maandag 19 december 2011

Mooischrijverij over niets



Over Karel van het Reve

Hieronder volgt een lange (en zeer interessante) reactie op een van mijn stukjes van de hand van mijn vriend Raf Ceustermans. Omdat de normale reactieruimte slechts 4000 tekens kan bevatten publiceer ik Rafs opvattingen hier in extenso.

Dag Jef

Ik heb nog eens geprobeerd te reageren op een van je ideeën maar blijkbaar heb ik ergens iets verkeerd gedaan, of misschien heb je me willen beschermen tegen mezelf, want die tekst is niet als commentaar in je Weerwerk verschenen.
Maar omdat ik die tekst nu eenmaal heb geschreven, stuur ik hem toch nog eens als e-mail. Dan ben ik er tenminste zeker van dat je hem ontvangen hebt.

In idee 4641 schrijf je dat Karel van het Reve o.m. Darwin in zijn hemd zette. Als je met deze bewering verwijst naar "Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes", dan moeten daar toch enkele kanttekeningen bij geplaatst worden.

Dat essay begint met de toegeving dat Reve van Darwin NIETS heeft gelezen. Dat belooft al niet veel goeds, dunkt me. In het essay wordt maar één bioloog met name genoemd en dat is Maarten 't Hart. Zijn naam komt een tiental keer voor maar naar welk werk precies Reve verwijst is mij niet duidelijk.

De kritiek van Reve gaat in deze trant: giraffen en zebra's leven in hetzelfde ecosysteem, dus waarom hebben zebra's dan ook geen lange hals? Met dit soort vragen maakt naar mijn bescheiden mening Reve eerder zichzelf belachelijk, maar goed. Het lijkt erop dat hij een voorloper is van de creationisten of ID-gelovers. Die komen ook altijd met dat soort vragen voor de dag, zoals: als wij van apen afstammen (!), hoe komt het dan dat er nog apen zijn? Hoe komt het dan dat er op dit moment geen mensenkinderen meer geboren worden uit apen? En dat soort onzin meer.

Het toeval wil dat ik op dit ogenlik een kortverhaal van Tschechov aan het lezen ben. Daarin schrijft iemand een brief aan zijn buurman die hij verder niet kent, maar hij heeft van de pope gehoord dat die geleerde boeken schrijft en die pope heeft hem het een en ander verteld over inhoud van die geleerde boeken. Onze "intellectualistische" briefschrijver (zo noemt hij zichzelf) wil nu zijn buurman-professor op een paar essentiële fouten wijzen die in diens werk voorkomen, en baseert zich daarbij op zijn eigen intellectualistisch gezond verstand. (Die Prof = Darwin, die brievenschrijver = Reve, en de pope = 't Hart , die twee laatsten zeer verbaasd over elkaars gezelschap waarschijnlijk)

Een paar voorbeelden.
Die geleerde heer heeft ergens geschreven dat het goed mogelijk is dat er ook buiten de aarde menselijk leven voorkomt, bijvoorbeeld op de maan.
Onze Russische Reve snoert hem met de volgende onweerlegbare redenering de mond:

Mensen kunnen niet leven zonder water. Welnu, de regen valt altijd naar beneden OP aarde en nooit naar boven, naar de maan. Er is dus op de maan geen water en leven is er niet mogelijk.

Leve het gezond verstand!

Die prof geeft in een ander boek een moeilijk uitleg over hoe het komt dat in de winter de dagen korter zijn dan in de zomer.

Allemaal onzin natuurlijk. De dagen zijn in de winter gewoonweg korter omdat ze krimpen van de kou.

Maar het spreekt vanzelf dat in dit verhaal uit 1880 de evolutieleer niet kan ontbreken. De pope heeft onze briefschrijver vertelt dat volgens onze geleerde heer de mens van de aap of aapachtigen zou afstammen.
Daarbij valt het verstand van onze briefschrijver stil: hoe kan een prof zo stom zijn?

Immers: als wij van de apen zouden afstammen, dan zouden we een staart hebben (als giraffen een lange hals hebben, dan moeten zebra's die ook hebben). Welnu: als wij een staart zouden hebben, dan zouden de zigeuners ons in kooien opsluiten en ons op kermissen en jaarmarkten ten toon stellen en dan zouden we moeten betalen om naar onszelf te mogen kijken. Dat kan dus niet.

Nog sterker: als wij van apen zouden afstammen, welke man zou er dan nog verliefd kunnen worden op of zich zelfs maar aangetrokken kunnen voelen tot een vrouw, aangezien die naar aap zou stinken?

Daar is toch alweer geen speld tussen te krijgen. En hoewel dat er niets mee te maken heeft: plotseling schiet mij te binnen dat de bijbel ook al met zo'n onwaarschijnlijk dwaas verhaal begint, waardoor een 'intellectualistische lezer' meteen begrijpt dat dit boek niet deugt. Ik denk hierbij natuurlijk aan het verhaaltje over Adam en zijn rib.
Want zeg nu zelf, Jef: heb jij al ooit in je leven een vrouw gezien die zelfs uit de verste verte bekeken ook maar de geringste gelijkenis vertoont met een kotelet?

Met vriendelijke groet en duizend luizenverwijderende apenlikjes

Raf

(Als toemaatje: in "Het raadsel van de onleesbaarheid" bekent Reve ergens in het midden van die tekst dat hij ZELDEN OF NOOIT een werk over literatuurwetenschap heeft gelezen. Je vraagt je toch een beetje vertwijfeld af hoe hij dan over literatuurwetenschappelijke werken kan schrijven. Nu ja, Reve is uiteindelijk maar een entertainer natuurlijk, die in heerlijk Nederlands, in een prachtige stijl en met groot gevoel voor humor schrijft over niets.)

0 reacties:

Een reactie plaatsen