maandag 7 mei 2012

Het precieze gebruik (4901 - 4920)

Een verheldering van belangrijke begrippen met raadgevingen van de auteur voor hun juiste gebruik (4901 – 4920)

4901. de lente: of er nu zoetgeurende bloesems wiegen aan de bomen of niet, de natuur blijft altijd zichzelf, dit wil zeggen een voor het mensenlot volstrekt onverschillig medium. Wat we in de lentelijke, zonovergoten, uiterst bekoorlijke fruitweiden kunnen oefenen is onze weerbaarheid tegen illusies, onze afkeer voor imaginaire troost die slechts bestaat in menselijke projecties op zaken en toestanden die daar niets mee te maken hebben en uiteindelijk onze hardheid, want -zoals onze voorvaders het al deden - met de natuur dienen we te strijd te leveren, erin te arbeiden óf haar stoïcijns te ondergaan.

4903. een noodzakelijk boek: op dit moment is een boek noodzakelijk dat het laffe verraad, de corruptie en de inhaligheid van de gestudeerde elites én de onvermijdelijkheid daarvan zwaar in de verf zet. Voorbeelden zijn er genoeg. Vrijwel niemand van deze het algemene discours sturende lieden zegt in het openbaar de waarheid. En wat misschien nog erger is, slechts weinigen van hen kénnen de waarheid, ook al zijn ze het door hun opleiding en positie volstrekt in staat daarvan op de hoogte te zijn.

4904. de elites: zij verliezen hun eer vanaf het moment dat ze betaald worden voor hun inzichten en prestaties. Het beste wat ze kunnen doen is een deel van hun maatschappelijk prestige te redden door moeizame compromissen tussen de ideeën van hun broodheren en die van henzelf en door een soort van dapper volgehouden, uiterst gevaarlijk onderzeeërswerk.

4905. Wilders: Sybrand van Haersma Buma (fractievoorzitter van het Nederlandse CDA): 'Met het weglopen uit de onderhandelingen eindigt Wilders, 'de grote bestrijder van Job Cohen', als erelid van de PvdA.'

4906. de laatste neologismen: de totempaal van de drie procent (m.b.t. de Nederlandse budgetoverschrijdingen); last hebben van kruistucht of op een andere dag weer van kruiszucht (alleen voor christenen); het lossepollekensdebat; als de kat een koe was kon ik ze melken (De Wever in een poging een volkse uitdrukking voor een onvolks doel te hanteren); de Wilderiaanse gedoogflop; de Nederlandse wandelgangcoalitie; lelijker dan een apenoksel; wat niet geheeld kan worden moet worden gestreeld.

4907. troost: het Westen staat in brand (in feite woeden er verscheidene uiterst gevaarlijke branden tegelijk) en de mensen vertrouwen er zeer op dat de zon eindelijk zal gaan schijnen. Bovendien zijn Prins William en Kate Middelton dit weekend alweer één jaar getrouwd.

4908. Nederlandse nuchterheid: met blijdschap, met een zekere trots, ja met onvermengd enthousiasme verwelkomt twee derden van de Nederlandse bevolking een extra besparing van achttien miljard. Dit is het definitieve failliet van de linkse politiek en van het daarmee samenhangende solidaire denken in een land dat ooit daarvan de inspirerende vaandeldrager was.

4909. John Rawls: in tijden van algemene verrechtsing is het altijd goed nog eens het hoofdwerk van de filosoof John Rawls in herinnering te brengen. Het betoog in Een theorie van rechtvaardigheid is gebaseerd op een aardig gedachte-experiment. Stel u voor, zei Rawls tegen de lezer, dat u moet oordelen over wat goed en billijk is in een 'original position', een hypothetische uitgangssituatie voordat een maatschappij vorm heeft gekregen. En stel dat u uw oordeel moet vormen achter een ‘sluier van onwetendheid’, dat wil zeggen zonder dat u iets weet over de plek in de maatschappij waar u later belandt. Volgens Rawls zou deze manier van redeneren tot overeenstemming over rechtvaardigheidsbeginselen kunnen leiden. Zoals over het principe dat sociale en economische ongelijkheden slechts zijn toegestaan als deze ten goede komen aan de minst bedeelden in de samenleving. Als je niet weet welke sociale positie je later bekleedt, ben je immers redelijkerwijs geneigd de zwakkeren zo veel mogelijk te gunnen. Het zou immers kunnen gebeuren dat je zelf onderaan de maatschappelijke ladder terechtkomt.
Deze theorie leidde tot een enorme opbloei van de politieke filosofie. In de talloze beschouwingen die eraan werden gewijd, kwamen al snel de praktische manco’s naar voren. Bijvoorbeeld dat Rawls voorbijging aan typisch menselijke gevoelens, zoals afgunst, die onze kijk op sociaal-economische ongelijkheid mede bepalen. Ook hield hij geen rekening met het bestaan van sterk doorleefde visies op wat goed en rechtvaardig is. Het is ondoenlijk om van een vrome katholiek of moslim te verlangen dat hij in een gedachte-experiment even zijn geloof opzijzet. Die godsdienst maakt deel uit van zijn identiteit. Precies zoals zijn grote voorbeeld Kant lijdt Rawls aan een teveel aan rationalisme en in de politieke filosofie is dat altijd pernicieus.
Isaiah Berlin, de Russisch-Britse filosoof die veel meer dan Rawls overtuigd was van de onvermijdelijkheid van een botsing van wereldbeelden, heeft hem ooit, enigszins ironisch, vergeleken met Jezus Christus. En Rawls had ook wel wat weg van een filosofische heilige. Een sobere, rechtschapen, gedreven man die, zoals alle heiligen, ons een ideaal voortoverde dat praktisch te mooi is om verwezenlijkt te worden. En wie de kleinheid (waaronder ook de morele geringheid) van de mens niet ernstig in rekening brengt (ook al trekt hij een machtig rationeel bouwwerk op) kan niet echt bijdragen tot de realisering van het maatschappelijk goede.

4910. het Nederlandse CDA: niets is zo schijnheilig als een politicus of een christen. Men kan zich dan de ondoordringbare diepte voorstellen van de dubbelspraak, het driewerf gelaagde schijngedrag en het onoverzichtelijke aantal van op elkaar gestapelde leugens als die twee samengaan. Destijds kwam een derde van het CDA in opstand tegen het regerende deel van die partij vanwege Geert Wilders. En nu de helmboswuivende hun hok heeft verlaten hebben die regeerders niets meer met Wilders. De wonderen zijn de wereld nog niet uit! Maar binnenkort is het weer Prinsjesdag en de oranje gekte zal al die donkere realiteiten en dat aberrant-jesuïtische gedrag met ieders instemming kleurig overdekken.

4911. realisme: het is een vergissing te denken dat realisme, ten opzichte van het cynisme, een zachtere en (daarom?) een meer waarheidsgetrouwe houding is die de mensen tegenover de natuurlijke of de maatschappelijke omgeving kunnen aannemen. Realisme is cynisme. Alleen is de werkelijkheid nóg erger.

4912. de eenzijdigheid van het denken: van de hopeloze eenzijdigheid van ons denken werd ik mij eens te meer scherp bewust toen ik zojuist idee nr. 4901 herlas, een gedachte die ik pas gisteren in volle overtuiging heb neergeschreven. Uiteraard is de natuur onverschillig voor ons lot, maar bij nadere beschouwing kan dat niet betekenen dat iedere imaginaire of sentimentele omgang met de natuur (als men haar bijvoorbeeld omtovert tot een troostende almoeder) uit den boze is. We leven immers niet voor het heil van de objectieve natuur, ook niet voor de waarheid an sich (wat de wetenschapslui ook beweren!), maar voor ons eigen geluk. Mensen hebben daarom een zeker recht om wat zich feitelijk voordoet in hun voordeel te verdraaien. Een belangrijke vraag is waar dat recht begint en waar het ophoudt.

4913. gerechtigheid: als een antwoord op John Rawls (zie nr. 4909) de volgende reactie van Eugeen De Vijlder in een brievenrubriek op de website van De Morgen:" Gerechtigheid is een schotel waar veel koks over praten maar die zeer zelden geserveerd wordt, en als die dan al eens op tafel komt blijkt het een flauw afkooksel te zijn van wat het zou moeten zijn. We zijn, in toto, geen morele wezens en moeten klauwen voor het weinige dat ons te beurt valt. Er wordt heel veel lippendienst aan bewezen, maar ervan proeven doen we bijna nooit. Ondertussen wordt de wereld gerund door criminelen en charlatans."

4914. de gevaren van een verbeten rationalisme: men zegt niet zonder grond dat de opening van één volkscafé neerkomt op een vermindering van het aantal psychiaters met vijf. Zo'n café is ook de plaats waar de veelvuldig vervreemde intellectueel kan herbronnen. In een dergelijk dranketablissement werd tot voor kort intens gerookt. Roken is uiteraard ongezond zowel voor de roker zelf als voor de omstaanders. Hetzelfde kan ook worden gezegd van de factoren die stress en mentale labiliteit veroorzaken. En het roken en het caféleven zijn daar remedies tegen. Voor dit alles bestond er blijkbaar een soort rationele blindheid toen het rookverbod van Bovenuit en op de toon van het Grote Gelijk werd ingevoerd. Sinds die tijd gingen er 700 volkscafés meer failliet dan in dezelfde periode vorig jaar en werden er 400 minder geopend. "Alles opgeteld stelt België het met een dikke 1.100 volkscafés minder, nochtans ons cultureel erfgoed", zegt het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ). De cijfers gaan alleen over de volkscafés, waar geen eten geserveerd werd voor het rookverbod. "Precies die 12.000 bruine kroegen zijn van alle 20.000 cafés het hardst getroffen, omdat daar acht op de tien klanten rokers waren." Het rookverbod is een uiting van een veel bredere en erg bedreigende beweging: de zonder enig mededogen met de kleine man doorgevoerde machtsgreep van vooral de gestudeerde(en daarom zichzelf als redelijk beschouwende) elites.

4915. oostelijke hartelijkheid: Limburgers mochten 'Jos' zeggen, een beetje zoals ze later 'Steve' mochten zeggen.

4916. een onmogelijk gezegde: 'Si tous les dégoutés s'en vont, il n'y a que les dégoutants qui restent.' Het probleem is dat wij doorgaans niet over een zo ruime vrijheid beschikken dat wij zelf kunnen beslissen over de plaats waar we vertoeven (zowel in letterlijke als in figuurlijke zin). Wijsheidsspreuken en alle regels van de moraal dichten ons veel meer macht toe dan wij in werkelijkheid bezitten. Misschien schuilt precies daarin de universele aantrekkingskracht van een strikt ethische levenshouding.

4917. de illusies van gerechtigheid: de beursbengel Jules Hanot in De Morgen: "Terwijl de hardwerkende burger zich te pletter spaart, voor het kleinste vergrijp op de vingers wordt getikt en gevangen zit in een kleinmazig net van regels en regeltjes geniet Pierre Richard in zijn, ongetwijfeld riante, villa met volle teugen van een zorgeloos bestaan. In plaats van bedekt met pek en veren rond te worden gedragen, kreeg hij bovenop zijn vet pensioen een jaarlijks extraatje van 538.000 euro. En dat twintig jaar lang. Als 'beloning' voor regelrecht wanbeleid waarmee hij als directeur een veilige bank meesleurde in een verwoestende tornado van risicobeleggingen".

4918. de nieuwe Franse politiek: de uitdrukking 'naar Canossa gaan' zal weldra veranderen in 'zich naar Berlijn begeven'.

4919. vervelende cafénamen: 'Op het hoekske' (Zonhoven, Horpmaal); 'In de Ton' (Jeuk).

4920. we moeten dringend besparen: de noodzaak van het 'besparen' is altijd af te lezen aan de weddes en andere vergoedingen van het hoger politiek personeel. Zo is de forfaitaire onkostenvergoeding van de Vlaamse parlementsleden substantieel hoger dan elders op de arbeidsmarkt. Jaarlijks gaat het om 23.627 euro voor een gewoon parlementslid. De gemiddelde netto onkostenvergoeding in de privé bedraagt 1.800 euro per jaar. Ook de pensioenregeling en de uittredingsvergoeding - tot 48 maanden voor wie een lange staat van dienst heeft - zijn een pak voordeliger dan in de markt gebruikelijk is. Het federale parlement besliste al om de loopbaan voor een volwaardig parlementair pensioen op te trekken van 20 naar 36 jaar. Volgens sommigen is de kans groot dat het Vlaams Parlement dat systeem overneemt. I believe it when I see it.