zondag 22 januari 2012

Christopher Hitchens


De geboren dwarsligger

Ik druk hieronder enkele fragmenten af die Carel Peeters schreef naar aanleiding van de dood van de Engelse polemist. Het artikel, waaruit ik citeer, verscheen in Vrij Nederland (07 januari 2012).

Hitchens stond bekend als nogal eigengereid, maar zijn vrienden hadden daar kennelijk weinig last van. Ian McEwan verbleef de afgelopen maand een paar dagen bij hem in een wolkenkrabberziekenhuis in Houston. Dat betekende, schrijft hij in The Guardian, onafgebroken met hem praten en argumenteren. Hitchens spraakwaterval, hoe ziek hij ook verder was, mankeerde niets. Of ze zaten samen te lezen, of er werd voor hem een bureau geïmproviseerd zodat hij zijn stuk (zijn laatste) over de nieuwe biografie van de katholieke schrijver G.K. Chesterton kon schrijven.

Simon Schama schrijft in The Daily Beast (de website-krant die genoemd is naar een krant in Scoop, de roman van Evelyn Waugh, een schrijver die zich in Hitchens gratie mocht verheugen), over de polemisten-traditie waar Hitchens toe behoort: "If he was spiky, it was sharpness with pedigree: Swift, Paine, Hazlitt, Orwell". Over Thomas Pain, de Engelse onafhankelijke politicus die de Amerikaanse revolutie mede mogelijk maakte en schrijver van Rights of Man, schreef hij een boek. Ook over Orwell. Van William Hazlitt leerde hij het genoegen van het haten uit diens essay The pleasure of hating.

Hitchens haatte de sentimentaliteit van links, de intriges en buitenlandse politiek van Henry Kissinger, de valse liefdadigheid van Moeder Teresa en de politiek en moraal van Bill Clinton. Met Margaret Thatcher had hij een haat/liefde verhouding. Haar politiek kon hij niet uitstaan, maar hij vond haar wel sexy, een aanbeveling waar Anthony Burgess ook helemaal geen moeite mee had toen hij eens portret over haar schreef in The Sunday Times. Hitchens was bevriend met Ayaan Hirshi Ali. Ook hij streed tegen het islam-fascisme.

God haatte hij misschien niet, maar hij had wel een grote hekel aan hem, zoals blijkt uit zijn boek God is niet goed. Sinds dat boek wordt Hitchens in één adem genoemd met de drie andere overtuigde goddelozen: Richard Dawkins, Daniel C. Dennett en Sam Harris, samen ook wel De Nieuwe Atheïsten of The Four Horseman of the Apocalypse genoemd. Hij werd ook de samensteller van een bloemlezing met de beste stukken over goddeloosheid: The Portable Atheist.

Op zijn beurt werd Hitchens weer gehaat door Alexander Cockburn. In zijn tijdschrift met de toepasselijke titel Counterpunch herinnert die er aan dat Hitchens op de avond voor de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 in het Witte Huis was en daar een cheerleaderspeech hield die de warme instemming had van George Bush. Cockburn deelt hem in bij de neocons, de neoconservatieven. Hij was volgens Cockburn 'an instinctive flagwaggerer', een Amerikaan geworden Engelsman die meer patriot was dan de patriotste Amerikaan.

Bij zo'n dwarsligger als Hitchens is het niet vreemd dat zelfs zijn vrienden wel eens hun wenkbrauwen optrokken. Timothy Garton Ash beviel het niet dat Hitchens pas na zijn dood Isaiah Berlin ging aanvallen. Cockburn wordt misselijk bij de herinnering aan de aanval die Hitchens deed op Edward Said terwijl hij wist dat die aan het doodgaan was ('one awful piece of opportunism').

Het interessantste aan Hitchens is natuurlijk dat hij zijn grillige, onverwachte kanten had (volgens Blake Morisson had hij Januskop). Het feit dat hij in Oxford al een dubbelleven leidde heeft in de rest van zijn leven doorgewerkt. Hij was een trotskistisch socialist die altijd voorop liep bij demonstraties. Maar als voorzitter van de studentenvereniging The Oxford Union werd hij geregeld uitgenodigd aan te zitten aan diners van de hogere klasse, gelegenheden waaraan hij zich aanpaste als een geboren kameleon.

(...)

0 reacties:

Een reactie plaatsen