereen belagende bommenlegger (en recent bovendien een voorbeeld van de vleesgeworden bescheidenheid) neemt afscheid met een onverwachte stortvloed van excuses ten gerieve van al diegenen die hij te hard heeft aangepakt, misbegrepen of in een verkeerd daglicht gesteld. Hij neemt echter geen verantwoordelijkheid voor het ongelofelijke succes van de N-VA, een partijtje dat aan het begin van het kartel met de christelijken slechts één zetel had. Toch blijft Leterme de broedhen die welbewust het duivelskuiken De Wever ter wereld heeft gebracht.

4623. Sinterklaas: wie braaf is krijgt zoet, wie stout is rilatine.

4624. de laatste neologismen: een obesitas-regering (met teveel personeel); zijn protestbaard afscheren; Rusland, een ondoorzichtig samenspel van oligarchen en oliegarchen.

4625. de Kelk ledigen tot de bodem: Hugo Camps in De Morgen: “Alleen al uit morele hygiëne had de kerk zich niet moeten willen ingraven in juridisme. In de zoektocht naar waarheid over seksueel misbruik zijn obstructietechnieken per definitie pervers. Er is de kerkelijke hiërarchie blijkbaar veel aan gelegen om het besmeurde blazoen met de mantel der stilte toe te dekken. 'Operatie Geheugenverlies': Dank U Heer! Van enige urgentie in het uitmesten van de sacramentele stal is alvast geen sprake.”

4626. stupide kunstverzamelaars: Charles Saatchi, de misschien wel bekendste en belangrijkste kunstverzamelaar van dit moment, uit harde kritiek op de kunstwereld in een ingezonden stuk in de Britse krant The Guardian. 'Die wereld is vulgair, onwetend, zelfbevlekkend en wordt bevolkt door mensen die geen idee hebben wat goede kunst is, en wat niet. Het is een spel geworden van oligarchen, en van kunsthandelaren met een zelfbevlekkend niveau van eigendunk.' Saatchi is overigens getrouwd met televisiekokkin Nigella Lawson (de wellustig borstwiegende en de intens lonkende).

4627. Steve Stevaert (1): hij brak bij herhaling de onwettige woningen van eenvoudigen af en hield daarmee plotseling op toen hij een illegaal gebouwde stoeterij van een machtige moest doen verdwijnen.

4628. de nieuwe regering en de toon van de media: vooral de gesproken media hebben nu de toon van overijverige, Vlaamse kleuterjuffen, met hoge tremelo’s, vol vertrouwen en optimisme en helemaal naïef kinderlijk. Hun stemmen bibberen van hoop en toekomstverwachting. Afgezien van ordinaire verkooplust (de kijk- en luistercijfers!) wordt men hier een angst gewaar voor het negatieve, een bezwering van het kwade, een onweerstaanbare wil om te knielen voor een plotseling officiële, met heilige legaliteit omhangen verlosser. Mensen zijn pas ten volle mens als ze ongeremd kunnen vereren.

4629. lachwekkend: het is lachwekkend te menen dat de maatschappij beter zal worden als de godsdienst definitief in het verdomhoekje staat. Maar nog veel lachwekkender is de overtuiging dat dit zal gebeuren als iedereen in zijn jonge jaren een flinke portie filosofie tot zich neemt.

4630. Steve De Gucht (2): deze altijd wakkere politicus zet geregeld een grote mond op, redt de aandelen van zijn vrouw, bevoordeelt zijn zoon, voert een publieke strijd tegen de fiscus naar aanleiding van een wet waarvoor zijn eigen partij heeft gestemd. In al die gevallen benadeelt hij schaamteloos zijn medeburgers.

4631. de wet van het voortschrijdend inzicht: overal (vooral in Nederland) duiken nu politici en commentatoren op die tegen de euro waren toen ze er officieel nog voor waren.

4632. opportunisme: deze ondeugd is niemand helemaal vreemd, maar de politici hebben er hun beroep van gemaakt.

4633. de truc van het verschoven subject: bijvoorbeeld als de bankiers op TV de politieke toestand van commentaar voorzien: ‘Het volk heeft boven zijn stand geleefd, het heeft onnadenkend zomaar risico’s gelopen, het heeft nooit de tering naar de nering gezet”.

4634. de truc van de plaatsvervangende zelfopoffering: de nieuwe Italiaanse premier Mario Monti ziet af van het salaris voor zijn baan.

4635. de truc van de neoliberale verenging: Di Rupo moge dan de eerste openlijk homoseksuele premier van België zijn, hij moge op zijn eentje de Amerikaanse droom in dit veel kleinere land hebben waargemaakt, hij moge voorname manieren hebben en het Frans van voorbeeldige krullen voorzien, hij moge tegen de onoverwinnelijke Vlaams-rechtse meerderheid in de voornaamste linkse doelen behendig hebben gered, hij blijft een zielig hoopje mens, want hij heeft de belasting verhoogt.

4636. de truc van het tijdig verdwijnen: beleidsmakers, managers en politici komen en gaan, maar de mensen blijven met de rotzooi zitten.

4637. Steve Stevaert (3): wie tijdig verdwijnt wordt niet gebeten.

4638. de truc van de geleidelijke cumulatie: als iedere regering twee belangrijke elementen uit de sociale zekerheid schrapt blijft er na vier decennia niet veel meer over.

4639. de truc van de verkiezingen: niet alleen in Rusland bestaan er talloze technieken om de gewenste uitslag te krijgen of om met de resultaten de bedoelde objectieven te bereiken.

4640. de truc van de besparingsbedragen: voortaan betalen de banken honderd miljoen per jaar en alleen al de afschaffing van het dopgeld voor schoolverlaters brengt ieder jaar vijftig miljoen op.

maandag 5 december 2011

Tegen de idealistische verleiding (3)


Paul Ricoeur en zijn pleidooi voor een realistisch cogito

In wat volgt completeer ik mijn drieledig essay over de nefaste gevolgen van de idealistische verleiding. Een consequentie daarvan is de creatie van een al te spiritualistische wijsgerige antropologie die noodzakelijk tot ontgoochelingen leidt. Daartegenover staat een ontwerp van een klein ik dat realistische afmetingen heeft en dat in alle menselijke ondernemingen wellicht veel vruchtbaarder zal blijken.

Als Descartes en Husserl een absoluut beginpunt zoeken voor hun bewustzijns-filosofie, dan is het verhelderend de woorden van Paul Valéry te memoreren: “There is no theory that is not a fragment, carefully prepared, of some autobiography”. Er is zonder twijfel een meer existentiële onderbouw die aan de basis ligt van de idealistische verleiding. Op het einde van zijn magistrale boek Le Volontaire et l’ involontaire besteedt Paul Ricoeur veel aandacht aan de vitale ondergrond van dit verschijnsel. In zijn uitvoerige analyse van de wil gebruikt Ricoeur Husserls fenomenologische methode, verrijkt met een meer existentiële invalshoek, waarbij hij, naar het voorbeeld van Gabriël Marcel, het lichaam en daarmee de hele tijdruimtelijke wereld opneemt in zijn verruimde, zogenaamde ‘totale cogito’.

Voorheen liet de Franse filosoof al zien hoe de mens in de verschillende fasen van de wilsact zijn vrijheid op tegenkrachten verovert. Omdat dit mogelijk blijkt, zijn die tegenkrachten relatief. Later gaat Ricoeur dieper in op de absolute (want onoverwinnelijke, alleen maar assumeerbare) druk die de vrijheid ondervindt van de kant van het karakter (‘la tristesse du fini’), het onderbewuste (‘le mauvais infini ou la tristesse de l’informe’) en van het leven zelf (‘la tristesse de la contingence’).

Het conflict tussen de vrijheid en deze drie vormen van noodzakelijkheid is een schandaal voor de rede, omdat die er nauwelijks in slaagt zijn eenheid te denken, maar nog veel meer voor de praktische mens, die slechts met veel inspanning en maar gedeeltelijk dat conflict tot verzoening kan brengen. Hoewel Ricoeur precies die verzoening op het oog heeft, toch interesseert ons hier vooral de daaraan voorafgaande fase van de negatie, waarin het idealistische cogito zich afzet tegen de innerlijke en uiterlijke machten die het bedreigen. De pressie van die machten ervaart het eerst als een pijnlijk niet-zijn, een inkrimping van zijn perspectief op de wereld, een reductie van zijn mogelijkheden. Het ondervindt immers al te zeer de waarheid van het klassieke adagium: omnis determinatio negatio.

Het omsingelde cogito reageert dan op drie manieren. In de eerste plaats maakt het zich los van de vastgeroeste schablonen van zijn karakter en besluit alle menselijke mogelijkheden tegelijk te realiseren. Het affirmeert zijn soevereiniteit. Het kijkt daarbij weg van het feit dat het zijn onmacht wegmoffelt, dat het er niet slaagt om in alle geduld met zijn beperkingen te leven en er het beste van te maken. Het klopt zich op tot iets absoluuts en geeft zich voluit over aan de zopas ontdekte passie van de vrijheid. Dan wordt de mens een wezen van het exces, van de bovenmaat, de titanische Sturm und Drang-held die bereid is het lot van de hele mensheid op zijn schouders te nemen. Het kan niet anders dan dat die prometheïsche buitenmatigheid al vlug op zijn grenzen stoot en overgaat in bittere ontgoocheling, wanhoop, allerlei soorten van verachting en uiteindelijk in een verlangen naar destructie. Hoewel Ricoeur daarover niet spreekt toch is Hitlers welbekende Nerobevel op 19 maart 1945 daarvan een goed voorbeeld. Omdat het Duitse volk slechts een niets zou zijn na de nederlaag, omdat het zijn onmacht definitief had bewezen moesten alle bruggen, fabrieken, regeringsgebouwen, watervoorzieningen en elektrische installaties met de grond worden gelijkgemaakt. Als de wereld niet op Hitlers voorwaarden kon bestaan mocht hij niet bestaan. Een dergelijk verlangen naar absolute destructie is het negatief van een verlangen naar absolute creatie, verlangens die de dictator zeker eigen waren. Dit nihilistische bevel vloeide voort uit de icarische val van een voorheen door de verbeelding buitenproportioneel opgeblazen, al te voluntaristisch ik.

In de tweede plaats bevestigt het idealistische ego zijn volstrekte transparantie. Het wil licht zijn zonder schaduw, het wil leven zonder de chaos van al die affectieve pressies, onpeilbare impulsen en vage, vormeloze herinneringsflarden die zijn doorzichtigheid vanuit zijn onbewuste onderkant bedreigen. Het weigert om geduldig en voorzichtig met die ondefinieerbare materie om te gaan waaraan het met zijn bewuste vrijheid een zekere vorm zou kunnen geven. Dit soort ego is leugenachtig en illusoir want het ontkent zijn eigen weigering: het poneert veel liever een soort afgescheiden, puntvormig zelf dat aan de beperkingen van alle lichamelijkheid ontsnapt.

In de derde plaats stelt dit ego tegenover de onvermijdelijke contingentie van het leven wederom het majestueuze gebaar van zijn eigenmacht. In het licht van die inzichten, aldus Ricoeur, moet men het werk van Fichte herlezen. Voor die filosoof is het onaanvaardbaar dat hij de voorwaarden van het bestaan niet helemaal uit zijn zelf kan afleiden. Zijn triomfantelijk zelfbewustzijn weigert zichzelf te zien als een gesitueerd fenomeen. Het leidt de idee van de ruimte af uit zichzelf en niet uit onze corporaliteit. Hetzelfde gebeurt met de idee van de tijd, alsof die niets te maken heeft met het reële verloop van de dingen en met de idee van de contingentie, alsof de spontaneïteit van het leven niet het bewustzijn verre vooruit is. Geen wonder dat deze titanische vrijheid, zodra ze op ernstige weerstand stoot en haar eigen onmacht inziet, kapseist en plaatsmaakt voor troosteloosheid, missprijzen en ressentiment. Voortaan ervaart zij de wereld als een absurditeit. Uit deze pijnlijke implosie van een voorheen vergoddelijkt zelf verklaart Ricoeur het ‘zwarte existentialisme’. Zelfmoord is dan een ultieme, heroïsche optie, want in dit opzicht blijft de mens de volstrekte meester van zijn lot. Het is de spanning tussen noodzaak en vrijheid binnen het cogito die van dit alles de oorzaak is. Die tegenspraak zoekt Ricoeur te verzoenen, niet door ze weg te redeneren of te ontkennen, maar door ze op een of andere manier te asssumeren.

Zijn ‘totale ego’ nadert dan de contouren van een klein ik, omringd door, maar niet tot onmacht gedwongen door de beperkingen van ons half vrije, half voorbepaalde bestaan. Ricoeur omschrijft het als volgt: “L’acte du cogito n’est pas un acte pur d’auto-position, il vit d’accueil et de dialogue avec ses propres conditions d’enracinement. L’acte du moi est en même temps participation”. Zijn mensbeeld vertoont daarbij een treffende gelijkenis met dat van Erich Fromm, zoals Commers het weergeeft: “ Fromms visie op het menselijk bestaan wordt niet getekend door het beklemtonen van de menselijke onmacht, evenmin als er sprake is van het niets waarop de mens door zijn Sein-zum-Tode is gefixeerd. Maar hij verheerlijkt evenmin de egocentrische eigenmachtigheid. Zijn denken houdt het midden tussen de belijdenis van de onmacht en de exaltatie van de almacht. De noodzakelijkheid om telkens nieuwe oplossingen te vinden voor de tegenspraken van ons bestaan bepaalt de macht van de mens. Het bepaalt zijn gedrag, zijn hartstochten, belevingen en angsten.”

Omdat zelfs een sterk empirisch opgezette reflectie over mensbeelden niet helemaal theorievrij kan zijn (ze moest ergens beginnen, van een of andere werkhypothese uitgaan), formuleer ik hier een eerste omschrijving van het kleine ik die ik later zal concretiseren of aanpassen. Op basis van mijn vorige opmerkingen vat ik het op als een door en door intentioneel gebeuren, dit wil zeggen een (deels) bewuste en op allerlei zin georiënteerde reeks van innerlijke en uiterlijke activiteiten, die, nauw gerelateerd aan het lichaam, van zeer nabij en van in den beginne betrokken zijn op de wereld en de maatschappij. Dit betekent in de eerste plaats dat zijn wil om te bestaan op alle niveaus weerstanden ondervindt. De analyse van de wijze waarop het met die hindernissen omgaat, ze assumeert, ze te boven komt of door allerlei schijnbewegingen probeert ze te minimaliseren, te ontkennen en ongevaarlijk te maken kan een relevante bijdrage zijn voor de wijsgerige antropologie en een vruchtbare invalshoek voor de hermeneutiek. Immers, de afhankelijke en voor zijn vervulling naar de wereld gerichte positie van dit kleine ik impliceert vervolgens dat het vooral tot zichzelf komt en het best kan worden begrepen in en vanuit zijn werken. Ten opzichte van Ricoeurs totale cogito vergt dit een verschuiving van een fenomenologisch naar een hermeneutisch standpunt, wat Ricoeur trouwens in vele van zijn andere boeken ons voorbeeldig voordoet.

Die duivelse Zizek


Eerst als tragedie, dan als klucht

Hegel stelde dat de geschiedenis zich steeds herhaalt. Marx beaamde dit, maar verbeterde hem op een essentieel punt. Historische gebeurtenissen vinden eerst plaats als tragedie, maar keren vervolgens terug als klucht. In Slavoj Žižeks kernachtige nieuwe boek is dit gegeven het uitgangspunt voor een messcherpe analyse van de situatie anno nu.

Eerst als tragedie, dan als klucht kijkt terug op de eerste tien jaar van de eenentwintigste eeuw. In 2001 begonnen deze met een tragedie: de aanslagen op 11 september. Zeven jaar later eindigen ze met een klucht: de economische crisis. In die twee momenten stierf het liberalisme feitelijk twee keer: als politieke theorie en als economisch systeem. Toch houdt het lijk van deze ideologie niet op ons op allerlei manieren te bespoken. Een bijzonder ernstige zaak, omdat het verhindert de kritieke staat van de wereld adequaat aan te pakken. Volgens Žižek staat de apocalyps op de stoep, niet alleen in ecomomische zin, maar ook ecologisch, biogenetisch en sociaal. Het is de hoogste tijd dat progressievelingen en vemeend ‘links’ ophouden met navelstaren en serieus over de revolutie gaan nadenken!

De Nederlandse vertaling is een door de auteur geactualiseerde uitgave van zijn oorspronkelijke boek uit 2009.

Slavoj Žižek (1949) is hoogleraar aan de Universiteit van Ljubljana, Slovenië en aan de European Graduate School in Saas-Fee, Zwitserland. Eerder verschenen bij Boom/SUN o.a.

Origineel: First as Tragedy, then as Farce
Vertaling: Ineke van der Burg

240 p.