donderdag 27 augustus 2015

De Wever over de immigratie

De immigratie



















Eerst hield hij zijn mond en toen
ijzerheinig, sloeg hij toe, een harde hand van staal -
De Wever, die linke rechtsgedraaide griffioen,
wil spoedig wie hier woont in duidelijke groepen delen.
één met een nieuwontworpen ster, van hoofd tot voeten kaal,
een ander, het meer uitgelezen staal
van de bevolking met haar autochtone taal,
haar recht op bijstand en haar maandelijkse poen,
- want de laatsten zijn helaas met weinigen, de eersten met heel velen
en niemand mag ons het burgerschap ontstelen!

zondag 23 augustus 2015

De problemen van de immigratie

Merkel in gesprek met Theootje Francken

zaterdag 15 augustus 2015

Tucholksky over Vrouwe Justitia

Vrouwe justitia in onze tijd (maar ook al in Tucholsky's tijd dus)


Du siehst sie durchs Gefilde hupfen:
die Wangen angenehm verpudert,
frech, nicht mehr jung, und auch verludert,
verschminkt … zwei rosarote Tupfen …

Die Waage wackelt hin und her.
Das Schwert – mein Gott – es ist aus Pappe,
sie trägt es scherzhaft als Attrappe,
ein eisernes ist ihr zu schwer.

Sie richtet so! O ja – man siehts!
die schwarzen, hohen Stöckelschuhe
zertrampeln alles – schaffen Ruhe.
So tänzelt Fräulein Streikjustiz.



Es raschelt des Talars Frou-Frou …
– „Du trugst doch früher eine Binde?“
– „Die hab ich noch! Dem, den ich finde,
schnür ich damit die Kehle zu!“

(met dank aan mijn vriend Raf)

De ballade van de zee

Charles Ducal.

De ballade van de zee

















Niet de wind, maar een boze mond
doofde de kaars. De koningszoon verdronk.

Wie op hem wachtte werd gek van verdriet
en sprong in zee. Beiden werden een lied.

Is het water te diep, koopt men een plaats
op een boot. De afstand is niet zeer groot.

De levens aan boord, zij wegen zo zwaar
en de boot is licht. Ook brandt er geen kaars.

Aan de overkant is nog een feest aan de gang.
Men eet er de wereld, al eeuwen lang.

Spoelen de lijken aan, vangt men ze op
en wordt stil. Een minuut lang spreekt God.

Daarna blazen monden het fort weer dicht,
voor de poort ligt een oorlogsschip.

De doden in zee, ook zij worden een lied.
Het zingt niet, het huilt.

En toch hoort men het niet.