zondag 18 december 2011

Het precieze gebruik (4661 - 4680)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4661 – 4680)

4661. stiekem (goed) nieuws: men zegge het niet luidop voort, men fluistere het hooguit: onder het neoliberale bewind bloeien er nog heel wat bloemen in de zielen van de mensen: respect voor de doden, trouw aan beminden, allerlei idealen, een verlangen naar waardigheid en bovendien – en dat is gevaarlijk! - een onhandige, maar verregaande wil tot waarheid.

4662. geliefde woorden van vroeger: we verdragen het niet dat onze naasten publiek worden beledigd. Van onze geliefde ideeën mag er geen openlijk in twijfel worden getrokken, of we worden boos. Zo is het ook gesteld met oude, op dit moment versleten woorden die ons na aan het hart lagen en die voor ons nog een zekere betovering hebben behouden. Als die kostbare woorden (ze geven richting aan ons begrip en aan ons handelen) in een nieuwe, triviale context opduiken gebeurt er – zo lijkt het – iets ongepasts, een kleinschalige heiligschennis op een voorlopig onbelangrijk, want slechts verbaal niveau. Een mooi voorbeeld las ik in een Waals café: ‘Une bierre brassée avec savoir se déguste avec sagesse’. Zulke zinnen zijn de eerste tekenen van niet al te aangename dingen die gaan gebeuren.

4663. puike partijen (1): de Vlaamse partijen mogen dan lijden aan alle denkbare euvels, één prestatie mogen ze zonder twijfel op hun blazoen schrijven: heel anders dan in Nederland, waar de klassieke partijen slechts moeizaam overleven met de gedoogsteun van de rechts-radicale PVV, hebben de Vlaamse achtereenvolgens het Blok (definitief), de Lijst De Decker (definitief) en het N-VA (voorlopig) buiten spel gezet. Daarover kunnen ze zeer terecht een hoge borst opzetten.

4664. puike partijen (2): zowel het democratisch als het sociaal karakter van de klassieke Vlaamse partijen is er omdat de Waalse socialistische partij hun vaderlijk-streng bij de hand neemt. Daarzonder keften zij amechtig als de hondsgehoorzame verlengstukjes van de lokale superconservatieve partij, die achter dat aanvaardbare bijvoeglijk naamwoord er heel wat meer onaanvaardbare verbergt.

4665. een weetje: als iemand weer eens begint af te geven op al die spilzieke, al te zeer op makkelijke consumptie afgestelde burgers in Europa wijs hem er dan op dat het totaal van de waarborgen die alleen maar de Belgische belastingsbetaler aan de banken heeft gegeven 186 miljard is. In Nederland onderzoekt de commissie-De Wit op dit moment de besteding van pakweg 150 miljard euro aan staatssteun aan het Nederlandse bankwezen. En dan te bedenken dat daar de afgelopen twintig jaar een schamele 36 miljard euro aan bancaire belastingsoverdrachten tegenover heeft gestaan. Daarmee vergeleken zijn de steunpakketten aan Griekenland klein bier. Wij te spilziek? Het zijn de banken, sufferds!

4666. kleurpolitiek: als het rood is kan het altijd blauwer. Als het blauw is het waarschijnlijk ook purper. Als het purper is is het zonder twijfel spermawit.

4667. de laatste neologismen: Anna Bijns als de eerste volbloed pasionara in de Vlaamse literatuur; een digitaal hiernamaals (een online gedenkplek); Jean-CLaude Trichet als een typische inflatiehavik.

4668. het discours en zijn tegendeel: het tegendeel van ieder gevestigd discours zijn de vele oorverdovende stiltes over die onderwerpen die er niet in passen. In elk discours is een reeks omerta’s ingebakken: wie die een naam kan geven begrijpt de mensen die daarin spreken en zwijgen beter dan zijzelf het doen.

4669. bankiers: volgens Joris Luyendijk zijn bankiers net mensen. Alleen vallen hun broekzakken niet zonder reden helemaal tot op hun schoenen.

4670. wij zijn ons brein (1): er is iets te leren uit de opvattingen van de Franse filosofe Catherine Malabou. Deze dame verbindt het inzicht dat de hersenen plastisch zijn - een dynamische ‘zak’ vol synapsen – ferm aan nieuwe maakbaarheidsidealen. De Française pleit voor ‘neurologisch bewustzijn’, dat ze vergelijkt met het marxistische klassenbewustzijn.”Tot ongeveer de jaren tachtig van de vorige eeuw was de algehele overtuiging dat het brein een rigide, onbeweeglijk orgaan is. Maar al sinds het einde van de negentiende eeuw wordt er onderzoek gedaan waaruit blijkt dat de hersenen meer zijn dan een weefsel waar energie door circuleert. Er worden voortdurend nieuwe cellen aangemaakt en nieuwe synaptische verbindingen geconstrueerd. De hersenen veranderen niet alleen onder invloed van interne chemische factoren, maar ook door de invloed van buitenaf, zoals ervaring, educatie, training, en door alcohol, drugs, roken, stress en nachtrust. Daarom mogen hersenen ook niet worden beschouwd als een netwerk van definitief gelegde kabels”.

4671. wij zijn ons brein (2): er is niks verkeerds aan deze bewering als men zich realiseert dat het veranderlijke brein voortdurend in wisselwerking staat met de buitenwereld en dat al vanaf zijn constructie in de moederschoot. Dit alles onderstreept enerzijds de materialiteit van ons brein en zijn product (het bewustzijn), maar anderzijds is met dat soort materialiteit het laatste woord niet gezegd. Omdat het stoffelijke brein in een dialectische wisselwerking staat met zijn omgeving (en dus ook met de betekenissen in een bepaalde cultuur) krijgt het voor een deel een spirituele kleur. Die betekenissen krijgen op hun beurt vorm in en door middel van stoffelijke dragers en in zeer lijfelijke contexten. Ik heb er dan ook niets tegen ook hen materieel van aard te noemen, als men maar inziet dat het hier gaat om een eigenaardige, bijzondere stoffelijkheid, veel verfijnder, complexer, beweeglijker en minder (of beter: anders) door de natuurwetten ingeperkt dan de lijfelijkheid van stenen, chemische substanties of biologische lichamen.

4672. vreemd gedrag (1): onder vreemd gedrag reken ik het verschijnsel dat men met zijn verstand wegloopt van geliefde auteurs en er tegelijk niet in slaagt er emotioneel los van te komen. Ik weet dat Nietzsche in zijn radicale eenkennigheid om de haverklap de bal misslaat, maar hoe vaak sla ik Menselijk, al te menselijk niet open? Puur om te genieten. Ik hou van zijn durvend intellectualisme, zijn meeslepende retoriek en zijn vlammend taalvermogen. Ook Marx vind ik een prachtig, inspirerend schrijver. Toch kan je niet volhouden dat zijn ideeën nog veel levensvatbaarheid bezitten. Voor ons is hij, net als Freud, een goed essayist of een filosoof, wat ongeveer hetzelfde is.

4673. vreemd gedrag (2): blijkbaar kan iets een (intense, aanvaardbare en zelfs een prijzenswaardige) genieting veroorzaken en tegelijk niet bijdragen tot de waarheidsvinding of tot een verbetering van de maatschappelijke situatie. Zoiets is alleen een raadsel voor dat soort onlichamelijken dat geluk, voorspoed en maatschappelijk welzijn gelijkstelt met (wetenschappelijke) waarheid en van de strenge, ascetische methode voor het laatste de voorwaarde maken voor het eerste.

4674. the Old Guy: Paul Claes over Guy Mortier.


Old Guy

Hij was een rocker van het eerste uur,
Een fan van Elvis en Fats Domino.
Hij rockte voor de Vlaamse radio
En rolde in de rock-‘n-rollcultuur.

Lolbroekerij werd zijn tweede natuur,
Zijn basstem een bassso continuo.
Al stal zijn Grouchosnor de Poppollshow,
De olijkerd verveelde op de duur.

De linkse rakker werd reactionair,
De oude rocker zit ijl in de bol
Met een rollator in zijn rocking chair.

Hij trapt nu enkel nog Woestijnvislol
En hij verwart de Humo met de Flair.
Zijn lijfblad mist gewoonweg rock-‘n-roll

4675. een vermoeden bevestigd: nieuwe tijden brengen ondeugden met zich mee. In een periode van grote sociale welvaart (als de staat sloten geld besteedt aan zijn burgers, ook aan de machtelozen) schiet onvermijdelijk een distelige ondeugd omhoog: iedereen wil van dat staatsgeld zoveel mogelijk naar zich toetrekken. Omdat ik drie decennia leraar in een bisschoppelijk college ben geweest heb ik mij vaak afgevraagd waarom het bisdom van de scholen een huursom voor de gebouwen vraagt (waarvan ze voor een flink stuk de eigenaar is). Die huur wordt betaald met werkingstoelagen (geld van de staat voor het onderwijsproces en dus voor de leerlingen). Een deel ervan keert na een lange (verdachte) omweg terug naar de scholen, een (al te groot deel) blijft in het bisdom plakken en het is onduidelijk in hoeverre de sommen voor andere dan pedagogische doeleinden worden gebruikt. Het mistigst van alle bisdommen is dat van Hasselt, een stad waar de hooggemijterden nu blijkbaar meedansen in de daar in alle bestuurslagen zeer populaire tango van de goedverborgen financiële malversaties.

4676. overtroeven: als je buurman voor de tiende maal komt opsnijden over de steile carrière van zijn zoon overtroef hem dan met de volgende woorden: ‘Ik weet niet zeker of onze Karel zopas een extra bonus heeft gekregen maar hij rijdt plotseling rond met het laatste model Mercedes”.

4677. we zijn ons brein (3): de meest gangbare vorm van fysicalisme is het zogenaamde ‘non-reductionistische fysicalisme’. Hoewel men hierbij stelt dat materie echt het enige is wat er is beweert men desondanks dat het geestelijke aspect niet tot het materiële gereduceerd kan worden. Vergelijk het met een standbeeld: hoewel het volledig uit materie, bijvoorbeeld uit marmer, bestaat kun je de esthetische waarde toch niet reduceren tot marmer. Zo is volgens de non-reductionistische fysicalist ook het geestelijke non-reduceerbaar, al is het materie.

4678. ook het kapitalisme is divers: zoals alle menselijke fenomenen is ook het kapitalisme divers, gelaagd en samengesteld. Dit verklaart zijn onvoorstelbare plooibaarheid (een eigenschap die de eenheidsdenker Marx destijds zeer heeft onderschat). Daarover Ha-Joon Chang (professor economie in Cambridge, zie mijn literatuurlijst): “Kapitalisme komt voor in veel soorten en maten, wat impliceert dat het sterk kan worden aangepast. Vaak kan je experimenten met alternatieven in het kapitalisme incorporeren – coöperatieven en shareware op het internet zijn daar twee opvallende voorbeelden van. Het is niet omdat het huidige vrijemarktkapitalisme zeer grote fouten vertoont dat iedere vorm van kapitalisme moet worden afgewezen.”

4679. lepe praat: wie het huidige kapitalisme aanvalt moet leep te werk gaan. Hij moet zijn opponenten voor een flink stuk over de arm strijken, zoniet zullen die de criticus afschilderen als iemand die terugwil naar het gefaalde experiment van het communisme of als een hopeloze romanticus die denkt dat de wereld alleen maar kan draaien als iedereen weer in kleine gemeenschappen gaat leven. Voor een dergelijke, met een wil tot leepheid gezegende criticus is het boek van Ha-Joon Chang (zie nr. 4678 en zie foto) een onuitputtelijke bron van onweerlegbare (en vaak vermakelijke) argumenten.

4680. overtuigingskracht: een redenering ontleent een flink van haar overtuigingskracht aan haar vermakelijkheid, dit wil zeggen aan de lichtheid, aan de deugddoende afwezigheid van die dierlijke ernst die het denkvermogen van de gemiddelde wereldverbeteraar zo’n kwalijke geur geeft.

1 reacties:

  1. Een lange e-mail van mijn vriend Raf:


    In idee 4641 schrijf je dat Karel van het Reve o.m. Darwin in zijn hemd zette. Als je met deze bewering verwijst naar "Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes", dan moeten daar toch enkele kanttekeningen bij geplaatst worden.
    Dat essay begint met de toegeving dat Reve van Darwin NIETS heeft gelezen. Dat belooft al niet veel goeds, dunkt me. In het essay wordt maar één bioloog met name genoemd en dat is Maarten 't Hart. Zijn naam komt een tiental keer voor maar naar welk werk precies Reve verwijst is mij niet duidelijk.
    De kritiek van Reve gaat in deze trant: giraffen en zebra's leven in hetzelfde ecosysteem, dus waarom hebben zebra's dan ook geen lange hals? Met dit soort vragen maakt naar mijn bescheiden mening Reve eerder zichzelf belachelijk, maar goed. Het lijkt erop dat hij een voorloper is van de creationisten of ID-gelovers. Die komen ook altijd met dat soort vragen voor de dag, zoals: als wij van apen afstammen (!), hoe komt het dan dat er nog apen zijn? Hoe komt het dan dat er op dit moment geen mensenkinderen meer geboren worden uit apen? En dat soort onzin meer.

    Het toeval wil dat ik op dit ogenlik een kortverhaal van Tschechov aan het lezen ben. Daarin schrijft iemand een brief aan zijn buurman die hij verder niet kent, maar hij heeft van de pope gehoord dat die geleerde boeken schrijft en die pope heeft hem het een en ander verteld over inhoud van die geleerde boeken. Onze "intellectualistische" briefschrijver (zo noemt hij zichzelf) wil nu zijn buurman-professor op een paar essentiële fouten wijzen die in diens werk voorkomen, en baseert zich daarbij op zijn eigen intellectualistisch gezond verstand. (Die Prof = Darwin, die brievenschrijver = Reve, en de pope = 't Hart , die twee laatsten zeer verbaasd over elkaars gezelschap waarschijnlijk)

    Het spreekt vanzelf dat in dit verhaal uit 1880 de evolutieleer niet kan ontbreken. De pope heeft onze briefschrijver vertelt dat volgens onze geleerde heer de mens van de aap of aapachtigen zou afstammen.
    Daarbij valt het verstand van onze briefschrijver stil: hoe kan een prof zo stom zijn?

    Immers: als wij van de apen zouden afstammen, dan zouden we een staart hebben (als giraffen een lange hals hebben, dan moeten zebra's die ook hebben). Welnu: als wij een staart zouden hebben, dan zouden de zigeuners ons in kooien opsluiten en ons op kermissen en jaarmarkten ten toon stellen en dan zouden we moeten betalen om naar onszelf te mogen kijken. Dat kan dus niet.

    Nog sterker: als wij van apen zouden afstammen, welke man zou er dan nog verliefd kunnen worden op of zich zelfs maar aangetrokken kunnen voelen tot een vrouw, aangezien die naar aap zou stinken?

    Daar is toch alweer geen speld tussen te krijgen. En hoewel dat er niets mee te maken heeft: plotseling schiet mij te binnen dat de bijbel ook al met zo'n onwaarschijnlijk dwaas verhaal begint, waardoor een 'intellectualistische lezer' meteen begrijpt dat dit boek niet deugt. Ik denk hierbij natuurlijk aan het verhaaltje over Adam en zijn rib.
    Want zeg nu zelf, Jef: heb jij al ooit in je leven een vrouw gezien die zelfs uit de verste verte bekeken ook maar de geringste gelijkenis vertoont met een kotelet?

    (Als toemaatje: in "Het raadsel van de onleesbaarheid" bekent Reve ergens in het midden van die tekst dat hij ZELDEN OF NOOIT een werk over literatuurwetenschap heeft gelezen. Je vraagt je toch een beetje vertwijfeld af hoe hij dan over literatuurwetenschappelijke werken kan schrijven. Nu ja, Reve is uiteindelijk maar een entertainer natuurlijk, die in heerlijk Nederlands, in een prachtige stijl en met groot gevoel voor humor schrijft over niets.)

    BeantwoordenVerwijderen