maandag 30 januari 2012

Het precieze gebruik (4781 - 4800)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4781 – 4800)

4781. de SP zal de premier leveren (Nederland): nu de nogal radicaal linkse SP volgens de Nederlandse peilingen een meerderheid kan halen (dertig zetels, waarvan zeven ten nadele van de schreeuwlelijkerd Wilders), begint onmiddellijk een weldoordachte haat- en lastercampagne. Men leze daarvoor het weekblad Elsevier (gratis beschikbaar op internet) dat een aantal scheldjournalisten in dienst heeft die niet opvallen door hun rationele argumentatie en zeker niet door empathie voor de zwakkere medemens. Voor onze ogen ontwikkelt zich een historische testcase, waarvan de afloop ( op basis van allerlei precedenten) voorspelbaar is: onder geen beding zal een sterk linkse partij aan de macht mogen komen.

4782. de laatste neologismen: een dwergbelg; een recente tegelspreukkampioen; een onderwerp dat door anderen al helemaal is afgegraasd; hij is een dokter zonder recept, je weert niet waarvoor hij staat; de neuromonomanie van Dirk Swaab; de Vlaamse slaven van het slijk (beoefenaars van cyclocross); een zakzwitser (een zakformaat reiswekkertje met fm-radio en bluetooth erin); een smaakbarbaar (vraagt in alle restaurants naar ketchup); een deel van het modejournaille heeft de hakken aan de wilgen gehangen en beweegt zich opnieuw voort op platte schoenen; de concurrentiestrijd onder vrouwen om de mooiste kip te zijn; hapklare meisjes; een faim fatale (na een fietsrit van 150 km zonder stoppen).

4783. conservatieve krachten: de socialistische vakbond ABVV pakt uit met een reeks cijfers waaruit blijkt dat ons land het de afgelopen jaren helemaal niet zo slecht deed. “Niet wij, maar zij die dat model willen afbouwen zijn conservatief. Zij willen ons terug katapulteren naar vroeger”, zegt ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw.

4784. het eenkennigste mantra van de media: we moeten x want er is de crisis y.

4785. de getemde mediagebruikers: Zdenêk Urbánek, een Tsjechische dissident die onder het juk van de Sovjets leefde, schreef jaren geleden het volgende: “In een dictatuur zijn we op één vlak beter af dan in het Westen. We geloven niets van wat we in de kranten lezen en niets van wat we op televisie zien, want we weten dat het propaganda en leugens zijn. In tegenstelling tot jullie in het Westen, hebben we geleerd tussen de regels te lezen en voorbij de propaganda te kijken, want we weten dat waarheid immer subversief is.”

4786. de verzwegen waarheid: Willem De Rycker en Nick Lodewyckx op De Wereldmorgen.be: "De Ierse journalist Vincent Browne heeft deze week aan Klaus Masuch van de Europese Centrale Bank (ECB) een zeer terechte vraag gesteld: of hij "het Ierse volk eens kon uitleggen waarom het miljarden euro's aan Europese banken moet betalen als schadeloosstelling voor ongegarandeerde obligaties, waar de gewone Ier niets mee te maken heeft". Dat is een vraag die al enkele jaren prangt, maar tot nog toe zelden of nooit gesteld is. Toch door onze media niet. Misschien kan men een voorbeeld nemen aan Browne. Dat Masuch met zijn mond vol tanden stond, was als antwoord genoeg. In december 2011 beweerde een Vlaamse krant dat wij volwassen moeten worden. Ik zeg dat we moeten stoppen met kind zijn. Gedaan met de paplepel, geef ons de waarheid, en niets dan de waarheid. Genoeg is genoeg".

4787. linkse en rechtse belangengroepen: de vakbonden en hun acties mogen nadelen hebben en schade berokkenen, toch is de universele rampspoed die door hun opponenten werd en wordt veroorzaakt honderd malen erger dan de schadelijke nasleep die als onbedoelde, maar onvermijdelijke gevolgen kleven aan de acties van de eerste groep.

4788. prachtige landschappen: op een fietstocht las ik op een bord naast de weg allerlei informatie over de Haspengouwse 'terra fecunda'. Ach, dacht ik, uiteraard kan men daar niet afdrukken dat die inderdaad weelderige aarde, die ieder jaar zoveel vruchten voortbrengt, ook de meest verscheidene voorwerpen en zowel levendige als dode wezens in zich opzuigt, een veelarmige, overal om zich heen grijpende poliep, die uiteindelijk alles wat in de omgeving vliegt, kruipt of rondloopt tot stilstand brengt, overwoekert en voor altijd het zwijgen oplegt.

4789. de fraudebestrijding: iedere maatregel die de overheid nu neemt om de fraude te bestrijden is een laattijdige remedie tegen een toestand die eerst door haar (actief of passief) werd gecreëerd. Wat nu (terecht en eindelijk!) het odium krijgt van frauduleuze acties was tot voor kort het belangrijkste item in de verkiezingspropaganda van liberale politici, bijvoorbeeld van Minister Reynders, destijds de nationale Nepminister van Financiën die voor zijn destructieve invloed op de belastingsinning in de nieuwe regering werd beloond met het Ministerschap voor Buitenlandse Zaken.

4790. de groeiende inkomenskloof: Obama heeft het zopas de Amerikanen bijzonder duidelijk gemaakt hoe die kloof steeds maar breder wordt. Het zal in Amerika helaas niet helpen zoals dit soort uiterst correcte demonstraties ook hier op een muur van onwil zal botsen en op het met allerlei oneigenlijke redenen omklede eigenbelang van de groepen die gekleed zijn in indrukwekkende, krijtstrepen pakken.

4791. dappere politici: echte aristocraten betalen geen belasting, zijn straffeloos en maken hun vetbetaalde banen erfelijk. Wat hun gebrek aan verantwoordelijkheid (en dus hun straffeloosheid) betreft, daarvan kon je deze dagen in de krant weer een mooi voorbeeld aantreffen. Volgens commissievoorzitster Marghem (bedoel is de Dexia-onderzoekscommissie) is ex-premier Leterme nog niet ingegaan op de uitnodiging van de commissie om tekst en uitleg te komen geven. De Nederlandse eurocommissaris Neelie Kroes heeft dan weer laten weten dat ze niet wenst te komen. Nochtans ging ze recent wél in op een gelijkaardige uitnodiging van het Nederlandse parlement, aldus Marghem. En wat de continuering-ondanks-vermindering van hun weddes betreft: "De verlaging met 5 procent van de salarissen en representatiekosten van de federale ministers wordt bijna volledig gecompenseerd door de twee overschrijdingen van de spilindex die dit jaar worden verwacht".

4792. eindelijk: het failliet van de geitenwollensokkenpsychologie blijkt uit de recente idee (experimenteel geverifieerd door de Amerikaanse psycholoog Brad J. Bushman) dat het vakkundig uiten van een emotie dat gevoel niet tempert. Zwijgen en verdringen zijn zeker zo effectief.

4793. een onmogelijke ideaal: het is een onuitroeibaar verlangen, zeker bij nadenkende mensen, zo in jezelf te rusten, zo stevig op je eigen benen te staan dat je meer op je zelfgemaakte mening betrouwt dan op die van belangrijke anderen. Helaas zijn bij een gebrek aan echt belangrijke anderen (dit wil zeggen aan echt deskundige omstaanders) alle in de omgeving aanwezige personen belangrijk en bovendien is ons zelfvertrouwen zo gering dat we blijvend op onze naasten leunen, zelfs als we het in een bepaald geval veel beter op de hoogte zijn.

4794. consumptieve domheid: in het lijstje van moderne ondeugden is er een die een voorkeursbehandeling verdient. Bij de fans van de Apple-produkten bijvoorbeeld ontbreekt de nuance: zij kunnen of willen de fouten van hun held Steve Jacobs niet zien. Dit bepaald niet brandschone bedrijf (de werknemers in een Chinees bedrijf maken Apple-onderdelen in wraakroepende omstandigheden) heeft nog steeds een onfeilbaar imago. Dit soort consumptieve volgzaamheid of produktidolatrie verdient een nauwkeurige analyse. Allerlei gemoedsbewegingen, nog veel meer listen van de wil en een gecompliceerde leugenachtigheid van het denken komen erin samen.

4795. de poëzie: wil ze in waarachtigheid overleven dan dient ze ver van de markten te blijven en van het gebazel dat daar de dienst uitmaakt. Als een proeftuin voor het leven kan ze zelfs aan de markt tegengestelde gedachten, stemmingen en houdingen uitproberen of nog beter, de eerste, wazige contouren van een levensstijl tekenen die ook die negatieve binding volledig overstijgt.

4796. gedichtendag: ik hou niet van de gevoelstoon van dit fenomeen. Vooreerst geeft het aanleiding tot allerlei getallensomberte (de poëzieverkoop is met 57% gedaald in de laatste vijf jaar en deze vorm van literaire kunst krijgt steeds minder ruimte in de bibliotheken) en daarenboven zit er in een term als 'gedichtendag' iets sentimenteels, iets kleuterjuffrouwachtigs, iets amateuristisch. Het is hoog tijd dat de poëzie opnieuw professioneel wordt beoefend én gelezen, dit wil zeggen door in het leven en het denken gestaalde individuen die daarbij hun nieuwsgierigheid en hun nood aan nieuwe, meer avontuurlijke kennis niet zijn kwijtgespeeld.

4797. de humuslaag van de ziel: de columnist Bas Heijne in Vrij Nederland: "Ik schrijf ook over boeken. Ik merk hoe heerlijk ik het vind om boeken te lezen die ik niet hoef te bespreken. Juist daardoor ontstaat een humuslaag waar je bij het recenseren veel aan hebt".

4798. petieterige stukjes: dezelfde Bas Heijne verwoordt zeer treffend hoe ik mezelf gewaarword als ik minuscule stukjes schrijf over wat er op dat moment in de wereld en de media gaande is: "Columns schrijven is voor mij ook een remedie om niet in apathie weg te zakken. Je wordt gedwongen om contact te blijven houden met wat er om je heen gebeurt. Het geeft me het gevoel dat ik bestá. In die actualiteit, dat gewoel en dat gekissebis, verzamel ik mijn buit die ik meesleep naar mijn hol. En in dat hol maak ik er iets van dat dieper graaft dan de actualiteit zelf".

4799. firmawagens: Lieven Scheire schreef een aardig gedichtje in DS Weekblad:

Ze pendelen met auto's naar hun werk
En kijken naast zich met jaloerse ogen
Naar fietsers en hun uithoudingsvermogen
Een firmawagen maakt niet fit of sterk

Eens thuis kruipen ze voor de televisie
Ze hebben immers een salonconditie

4800. de gezondheidseconoom: dat een dergelijke econoom niet zo gezond is als zijn naam suggereert blijkt wel uit het volgende. Jaarlijks plegen tweeduizend Belgen zelfmoord. Vijfentwintigduizend proberen het. Volgens de ijskoude berekening van de gezondheidseconoom kost dat alles de Vlaamse economie per jaar 600 miljoen euro. Zijn conclusie is: "We moeten dringend het aantal zelfmoordpogingen terugdringen om een economisch probleem te voorkomen". Helaas is wanhoop niet te koop en wat erger is: een flink stuk van die wanhoop is heel zeker door economen en hun betaalheren veroorzaakt.

donderdag 26 januari 2012

Mensbeelden (2)


Het gelaagde en conflictueuze karakter van mensbeelden

In het eerste deeltje van dit essay gaf ik een definitie van mensbeelden en ik besloot dat ze zowel innerlijk als uiterlijk conflictueus van aard zijn. Om verscheidene redenen geldt dit vooral voor moderne mensbeelden.

Omdat een mensopvatting een met de omstandigheden wisselende afdruk is van de menselijke aard zijn er nog andere wijsgerig-anthropologische redenen die de eenheid van het mensbeeld in de weg staan en dat vooral in de moderne tijd. Traditionele of de daarmee concurrerende innovatieve mensbeelden binnen onze cultuur kunnen identieke trekken vertonen, elkaar overlappen en beïnvloeden, maar zullen doorgaans op belangrijke punten van elkaar verschillen. Een eerste reden daarvoor is de onverenigbaarheid van onze belangrijkste waarden. De tweede is de dialectiek tussen enerzijds onze actieve wil om te bestaan en anderzijds ons ‘verlangen naar de val’ , dit wil zeggen een verlangen naar onderwerping, om onweerstaanbaar meegevoerd te worden door innerlijke of uiterlijke krachten, een tweeledigheid die in de moderne tijd ongemeen wordt verscherpt.

Velen geloven nog vandaag dat ons leven een convergerende doelgerichtheid bezit en dat allerlei waarden in één cultuur en zelfs die in verschillende culturen naar een universeel, eenvormig centrum verwijzen en dat alle culturen in die richting evolueren. Volgens Isaiah Berlin (zie foto) daarentegen is het onmogelijk onze belangrijkste waarden op één noemer te brengen. Deze auteur laat zien dat het ideaal van absolute gelijkheid niet rijmt met dat van absolute rechtvaardigheid, dat een wetenschappelijke theorie niet persé waar is omdat ze ook mooi is of ethisch veelbelovend. Volledige vrijheid voor de wolven betekent de dood voor de lammeren.

Daarover zegt Isaiah Berlin: "Deze botsingen tussen waarden zijn inherent aan het wezen van waarden en aan het wezen van de mens. Als ons wordt verteld dat die tegenstrijdigheden zullen worden opgeheven in een volmaakte wereld waarin alle goed dingen in principe met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht, dan moeten wij degenen die ons dat vertellen antwoorden dat de betekenissen die zij geven aan de benamingen waarmee voor ons die tegenstrijdige waarden worden aangegeven, niet de onze zijn. Wij moeten zeggen dat een wereld waarin volgens ons onverenigbare waarden niet strijdig met elkaar zijn, ons voorstellingsvermogen volkomen te boven gaat; dat principes die in die andere wereld met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht niet behoren tot de principes waarmee wij in het dagelijkse kleven vertrouwd zijn; als ze worden veranderd, dan is dat in begrippen die ons op aarde niet bekend zijn. Maar wij leven op aarde, en híer moeten we in iets geloven, en handelen. (…) Ik kan slechts zeggen dat al diegenen die op zo’n gerieflijk bed van dogma’s rusten het slachtoffer zijn van een vorm van zelfopgelegde kortzichtigheid, met oogkleppen die dan misschien wel tot tevredenheid leiden, maar niet tot inzicht in wat het betekent mens te zijn".

Het inzicht in de onverenigbaarheid van onze meest wezenlijke doelstellingen moest worden veroverd op de Verlichting, die, zoals men weet, uitging van de idee van een natuurlijke orde, innerlijk harmonieus en in principe kenbaar. Berlin ziet in deze van oorsprong Platonische opvatting drie elementen: ten eerste dat op elke vraag slechts één juist antwoord kan (en moet) bestaan; ten tweede dat er ergens een betrouwbare methode beschikbaar is die naar dit antwoord voert; tenslotte dat alle juiste antwoorden op belangrijke vragen per definitie met elkaar harmoniëren. Die elementen typeren niet alleen de Verlichting, ze zijn drie pijlers van de Westerse cultuur, maar ze worden in de zeventiende en vooral in de achttiende eeuw op een bijzondere wijze getransformeerd. Deze drie veronderstellingen poneren een eenheid die niet bestaat. Ze transformeren de wereld tot een geordende entiteit die ook voor de mens harmonie belooft. Daardoor maken ze in principe onze cognitieve, zingevende en sociale activiteiten makkelijker dan ze in feite zijn, want hoewel we daarbij op vele hindernissen stoten, die zullen niet voor altijd in onze weg blijven staan. Daaruit blijkt dat zelfs onder de ‘verlichte’ opvattingen een (verdunde) variant van de idealistische verleiding aan het werk is, een zwakke echo van de veel oudere mythische denkstijl, die, zoals we nog zullen zien, daarmee een familieverwantschap vertoont.

Al vlug raakte het geloof in een natuurlijke orde in diskrediet door de drie moderne revoluties: de Franse, de industriële en de romantische omwenteling. De conservatieve of revolutionaire mensbeelden, die na de drie omwentelingen ontstaan, zijn zonder meer een reactie daarop. Berlin acht de romantische revolutie ongemeen belangrijk, als een beslissende bijdrage aan het moderne mensbeeld. De radicale romantici zagen immers in de bevestiging van chaos, beweging en allerlei vormen van verdeeldheid de voorwaarde voor een waarachtige, volstrekt gesubjectiveerde creativiteit. De heroïsche, radicale en vaak extreem eenzijdige toon in het werk van sommige moderne cultuurcritici vindt zijn verklaring in hun romantische inspiratie. Hun mensbeelden dragen daarvan de stempel. Hoewel er over tijd heen gemeenschappelijke trekken te ontwaren zijn, toch zijn ze in de eerste plaats persoonlijke scheppingen, veelvormig en onderling tegengesteld. Van een configuratie van waarden is geen sprake meer.

Vervolgens gaat met de moderniteit een merkwaardige verbreding van onze geestelijke en materiële reikwijdte gepaard: het ego, in de eerste plaats dat van intellectuelen, betrekt zich niet meer alleen op de eigen omgeving of persoonlijke belangen, het voelt zich in toenemende mate verantwoordelijk voor het wel en wee van de eigen klasse, de staat, het eigen volk, de proletariërs, de nationale en zelfs de Europese cultuur. Die geestelijke horizonsverruiming (die paradoxalerwijze het pendant is van de inkrimping van tijd en ruimte, bijvoorbeeld van de ontwikkeling van het spoorwegennet, de uitvinding van de auto en de toenemende invloed van de massamedia) legde een nieuwe last op de schouders van een steeds maar groeiende groep mensen. Het werd moeilijker zich in die verbrede ruimte te oriënteren en daarin zinvol op eigen kracht te handelen. Het is dan ook geen wonder dan de verleiding tot een passieve levenstijl, die volgens Ricoeur verwantschap vertoont met de inertie in de fysische wereld, onder druk van die lastenverzwaring aanzienlijk in kracht toenam. De Franse filosoof noemt ons verlangen om niet te zijn misschien wel onze diepste passie. In ieder cogito zijn er van nature inerte, passieve krachten waarop de vrijheid zichzelf moet veroveren. Ricoeur onderstreept hoe de passies leiden tot een soort mauvaise foi, een excuus, waarin het tot vrijheid geroepen subject zijn vrijheid opgeeft en zich daarbij beroept op een onoverkoombare fataliteit: het beweert dat het niet anders kan dan te buigen voor sterke machten van binnen of buiten. In vele moderne mensbeelden is dat verlangen naar passiviteit aanwezig, zowel in een heroïsche als in een mildere variant. In de heroïsche variant lost het vrije cogito zich op in de stuwkracht van een of andere passie (bijvoorbeeld het extreme nationalisme), waarbij het zich gewillig laat transformeren tot een automaat. Daarbij ervaart het nochtans een gevoel van verlossing, een vreugdevolle, soms bijna extatische bevrijding door de volkomen overgave aan een enthousiasme dat de noodzaak van doordachte, weloverwogen beslissingen uit de weg ruimt.

De door conservatieven vurig bestreden en door romantische naturen extatisch verheerlijkte waardepluriformiteit (die neerkomt op een ontkenning van ons verlangen naar eenheid) én de dialectiek tussen onze actieve bestaanswil en onze natuurlijke en door de moderne omstandigheden erg versterkte passiviteit spelen een rol in de constructie van vele (conservatieve of revolutionaire) mensbeelden in de negentiende en de twintigste eeuw. Hun ontwerpers mengen beide tegenstellingen in allerlei verhoudingen en in verschillende intensiteiten door hun creaties, wat een bijdrage levert aan de gespannen samengesteldheid en verdeeldheid daarvan. Met het oog op dit alles kan men beseffen hoe complex het mensbeeld is en hoezeer de interpreet, die ze aan een onderzoek onderwerpt, zijn hermeneutische messen zal moeten slijpen om de wisselende krachtsverhoudingen tussen al die lagen en samenstellende delen correct in te schatten.

Die inwendige gelaagdheid geeft een mensbeeld van binnen uit de gestalte van een dynamisch, soms zelfs conflictueus geheel. Toch is het vooral de uitwendige relatie met de historische cultuur die mensbeelden veranderlijk maakt. Een voor de hand liggend voorbeeld is de ondergang van de verzuiling in Nederland, waarvoor Kwant een aantal oorzaken opsomt. Een wat breder voorbeeld is de overgang van het mythische naar het kritische denken die beide hun eigen type mensbeelden produceren.

(wordt vervolgd)

zondag 22 januari 2012

Het precieze gebruik (4761 - 4780)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4761 – 4780)

4761. het moderne liberalisme: het vroegere liberalisme dat vooral persoonlijke vrijheid voorstond is spoorloos verdwenen. Het zootje ongeregeld dat zich tegenwoordig liberaal noemt is ongenadig bezitterig (dat levert geld op) én racistisch (dat zorgt voor stemmen) én als het al niet conservatief christelijk is (Amerika is altijd het voorbeeld, want dat is goed voor zowat alles) dan is het in ieder geval ideologisch zo onliberaal dat het zelfs de staat met de grofste dreigementen dwingt hun privézaakjes tot hun voordeel te regelen.

4762. de laatste neologismen: de stijl van Hugo Camps als een geval van contrareformatorische barok (Benno Barnard); de kunstenaar als een beklagenswaardig persoon die vanuit de kookpot preekt tot de kannibalen (idem); het zeer mediatieke kielhalen van de laffe kapiteitn Schettino; appsolutely fabulous (over Chrome van Google); desperadojournalistiek vol van semantische vervuiling (een term van Leo Neels); de belazertrucs van de politici.

4763. een gedurfde waarheid: Bruno Tobback: 'Misschien moet de minister van Financiën maar foto's van de bestuurders van de banken op de achterkant van de belastingbrieven zetten. Dan weten de mensen waarvoor ze zoveel belastingen betalen.'

4764. de waarheid over de Erasmusstudentenuitwisselingen: actrice Lien Van de Kelder in Knack: 'Hoe vlotter je Frans sprak op examens, hoe moeilijker de vragen werden. Na een tijdje maakten we met opzet taalfouten. Zo waren we er snel vanaf en hadden we toch de beste punten.'

4765. kunst: ze is ook en misschien in de eerste plaats een oefenmatch tegen het noodlot.

4766. een inzicht: we zijn allen terminaal en daarom is iedere dode een appèl, een aansporing om vurig te leven, om intens te grijpen naar alles wat zich aandient.

4767. de geslaagde begrafenis: een gelegenheid waarbij je kan voelen: er hangt hier veel liefde in de lucht, verbondenheid, dat het tijdverlies is je te ergeren aan details, dat je het leven opnieuw bij de navel wil pakken.

4768. twee vragen: is het voldoende voor een goede zaak te staan om een goed mens te zijn? Ben je slecht omdat je opportunistische keuzes maakt?

4769. een artistieke voorkeur: omdat er op dit moment in de Royal Academy in Londen een prachtige tentoonstelling loopt over het werk van David Hockney rijst de vraag waarom ik soms - zoals zoveel mensen - dit kleurrijke oeuvre verkies boven de rauwe, realistische kunst van bijvoorbeeld Francis Bacon. Hockney weet te bekoren met zijn bijna sprookjesachtige kleuren, zijn altijd harmonieuze (maar zeer complexe) vlakvulling en in zijn recente werken door het erg aantrekkelijke thema van de zuivere natuur. Veel meer dan wij het beseffen of toegeven zijn we nog altijd romantici en dan nog van het simpelste soort (bijgekleurde dromen zijn veel aangenamer dan de werkelijkheid). Dit betekent dat onze behoefte aan desnoods imaginaire troost groter is dan die aan rationeel inzicht. Gelukkig hoeven we niet definitief te kiezen tussen Hockney en Bacon: alnaar het ons uitkomt kunnen we de voorkeur geven aan één van beiden of - wat een wat moeilijker, maar geen onmogelijk en evenmin een minderwaardiger werkstuk is - aan beiden tezamen.

4770. een nieuwe volkswil (1): De SP zou, als er nu (week van 22 januari 20123) verkiezingen werden gehouden, 32 zetels krijgen. Dat is 2 meer dan vorige week (15 januari 2012). De VVD staat op 30 zetels, net als vorige week. Sinds half december heeft de SP 7 virtuele zetels gewonnen. De PVV heeft de afgelopen maand juist 7 zetels in de peiling verloren. De partij van de helmboswuivende Wilders staat op 20 zetels, het laagste niveau sinds het aantreden van het kabinet in oktober 2010. De ophef rond diens kritiek op de hoofddoek van de Koningin en het Limburgse Statenlid Cor Bosman, dat een collega uitmaakte voor ‘uitgekotst stuk halalvlees’, doet de partij geen goed.

4771. een nieuwe volkswil (2): vooreerst blijkt uit wat voorafging dat de linkse partijen de laatste jaren flink achteruitgingen omdat ze niet links genoeg waren. Vervolgens zal blijken dat de linkse volkwil, heel anders dan de rechtse, niet zal worden getolereerd (en merkwaardigerwijze vooral niet door het eenvoudige volk).

4772. Muyters gedraagt zich als een echte NV-A-Waal: Van Besien op de radio: "Bovendien zet Muyters als minister van Begroting de schulden buiten de balans. Vlaanderen doet dus aan schuldopbouw zonder dat het zichtbaar is. Muyters zal de Vlamingen geld kosten."

4773. oneigentijdse problemen: Benno Barnard op zijn blog in Knack: "We schrijven september 2002. De torens in New York zijn al omgevallen, maar wij zijn tijdens deze reis de ineenstorting van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie nog aan het verwerken. Deze bezigheid voert ons nu van Boekarest naar de Boekovina, een uithoek waar de wieg van Joseph Roth en na de wereldoorlog ook die van Paul Celan stond".

4774. het geloof: het ergste aan het geloof zijn de andere gelovigen. Ofwel zijn ze te braaf, hebben ze geen humor of neigen ze naar fanatisme. Bovendien zijn ze er allemaal toe gedoemd door hun levenspraktijk hun hooggestemde idealen te verkrachten. Dit geeft aanleiding tot een soort jezuïtisch gedraai en gekonkel waarvoor de term 'leugenachtig' al te simplistisch en vooral te kinderlijk klinkt.

4775. de literatuur: Jeffrey Eugenides: "Zij is een onderzoek naar het leven van de auteur en dat van andere mensen. Schrijven houdt je alert over je leven, net als lezen. De literatuur heeft iets van zen, waardoor zij de beste meditatietechniek is: je bent aanwezig in het moment".

4776. soevereiniteit: niemand weet precies wat het is, maar als je die niet koestert, pleeg je in Nederland zo ongeveer landverraad. In België is dat minder het geval omdat niemand kan uitmaken welke van de zes regeringen van dat piepkleine landje daarvan nu eigenlijk de drager zou dienen te zijn.

4777. gedrochten: zelden stellen we ons gedrochten voor in de vorm van onze ergste vijanden. Zelfs in onze ingebeelde ervaringen van horror zijn we voor hen op onze hoede. In vergelijking met hen is een gedrocht een mak lammetje.

4778. kerken: in Nederland gaan wekelijks gemiddeld twee kerken dicht. Als die trend doorzet zijn er in 2050 geen protestantse en in 2075 geen katholieke kerken meer.

4779. je identiteit: volgens Grunberg veel makkelijker te vernieuwen dan de schoonheid van je lichaam.

4780. het kleine ik: welke plaats nemen wij mensen in de wereld in? Als antwoord op deze vraag spreekt Rutger Kopland van een fundamentele eenzaamheid. We worden omringd door nacht, stilte en leegte. Er is sprake van één groot komen en gaan, waardoor wij op deze wereld slechts passanten zijn. De dominante factor is verlies, de constante terugkeer van het afscheid, het verdwijnen van alles en iedereen. Dit alles leidt met veel vallen en opstaan veeleer tot berusting dan tot constant verdriet.

' … wereld zeg ik waarom deze eenzaamheid
maar de vraag is het antwoord, ik
moet dit opgeven, dit opnieuw beginnen.'

Christopher Hitchens


De geboren dwarsligger

Ik druk hieronder enkele fragmenten af die Carel Peeters schreef naar aanleiding van de dood van de Engelse polemist. Het artikel, waaruit ik citeer, verscheen in Vrij Nederland (07 januari 2012).

Hitchens stond bekend als nogal eigengereid, maar zijn vrienden hadden daar kennelijk weinig last van. Ian McEwan verbleef de afgelopen maand een paar dagen bij hem in een wolkenkrabberziekenhuis in Houston. Dat betekende, schrijft hij in The Guardian, onafgebroken met hem praten en argumenteren. Hitchens spraakwaterval, hoe ziek hij ook verder was, mankeerde niets. Of ze zaten samen te lezen, of er werd voor hem een bureau geïmproviseerd zodat hij zijn stuk (zijn laatste) over de nieuwe biografie van de katholieke schrijver G.K. Chesterton kon schrijven.

Simon Schama schrijft in The Daily Beast (de website-krant die genoemd is naar een krant in Scoop, de roman van Evelyn Waugh, een schrijver die zich in Hitchens gratie mocht verheugen), over de polemisten-traditie waar Hitchens toe behoort: "If he was spiky, it was sharpness with pedigree: Swift, Paine, Hazlitt, Orwell". Over Thomas Pain, de Engelse onafhankelijke politicus die de Amerikaanse revolutie mede mogelijk maakte en schrijver van Rights of Man, schreef hij een boek. Ook over Orwell. Van William Hazlitt leerde hij het genoegen van het haten uit diens essay The pleasure of hating.

Hitchens haatte de sentimentaliteit van links, de intriges en buitenlandse politiek van Henry Kissinger, de valse liefdadigheid van Moeder Teresa en de politiek en moraal van Bill Clinton. Met Margaret Thatcher had hij een haat/liefde verhouding. Haar politiek kon hij niet uitstaan, maar hij vond haar wel sexy, een aanbeveling waar Anthony Burgess ook helemaal geen moeite mee had toen hij eens portret over haar schreef in The Sunday Times. Hitchens was bevriend met Ayaan Hirshi Ali. Ook hij streed tegen het islam-fascisme.

God haatte hij misschien niet, maar hij had wel een grote hekel aan hem, zoals blijkt uit zijn boek God is niet goed. Sinds dat boek wordt Hitchens in één adem genoemd met de drie andere overtuigde goddelozen: Richard Dawkins, Daniel C. Dennett en Sam Harris, samen ook wel De Nieuwe Atheïsten of The Four Horseman of the Apocalypse genoemd. Hij werd ook de samensteller van een bloemlezing met de beste stukken over goddeloosheid: The Portable Atheist.

Op zijn beurt werd Hitchens weer gehaat door Alexander Cockburn. In zijn tijdschrift met de toepasselijke titel Counterpunch herinnert die er aan dat Hitchens op de avond voor de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 in het Witte Huis was en daar een cheerleaderspeech hield die de warme instemming had van George Bush. Cockburn deelt hem in bij de neocons, de neoconservatieven. Hij was volgens Cockburn 'an instinctive flagwaggerer', een Amerikaan geworden Engelsman die meer patriot was dan de patriotste Amerikaan.

Bij zo'n dwarsligger als Hitchens is het niet vreemd dat zelfs zijn vrienden wel eens hun wenkbrauwen optrokken. Timothy Garton Ash beviel het niet dat Hitchens pas na zijn dood Isaiah Berlin ging aanvallen. Cockburn wordt misselijk bij de herinnering aan de aanval die Hitchens deed op Edward Said terwijl hij wist dat die aan het doodgaan was ('one awful piece of opportunism').

Het interessantste aan Hitchens is natuurlijk dat hij zijn grillige, onverwachte kanten had (volgens Blake Morisson had hij Januskop). Het feit dat hij in Oxford al een dubbelleven leidde heeft in de rest van zijn leven doorgewerkt. Hij was een trotskistisch socialist die altijd voorop liep bij demonstraties. Maar als voorzitter van de studentenvereniging The Oxford Union werd hij geregeld uitgenodigd aan te zitten aan diners van de hogere klasse, gelegenheden waaraan hij zich aanpaste als een geboren kameleon.

(...)

donderdag 19 januari 2012

Het precieze gebruik (4741 - 4760)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4741 – 4760)

4741. Europese variaties: de makken en de Makken, zeuro’s, pleuro’s, eurosceptici, eurobashers en mensen die ‘gewoon niks met Europa hebben’.

4742. de laatste neologismen: dagelijks tamboereren op altijd dezelfde problemen; de overal waarneembare bonuszucht; mannenmode: tussen karakter en karikaturaal; Martin Schultz, een über-Europeaan als parlementaire voorzitter; het Tv-nieuws als een armageddon voor een prikkie; de Nederlandse gedooglullo's; Cohen als de meest meelijwekkende incarnatie van de redelijkheid.

4743. terecht geëmmer over het ge-euro: het muffe spook van de boekhoudersgeest waart door Europa. Die komt in een walm van krijtstrepen op je af. Wie denkt bij dit ge-euro niet aan die cartoon van Uncle Sam wiens ogen zijn veranderd in dollartekens?

4744. het failliet van Europa: volgens Geert Mak kan Europa helemaal niet ‘klappen’ aangezien we ‘al te veel met elkaar zijn verknoopt’. Maar het geld-in-nood hakt op den duur de meest onontwarbare gordiaanse knot middendoor.

4745. waarom populisten tegen Europa zijn: Carel Peeters in VN: " Maar zo eenvoudig is het niet om je Europeaan te voelen. Het is misschien zelfs wel moeilijk, het vereist enige (aangename) inspanning. Wanneer iemand zich een Europeaan voelt kan dat alleen maar wanneer hij daarbij iets concreets voor ogen heeft: dat hij in het Griekenland van de klassieken geweest is, of in Granada, of Florence, of dat hij Kafka gelezen heeft, of Robert Musil of Thomas Mann. Of vrienden heeft in Parijs, Triest of Zagreb. Al zulke concrete ervaringen bij elkaar opgeteld maken dat je je Europeaan kunt voelen, want zij staan elk afzonderlijk voor dat Europa van vrije grenzen, vrije gedachte, pluralisme enzovoort. Alleen iemand die de ambitie heeft zich in Europa, zijn geschiedenis en cultuur te verdiepen kan zich voorzichtig Europeaan noemen. Wie dat niet doet, en sowieso niet bereid is verder te kijken dan zijn neus lang is, kan niets met Europa hebben: hij weet helemaal niet wat Europa is".

4746. het echte Europa: nogmaals die enthousiaste Carel: " Dat is het Europa van de open grenzen, vrije meningsuiting, van de culturele uitwisseling, van boeken, kunst, de Verlichting, het pluralisme, congressen, Diderot, reizen, Erasmus-studenten, films, vrijzinnigheid, vriendschappen, van de Baedeker, skiën, tweede huizen, de Thalys, van vliegen naar Rome, Praag of Helsinki. Dit is het Europa van verder kijken dan je neus lang is. Dit is het Europa van het dagelijks leven dat bijna gewoon is geworden, ware het niet dat het door die boekhoudersgeest aan het oog dreigt te worden onttrokken".

4747. het elitaire Europa: Europarlementslid Guy Verhofstadt krijgt een restauratiepremie van 327.784 euro voor het huis in Gent waarin hij gaat wonen. Verschillende overheden betalen 40 procent van zijn verbouwing. Zijn premie is vorige donderdag goedgekeurd. Het gaat om het Waterhuis, in de schaduw van het Gravensteen, een gebouw dat vorige zomer te koop stond voor anderhalf miljoen euro. Op dat ogenblik was het niet meer dan een ruïne. Na de verbouwing komen er drie appartementen, in één daarvan gaat Guy Verhofstadt wonen. De kosten van de renovatie worden geraamd op 820.000 euro. Het gebouw is geklasseerd als beschermd monument. Verhofstadt stelde een architect aan die het gebouw doorlichtte en de kostenraming maakte. Het Open VLD-kopstuk slaagt er nu in om 40 procent van zijn verbouwing te laten betalen door de overheid.

4748. Phil Bosmans overleden: in het algemeen doet men er goed aan niet al te vlug vraagtekens te plaatsen bij mensen van goede wil. Er zijn al zo weinig mensen van dat slag! Toch is er iets wat mij ergert aan de overal rondslingerende wijsheidsspreuken van deze overduidelijk zeer ethisch bevlogen mens. Ik word een angst gewaar het leven recht in de ogen te kijken, te zeggen wat het (maar) waard is, in het publiek te waarschuwen voor zijn gevaarlijke kanten. "In het puin van het verleden liggen al de parels van de toekomst". Dat is soms waar en slechts voor sommigen. De meeste mensen vinden die parels niet en zeker niet als hun verleden ernstige tekorten vertoonde. Maar waarom schreef onze immer hoopvolle Fil niet 'In het puin van het heden ..."? Dat zou de pijn te dicht op de huid leggen en precies die gewaarwording moet met alle middelen worden toegedekt, in de tijd ver achteruit geduwd of imaginair omgedraaid in zijn tegendeel.

4749. geluk (1): Wouter Van Driessche: 'Geluk is het verlangen naar herhaling.' Dat heb ik zelf niet bedacht, dat schrijft Milan Kundera in De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan. Dát is dus geluk voor mij. Zo'n zin. Zo'n inzicht. Hele bibliotheken zijn er over geluk geschreven. En dan slaat iemand met zes woorden - twee eigenlijk: verlangen, herhaling - de nagel op de kop. Simpel. Waar. Glashelder. Maar allerminst absoluut. Ruimte genoeg om zelf nog na te denken".

4750. geluk (2): geluk is saai. Toch als je Tolstoj mag geloven. Gelukkige families zijn volgens de Russische schrijver allemaal dezelfde, ongelukkige zijn dat elk op hun manier.

4751. consistente filosofen: ik geef niet hoog op van consistente filosofen, want wie een beetje nadenkt over het leven weet dat precies de ongecontroleerde bokkensprongen van de geest een grotere kans maken om dat leven bij de navel te grijpen. Liever geen Kant voor mij, maar wel bijvoorbeeld een Sarte, een fenomenologisch manusje-van-alles dat om de haverklap van opvatting verandert, een verzwijger en verbloemer, nu eens communist en dan weer niet, gewoon een bedreven oplichter in het denken over het leven, zoals dat leven zelf.

4752. Nederland: dit voormalig gidsland pronkt met zijn mensenrechtenambassadeur. Het dreigt er bijvoorbeeld mee die naar Nigeria te sturen. Ondertussen verbrandt deze natie haar zo geliefde mensenrechten op het altaar van haar economische belangen en schoffeert de luidop kakelende Wilders eenieder die ze ernstig neemt.

4753. het eufemisme van de week: wil je het hebben over een belastingsfraudeur, zeg dan, zoals de Italianen, dat het gaat om 'een persoon met een gebrek aan fiscale identiteit'.

4754. het leven: de feiten van het leven mogen dan conservatief zijn (zoals Mrs Thatcher misschien terecht beweerde), gelukkig is er niemand die je dwingt je aan de feiten te houden.

4755. het kleine ik: ooit zei Isaac Newton dat hij weliswaar de baan van de hemellichamen kon berekenen, 'but not the madness of men'. Shakespeare had daar heel wat meer verstand van.

4756. Adorno: ging ten onder aan een voor hem onverteerbare Busenattentat. Het is tekenend voor onze tijden dat geen mens nog iets hoort van de Frankfurter Schule. Naar het schijnt is die al decennia tevergeefs op zoek naar een alternatief voor het kapitalisme en naar een op dit moment aanvaardbare kritiek erop.

4757. narcisme in het kwadraat: Cyrille Offermans over Elias Canetti (zie foto):" Deze auteur, die op zijn 25ste een van de meest verbijsterende romans van de moderne Europese literatuur schreef, was een onuitstaanbaar, egomaniakaal, leugenachtig en van ressentiment vervuld mannetje". Dit was inderdaad het geval, want tot een van zijn vele geliefden zei hij eens: "Ik ben een van de geweldigste geesten die ooit geleefd hebben. Dat ben ik, voor het geval je dat bent vergeten".

4758. tegen de klagers: begint een ontevredene in je omgeving weer eens af te geven op een of andere misstand in de politiek of in de financiële wereld, haal dan je schouders op en zeg: "Je kan niets doen of er valt wel eens een pak melk om".

4759. een politiek advies: als iedereen je een al te plompe positivo vindt, beweer dan met montere stem: "Het spijt me, ik heb geen talent voor het sombere!".

4760. de zwakheid van de ratio: de leden van de Tea Party, Wilders en alle op de meest primitiefste instincten van de volksmassa vegeterende retorici kan je niet doodschieten met een salvo van rationele argumenten. Alleen de ongenadige, onbarmhartig volgehouden middelvingeraanpak zet hier zoden aan de dijk.

dinsdag 17 januari 2012

Mensbeelden (1)


De aard van mensbeelden


Mensbeelden zijn zo complex als de menselijke aard. Ze zijn dan ook moeilijk uitputtend te beschrijven. Een mensbeeld is in ieder geval veel meer dan alleen maar de optelsom van mijn persoonlijke voorkeuren of de opvattingen die ik over mezelf koester. Hoewel ik erin ben vervat deel ik het met talloze anderen. Een mensbeeld illustreert de excentriciteit van de mens, die zelfs in zijn intiemste beleving door krachten van buiten wordt gecontamineerd. Een mensbeeld is zowel feitelijk als normatief. Het weerspiegelt niet alleen een maatschappelijke situatie, het schrijft ook voor hoe we moeten leven. Het bepaalt hoe ik over mezelf en de anderen oordeel. In het christendom is de heilige het prototype van het gewenste mensbeeld. Het beschrijft niet alleen hoe christenen zich doorgaans gedragen, maar ook hoe ze behoren te zijn en te handelen, als ze ‘het heil’ deelachtig willen worden. Daardoor bevat ieder mensbeeld libidineuze en imaginaire componenten die kunnen worden uitvergroot, zodat het vatbaar wordt voor de idealistische verleiding. Omdat mensbeelden ons van buiten doordringen worden ze ons aangepraat. Lang echter voor we kunnen praten neemt het ongevraagd bezit van ons in de vele wijzen waarop belangrijke anderen ons behandelen. Het zit ingebed in allerlei praktijken, houdingen en levenswijzen die het kind omringen en met hun zin doordringen. Dit soort onbewuste, voortalige mensbeeld wordt, naar een treffend neologisme van R.C. Kwant (zie foto), ons aan-geëxisteerd. Men mene echter niet dat dit soort mensbeeld voor iedere baby binnen één cultuur hetzelfde is. Het is immers afhankelijk van de variabele verwachtingspatronen die de belangrijke anderen op het kind projecteren, van de geïndividualiseerde en de soms zeer eclectische zingevingswijzen die de ouders vanuit meer algemene patronen hebben ontwikkeld. De maatschappij zelf is trouwens in dit opzicht een verdeeld fenomeen: het algemene mensbeeld vertoont variaties met de onderscheiden standen, beroepsgroepen, opleidingsniveaus en met de ‘relatieve tijd’ waarin de ouders leven. Het geëxisteerde mensbeeld vertoont een nauw verband met de mores, de zeden van een groep. Van het woord zeden is het woord zedelijkheid afgeleid. Zeden hebben het karakter van een vaststaande feitelijkheid die zich opdringt als een moeten. Op dit niveau bestaat het onderscheid tussen ‘is’ en ‘ought’ nog helemaal niet. Onze zeden hebben een zodanige vanzelf-sprekendheid dat ze niet, of maar gedeeltelijk, verbaal ter sprake komen. Tijdens onze prille opvoeding verinnerlijken we het geëxisteerde mensbeeld, maar niet op een bewuste wijze, zodat we datgene wat we in onszelf binnenhalen niet in woorden kunnen uitdrukken. Toch bepaalt het ons gedrag.

Een groep dankt zijn identiteit aan zijn geleefde mensbeeld en de eerste, onlichamelijke basis van onze persoonlijke identiteit is de zwijgende verinnerlijking daarvan. Maar omdat een groep – in ieder geval binnen de sfeer van de moderniteit - verschillende identiteiten heeft, die elkaar overlappen of tegenspreken , interioriseert ieder kind tijdens zijn vroege opvoeding een samengesteld mensbeeld en daarmee een eerste grondslag voor een potentiële verdeeldheid en een mogelijk antagonisme. Men zegt wel eens dat een mens tweemaal wordt geboren: eenmaal in zijn lichaam en nog een keer in zijn cultuur. Die tweede geboorte staat aldus vanaf het begin in het teken van een potentiële diversiteit, een mogelijk conflict, waarvan het zich aanvankelijk helemaal niet bewust is. Het vertrouwen in de opvoeders is aanvankelijk zo groot en het kinderlijke onderscheidings-vermogen zo gering dat mogelijke tegenspraken in het aangeboden mensbeeld onopgemerkt blijven. Geëxisteerde mensbeelden zijn ongemeen veelvormig: het ene gezin verschilt van het andere, de basisschool hanteert een ander mensbeeld dan de middelbare, een arbeider heeft een ander dan een academicus.

Als het eenmaal wordt geverbaliseerd voegt zich bij het geëxisteerde het gesproken en het besproken mensbeeld. Het gesproken mensbeeld is het geëxisteerde in zoverre het doordringt in het alledaagse spreken, zonder dat het doelbewust daarvan een onderwerp vormt. Slechts weinig mensen bespreken hun mensbeeld, hoewel ze van daaruit spreken. En als ze spreken weten ze in dit opzicht niet wat ze zeggen. Het is nogal onduidelijk wat een gesproken mensbeeld inhoudt, maar het is in ieder geval homogener dan het geëxisteerde. Het lijkt alsof het laatste zich versmalt wanneer het als het ware achter onze rug om in de taal verschijnt. Het komt slechts impliciet, occasioneel of zeer partieel ter sprake en het toont zich nooit als een afgerond, gesloten geheel van redeneringen.

Veel duidelijker kunnen we het besproken mensbeeld onderscheiden: daarin is de reflectie werkzaam, daar wordt het mensbeeld doelgericht tot onderwerp van het spreken. Een besproken mensbeeld is algemeen van aard en heeft daardoor een grotere homogeniteit dan de twee andere. Zij staan verder van de geleefde realiteit, ze zijn abstracter en daardoor ook eenvormiger. De prijs daarvoor is een verarming aan concreetheid en vitale kracht. Zij zijn dan ook het meest onwerkelijk, waardoor idealistische deformaties snel kunnen optreden. Vele sceptisch ingestelde mensen van onze tijd ervaren zulke sterk theoretische bouwsels als irrelevant en vervreemd, terwijl die bijvoorbeeld in de negentiende en tot ver in de twintigste eeuw voor velen bijzonder aantrekkelijk waren. Ook deze mensbeelden hebben een feitelijk en een normatief karakter.

Er zijn onder meer mythische (meer verhalende), empirische, wetenschappelijke, politieke, wijsgerige, religieuze, theologische en zelfs artistieke mensbeelden. Zij presenteren alle modellen die tegelijk descriptief en normatief zijn. Omdat zij iets ijls over zich hebben, een zekere leegte, een sfeer van onwerkelijkheid, proberen de uitvinders van nieuwe en de verdedigers van oude mensbeelden de geldingskracht van hun model met allerlei middelen te versterken: met sancties, beloningen, bewijsvoeringen, emotionele appèls, retoriek, rituelen en pakkende artistieke voorstellingen. Zulke mensbeelden zijn het stabielst als ze samenvallen met de gesproken en de geëxisteerde, zoals in sommige streng gereformeerde gemeenschappen in Nederland tot voor kort het geval was. Het omgekeerde doet zich ook voor. In Italië laten de katholieken de paus zijn gang zijn als hij het officiële, algemeen aanvaarde mensbeeld verdedigt. Ondertussen gaan zij hun eigen gangetje en die divergentie tussen het besproken, geleefde en gesproken mensbeeld lijkt niemand erg te storen. Het is te verwachten dat onder bepaalde condities een conflict tussen deze soorten mensbeelden zich voordoet. Kwant is van oordeel dat bijvoorbeeld de Nederlanders moeilijk met zulke verschillen kunnen leven en dus voortdurend van hun elites en van zichzelf eisen dat zij die overbruggen.

Mensbeelden van deze soort raken vaak geïnstitutionaliseerd. Ze krijgen hun aangestelde woordvoerders. Als die aanstelling officieel is verschijnen de priesters, dominees of partij-ideologen. Zelfs als die niet officieel is (bijvoorbeeld in het geval van een door één individu ontworpen mensbeeld) krijg je, als het mensbeeld de kracht blijkt te hebben om zich te verspreiden, spoedig behoeders en meer prominente medestanders die de priesterlijke rol waarnemen. Vaak zijn dat intellectuelen, die niet alleen optreden als prekers en verdedigers, maar ook als controleurs. Dat een mensbeeld zich kan vertakken in een tot in de details beheerst maatschappelijk systeem heeft de verzuiling in Nederland laten zien. Een institutionalisering op deze schaal versterkt uiteraard het mensbeeld en zet het voort. Het is dan over lange tijd mogelijk dat het besproken mensbeeld zo krachtig inwerkt op de individuen dat het in hoge mate opgaat in de gesproken en geëxisteerde varianten. Het is misschien een bevrijdend inzicht dat dit nooit helemaal lukt.

Mensbeelden zijn geen eenduidige, maar veeleer gelaagde en verdeelde fenomenen, wat hen inherent conflictueus maakt. Kwant onderscheidt vooreerst een horizontale mensbeeld-verdeeldheid. De maatschappij kent nogal gesloten horizontale lagen, op basis van opvoeding, stand, beroep en inkomen, die telkens een gemeenschappelijk geleefd en gesproken en niet zozeer een besproken mensbeeld delen. Een dergelijk mensbeeld verwijst naar gedeelde belangen. In die kringen vindt men slechts een klein aantal besprekers of ontwerpers van theoretische mensbeelden. In het verleden behoorden die allen tot de geletterde bovenlaag. Dat is de reden waarom het zo moeilijk is om te spreken over hét middeleeuwse mensbeeld. Via allerlei teksten komen we alleen iets te weten over het abstracte mensbeeld dat door theoretici uit een hogere klasse werd neergeschreven. Wij vinden daarin weinig informatie over het geleefde en gesproken mensbeeld uit andere lagen van de bevolking. Marx vindt de horizontale belangenlagen beslissend voor de evolutie van de maatschappij. Hoe het ook zij, het is zeker dat vele machthebbers doorheen de eeuwen veel energie hebben besteed aan de voortzetting en de versterking van mensbeelden die hun belangen legitimeerden. Vervolgens onderscheidt Kwant de verticale mensbeeldverdeeldheid. Die ontstaat wanneer een krachtig en duidelijk besproken mensbeeld, dwars door de horizontale lagen van de maatschappij heen, van boven uit het leven van de mensen gaat beheersen in een bepaald segment van de maatschappij, een nauw afgezette ideologisch ruimte, die duidelijk is onderscheiden van andere segmenten met weer andere dominante ideeën over het leven, de wereld en de mens. Het succes van dit maatschappijmodel kon Marx zich niet voorstellen. Voor hem was het louter bovenbouw, ideologie. Ik heb het hier uiteraard over de verzuiling, die het leven in Nederland zovele decennia heeft getypeerd en die nu in een flink tempo aan het verdwijnen is. Nederlanders gaven blijk van een bijzonder ongeduld, waardoor zij de verzuiling tot een vaststaande structuur hebben doorgevoerd: het geëxisteerde en het besproken mensbeeld mochten ook niet maar een beetje uit elkaar groeien. Nu de verzuiling op zijn einde loopt is dat voor velen pijnlijk. Wat er daarvan nog overblijft maakt een vervreemde indruk, want het past niet meer bij wat de Nederlanders werkelijk denken. Omdat deze mensbeelden structureel waren verankerd kunnen zij zich er niet zo gemakkelijk van vrijmaken. Geïnstitutionaliseerde mensbeelden vertonen nu eenmaal een sterke inertie.

We weten al dat geleefde mensbeelden uitermate veelvormig zijn. Dat is ook het geval met de meer theoretische. Een mythisch mensbeeld verschilt aanzienlijk van een wetenschappelijk, een artistiek weer van het vorige en in een pluriforme maatschappij als de onze concurreren die mensbeelden met elkaar. Daarbij komt het niet zelden voor dat ze elkaar overlappen, tegenwerken of versterken. Bovendien zijn dit soort mensopvattingen ook naar binnen toe gelaagd. Ze hebben een cognitieve component (een welbepaalde interpretatie van wat de mens is en daarachter een daarbij passende blik op de wereld en de geschiedenis die soms tot stand komt vanuit een heel eigen epistemologie). Daaronder werken de gevoelens, de wisselende beweging van de wil en een reeks imaginaire voorstellingen, die de cognitieve inhoud niet alleen vitaliseren, maar bij gelegenheid kunnen radicaliseren of vernietigen. Bovendien is ook de cognitieve inhoud van een mensbeeld niet zelden gelaagd. Lévy toont aan hoe in de materialistische maatschappijtheorie van Marx en bij Horkheimer en Adorno nog steeds een idealistische sublaag aanwezig is.

Omdat een mensopvatting een met de omstandigheden wisselende afdruk is van de menselijke aard zijn er nog andere wijsgerig-anthropologische redenen die de eenheid van het mensbeeld in de weg staan en dat vooral in de moderne tijd. Traditionele of de daarmee concurrerende innovatieve mensbeelden binnen onze cultuur kunnen identieke trekken vertonen, elkaar overlappen en beïnvloeden, maar zullen doorgaans op belangrijke punten van elkaar verschillen. Een eerste reden daarvoor is de onverenigbaarheid van onze belangrijkste waarden. De tweede is de dialectiek tussen enerzijds onze actieve wil om te bestaan en anderzijds ons ‘verlangen naar de val’ , dit wil zeggen een verlangen naar onderwerping, om onweerstaanbaar meegevoerd te worden door innerlijke of uiterlijke krachten, een tweeledigheid die in de moderne tijd ongemeen wordt verscherpt. Velen geloven nog vandaag dat ons leven een convergerende doelgerichtheid bezit en dat allerlei waarden in één cultuur en zelfs die in verschillende culturen naar een universeel, eenvormig centrum verwijzen en dat alle culturen in die richting evolueren. Volgens Isaiah Berlin daarentegen is het onmogelijk onze belangrijkste waarden op één noemer te brengen. Deze auteur laat zien dat het ideaal van absolute gelijkheid niet rijmt met dat van absolute rechtvaardigheid, dat een wetenschappelijke theorie niet persé waar is omdat ze ook mooi is of ethisch veelbelovend. Volledige vrijheid voor de wolven betekent de dood voor de lammeren.

(wordt vervolgd)

dinsdag 10 januari 2012

Het precieze gebruik (4721 - 4740)


Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4721 – 4740)

4721. in tijden van crisis: the survival of the fattest.

4722. een begin van rechtvaardigheid: de crisis heeft zo zijn voordelen. Het bewustzijn groeit dat de overheidstekorten veel te maken hebben met het financiële wangedrag van vooral de elites die daarmee een bijzonder slecht voorbeeld geven van burgerlijke plichtsvervulling. De Spaanse regering gaat bijvoorbeeld de strijd tegen fiscale fraude opvoeren en hoopt zo 8,2 miljard euro te recupereren. Voor de geoefende waarnemer zal het zaak zijn de fijnzinnige danspasjes te onderkennen die de hogere klassen ten tonele zullen voeren om aan die maatregelen te ontkomen. Als het gaat om de bestrijding van de belastingsfraude zeg ik daarom altijd: I believe it when I see it. Daarnaast slagen de leden van de elite er vaak in meesterlijk beslag te leggen op staatstoelagen, een strategie waarvoor de lagere klassen het zelfvertrouwen, de know how en een alle grenzen te buitengaande en tegen alle krachten in volgehouden hebzucht ontberen.

4723. de laatste neologismen: het blinde adoratievee in de sportwereld; het financiële malgoverno; Marc Rutte as de Nederlandse opbeurdirecteur; even lastig en spannend als gluren bij de buren; van politici mag je voosheid verwachten, gelardeerd met een hoge dosis narcisme (een variatie op een woord van Grunberg); ze had het lelijke doch onverschrokken paardengezicht van de ware elite (naar Sylvia Witteman); de bimboficatie van onze maatschappij; winkelwalhalla's als de kathedralen van deze tijd.

4724. de vrije markt: haar eeuwige wetten gelden niet voor haar vurigste verdedigers.

4725. de Tea Party: alle door zakelijkheid aangeslagen rationalisten kunnen van de leden van deze partij in de eerste plaats leren dat de ideologieën helemaal niet dood zijn en vervolgens dat zij ook in een door de wetenschap verlicht tijdperk een onvoorstelbare kracht behouden. Slechts door het strategische denken (dit wil zeggen een denken dat op succes uit is en niet op waarheid) kunnen zij worden gecounterd. Het is daarbij op zichzelf een ideologie te menen dat het wetenschappelijke denken (dat de waarheid centraal stelt) zulke problemen kan oplossen.

4726. de tweede wet van de thermodynamica: het moge dan inderdaad een voorbeeld zijn van een ontoelaatbare onwetendheid als een literatuurliefhebber die belangrijke wet van de fysica niet kan formuleren, maar even erg en misschien nog ergerlijker is het geval dat een natuurkundige ervan overtuigd is dat de literatuur alleen maar fictie is en op geen enkele manier bijdraagt aan de waarheidsvinding.

4727. een sciëntist: hij weet heel zeker dat de wetenschap en alléén de wetenschap zeer vele definitieve brokjes van de waarheid heeft veroverd en daardoor vroeg of laat uitzicht zal bieden op een werkelijkheid, volledig transparant gemaakt en tot in verste uithoeken in kaart gebracht.

4728. verborgen postmodernisme: omdat een verstandig wetenschapsman weet dat zijn resultaten voorlopig zijn (dit wil zeggen afhankelijk van veranderende interpretatieprocessen) is hij in de praktijk een van zichzelf onbewuste postmodernist.

4729. waarheid: als de waarheid in conflict komt met de liefde moet men de voorkeur geven aan de laatste. Het geloof in het alreddend vermogen van de waarheid is een geloof als een ander dat bovendien heel makkelijk empirisch kan worden weerlegd. Dit betekent dat het geloof in de wetenschappelijke vooruitgang op een bepaald moment moet worden gerelativeerd, aangevuld, bijgesteld of soms zelfs stilgelegd.

4730. de belastingsfraude aanpakken: een bewering even hopeloos als die waarin men proclameert voor altijd te stoppen met roken.

4731. ergerlijk: gedragsbiologen, neuropsychologen of evolutionaire geleerden, allen geven zij een niet zo bescheiden waarheidspremie aan hun hoogst individuele en vaak zeer vermakelijke interpretaties van allerlei maatschappelijke fenomenen. Ze hebben er geen benul van dat daardoor hun overigens zeer lofwaardig onderzoek de grens van de literatuur niet alleen benadert, maar die ook geregeld oversteekt.

4732. de ontaarding van de (wetenschappelijke) economie: Hugo Camps: "Toen sloeg het uur van de geleerden. Zij gingen de schuld benoemen tot slimmigheid. Trampoline om rijk te worden. Lepe accountancy. De banken vonden het nieuwe happy fewkapitalisme prachtig".

4733. normale mensen: Arnon Grunberg: "Toen ik jong was dacht ik dat er normale mensen bestonden, maar dat ik ze nergens kon vinden. Pas later kwam ik erachter dat normale mensen niet bestaan. Er bestaan alleen patiënten. Sommige patiënten houden zich staande ten koste van anderen en daarom noemen we hen geslaagd".

4734. samenvallen met het model: zoals de meeste recente economen hun wiskundige modellen onterecht deden samenvallen met de werkelijkheid zo laten psychologen en andere zielenknijpers onze geest geheel opgaan in die strategieën die mensen in onze tijd nodig hebben om het hoofd boven water te houden. Maar het is niet normaal om te overleven of daar nog bedreven in te raken in een tijd die in vele opzichten van de menselijke norm is afgeweken. Laat ik daarom maar eens een evolutionaire wet formuleren: wie in sterk veranderende omstandigheden wil overleven dient voldoende abnormaal te zijn om daarin te slagen.

4735. leefbare reservaten: naarmate de staat terugtreedt en het sociale terrein steeds meer in handen geeft van de neoliberale grootgraaiers verdwijnen de maatschappelijke reservaten waarin de mensen vroeger een min of meer bevredigend leven konden leiden. Daarover de psychiater Dirk De Wachter: " Ik heb heimwee naar de spoorwegen, het leger, de ministeries, naar al die plekken waar mensen zonder veel stress konden functioneren. Daar werd niet altijd volgens de huidige efficiëntienormen gepresteerd. Maar de mensen hadden de fierheid van hun job. Nu zijn die banen weggesaneerd."

4736. de essentie van de neoliberale droom: wie van zwakkeren sterkeren wil maken (bijvoorbeeld om de uitkeringen te verlagen of om de productie te verhogen) zwaait met een lofwaardig ideaal, maar hij zal een ramp veroorzaken. Misschien is een of ander stukje van de wereld repareerbaar, maar niet de gemiddelde mens.

4737. crisissen allerhande: onze kapitalistische maatschappij lijkt op haar laatste benen te lopen. Daarom wordt Marx weer interessant.

4738. we zijn ons brein: de Grieken hebben hetzelfde brein als de andere Europeanen. Toch is bij hen het zelfmoordcijfer in het voorbije jaar met 40 procent gestegen (en ook in Vlaanderen gaat het opnieuw de hoogte in). Hoewel het brein de materiële onderbouw vormt van onze geestelijke activiteiten, toch is de kredietcrisis voor de mentale gezondheid op dit moment van groter belang dan de hersenfysiologie.

4739. de noodzaak aan dissensus: omdat menselijke aangelegenheden altijd zijn samengesteld, waarbij die samenstellende delen niet noodzakelijk met elkaar harmoniëren en zelfs in tegenspraak met elkaar kunnen zijn is dissensus een onvermijdelijke grondtrek van het menselijke en van de relaties tussen de mensen. Het dromen van een samenleving met een moeiteloze consensus is de oorzaak van vele irritaties. Daarom, aldus Stefan Hertmans (zie foto), was Sartre een groter realist dan de nogal rozige aanhangers van mei '68 als hij beweerde dat de ander de hel was. Het woord 'strijd' moet op een of andere manier weer een positieve bijklank krijgen.

4740. een echo van de wetenschap: hoewel het alledaagse, zeer concrete bedrijf van de wetenschap een onoverzichtelijk kluwen is van tegengestelde meningen, onenigheden, ruzies en zelfs regelrechte haatcampagnes, toch etaleert zij zichzelf graag als de grote verzoenster, de gelijkmaakster, die conflicten methodisch uit de weg ruimt en zo de weg effent naar een steeds bredere intellectuele eensgezindheid. In de mate dat zij in haar eigen propaganda gelooft versterkt zij in de maatschappij de zeer onterechte overtuiging dat conflicten niet van de mens zijn en niets meer dan een vermijdbare en schadelijke zijweg.